SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Drospibel 0,03 mg/3 mg filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke filmomhulde tablet bevat 0,03 mg ethinylestradiol en 3 mg drospirenon.
Hulpstof met bekend effect:
elke filmomhulde tablet bevat 62 mg lactosemonohydraat
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet.
Gele, ronde filmomhulde tabletten
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Orale anticonceptie
Bij de beslissing om Drospibel voor te schrijven dient rekening te worden gehouden met de huidige risicofactoren van de individuele vrouw, in het bijzonder met de risicofactoren voor veneuze trombo-embolie (VTE), en hoe het risico op VTE met Drospibel zich verhoudt tot het risico met andere gecombineerde hormonale anticonceptiva (CHC’s) (zie rubrieken 4.3 en 4.4).
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Hoe Drospibel innemen
De tabletten moeten elke dag op ongeveer hetzelfde tijdstip worden ingenomen, zo nodig met wat vloeistof, in de volgorde die staat aangegeven op de blisterverpakking. Gedurende 21 opeenvolgende dagen moet dagelijks één tablet worden ingenomen. Elke volgende verpakking wordt gestart na een tabletvrije periode van 7 dagen, waarin meestal een dervingsbloeding optreedt. Deze begint doorgaans op dag 2-3 na de laatste tablet en is mogelijk nog niet gestopt wanneer de volgende verpakking wordt gestart.
Hoe met Drospibel starten
- Geen voorafgaand gebruik van hormonale anticonceptiva (gedurende de vorige maand)
De vrouw moet op dag 1 van haar natuurlijke cyclus (d.w.z. de eerste dag van haar menstruatie) beginnen met de inname van de tabletten.
- Overschakelen van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum (gecombineerd oraal anticonceptivum (COC), vaginale ring of een transdermale pleister)
De vrouw moet Drospibel bij voorkeur starten op de dag na de laatste werkzame tablet (de laatste tablet die werkzame stoffen bevat) van haar vorige COC, maar uiterlijk op de dag na de gebruikelijke tabletvrije periode of het interval met placebotabletten van haar vorige COC. In het geval dat een vaginale ring of een transdermale pleister werd gebruikt, moet de vrouw bij voorkeur met Drospibel starten op de dag van verwijdering, maar uiterlijk op de dag waarop de volgende vaginale ring of transdermale pleister moest worden aangebracht.
- Overschakelen van een methode met alleen progestageen (pil met alleen progestageen, injectie, implantaat) of van een spiraaltje (IUS) dat progestageen afgeeft.
De vrouw kan op elke willekeurige dag overschakelen van een pil met alleen progestageen (van een implantaat of een IUD op de dag van verwijdering, van een injectie op de dag dat de volgende injectie moest worden gegeven) maar moet in al deze gevallen het advies krijgen om tevens een aanvullende barrièremethode te gebruiken gedurende de eerste 7 dagen waarop ze een tablet Drospibel inneemt.
- Na een miskraam/abortus in het eerste trimester
De vrouw mag meteen starten. Als ze dat doet, hoeft ze geen aanvullende anticonceptiemaatregelen te treffen.
- Na een bevalling of een miskraam/abortus in het tweede trimester
Vrouwen moeten het advies krijgen om te starten op dag 21 tot 28 na de bevalling of miskraam/abortus in het tweede trimester. Als de vrouw later start, moet ze het advies krijgen om tevens een barrièremethode te gebruiken gedurende de eerste 7 dagen. Maar als er al geslachtsgemeenschap heeft plaatsgevonden, moet een zwangerschap worden uitgesloten of moet de vrouw haar eerste menstruatie afwachten voordat zij met het COC kan starten.
Voor vrouwen die borstvoeding geven, zie rubriek 4.6.
Aanpak bij gemiste tabletten
Als de gebruikster minder dan 12 uur te laat is met de inname van een tablet, is de anticonceptieve bescherming niet verminderd. De vrouw moet de tablet innemen zodra ze eraan denkt en de volgende tabletten op het gebruikelijke tijdstip innemen.
Als ze meer dan 12 uur te laat is met de inname van een tablet, kan de anticonceptieve bescherming verminderd zijn. De aanpak bij gemiste tabletten kan worden gebaseerd op de volgende twee basisregels:
1. de inname van de tabletten mag nooit langer dan 7 dagen worden onderbroken
2. de tabletten moeten 7 dagen ononderbroken worden ingenomen om een adequate suppressie van de hypothalamus-hypofyse-ovariumas te verkrijgen.
Dienovereenkomstig kan voor de dagelijkse praktijk het volgende advies worden gegeven:
- Week 1
De gebruikster moet de laatste gemiste tablet innemen zodra ze eraan denkt, ook als dit betekent dat ze twee tabletten tegelijkertijd moet innemen. Ze gaat dan door met het innemen van de tabletten op het gebruikelijke tijdstip. Daarnaast moet er gedurende de volgende 7 dagen een aanvullende barrièremethode zoals een condoom worden gebruikt. Als er in de voorafgaande 7 dagen geslachtsgemeenschap heeft plaatsgevonden, moet de mogelijkheid van een zwangerschap worden overwogen. Hoe meer tabletten er zijn overgeslagen en hoe dichter bij het gebruikelijke tabletvrije interval, hoe hoger het risico op een zwangerschap.
- Week 2
De gebruikster moet de laatste gemiste tablet innemen zodra ze eraan denkt, ook als dit betekent dat ze twee tabletten tegelijkertijd moet innemen. Ze gaat dan door met het innemen van de tabletten op het gebruikelijke tijdstip. Indien de vrouw de tabletten gedurende de 7 dagen voor de eerste gemiste tablet correct heeft ingenomen, zijn aanvullende anticonceptieve maatregelen niet nodig. Als ze echter meer dan 1 tablet heeft overgeslagen, moet de vrouw het advies krijgen om gedurende 7 dagen aanvullende anticonceptieve maatregelen te nemen.
- Week 3
Er bestaat een risico op verminderde betrouwbaarheid, gezien het aankomende tabletvrije interval van 7 dagen. Door het schema voor de inname van de tabletten aan te passen, kan een verminderde betrouwbaarheid echter nog worden voorkomen.
- Als een van de twee volgende opties wordt gevolgd, zijn aanvullende anticonceptieve maatregelen overbodig, vooropgesteld dat de vrouw gedurende de 7 dagen voorafgaand aan de eerste gemiste tablet alle tabletten correct heeft ingenomen.
- Als dat niet het geval is, moet ze de eerste van beide opties kiezen en tevens aanvullende maatregelen treffen gedurende de volgende 7 dagen.
- De gebruikster moet de laatste gemiste tablet innemen zodra ze eraan denkt, ook als dit betekent dat ze twee tabletten tegelijkertijd moet innemen. Ze gaat dan door met het innemen van de tabletten op het gebruikelijke tijdstip. De volgende blisterverpakking moet worden gestart zodra de huidige blisterverpakking is uitgenomen, d.w.z. dat er geen onderbreking wordt ingelast tussen de twee verpakkingen. De gebruikster zal waarschijnlijk geen dervingsbloeding krijgen voor het einde van de tweede verpakking, maar ze kan spotting of een doorbraakbloeding krijgen op dagen waarop ze tabletten inneemt.
- De vrouw kan ook het advies krijgen om met de inname van de tabletten in de huidige blisterverpakking te stoppen. Ze moet dan een tabletvrij interval van maximaal 7 dagen aanhouden, met inbegrip van de dagen waarop ze tabletten heeft gemist, en vervolgens doorgaan met de volgende blisterverpakking.
Als de vrouw tabletten heeft gemist en vervolgens geen dervingsbloeding krijgt in het eerste normale tabletvrije interval, moet de mogelijkheid van een zwangerschap worden overwogen.
Advies in geval van gastro-intestinale stoornissen
In geval van ernstige gastro-intestinale stoornissen (bv. braken of diarree) is de absorptie mogelijk onvolledig en moeten er aanvullende anticonceptieve maatregelen worden getroffen.
- Als binnen 3-4 uur na inname van de tablet braken optreedt, moet er zo spoedig mogelijk een nieuwe (vervangende) tablet worden ingenomen. De nieuwe tablet moet indien mogelijk binnen 12 uur na het gebruikelijke tijdstip van de inname van de tablet worden ingenomen.
- Als er meer dan 12 uur verstrijken, is het advies voor gemiste tabletten van toepassing, zoals beschreven in rubriek 4.2 ‘Aanpak bij gemiste tabletten’.
Als de vrouw haar normale schema voor de inname van de tabletten niet wil veranderen, moet ze de extra tablet(ten) uit een andere blisterverpakking nemen.
Hoe een dervingsbloeding uitstellen
Om een menstruatie uit te stellen moet de vrouw doorgaan met een andere blisterverpakking van Drospibel, zonder een tabletvrij interval. De verlenging kan zo lang als gewenst worden voortgezet, tot het einde van de tweede verpakking. Tijdens de verlenging kan de vrouw een doorbraakbloeding of spotting vertonen. De normale inname van Drospibel wordt vervolgens hervat na het gebruikelijke tabletvrije interval van 7 dagen.
Om haar menstruatie naar een andere dag van de week te verschuiven dan de vrouw gewend is met haar huidige schema, kan ze het advies krijgen om haar volgende tabletvrije interval in te korten met het aantal dagen dat ze wenst. Hoe korter het interval, hoe hoger de kans dat ze geen dervingsbloeding krijgt en dat ze tijdens de volgende verpakking een doorbraakbloeding en spotting krijgt (net als bij het uitstellen van een menstruatie).
Aanvullende informatie over speciale patiëntengroepen
Pediatrische patiënten
Drospibel is enkel geïndiceerd na de menarche. Gebaseerd op epidemiologisch onderzoek verzameld bij meer dan 2000 adolescente vrouwen jonger dan 18 jaar, zijn er geen gegevens die aantonen dat de veiligheid en doeltreffendheid in deze jonge leeftijdsgroep verschilt met hetgeen gekend is bij vrouwen ouder dan 18 jaar.
Ouderen
Drospibel Continu is niet geïndiceerd na de menopauze.
Patiënten met leverinsufficiëntie
Drospibel Continu is gecontra-indiceerd bij vrouwen met ernstige leveraandoeningen (zie rubriek 4.3 en 5.2).
Patiënten met nierinsufficiëntie
Drospibel Continu is gecontra-indiceerd bij vrouwen met ernstige nierinsufficiëntie of acuut nierfalen (zie rubriek 4.3 en 5.2).
Wijze van toediening
Voor oraal gebruik
4.3 Contra-indicaties
Gecombineerde hormonale anticonceptiva (CHC’s) mogen bij de volgende aandoeningen niet worden gebruikt. Mocht een van deze aandoeningen voor het eerst optreden tijdens het gebruik van CHC’s dan moet de inname van het product onmiddellijk worden stopgezet.
- Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Aanwezigheid van of risico op veneuze trombo-embolie (VTE)
- Veneuze trombo-embolie – huidige VTE (inname van antistollingsmiddelen) of een voorgeschiedenis daarvan (bv. diepe veneuze trombose [DVT] of longembolie [PE])
- Bekende erfelijke of verworven predispositie voor veneuze trombo-embolie, zoals APC-resistentie (waaronder factor V-Leiden), antitrombine-III-deficiëntie, proteïne C-deficiëntie, proteïne S-deficiëntie
- Zware operatie met langdurige immobilisatie (zie rubriek 4.4)
- Een hoog risico op veneuze trombo-embolie als gevolg van de aanwezigheid van meerdere risicofactoren (zie rubriek 4.4)
- Aanwezigheid van of risico op arteriële trombo-embolie (ATE)
- Arteriële trombo-embolie – huidige arteriële trombo-embolie, voorgeschiedenis van arteriële trombo-embolie (bv. myocardinfarct) of een prodromale aandoening (bv. angina pectoris)
- Cerebrovasculaire ziekte – huidige beroerte, voorgeschiedenis van beroerte of een prodromale aandoening (bv. transiënte ischemische aanval, TIA)
- Bekende erfelijke of verworven predispositie voor arteriële trombo-embolie, zoals hyperhomocysteïnemie en antifosfolipiden-antistoffen (anticardiolipine-antistoffen, lupusanticoagulans).
- Voorgeschiedenis van migraine met focale neurologische symptomen.
- Een hoog risico op arteriële trombo-embolie als gevolg van meerdere risicofactoren (zie rubriek 4.4) of door de aanwezigheid van één ernstige risicofactor zoals:
- diabetes mellitus met vasculaire symptomen
- ernstige hypertensie
- ernstige dyslipoproteïnemie
- Aanwezigheid of voorgeschiedenis van ernstig leverlijden zo lang de leverfunctiewaarden nog niet genormaliseerd zijn
- Ernstige nierinsufficiëntie of acuut nierfalen
- Aanwezigheid of voorgeschiedenis van levertumoren (goedaardige of kwaadaardige)
- Bekende of vermoede kanker die door geslachtshormonen wordt beïnvloed (bv. van de geslachtshormonen of de borsten)
- Niet gediagnosticeerde vaginale bloeding
Drospibel is gecontra-indiceerd voor gelijktijdig gebruik met geneesmiddelen die ombitasvir/paritaprevir/ritonavir en dasabuvir of glecaprevir / pibrentasvir of sofosbuvir/velpatasvir/voxilaprevir bevatten (zie rubriek 4.5).
4.8 Bijwerkingen
Voor ernstige bijwerkingen bij COC-gebruiksters, zie rubriek 4.4.
De volgende bijwerkingen werden gemeld tijdens het gebruik van Drospibel.
Systeem/orgaanklasse | Frequentie van bijwerkingen | |||
| Vaak | Soms | Zelden | Niet bekend |
Immuunsysteemaandoeningen |
|
| Overgevoeligheid | Verergering van symptomen van erfelijk en verworven angio-oedeem |
Psychische stoornissen | Neerslachtigheid | Verhoogd libido |
|
|
Zenuwstelselaandoeningen | Hoofdpijn |
|
|
|
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen |
|
| Hypoacusis |
|
Bloedvataandoeningen | Migraine | Hypertensie | Veneuze trombo-embolie (VTE) |
|
Maag-darmstelselaandoeningen | Nausea | Braken |
|
|
Huid- en onderhuidaandoeningen |
| Acne | Erythema nodosum, Erythema multiforme |
|
Voortplantingsstelsel- en | Menstruatiestoornissen, | Vergroting van de borsten, | Afscheiding uit de borsten |
|
Algemene | | Vochtretentie |
|
|
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Er werd een verhoogd risico op arteriële en veneuze trombotische en trombo-embolische voorvallen, met inbegrip van myocardinfarct, beroerte, transiënte ischemische aanvallen, veneuze trombose en longembolie waargenomen bij vrouwen die CHC’s gebruikten. In rubriek 4.4 worden deze bijwerkingen nader toegelicht.
De volgende ernstige bijwerkingen zijn gemeld bij vrouwen die COC’s gebruikten. In rubriek 4.4 worden deze bijwerkingen toegelicht:
• veneuze trombo-embolische stoornissen;
• arteriële trombo-embolische stoornissen;
• hypertensie;
• levertumoren;
• optreden of verergering van aandoeningen waarbij een verband met COC-gebruik niet conclusief is: ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, epilepsie, baarmoedermyoom, porfyrie, systemische lupus erythematosus, herpes gestationis, sydenhamchorea, hemolytisch-uremisch syndroom, cholestatische geelzucht;
• chloasma;
• bij acute of chronische stoornissen van de leverfunctie kan het nodig zijn om het gebruik van het COC stop te zetten totdat de merkers van de leverfunctie weer genormaliseerd zijn.
Bij gebruiksters van COC’s is de frequentie van de diagnose borstkanker zeer licht verhoogd. Aangezien borstkanker zelden voorkomt bij vrouwen jonger dan 40 jaar, is het aantal extra gevallen klein in verhouding tot het totale risico op borstkanker. Een oorzakelijk verband met COC-gebruik is niet bekend. Voor meer informatie, zie rubrieken 4.3 en 4.4.
Interacties
Doorbraakbloeding en/of falen van de anticonceptie kan een gevolg zijn van interacties van andere geneesmiddelen (enzyminduceerders) met orale anticonceptiva (zie rubriek 4.5).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
Afdeling Vigilantie
Galileelaan 5/03 | Postbus 97 |
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Effik Benelux NV/SA
Lenniksebaan 451
1070 Anderlecht
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE408073
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Datum van goedkeuring van de tekst: 11/2022
[1] De incidentie werd geschat op basis van alle epidemiologische studiegegevens, met gebruik van relatieve risico’s voor de verschillende producten, vergeleken met levonorgestrel bevattende CHC’s.
[2] Middelste punt van het bereik van 5-7 per 10.000 vrouwjaren, op basis van een relatief risico voor CHC’s die levonorgestrel bevatten versus niet-gebruik van ongeveer 2,3 tot 3,6
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2912061 | DROSPIBEL 0,03 MG OMHULDE TABL 3 X 21 | G03AA12 | € 24,24 | - | Ja | € 15,24 | € 15,24 |
| 2912079 | DROSPIBEL 0,03 MG OMHULDE TABL 6 X 21 | G03AA12 | € 40,08 | - | Ja | € 22,08 | € 22,08 |
| 2912087 | DROSPIBEL 0,03 MG OMHULDE TABL 13 X 21 | G03AA12 | € 80 | - | Ja | € 41 | € 41 |
