1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Coversyl 5 mg, orodispergeerbare tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Perindopril Arginine.
Eén orodispergeerbare tablet bevat 3,395 mg perindopril overeenkomend met 5 mg van perindopril arginine.
Hulpstoffen met bekend effect : lactose,
0,2 mg aspartaam.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
Eén orodispergeerbare tablet bevat 3,395 mg perindopril overeenkomend met 5 mg van perindopril arginine.
Hulpstoffen met bekend effect : lactose,
0,2 mg aspartaam.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Orodispergeerbare tablet.
Witte, ronde tablet.
Witte, ronde tablet.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Hypertensie:
Behandeling van hypertensie.
Hartfalen:
Behandeling van symptomatisch hartfalen.
Stabiel coronair vaatlijden:
Vermindering van het risico op cardiale events bij patiënten met een myocardinfarct en/of revascularisatie in de voorgeschiedenis.
Behandeling van hypertensie.
Hartfalen:
Behandeling van symptomatisch hartfalen.
Stabiel coronair vaatlijden:
Vermindering van het risico op cardiale events bij patiënten met een myocardinfarct en/of revascularisatie in de voorgeschiedenis.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De dosis dient individueel aangepast te worden volgens het profiel van de patiënt (zie rubriek 4.4) en de bloeddrukrespons.
- Hypertensie:
Coversyl kan gebruikt worden in monotherapie of in combinatie met andere klassen van antihypertensieve therapie.
De aanbevolen startdosis is 5 mg toegediend eenmaal per dag ’s ochtends.
Patiënten met een sterk geactiveerd renine-angiotensine-aldosteron systeem (in het bijzonder, renovasculaire hypertensie, zout- en/of volumedepletie, hartdecompensatie of ernstige hypertensie) kunnen een overmatig bloeddrukdaling vertonen na de eerste dosis. Een startdosis van 2,5 mg is aanbevolen bij dergelijke patiënten en de behandeling dient opgestart te worden onder medisch toezicht.
De dosis mag worden verhoogd tot 10 mg eenmaal per dag na één maand behandeling.
Symptomatische hypotensie kan optreden na het opstarten van de behandeling met Coversyl; dit is meer waarschijnlijk bij patiënten die gelijktijdig behandeld worden met diuretica. Aangezien deze patiënten een volume- en/of zoutdepletie kunnen vertonen is het aanbevolen voorzichtig te zijn.
Indien mogelijk, dient het diureticum stopgezet te worden 2 tot 3 dagen voor het begin van de behandeling met Coversyl (zie rubriek 4.4).
Bij hypertensiepatiënten waarbij de diuretica niet kunnen worden stopgezet, dient de behandeling met Coversyl opgestart te worden in een dosis van 2,5 mg. De nierfunctie en de kaliumconcentratie in het serum dienen gecontroleerd te worden. De volgende dosis van Coversyl dient aangepast te worden volgens de bloeddrukrespons. Indien nodig, kan de behandeling met het diureticum worden vervolgd.
Bij bejaarde patiënten dient de behandeling te worden opgestart in een dosis van 2,5 mg die progressief kan worden verhoogd tot 5 mg na één maand, en vervolgens tot 10 mg indien nodig afhankelijk van de nierfunctie (zie tabel hieronder).
- Symptomatisch hartfalen:
Het is aanbevolen dat Coversyl, dat meestal geassocieerd wordt met een niet-kaliumsparend diureticum en/of digoxine en/of een bètablokker, toegediend wordt onder strikt medisch toezicht in een aanbevolen startdosis van 2,5 mg, ingenomen’s ochtend . Deze dosis kan na 2 weken worden verhoogd tot 5 mg eenmaal daags als dit verdragen wordt. De dosisaanpassing moet gebaseerd zijn op de klinische respons van de individuele patiënt.
Bij ernstig hartfalen en bij andere patiënten die worden aanzien als patiënten met een hoog risico (patiënten met een verstoorde nierfunctie en een neiging tot elektrolytenstoornissen, patiënten die gelijktijdig behandeld worden met diuretica en/of vasodilaterende middelen), dient de behandeling opgestart te worden onder nauwgezet toezicht (zie rubriek 4.4).
Bij patiënten met een hoog risico op symptomatische hypotensie, bijv. patiënten met zoutdepletie met of zonder hyponatriëmie, patiënten met hypovolemie of patiënten die krachtige dosis diuretica kregen, dienen deze aandoeningen gecorrigeerd te worden, indien mogelijk, voor de behandeling met Coversyl. De bloeddruk, de nierfunctie, en de serumkaliumconcentratie dienen strikt gecontroleerd te worden, zowel voor als tijdens de behandeling met Coversyl (zie rubriek 4.4).
- Stabiel coronair vaatlijden:
Coversyl dient te worden gestart in een dosering van 5 mg eenmaal daags en na 2 weken te worden verhoogd naar 10 mg eenmaal daags, afhankelijk van de nierfunctie en indien de dosering van 5 mg goed verdragen wordt.
Oudere patiënten dienen de eerste week 2,5 mg eenmaal daags te krijgen, en de daaropvolgende week 5 mg eenmaal daags, voordat de dosis, afhankelijk van de nierfunctie (zie Tabel 1 “Dosisaanpassing bij nierinsufficiëntie”), wordt verhoogd tot 10 mg eenmaal daags. De dosis dient alleen verhoogd te worden als de voorafgaande lagere dosering goed verdragen wordt.
Speciale populatie:
Patiënten met nierinsufficiëntie:
De dosering bij patiënten met nierinsufficiëntie moet gebaseerd zijn op de creatinineklaring zoals aangeduid in tabel 1 hieronder:
Tabel 1: dosisaanpassing bij nierinsufficiëntie
* De klaring van perindoprilaat bij dialyse bedraagt 70 ml/min.
Bij patiënten onder hemodialyse, dient de dosis ingenomen te worden na de dialyse.
Patiënten met leverinsufficiëntie:
Er is geen dosisaanpassing nodig bij patiënten met leverinsufficiëntie (zie rubrieken 4.4 en 5.2).
Pediatrische patiënten:
De veiligheid en werkzaamheid van Coversyl bij kinderen en adolescenten (jonger dan 18 jaar oud) zijn niet vastgesteld. Het gebruik bij kinderen en jongeren is daarom niet aanbevolen.
Wijze van toediening
Voor oraal gebruik.
Het is aanbevolen om Coversyl eenmaal daags in de ochtend vóór een maaltijd in te nemen.
De tablet moet op de tong gelegd worden om te smelten en te worden ingeslikt met het speeksel.
De dosis dient individueel aangepast te worden volgens het profiel van de patiënt (zie rubriek 4.4) en de bloeddrukrespons.
- Hypertensie:
Coversyl kan gebruikt worden in monotherapie of in combinatie met andere klassen van antihypertensieve therapie.
De aanbevolen startdosis is 5 mg toegediend eenmaal per dag ’s ochtends.
Patiënten met een sterk geactiveerd renine-angiotensine-aldosteron systeem (in het bijzonder, renovasculaire hypertensie, zout- en/of volumedepletie, hartdecompensatie of ernstige hypertensie) kunnen een overmatig bloeddrukdaling vertonen na de eerste dosis. Een startdosis van 2,5 mg is aanbevolen bij dergelijke patiënten en de behandeling dient opgestart te worden onder medisch toezicht.
De dosis mag worden verhoogd tot 10 mg eenmaal per dag na één maand behandeling.
Symptomatische hypotensie kan optreden na het opstarten van de behandeling met Coversyl; dit is meer waarschijnlijk bij patiënten die gelijktijdig behandeld worden met diuretica. Aangezien deze patiënten een volume- en/of zoutdepletie kunnen vertonen is het aanbevolen voorzichtig te zijn.
Indien mogelijk, dient het diureticum stopgezet te worden 2 tot 3 dagen voor het begin van de behandeling met Coversyl (zie rubriek 4.4).
Bij hypertensiepatiënten waarbij de diuretica niet kunnen worden stopgezet, dient de behandeling met Coversyl opgestart te worden in een dosis van 2,5 mg. De nierfunctie en de kaliumconcentratie in het serum dienen gecontroleerd te worden. De volgende dosis van Coversyl dient aangepast te worden volgens de bloeddrukrespons. Indien nodig, kan de behandeling met het diureticum worden vervolgd.
Bij bejaarde patiënten dient de behandeling te worden opgestart in een dosis van 2,5 mg die progressief kan worden verhoogd tot 5 mg na één maand, en vervolgens tot 10 mg indien nodig afhankelijk van de nierfunctie (zie tabel hieronder).
- Symptomatisch hartfalen:
Het is aanbevolen dat Coversyl, dat meestal geassocieerd wordt met een niet-kaliumsparend diureticum en/of digoxine en/of een bètablokker, toegediend wordt onder strikt medisch toezicht in een aanbevolen startdosis van 2,5 mg, ingenomen’s ochtend . Deze dosis kan na 2 weken worden verhoogd tot 5 mg eenmaal daags als dit verdragen wordt. De dosisaanpassing moet gebaseerd zijn op de klinische respons van de individuele patiënt.
Bij ernstig hartfalen en bij andere patiënten die worden aanzien als patiënten met een hoog risico (patiënten met een verstoorde nierfunctie en een neiging tot elektrolytenstoornissen, patiënten die gelijktijdig behandeld worden met diuretica en/of vasodilaterende middelen), dient de behandeling opgestart te worden onder nauwgezet toezicht (zie rubriek 4.4).
Bij patiënten met een hoog risico op symptomatische hypotensie, bijv. patiënten met zoutdepletie met of zonder hyponatriëmie, patiënten met hypovolemie of patiënten die krachtige dosis diuretica kregen, dienen deze aandoeningen gecorrigeerd te worden, indien mogelijk, voor de behandeling met Coversyl. De bloeddruk, de nierfunctie, en de serumkaliumconcentratie dienen strikt gecontroleerd te worden, zowel voor als tijdens de behandeling met Coversyl (zie rubriek 4.4).
- Stabiel coronair vaatlijden:
Coversyl dient te worden gestart in een dosering van 5 mg eenmaal daags en na 2 weken te worden verhoogd naar 10 mg eenmaal daags, afhankelijk van de nierfunctie en indien de dosering van 5 mg goed verdragen wordt.
Oudere patiënten dienen de eerste week 2,5 mg eenmaal daags te krijgen, en de daaropvolgende week 5 mg eenmaal daags, voordat de dosis, afhankelijk van de nierfunctie (zie Tabel 1 “Dosisaanpassing bij nierinsufficiëntie”), wordt verhoogd tot 10 mg eenmaal daags. De dosis dient alleen verhoogd te worden als de voorafgaande lagere dosering goed verdragen wordt.
Speciale populatie:
Patiënten met nierinsufficiëntie:
De dosering bij patiënten met nierinsufficiëntie moet gebaseerd zijn op de creatinineklaring zoals aangeduid in tabel 1 hieronder:
Tabel 1: dosisaanpassing bij nierinsufficiëntie
| Creatinineklaring (ml/min) | Aanbevolen dosis |
| ClCR ≥ 60 | 5 mg per dag |
| 30 < ClCR < 60 | 2.5 mg per dag |
| 15 < ClCR < 30 | 2,5 mg om de dag |
| Patiënten onder hemodialyse * | |
| ClCR < 15 | 2,5 mg op de dag van de dialyse |
Bij patiënten onder hemodialyse, dient de dosis ingenomen te worden na de dialyse.
Patiënten met leverinsufficiëntie:
Er is geen dosisaanpassing nodig bij patiënten met leverinsufficiëntie (zie rubrieken 4.4 en 5.2).
Pediatrische patiënten:
De veiligheid en werkzaamheid van Coversyl bij kinderen en adolescenten (jonger dan 18 jaar oud) zijn niet vastgesteld. Het gebruik bij kinderen en jongeren is daarom niet aanbevolen.
Wijze van toediening
Voor oraal gebruik.
Het is aanbevolen om Coversyl eenmaal daags in de ochtend vóór een maaltijd in te nemen.
De tablet moet op de tong gelegd worden om te smelten en te worden ingeslikt met het speeksel.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen of voor een andere ACE-remmer;
- Voorgeschiedenis van angio-oedeem geassocieerd met een eerdere behandeling met een ACE-remmer;
- Erfelijk of idiopathisch angio-oedeem;
- Tweede en derde zwangerschapstrimester (zie rubrieken 4.4 en 4.6),
- Gelijktijdig gebruik met aliskiren bij patiënten met diabetes mellitus of nierfunctiestoornis (GFR < 60 ml/min/1,73 m²) (zie rubrieken 4.4 en 4.5).
- Voorgeschiedenis van angio-oedeem geassocieerd met een eerdere behandeling met een ACE-remmer;
- Erfelijk of idiopathisch angio-oedeem;
- Tweede en derde zwangerschapstrimester (zie rubrieken 4.4 en 4.6),
- Gelijktijdig gebruik met aliskiren bij patiënten met diabetes mellitus of nierfunctiestoornis (GFR < 60 ml/min/1,73 m²) (zie rubrieken 4.4 en 4.5).
4.8 Bijwerkingen
a. Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Het veiligheidsprofiel van perindopril komt overeen met het veiligheidsprofiel van ACE-remmers:
De met frequente bijwerkingen die werden gerapporteerd in klinische trials en die werden waargenomen bij perindopril zijn: duizeligheid, hoofdpijn, paresthesie, vertigo, gezichtsstoornissen, tinnitus, hypotensie, hoesten, dyspneu, buikpijn, constipatie, diarree, dysgeusie, dyspepsie, misselijkheid, braken, pruritus, huiduitslag, spierkrampen en asthenie.
b. Getabelleerde lijst van bijwerkingen
De volgende bijwerkingen werden waargenomen tijdens klinische onderzoeken en/of post-marketing gebruik met perindopril en zijn geklasseerd volgens de volgende frequentie:
Zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100, <1/10); soms (≥1/1000, <1/100); zelden (≥1/10000, <1/1000); zeer zelden (<1/10000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
*Frequentie berekend aan de hand van klinische trials voor bijwerkingen die werden opgemerkt aan de hand van spontane rapportage
Klinische onderzoeken:
Tijdens de gerandomiseerde periode van de EUROPA studie, werden uitsluitend ernstige bijwerkingen verzameld. Weinig patiënten kregen te maken met ernstige bijwerkingen: 16 (0,3%) van de 6122 perindopril patiënten en 12 (0,2%) van de 6107 placebo patiënten. Bij 6 met perindopril behandelde patiënten werd hypotensie waargenomen, angio-oedeem bij 3 patiënten en plotselinge hartstilstand bij 1 patiënt. Meer patiënten trokken zich terug vanwege hoesten, hypotensie of andere intolerantie bij perindopril dan bij placebo respectievelijk 6,0% (n=366) versus 2,1% (n=129).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen:
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via :
België
Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Afdeling Vigilantie
EUROSTATION II
Victor Hortaplein, 40/40
B-1060 Brussel
Website : www.fagg.be
E-mail : adversedrugreactions@fagg-afmps.be
Luxemburg
Direction de la Santé - Division de la Pharmacie et des Médicaments
Villa Louvigny-Allee Marconi-L-2120 Luxembourg
Website :
http:www.ms.public.lu/fr/activites/pharmacie-medicament/index.html
Het veiligheidsprofiel van perindopril komt overeen met het veiligheidsprofiel van ACE-remmers:
De met frequente bijwerkingen die werden gerapporteerd in klinische trials en die werden waargenomen bij perindopril zijn: duizeligheid, hoofdpijn, paresthesie, vertigo, gezichtsstoornissen, tinnitus, hypotensie, hoesten, dyspneu, buikpijn, constipatie, diarree, dysgeusie, dyspepsie, misselijkheid, braken, pruritus, huiduitslag, spierkrampen en asthenie.
b. Getabelleerde lijst van bijwerkingen
De volgende bijwerkingen werden waargenomen tijdens klinische onderzoeken en/of post-marketing gebruik met perindopril en zijn geklasseerd volgens de volgende frequentie:
Zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100, <1/10); soms (≥1/1000, <1/100); zelden (≥1/10000, <1/1000); zeer zelden (<1/10000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
| MedDRA Systeem/orgaanklasse | Bijwerkingen | Frequentie |
| Bloed- en lymfestelselaandoeningen | Eosinofilie | Soms* |
| Agranulocytose of pancytopenie | Zeer zelden | |
| Verminderd hemoglobine en hematocriet | Zeer zelden | |
| Leukopenie/neutropenie | Zeer zelden | |
| Hemolytische anemie bij patiënten met een congenitale deficiëntie van G-6PDH (zie rubriek 4.4) | Zeer zelden | |
| Trombocytopenie | Zeer zelden | |
| Voedings- en stofwisselingsstoornissen | Hypoglykemie (zie rubrieken 4.4 en 4.5). | Soms* |
| Hyperkaliëmie, reversibel na het stoppen (zie rubriek 4.4) | Soms* | |
| Hyponatriëmie | Soms* | |
| Psychische stoornissen | Stemmingswisselingen | Soms |
| Slaapstoornis | Soms | |
| Zenuwstelselaandoeningen | Duizeligheid | Vaak |
| Hoofdpijn | Vaak | |
| Paresthesie | Vaak | |
| Vertigo | Vaak | |
| Somnolentie | Soms* | |
| Syncope | Soms* | |
| Verwardheid | Zeer zelden | |
| Oogaandoeningen | Gezichtsstoornissen | Vaak |
| Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen | Tinnitus | Vaak |
| Hartaandoeningen | Palpitaties | Soms* |
| Tachycardie | Soms* | |
| Angina pectoris (zie rubriek 4.4) | Zeer zelden | |
| Aritmie | Zeer zelden | |
| Myocardinfarct, mogelijk secundair aan excessieve hypotensie bij patiënten met een hoog risico (zie rubriek 4.4) | Zeer zelden | |
| Bloedvataandoeningen | Hypotensie (en aan hypotensie gerelateerde effecten) | Vaak |
| Vasculitis | Soms* | |
| Beroerte, mogelijk secundair aan excessieve hypotensie bij patiënten met een hoog risico (zie rubriek 4.4) | Zeer zelden | |
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Hoesten | Vaak |
| Dyspneu | Vaak | |
| Bronchospasmen | Soms | |
| Eosinofiele pneumonie | Zeer zelden | |
| Rinitis | Zeer zelden | |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Buikpijn | Vaak |
| Constipatie | Vaak | |
| Diarree | Vaak | |
| Dysgeusie | Vaak | |
| Dyspepsie | Vaak | |
| Misselijkheid | Vaak | |
| Braken | Vaak | |
| Droge mond | Soms | |
| Pancreatitis | Zeer zelden | |
| Lever- en galaandoeningen | Hetzij cytolitische of cholestatische hepatitis (zie rubriek 4.4) | Zeer zelden |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Pruritus | Vaak |
| Huiduitslag | Vaak | |
| Urticaria (zie rubriek 4.4) | Soms | |
| Angio-oedeem van het gezicht, de extremiteiten, lippen, slijmvliezen, tong, glottis en/of larynx (zie rubriek 4.4) | Soms | |
| Fotosensibiliteitsreacties | Soms* | |
| Pemfigoïd | Soms* | |
| Hyperhydrose | Soms | |
| Erythema multiforme | Zeer zelden | |
| Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Spierkrampen | Vaak |
| Artralgie | Soms* | |
| Myalgie | Soms* | |
| Nier- en urinewegaandoeningen | Nierinsufficiëntie | Soms |
| Acuut nierfalen | Zeer zelden | |
| Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | Erectiele disfunctie | Soms |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Asthenie | Vaak |
| Pijn op de borst | Soms* | |
| Malaise | Soms* | |
| Perifeer oedeem | Soms* | |
| Pyrexie | Soms* | |
| Onderzoeken | Verhoging in bloedureum | Soms* |
| Verhoging in bloedcreatinine | Soms* | |
| Verhoging in bloedbilirubine | Zelden | |
| Verhoging in leverenzym | Zelden | |
| Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties | Vallen | Soms* |
*Frequentie berekend aan de hand van klinische trials voor bijwerkingen die werden opgemerkt aan de hand van spontane rapportage
Klinische onderzoeken:
Tijdens de gerandomiseerde periode van de EUROPA studie, werden uitsluitend ernstige bijwerkingen verzameld. Weinig patiënten kregen te maken met ernstige bijwerkingen: 16 (0,3%) van de 6122 perindopril patiënten en 12 (0,2%) van de 6107 placebo patiënten. Bij 6 met perindopril behandelde patiënten werd hypotensie waargenomen, angio-oedeem bij 3 patiënten en plotselinge hartstilstand bij 1 patiënt. Meer patiënten trokken zich terug vanwege hoesten, hypotensie of andere intolerantie bij perindopril dan bij placebo respectievelijk 6,0% (n=366) versus 2,1% (n=129).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen:
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via :
België
Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Afdeling Vigilantie
EUROSTATION II
Victor Hortaplein, 40/40
B-1060 Brussel
Website : www.fagg.be
E-mail : adversedrugreactions@fagg-afmps.be
Luxemburg
Direction de la Santé - Division de la Pharmacie et des Médicaments
Villa Louvigny-Allee Marconi-L-2120 Luxembourg
Website :
http:www.ms.public.lu/fr/activites/pharmacie-medicament/index.html
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
SERVIER BENELUX SA/NV
Internationalelaan 57
B – 1070 BRUSSEL
Internationalelaan 57
B – 1070 BRUSSEL
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE352527
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
10/2013
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2854370 | COVERSYL 5 MG ORODISPERISBLE COMP 30 | C09AA04 | € 12,35 | - | Ja | - | - |
| 2854388 | COVERSYL 5 MG ORODISPERISBLE COMP 90 | C09AA04 | € 23,19 | - | Ja | - | - |