1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Vaxigrip suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit.
Trivalent griepvaccin (gesplitst virion, geïnactiveerd).
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Griepvirus (geïnactiveerd, gesplitst) van de volgende stammen*:
- A/Missouri/11/2025 (H1N1)pdm09-achtige stam (A/Switzerland/6849/2025, IVR-278)........15 microgram HA**
- A/Darwin/1454/2025 (H3N2)-achtige stam (A/Michigan/105/2025, SAN-049A) ...........………..15 microgram HA**
- B/Tokyo/EIS13-175/2025-achtige stam (B/Tokyo/EIS13-175/2025, wild type) ....................15 microgram HA**
Per dosis van 0,5 ml
* gekweekt in bevruchte kippeneieren van gezonde kippen
** hemagglutinine
Dit vaccin voldoet aan de WHO-aanbevelingen (noordelijk halfrond) en het EU-besluit voor het seizoen 2026/2027.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
Vaxigrip kan sporen bevatten van eieren, zoals ovalbumine, en van neomycine, formaldehyde en octoxinol-9, die worden gebruikt in het productieproces (zie rubriek 4.3).
3. FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie.
Na zacht schudden ziet het vaccin eruit als een kleurloze opaalachtige vloeistof.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Vaxigrip is geïndiceerd voor de preventie van griep, veroorzaakt door de twee subtypes van het influenza A-virus en het type influenza B-virus in het vaccin voor:
- actieve immunisatie van volwassenen, inclusief zwangere vrouwen, en kinderen in de leeftijd van 6 maanden en ouder;
- passieve bescherming van baby’s van de geboorte tot een leeftijd jonger dan 6 maanden, na vaccinatie van zwangere vrouwen (zie rubriek 4.4, 4.6 en 5.1).
Het gebruik van Vaxigrip moet gebaseerd zijn op officiële aanbevelingen voor vaccinatie tegen griep.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen: één dosis van 0,5 ml.
Pediatrische patiënten
- Kinderen in de leeftijd van 6 maanden tot en met 17 jaar: één dosis van 0,5 ml.
Bij kinderen in de leeftijd jonger dan 9 jaar die nog niet eerder ingeënt zijn, moet een tweede dosis van 0,5 ml worden toegediend na een interval van ten minste 4 weken.
- Baby’s in de leeftijd jonger dan 6 maanden: de veiligheid en werkzaamheid van toediening van Vaxigrip (actieve immunisatie) is nog niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Met betrekking tot passieve immunisatie: één dosis van 0,5 ml toegediend aan zwangere vrouwen kan baby’s beschermen vanaf de geboorte tot de leeftijd van minder dan 6 maanden (zie rubriek 4.4, 4.6 en 5.1).
Wijze van toediening
De voorkeurswijze van toediening van dit vaccin is intramusculair, hoewel het ook subcutaan kan worden toegediend.
De voorkeursplaatsen voor een intramusculaire injectie zijn het anterolaterale deel van het bovenbeen (of de deltoidspier als daar voldoende spiermassa aanwezig is) bij kinderen tussen de 6 en 35 maanden, of de deltoidspier bij kinderen vanaf 36 maanden en bij volwassenen.
Te nemen voorzorgen voorafgaand aan gebruik of toediening van het geneesmiddel
Voor instructies over de bereiding van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen, voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen of voor een bestanddeel dat als sporen aanwezig kan zijn, zoals eieren (ovalbumine, kippeneiwitten), neomycine, formaldehyde en octoxinol-9.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Het veiligheidsprofiel van Vaxigrip is gebaseerd op gegevens uit 46 klinische onderzoeken waarin ongeveer 17.900 deelnemers vanaf 6 maanden Vaxigrip of Vaxigrip Tetra kregen, en op gegevens van toezicht na het in de handel brengen.
De meeste bijwerkingen traden doorgaans op binnen de eerste 3 dagen na vaccinatie en verdwenen spontaan binnen 1 tot 3 dagen na het ontstaan. De intensiteit van de meeste van deze reacties was licht tot matig.
De vaakst gemelde bijwerking na vaccinatie was in alle populaties, waaronder de gehele groep kinderen in de leeftijd van 6 tot en met 35 maanden, pijn op de injectieplaats.
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
De bijwerkingen worden gerangschikt naar frequentie volgens de volgende conventie:
Zeer vaak (≥1/10);
Vaak (≥1/100, <1/10);
Soms (≥1/1.000, <1/100);
Zelden (≥1/10.000, <1/1.000);
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Volwassenen en ouderen
Het veiligheidsprofiel is gebaseerd op gegevens:
- uit klinische onderzoeken bij meer dan 8.000 volwassenen (5.064 met Vaxigrip, 3.040 met Vaxigrip Tetra) en meer dan 5.800 ouderen ouder dan 60 jaar (4.468 met Vaxigrip, 1.392 met Vaxigrip Tetra),
- van wereldwijd toezicht na het in de handel brengen in de totale populatie.
Bij volwassenen waren de vaakst gemelde bijwerkingen na vaccinatie pijn op de injectieplaats (52,8%), hoofdpijn (27,8%), myalgie (23,0%), malaise (19,2%).
Bij ouderen waren de vaakst gemelde bijwerkingen na vaccinatie pijn op de injectieplaats (25,8%), hoofdpijn (15,6%), myalgie (13,9%).
Tabel 1: Bijwerkingen gemeld bij volwassenen en ouderen
Systeem/orgaanklasse/Bijwerkingen | Frequentie |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen | |
Lymfadenopathie (1) | Soms |
Voorbijgaande trombocytopenie | Niet bekend* |
Immuunsysteemaandoeningen | |
Allergische reacties zoals overgevoeligheid (2), atopische dermatitis (2), urticaria (2, 3), orofaryngeale pijn, astma (1), rhinitis allergisch (2), rhinorroe (1), conjunctivitis allergisch (2), pruritus (4), opvliegers (5) | Soms |
Allergische reacties zoals angio-oedeem (2, 3), zwelling aangezicht, erytheem, rash, blozen (5), orale mucosa eruptie (5), paresthesie van de mond(5), keelirritatie, dyspnoea (2, 3), niezen, neusobstructie (2), verstopping bovenste luchtwegen (2), oculaire hyperemie (2), dermatitis allergisch (2), pruritus gegeneraliseerd (2) | Zelden |
Allergische reacties zoals rash erythemateus, anafylactische reactie, shock | Niet bekend* |
Voedings- en stofwisselingsstoornissen | |
Verminderde eetlust | Zelden |
Zenuwstelselaandoeningen | |
Hoofdpijn | Zeer vaak |
Duizeligheid (4), somnolentie (4) | Soms |
Hypo-esthesie (2), paresthesie | Zelden |
Neuralgie, convulsies, encefalomyelitis, neuritis, syndroom van Guillain Barré | Niet bekend* |
Bloedvataandoeningen | |
Vasculitis zoals Henoch-Schönlein purpura, met voorbijgaande nierbetrokkenheid in bepaalde gevallen | Niet bekend* |
Maagdarmstelselaandoeningen | |
Diarree, misselijkheid | Soms |
Abdominale pijn (2), braken | Zelden |
Huid- en onderhuidaandoeningen | |
Hyperhidrose (1) | Soms |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | |
Myalgie | Zeer vaak |
Artralgie (1) | Soms |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | |
Pijn op de injectieplaats, malaise (6) | Zeer vaak |
Koorts (7), rillingen, erytheem op de injectieplaats, induratie van de injectieplaats, zwelling van de injectieplaats | Vaak |
Asthenie (1), vermoeidheid, ecchymose op de injectieplaats, pruritus op de injectieplaats, warmte van de injectieplaats, ongemak op de injectieplaats, | Soms |
Griepachtige symptomen, exfoliatie van de injectieplaats (5), overgevoeligheid van de injectieplaats (2) | Zelden |
(1) Zelden bij ouderen
(2) Gerapporteerd tijdens klinische onderzoeken bij volwassenen
(3) Niet bekend bij ouderen
(4) Zelden bij volwassenen
(5) Gerapporteerd tijdens klinische onderzoeken bij ouderen
(6) Vaak voorkomend bij ouderen
(7) Soms voorkomend bij ouderen
(*) Bijwerkingen gemeld na het in de handel brengen na gebruik van Vaxigrip of Vaxigrip Tetra
Pediatrische patiënten
Het veiligheidsprofiel is gebaseerd op gegevens:
- uit klinische onderzoeken bij 1.247 kinderen van 3 tot en met 8 jaar (363 met Vaxigrip, 884 met Vaxigrip Tetra) en bij 725 kinderen/jongeren van 9 tot en met 17 jaar (296 met Vaxigrip, 429 met Vaxigrip Tetra),
- uit één klinisch onderzoek bij 1.981 kinderen van 6 tot en met 35 maanden (367 voor Vaxigrip, 1.614 voor Vaxigrip Tetra).
- van wereldwijd toezicht na het in de handel brengen in de totale populatie.
Afhankelijk van de immunisatiegeschiedenis kregen kinderen van 6 maanden tot en met 8 jaar één of twee doseringen Vaxigrip of Vaxigrip Tetra. Kinderen/jongeren van 9 tot en met 17 jaar kregen één dosis.
Bij kinderen van 6 maanden tot en met 8 jaar was het veiligheidsprofiel vergelijkbaar na de eerste en tweede injecties, met een tendens van lagere incidentie van bijwerkingen na de tweede injectie vergeleken met de eerste injectie bij kinderen van 6 tot en met 35 maanden.
Bij kinderen/jongeren van 9 tot en met 17 jaar waren de vaakst gemelde bijwerkingen na vaccinatie pijn op de injectieplaats (65,3%), myalgie (29,1%), hoofdpijn (28,6%), malaise (20,3%), rillingen (13,0%), erytheem op de injectieplaats (11,7%) en zwelling van de injectieplaats (11,4%).
Bij kinderen van 3 tot en met 8 jaar waren de vaakst gemelde bijwerkingen na elke vaccinatie pijn op de injectieplaats (59,1%), malaise (30,7%), erytheem op de injectieplaats (30,3%), myalgie (28,5%), hoofdpijn (25,7%), zwelling van de injectieplaats (22,1%), induratie van de injectieplaats (17,6%) en rillingen (11,2%).
Bij kinderen van 6 tot en met 35 maanden waren de vaakst gemelde bijwerkingen na elke vaccinatie pijn/gevoeligheid op de injectieplaats (29,4%), koorts (20,4%) en erytheem op de injectieplaats (17,2%).
- In subpopulatie van kinderen van 6 tot en met 23 maanden waren de vaakst gemelde bijwerkingen na elke vaccinatie prikkelbaarheid (34,9%), abnormaal huilen (31,9%), verminderde eetlust (28,9%), suf voelen (19,2%) en braken (17,0%).
- In subpopulatie van kinderen van 24 tot en met 35 maanden waren de vaakst gemelde bijwerkingen na elke vaccinatie malaise (26,8%), myalgie (14,5%), hoofdpijn (11,9%).
Tabel 2: Bijwerkingen gemeld bij kinderen en jongeren van 6 maanden tot en met 17 jaar
Systeem/orgaanklasse (SOC)/ | Frequentie | |||
Kinderen 6-35 maanden | Kinderen | Kinderen en jongeren | ||
6-23 maanden | 24-35 maanden | |||
Bloed- en lymfestelselaandoeningen |
|
|
|
|
- Lymfadenopathie | Niet bekend* | Soms | Niet bekend* | |
- Trombocytopenie | Niet bekend* | Soms | Niet bekend* | |
Immuunsysteem-aandoeningen |
|
|
|
|
- Allergische reacties zoals: |
|
|
| |
| - | Soms | - | |
| Soms | - | - | |
| - | Soms | Soms | |
| Niet bekend* | Soms | Soms | |
| Niet bekend* | Soms | Niet bekend* | |
| Zelden | - | - | |
| Niet bekend*
| Niet bekend* | Niet bekend* | |
Voedings- en stofwisselingsstoornissen |
|
|
|
|
- Verminderde eetlust | Zeer vaak | Zelden | - | - |
Psychische stoornissen |
|
|
|
|
- Abnormaal huilen | Zeer vaak | - | - | - |
- Prikkelbaarheid | Zeer vaak | Zelden | - | - |
- Rusteloosheid | - | Soms | - | |
- Kreunen | - | Soms | - | |
Zenuwstelselaandoeningen |
| |||
- Hoofdpijn | - | Zeer vaak | Zeer vaak | Zeer vaak |
- Suf voelen | Zeer vaak | - | - | - |
- Duizeligheid | - | Soms | Soms | |
- Neuralgie, neuritis en het syndroom van Guillain Barré |
| Niet bekend* | Niet bekend* | |
- Paresthesie, convulsies, encefalomyelitis | Niet bekend* | Niet bekend* | Niet bekend* | |
Bloedvataandoeningen |
|
|
|
|
- Vasculitis zoals Henoch-Schönlein purpura, met voorbijgaande nierbetrokkenheid in bepaalde gevallen | Niet bekend*
| Niet bekend* | Niet bekend* | |
Maagdarmstelsel-aandoeningen |
|
|
|
|
- Diarree | Vaak | Soms | Soms | |
- Buikpijn | - | Soms | - | |
- Braken | Zeer vaak | Soms | Soms | - |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen |
|
|
|
|
- Myalgie | Zelden | Zeer vaak | Zeer vaak | Zeer vaak |
- Artralgie | - | Soms | - | |
Algemene aandoeningen |
|
|
|
|
Reacties op de injectieplaats |
|
|
|
|
- Pijn/gevoeligheid op de injectieplaats, erytheem op de injectieplaats | Zeer vaak | Zeer vaak | Zeer vaak | |
- Zwelling van de injectieplaats | Vaak | Zeer vaak | Zeer vaak | |
- Induratie van de injectieplaats | Vaak | Zeer vaak | Vaak | |
- Ecchymose op de injectieplaats | Vaak | Vaak | Vaak | |
- Pruritus op de injectieplaats | Zelden | Soms | Soms | |
- Warmte van de injectieplaats | - | Soms | Soms | |
- Ongemak op de injectieplaats | - | - | Soms | |
- Rash op de injectieplaats | Zelden | - | - | |
Systemische reacties |
|
|
|
|
- Malaise | Zelden | Zeer vaak | Zeer vaak | Zeer vaak |
- Rillen | - | Vaak | Zeer vaak | Zeer vaak |
- Koorts | Zeer vaak | Vaak | Vaak | |
- Vermoeidheid | - | Soms | Soms | |
- Asthenie | - | - | Soms | |
- Huilen | - | Soms | - | |
- Griepachtige ziekte | Zelden |
| - | |
(*) Bijwerkingen gemeld na het in de handel brengen na gebruik van Vaxigrip of Vaxigrip Tetra
Andere bijzondere populaties
Hoewel slechts een beperkt aantal proefpersonen met comorbiditeiten werd geïncludeerd, toonden onderzoeken bij patiënten met comorbiditeiten zoals niertransplantatie- of astmapatiënten geen grote verschillen aan in termen van veiligheidsprofiel van Vaxigrip en Vaxigrip Tetra in deze populaties.
Zwangere vrouwen
In klinische onderzoeken bij zwangere vrouwen in Zuid-Afrika en Mali met Vaxigrip (zie rubriek 4.6 en 5.1) kwamen de frequenties van lokale en systemische reacties, gemeld binnen 7 dagen na toediening van het vaccin, overeen met de gemelde reacties in de volwassen populatie tijdens klinische onderzoeken. In het onderzoek dat in Zuid-Afrika werd uitgevoerd, kwamen lokale reacties vaker voor in de Vaxigrip-groep dan in de placebogroep in zowel hiv-negatieve als hiv-positieve cohorten. Er waren geen andere significante verschillen in gevraagde reacties tussen Vaxigrip- en placebogroepen in beide cohorten.
In één klinisch onderzoek bij zwangere vrouwen met Vaxigrip Tetra in Finland (zie rubriek 4.6 en 5.1) kwamen de frequenties van gemelde lokale en systemische reacties overeen met de gemelde reacties bij de niet-zwangere volwassen populatie van klinische onderzoeken met Vaxigrip of Vaxigrip Tetra, hoewel ze hoger lagen voor sommige bijwerkingen (pijn op de injectieplaats, erytheem op de injectieplaats, malaise, rillingen, hoofdpijn, myalgie).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
België: Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten: www.fagg.be – Afdeling Vigilantie: Website: www.eenbijwerkingmelden.be – E-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Sanofi Winthrop Industrie
82 avenue Raspail
94250 Gentilly
Frankrijk
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE663512
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Datum van goedkeuring van de tekst: 08/2026.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 5811369 | VAXIGRIP 0,5ML SUSP INJ VOORGEV.SPUIT | € 17,56 | - | Ja | - | - |








