SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1 NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
TRITACE 2,5 mg tabletten
TRITACE 5 mg tabletten
TRITACE 10 mg tabletten
2 KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
TRITACE 2,5 mg tabletten: elke tablet bevat 2,5 mg ramipril.
TRITACE 5 mg tabletten: elke tablet bevat 5 mg ramipril.
TRITACE 10 mg tabletten: elke tablet bevat 10 mg ramipril.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3 FARMACEUTISCHE VORM
TRITACE 2,5 mg tabletten zijn geelachtige tot gele, langwerpige tabletten met afmetingen van 8 x 4 mm met een breukstreep. Aan de ene zijde is « 2.5 » en het bedrijfslogo ingegraveerd en aan de andere zijde « HMR » en « 2.5 ». De tablet kan verdeeld worden in gelijke doses.
TRITACE 5 mg tabletten zijn lichtrode, langwerpige tabletten met afmetingen van 8 x 4 mm met een breukstreep. Aan de ene zijde is « 5 » en het bedrijfslogo ingegraveerd en aan de andere zijde « HMP en « 5 ». De tablet kan verdeeld worden in gelijke doses.
TRITACE 10 mg tabletten zijn witte tot bijna witte, langwerpige tabletten met afmetingen van 7 x 4,5 mm met een breukstreep. Aan één zijde is « HMO/HMO » ingegraveerd. De tablet kan verdeeld worden in gelijke doses.
4 KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
- Behandeling van hypertensie.
- Cardiovasculaire preventie: reductie van cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit bij patiënten met:
- manifeste atherotrombotische cardiovasculaire ziekte (voorgeschiedenis van coronair hartlijden of CVA, of perifeer vaatlijden) of
- diabetes met minstens één cardiovasculaire risicofactor (zie rubriek 5.1).
- Behandeling van nierziekte :
- Glomerulaire diabetische nefropathie in een vroeg stadium gekenmerkt door de aanwezigheid van micro-albuminurie,
- Manifeste glomerulaire diabetische nefropathie gekenmerkt door macroproteïnurie bij patiënten met minstens één cardiovasculaire risicofactor (zie rubriek 5.1),
- Manifeste glomerulaire niet-diabetische nefropathie gekenmerkt door macroproteïnurie ≥ 3 g/dag (zie rubriek 5.1).
- Behandeling van symptomatische hartinsufficiëntie.
- Secundaire preventie na een acuut myocardinfarct: reductie van de mortaliteit tijdens de acute fase van myocardinfarct bij patiënten met klinische tekenen van hartinsufficiëntie indien de behandeling wordt gestart > 48 uur na een acuut myocardinfarct.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Het wordt aanbevolen om TRITACE elke dag in te nemen, op hetzelfde tijdstip van de dag.
TRITACE kan ingenomen worden vóór, met of na de maaltijden, omdat de inname van voedsel geen invloed heeft op de biobeschikbaarheid (zie rubriek 5.2).
TRITACE moet ingeslikt worden met vloeistof. Het mag niet gekauwd of geplet worden.
Volwassenen
Patiënten behandeld met diuretica
Hypotensie kan optreden na het opstarten van de behandeling met TRITACE; dit is meer waarschijnlijk bij patiënten die gelijktijdig behandeld worden met diuretica. Voorzichtigheid wordt daarom aanbevolen aangezien deze patiënten een volume- en/of zoutdepletie kunnen hebben.
Indien mogelijk, moet het diureticum 2 tot 3 dagen stopgezet worden voordat de behandeling met TRITACE wordt gestart (zei rubriek 4.4).
Bij hypertensieve patiënten waarbij het diureticum niet wordt stopgezet, moet de behandeling met TRITACE gestart worden met een dosis van 1,25 mg. De nierfunctie en de het serumkalium moeten gecontroleerd worden. De latere dosis van TRITACE moet aangepast worden naar gelang de beoogde bloeddruk.
Hypertensie
De dosis moet individueel aangepast worden volgens het profiel van de patiënt (zie rubriek 4.4) en de bloeddrukcontrole.
TRITACE mag gebruikt worden in monotherapie of in combinatie met andere klassen van antihypertensiva (zie rubrieken 4.3, 4.4, 4.5 en 5.1).
Startdosis
TRITACE moet geleidelijk gestart worden met een aanbevolen startdosis van 2,5 mg per dag.
Patiënten met een sterk geactiveerd renine-angiotensine-aldosteron systeem kunnen een overdreven bloeddrukdaling vertonen na toediening van de startdosis. Bij dergelijke patiënten wordt een startdosis van 1,25 mg aanbevolen en de behandeling moet onder medisch toezicht worden opgestart (zie rubriek 4.4).
Titratie- en onderhoudsdosis
De dosis mag om de twee tot vier weken verdubbeld worden om geleidelijk de beoogde bloeddruk te bereiken; de maximale toegestane dosis van TRITACE is 10 mg per dag. De dosis wordt gewoonlijk eenmaal daags toegediend.
Cardiovasculaire preventie
Startdosis
De aanbevolen startdosis is 2,5 mg TRITACE eenmaal daags.
Titratie- en onderhoudsdosis
Afhankelijk van de tolerantie van de patiënt voor het werkzame bestanddeel, moet de dosis geleidelijk worden verhoogd. Het is aanbevolen om de dosis na één of twee weken behandeling te verdubbelen en – na nog eens twee of drie weken – om ze te verhogen tot de beoogde onderhoudsdosis van 10 mg TRITACE eenmaal daags.
Zie ook de dosering bij patiënten behandeld met diuretica hierboven.
Behandeling van nierziekte
Bij patiënten met diabetes en micro-albuminurie:
Startdosis:
De aanbevolen startdosis is 1,25 mg van TRITACE eenmaal daags.
Titratie- en onderhoudsdosis
Afhankelijk van de tolerantie van de patiënt voor het werkzame bestanddeel, wordt de dosis vervolgens verhoogd. Het is aanbevolen om de eenmaal daagse dosis te verdubbelen tot 2,5 mg na twee weken en daarna tot 5 mg na nog eens twee weken.
Bij patiënten met diabetes en minstens één cardiovasculair risico
Startdosis:
De aanbevolen startdosis is 2,5 mg van TRITACE eenmaal daags.
Titratie- en onderhoudsdosis
Afhankelijk van de tolerantie van de patiënt voor het werkzame bestanddeel, wordt de dosis vervolgens verhoogd. Het is aanbevolen om de dagelijkse dosis te verdubbelen tot 5 mg TRITACE na één of twee weken en daarna tot 10 mg TRITACE na nog eens twee of drie weken. De nagestreefde dagdosis is 10 mg.
Bij patiënten met niet-diabetische nefropathie gekenmerkt door macroproteinurie ≥ 3 g/dag
Startdosis:
De aanbevolen startdosis is 1,25 mg van TRITACE eenmaal daags.
Titratie- en onderhoudsdosis
Afhankelijk van de tolerantie van de patiënt voor het werkzame bestanddeel, wordt de dosis vervolgens verhoogd. Het is aanbevolen om de eenmaal daagse dosis te verdubbelen tot 2,5 mg na twee weken en daarna tot 5 mg na nog eens twee weken.
Symptomatische hartinsufficiëntie
Startdosis
Bij patiënten die gestabiliseerd zijn onder diuretica, is de aanbevolen startdosis 1,25 mg per dag.
Titratie- en onderhoudsdosis
TRITACE moet getitreerd worden door de dosis om de één tot twee weken te verdubbelen tot een maximale dagdosis van 10 mg. Twee toedieningen per dag heeft de voorkeur.
Secundaire preventie na een acuut myocardinfarct en met hartinsufficiëntie
Startdosis
Na 48 uur, volgend op een myocardinfarct bij een klinisch en hemodynamisch stabiele patiënt, is de startdosis 2,5 mg tweemaal daags gedurende drie dagen. Als de startdosis van 2,5 mg niet wordt verdragen, moet een dosis van 1,25 mg tweemaal daags toegediend worden gedurende twee dagen voordat de dosis wordt verhoogd tot 2,5 mg en 5 mg tweemaal daags. Als de dosis niet kan verhoogd worden tot 2,5 mg tweemaal daags, moet de behandeling stopgezet worden.
Zie ook dosering bij patiënten behandeld met diuretica hierboven.
Titratie- en onderhoudsdosis
De dagdosis wordt vervolgens verhoogd door de dosis om de één tot drie dagen te verdubbelen tot de beoogde onderhoudsdosis van 5 mg tweemaal daags.
De onderhoudsdosis wordt, indien mogelijk, verdeeld over 2 toedieningen per dag.
Als de dosis niet kan verhoogd worden tot 2,5 mg tweemaal daags, moet de behandeling stopgezet worden. Er is nog onvoldoende ervaring bij de behandeling van patiënten met ernstige (NYHA IV) hartinsufficiëntie onmiddellijk na een myocardinfarct. Indien de beslissing wordt genomen om deze patiënten te behandelen, is het aanbevolen om de behandeling te starten met een dosis van 1,25 mg eenmaal daags en om bijzonder voorzichtig te zijn bij elke dosisverhoging.
Bijzondere populaties
Patiënten met nierfunctiestoornissen
De dagdosis bij patiënten met nierinsufficiëntie moet gebaseerd zijn op de creatinineklaring (zie rubriek 5.2):
- als de creatinineklaring ≥ 60 ml/min bedraagt, is het niet nodig om de startdosis (2,5 mg/dag) aan te passen; de maximale dagdosis is 10 mg;
- als de creatinineklaring gelegen is tussen 30-60 ml/min, is het niet nodig om de startdosis (2,5 mg/dag) aan te passen; de maximale dagdosis is 5 mg;
- als de creatinineklaring gelegen is tussen 10-30 ml/min, is de startdosis 1,25 mg/dag en de maximale dagdosis is 5 mg;
- bij hypertensieve patiënten die hemodialyse ondergaan: ramipril is licht dialyseerbaar; de startdosis is 1,25 mg/dag en de maximale dagdosis is 5 mg; het geneesmiddel moet enkele uren na de hemodialyse toegediend worden.
Patiënten met leverinsufficiëntie (zie rubriek 5.2)
Bij patiënten met leverinsufficiëntie mag de behandeling met TRITACE alleen onder strikt medisch toezicht worden opgestart en de maximale dagdosis bedraagt 2,5 mg TRITACE.
Ouderen
De startdoseringen moeten lager zijn en de daarop volgende dosistitraties moeten geleidelijker zijn omwille van een groter risico op ongewenste effecten, in het bijzonder bij zeer oude en fragiele patiënten. Een verlaagde startdosis van 1,25 mg ramipril moet in overweging worden genomen.
Pediatrische patiënten
De veiligheid en de werkzaamheid van ramipril bij kinderen zijn nog niet vastgesteld.
De momenteel beschikbare gegevens voor TRITACE worden beschreven in rubrieken 4.8, 5.1, 5.2 & 5.3 maar er kunnen geen specifieke aanbevelingen over de dosering worden gegeven.
Wijze van toediening
Oraal gebruik.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof, voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen of voor een andere ACE-remmer (Angiotensine-Conversie-Enzym remmer).
- Voorgeschiedenis van angio-oedeem (hereditaire, idiopathische of te wijten aan een vorige angio-oedeem met ACE-remmers of AIIRAs)
- Gelijktijdig gebruik met sacubitril/valsartan therapie (zie rubrieken 4.4 en 4.5).
- Extracorporale behandelingen die leiden tot contact van bloed met negatief geladen oppervlakken (zie rubriek 4.5)
- Significante bilaterale arteria renalis stenose of stenose van de arteria renalis van één enkele functionerende nier.
- Tweede en derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.4 en 4.6)
- Ramipril mag niet gebruikt worden bij patiënten met een hypotensieve of hemodynamisch instabiele toestand.
- Het gelijktijdig gebruik van Tritace met aliskiren-bevattende geneesmiddelen is gecontra-indiceerd bij patiënten met diabetes mellitus of nierinsufficiëntie (GFR < 60 ml/min/1,73 m2) (zie rubrieken 4.5 en 5.1).”
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Het veiligheidsprofiel van ramipril omvat aanhoudende droge hoest en reacties als gevolg van hypotensie. Ernstige ongewenste reacties omvatten angio-oedeem, hyperkaliëmie, nier- of leverinsufficiëntie, pancreatitis, ernstige huidreacties en neutropenie/agranulocytose.
Overzicht van de bijwerkingen in tabelvorm
De frequentie van ongewenste reacties wordt gedefinieerd volgens de volgende conventie:
Zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100 tot < 1/10); soms (≥ 1/1000 tot < 1/100); zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1000); zeer zelden (< 1/10.000), niet bekend (kan niet geschat worden aan de hand van de beschikbare gegevens).
Binnen iedere frequentiegroep worden de bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
| Vaak | Soms | Zelden | Zeer zelden | Niet bekend |
Bloed- en lymfestelsel |
| Eosinofilie | Daling van het aantal witte bloedcellen (waaronder neutropenie of agranulocytose), daling van het aantal rode bloedcellen, daling van hemoglobine, daling van het aantal bloedplaatjes |
| Beenmerg-insufficiëntie, |
Immuunsysteem- |
|
|
|
| Anafylactische of |
Endocriene |
|
|
|
| Syndroom van inadequate secretie van antidiuretisch hormoon (SIADH) |
Voedings- en stofwisselings- | Stijging van het bloedkalium-gehalte | Anorexie, verminderde eetlust |
|
| Daling van het bloednatriumgehalte |
Psychische stoornissen |
| Depressieve stemming, angst, zenuwachtigheid, rusteloosheid, slaapstoornissen waaronder somnolentie, | Verwarde toestand |
| Concentratie-stoornissen |
Zenuwstelsel- | Hoofdpijn, | Vertigo, paresthesie, ageusie, dysgeusie, | Tremor, evenwichts-stoornissen |
| Cerebrale ischemie |
Oog- |
| Gezichts-stoornissen | Conjunctivitis |
|
|
Evenwichts-orgaan- |
|
| Gehoorstoor-nissen, tinnitus |
|
|
Hart- |
| Myocardische-mie met inbegrip van angina pectoris of myocardinfarct, tachycardie, |
|
|
|
Bloedvat- | Hypotensie, orthostatische bloeddruk verlaagd, syncope | Blozen | Vasculaire stenose, hypoperfusie, vasculitis |
| Fenomeen van Raynaud |
Ademhalings-stelsel-, borstkas- en mediastinum- | Niet-productieve prikkelhoest, bronchitis, sinusitis, dyspneu | Bronchospasmen waaronder verergering van astma, neuscongestie |
|
|
|
Maagdarmstelsel | Gastro-intestinale inflammatie, digestieve stoornissen, maaglast, dyspepsie, diarree, nausea, braken | Pancreatitis (er werden zeer uitzonderlijk gevallen met een fatale afloop gerapporteerd met ACE-remmers), gestegen pancreas-enzymen, angio-oedeem van de dunne darm, pijn in de bovenbuik met inbegrip van gastritis, constipatie, droge mond | Glossitis |
| Afteuze stomatitis |
Lever- en gal- |
| Stijging van leverenzymen | Cholestatische geelzucht, hepatocellu-laire letsels |
| Acute leverinsufficiëntie, |
Huid- en onderhuid- | Rash in het bijzonder maculo-papulaire rash | Angio-oedeem: zeer uitzonder-lijk, kan de luchtwegob-structie als gevolg van angio-oedeem een fatale afloop hebben; pruritus, hyperhidrosis | Exfoliatieve dermatitis, urticaria, onycholysis, | Fotosensibili-teitsreactie | Toxische epidermale |
Skeletspierstelsel- en bindweefsel | Spierspasmen, myalgie | Artralgie |
|
|
|
Nier- en urineweg- |
| Nierfunctie-stoornissen met inbegrip van acute nierinsufficiëntie, toegenomen urine-excretie, verergering van vooraf bestaande proteïnurie, gestegen uremie, gestegen creatininemie |
|
|
|
Voortplantings-stelsel- |
| Voorbijgaande erectiele impotentie, verminderde libido |
|
| Gynaecomastie |
Algemene aandoeningen | Borstpijn, | Pyrexie | Asthenie |
|
|
Pediatrische patiënten
De veiligheid van ramipril werd gecontroleerd bij 325 kinderen en adolescenten van 2-16 jaar tijdens 2 klinische studies. Hoewel de aard en de ernst van de bijwerkingen vergelijkbaar zijn met deze bij volwassenen, is de frequentie van de volgende bijwerkingen hoger bij kinderen:
Tachycardie, neuscongestie en rhinitis, "vaak" (d.w.z. ≥ 1/100 tot < 1/10) in de pediatrische populatie en "soms" (d.w.z. ≥ 1/1000 tot < 1/100) in de volwassen populatie.
Conjunctivitis: "vaak" (d.w.z. ≥ 1/100 tot < 1/10) in de pediatrische populatie en "zelden" (d.w.z. ≥ 1/1000 tot < 1/100) in de volwassen populatie.
Tremor en urticaria: "soms" (d.w.z. ≥ 1/1000 tot < 1/100) in de pediatrische populatie en "zelden" (d.w.z. ≥ 1/10.000 tot < 1/1000) in de volwassen populatie.
Het globale veiligheidsprofiel van ramipril bij pediatrische patiënten verschilt niet significant van het veiligheidsprofiel bij volwassenen.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten: www.fagg.be – Afdeling
Vigilantie: Website: www.eenbijwerkingmelden.be – E-mail: adr@fagg-afmps.be
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0430660 | TRITACE COMP 28 X 2,50 MG | C09AA05 | € 9,53 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 0430678 | TRITACE COMP 28 X 5 MG | C09AA05 | € 11,81 | - | Ja | - | - |
| 1260827 | TRITACE COMP 56 X 5 MG | C09AA05 | € 14,43 | - | Ja | € 2,96 | € 1,77 |
| 1670348 | TRITACE COMP 28 X 10 MG | C09AA05 | € 17,21 | - | Ja | - | - |
| 2115079 | TRITACE COMP 56 X 10 MG | C09AA05 | € 21,61 | - | Ja | € 5,38 | € 3,23 |