SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
CIBEL 0,250 mg/0,035 mg tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke tablet bevat 0,250 mg norgestimaat en 0,035 mg ethinylestradiol.
Hulpstof met bekend effect:
Lactose 86 mg
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tablet. Blauw, rond, biconvex tablet, aan beide zijden voorzien van de opdruk “C 250”. De tabletten hebben een diameter van 6,35 mm (6,25 – 6,45 mm) en een dikte van 2,5 mm (2,0 – 3,0 mm).
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Anticonceptie bij vrouwen
Bij de beslissing om CIBEL voor te schrijven moet rekening worden gehouden met de huidige risicofactoren van de individuele vrouw, in het bijzonder met de risicofactoren voor veneuze trombo-embolie (VTE) en hoe het risico op VTE bij CIBEL zich verhoudt tot het risico bij andere gecombineerde hormonale anticonceptiva (CHC’s) (zie rubrieken 4.3 en 4.4).
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Hoe gebruikt u CIBEL?
De tabletten moeten elke dag rond hetzelfde tijdstip worden ingenomen, zo nodig met wat vloeistof, in de volgorde die is aangegeven op de blisterverpakking. Er dient gedurende 21 opeenvolgende dagen elke dag een tablet te worden ingenomen. Elke volgende strip wordt begonnen na onderbreking van 7 tabletvrije dagen, waarin gewoonlijk een onttrekkingsbloeding optreedt. Deze begint meestal 2 tot 3 dagen na de laatste tablet en is mogelijk nog niet afgelopen als gestart wordt met de volgende strip.
Hoe begint u met CIBEL?
- Geen voorafgaand gebruik van hormonale anticonceptiemiddelen (in de afgelopen maand)
Het innemen van de tabletten moet beginnen op de eerste dag van de natuurlijke cyclus van de vrouw (d.w.z. de eerste dag van haar menstruele bloeding).
- Beginnen op dag 2 tot 5 is toegestaan maar in dat geval wordt voor de eerste 7 dagen van de eerste cyclus een aanvullende barrièremethode aanbevolen.
Overschakeling van een gecombineerd hormonaal anticonceptiemiddel (gecombineerd oraal anticonceptiemiddel (combinatie-OAC), vaginale anticonceptiering of transdermale anticonceptiepleister)
De vrouw dient bij voorkeur met CIBEL te beginnen op de dag na de laatste werkzame tablet (de laatste tablet met werkzame bestanddelen) van haar vorige combinatie-OAC, maar niet later dan op de dag na de gebruikelijke tabletvrije dagen of de laatste niet-werkzame tablet van haar vorige combinatie-OAC). Als er een vaginale ring of transdermale pleister werd gebruikt, dient de vrouw bij voorkeur het gebruik van CIBEL te beginnen op de dag van verwijdering, doch uiterlijk op het moment waarop de volgende toepassing plaats zou moeten vinden.
Overschakeling van een anticonceptiemethode met alleen een progestageen hormoon (anticonceptiepil met alleen een progestageen hormoon, prikpil, implantaat) of een progestageen-afgevend spiraaltje (IUS)
Overschakelen van een anticonceptiepil met alleen een progestageen hormoon mag elke dag (bij een implantaat of spiraaltje op de dag dat dit wordt verwijderd, bij de prikpil op de dag dat de vrouw de volgende injectie zou moeten krijgen) maar er dient in alle gevallen te worden geadviseerd om de eerste 7 dagen van het gebruik van CIBEL wél een extra barrièremethode te gebruiken.
Na een abortus in het eerste trimester
De vrouw kan direct beginnen. Als zij dit doet, hoeft ze geen aanvullende anticonceptiemaatregelen te nemen.
Na een bevalling of abortus in het tweede trimester
Vrouwen moeten worden geadviseerd om 21 tot 28 dagen na de bevalling of de abortus in het tweede trimester te beginnen. Als er later wordt begonnen, moet worden geadviseerd om daarnaast gedurende de eerste 7 dagen een barrièremethode te gebruiken. Als er echter al gemeenschap heeft plaatsgevonden dient een zwangerschap te worden uitgesloten voordat met het combinatie-OAC wordt gestart of moet de vrouw wachten op haar eerste menstruatie. Voor vrouwen die borstvoeding geven zie rubriek 4.6.
Beleid van vergeten tabletten
Als de gebruikster minder dan 12 uur te laat is met het innemen van een tablet, is de bescherming tegen zwangerschap niet verminderd. De vrouw dient de tablet dan in te nemen zodra ze eraan denkt en neemt de volgende tabletten weer op de gebruikelijke tijd in.
Als ze meer dan 12 uur te laat is met het innemen van een tablet, kan de bescherming tegen zwangerschap verminderd zijn. Het beleid van de vergeten tabletten kan dan worden bepaald op geleide van de volgende twee basisregels:
1. Het innemen van tabletten mag nooit langer dan 7 achtereenvolgende dagen onderbroken worden.
2. Tabletten moeten 7 dagen zonder onderbreking worden ingenomen om de hypothalamus-hypofyse-ovarium as voldoende te onderdrukken.
Op basis hiervan kan in de dagelijkse praktijk het volgende advies worden gegeven:
• Week 1
De gebruikster dient de vergeten tablet in te nemen zodra ze eraan denkt, zelfs als dat betekent dat ze twee tabletten op hetzelfde moment in moet nemen. Daarna neemt ze de tabletten weer op de gebruikelijke tijd in. Daarnaast dient de volgende 7 dagen een betrouwbare niet-hormonale anticonceptiemethode, bijvoorbeeld een condoom, te worden gebruikt. Als er in de voorafgaande 7 dagen gemeenschap heeft plaatsgevonden, kan er sprake zijn van een zwangerschap. Hoe meer tabletten vergeten zijn en hoe dichter dit bij de gebruikelijke stopweek is, hoe hoger de kans op een zwangerschap is.
• Week 2
De gebruikster dient de vergeten tablet in te nemen zodra ze eraan denkt, zelfs als dat betekent dat ze twee tabletten op hetzelfde moment in moet nemen. Daarna neemt ze de tabletten weer op de gebruikelijke tijd in. Er hoeven geen extra voorbehoedsmiddelen te worden gebruikt als de vrouw de tabletten correct heeft ingenomen in de 7 dagen voorafgaand aan de eerste vergeten tablet. Als dit echter niet het geval is, of als ze meer dan 1 tablet vergeten heeft in te nemen, moet geadviseerd worden om gedurende 7 dagen een betrouwbare niet-hormonale anticonceptiemethode te gebruiken.
• Week 3
Het risico van verminderde betrouwbaarheid is aanzienlijk gezien de aankomende tabletvrije onderbreking. Toch kan verminderde anticonceptiebescherming nog worden voorkomen door aanpassing van het schema van de tabletinname. Door een van de volgende twee opties aan te houden is het dus niet nodig om extra voorbehoedmiddelen te gebruiken, mits de vrouw alle tabletten correct heeft ingenomen in de 7 dagen voorafgaand aan de eerste vergeten tablet Als dit niet het geval is, dient de vrouw te worden geadviseerd om de eerste van deze twee opties op te volgen en daarnaast tevens gedurende de volgende 7 dagen ook gebruik te maken van een betrouwbare niet-hormonale anticonceptiemethode.
1. De gebruikster dient de laatste vergeten tablet in te nemen zodra ze eraan denkt, zelfs als dat betekent dat ze twee tabletten op hetzelfde moment in moet nemen. Daarna neemt ze de tabletten weer op de gebruikelijke tijd in. Er dient direct te worden begonnen met de volgende strip als de huidige strip op is, d.w.z. dat er geen stopweek tussen de strips mag zijn. Het is niet waarschijnlijk dat de gebruikster de gebruikelijke onttrekkingsbloeding voor het eind van de tweede strip krijgt, maar er kan wel sprake zijn van ‘spotting’ of doorbraakbloeding tijdens het innemen van de tabletten.
2. De vrouw kan eveneens worden geadviseerd om de inname van tabletten van de huidige strip te onderbreken. Ze dient dan een tabletvrije periode van 7 dagen, inclusief de dagen dat ze de tablet heeft vergeten, in te lassen en vervolgens verder gaan met een nieuwe strip.
Als de vrouw één of meer van de tabletten in een strip heeft vergeten en geen onttrekkingsbloeding krijgt tijdens de eerstvolgende tabletvrije periode, moet rekening worden gehouden met een mogelijke zwangerschap.
Het uitstellen van een onttrekingsbloeding
Om de menstruatie uit te stellen kan de vrouw direct verder gaan met een nieuwe strip van CIBEL in plaats van met een tabletvrije periode. Het uitstellen kan net zo lang als gewenst worden uitgesteld tot het einde van de tweede strip. Tijdens het uitstel kan de vrouw last krijgen van doorbraakbloeding of ‘spotting’. Na de gebruikelijke tabletvrije stopweek wordt het normale gebruik van CIBEL weer hervat.
Om de menstruatie te verplaatsen naar een andere dag van de week dan met haar gebruikelijke schema, kan de vrouw geadviseerd worden om de eerstvolgende tabletvije stopweek met een aantal dagen naar wens in te korten. Hoe korter de onderbreking, hoe groter het risico dat zij geen onttrekkingsbloeding krijgt doch slechts een doorbraakbloeding of ‘spotting’ tijdens het gebruik van de volgende strip (precies als bij het uitstellen van de menstruatie).
Advies in geval van gastro-intestinale storingen
Als er sprake is van ernstige gastro-intestinale storingen (bijv. braken of diarree), kan de opname onvolledig zijn en moeten er aanvullende anticonceptiemaatregelen worden getroffen. Als het braken zich binnen 3 tot 4 uur na het innemen van de tablet voordoet, dient een nieuw (vervangen) tablet zo snel mogelijk te worden ingenomen. De nieuwe tablet moet zo mogelijk binnen 12 uur vanaf het gebruikelijke moment van inname worden ingenomen. Als er meer dan 12 uur zijn verstreken, is het advies omtrent vergeten tabletten, zoals gegeven in rubriek 4.2. “Beleid van vergeten tabletten” van toepassing. Als de vrouw haar normale schema voor het innemen van de tabletten niet wil wijzigen, dient ze de extra tablet(ten) uit een andere strip te halen.
Speciale populaties
Ouderen
Gebruik van dit product is niet geïndiceerd voor postmenopauzale vrouwen.
Pediatrische patiënten
Gebruik van dit product voor de menarche is niet aanbevolen.
Wijze van toediening Oraal
CIBEL kan met of zonder voedsel ingenomen worden, zo nodig met een beetje water.
4.3 Contra-indicaties
Gecombineerde hormonale anticonceptiva (CHC's) mogen in de volgende situaties niet worden gebruikt. Als een van de omstandigheden zich manifesteert tijdens het gebruik van CHC’s, dient het gebruik ervan onmiddellijk onderbroken te worden.
• Aanwezigheid van of risico op veneuze trombo-embolie (VTE)
○ Veneuze trombo-embolie – bestaande VTE (bij antistollingsmiddelen) of eerder doorgemaakte VTE (bijv. diepe veneuze trombose [DVT] of longembolie [PE]);
○ Bekende erfelijke of verworven predispositie voor veneuze trombo-embolie, bijvoorbeeld
APC-resistentie, (waaronder Factor V Leiden deficiëntie), antitrombine III-deficiëntie, proteïne C-deficiëntie, proteïne S-deficiëntie;
○ Zware operatie met langdurige immobilisatie (zie rubriek 4.4.);
○ Een hoog risico op veneuze trombo-embolie door de aanwezigheid van meerdere risicofactoren (zie rubriek 4.4);
• Aanwezigheid van of risico op arteriële trombo-embolie (ATE)
○ Arteriële trombo-embolie – bestaande arteriële trombo-embolie, eerder doorgemaakte
arteriële trombo-embolie (bijv. myocardinfarct) of prodromale aandoening (bijv. angina
pectoris);
○ Cerebrovasculaire ziekte – bestaande beroerte, eerder doorgemaakte beroerte of prodromale aandoening (bijv. transiënte ischemische aanval (TIA));
○ Bekende erfelijke of verworven predispositie voor arteriële trombo-embolie, bijvoorbeeld hyperhomocysteïnemie en antifosfolipiden-antistoffen (anticardiolipine-antistoffen, lupusanticoagulans);
○ Voorgeschiedenis van migraine met focale neurologische symptomen;
○ Een hoog risico op arteriële trombo-embolie als gevolg van meerdere risicofactoren (zie rubriek 4.4) of door de aanwezigheid van een ernstige risicofactor, zoals:
– diabetes mellitus met vasculaire symptomen
– ernstige hypertensie
– ernstige dyslipoproteïnemie
• Bestaande of eerder doorgemaakte ernstige leveraandoeningen zolang de leverfunctiewaarden niet zijn genormaliseerd
• Bestaande of eerder aanwezige levertumoren (goedaardig of kwaadaardig)
• Bekende of vermoede geslachtshormoonafhankelijke maligne aandoeningen van de geslachtsorganen of de borsten
• Endometriumhyperplasie
• Onverklaarde vaginale bloedingen
• Cholestatische geelzucht tijdens zwangerschap of geelzucht bij eerder pilgebruik
• Aandoeningen van de hartkleppen met complicaties
• Pancreatitis of een voorgeschiedenis hiervan die samenhangt met ernstige hypertriglyceridemie
• Bekende of vermoede zwangerschap
• Overgevoeligheid voor de werkzame stof(fen) of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen)
• Gelijktijdig gebruik met geneesmiddelen die ombitasvir/paritaprevir/ritonavir en dasabuvir of geneesmiddelen die glecaprevir / pibrentasvir of sofosbuvir/velpatasvir/voxilaprevir bevatten (zie rubriek 4.5).
• Gelijktijdig gebruik met tranexaminezuur
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De onderstaande tabel geeft alle bijwerkingen die zijn gemeld bij het gebruik van CIBEL tijdens klinische studies of van postmarketing ervaringen met norgestimaat en ethinylestradiol tabletten.
Frequenties worden als volgt omschreven: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥1/100, <1/10); soms (≥1/1.000, <1/100); zelden (≥1/10.000, <1/1.000); zeer zelden (<1/10.000); en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm | |
SOC | Bijwerking |
Infecties en parasitaire aandoeningen | |
vaak | infectie van de urinewegen, vaginale infectie |
Neoplasmata benigne, maligne en niet gespecificeerd (inclusief cysten en poliepen) | |
zelden | borstcyste |
Immuunsysteemaandoeningen | |
vaak | overgevoeligheid |
niet bekend1 | verergering van symptomen van erfelijk en verworven angio-oedeem |
Voedings- en stofwisselingsstoornissen | |
vaak | vochtretentie |
Psychiatrische stoornissen | |
vaak | depressie, nervositeit, stemmingswijziging, slapeloosheid |
Zenuwstelselaandoeningen | |
zeer vaak vaak | hoofdpijn |
Oogaandoeningen | |
soms | gezichtsvermogen afgenomen, droge ogen |
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen | |
zelden | vertigo |
Hartaandoeningen | |
soms zelden | palpitaties tachycardie |
CIBEL – IT/H/0735/001 BE571440
SPC-nl-clean
1 Deze post-marketing bijwerkingen zijn niet tijdens de klinische studies gezien. Daarom kan de werkelijke incidentie van deze gevallen niet worden geschat op basis van de beschikbare gegevens.
2 Zie rubriek 4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik en bijbehorende lokale rubrieken op lager niveau.
3 Vermeld als misselijkheid of overgeven.
4 Incidentie van de bijwerkingen gerapporteerd per cyclus; frequentiecategorie gebaseerd op de hoogste gepoolde incidentie in de behandelingscyclus 1.
5 Incidentie van de bijwerkingen gerapporteerd per cyclus; frequentiecategorie gebaseerd op de hoogste gepoolde incidentie in de behandelingscyclus 12.
6 Deze berekende incidentie kan iets hoger uitvallen dan de werkelijke incidentie, daar meer dan 1 voorval in de klinische studie werd beschreven met de bij de MedDRA vastgelegde term “Rugpijn”. Het is mogelijk dat dezelfde persoon/personen meer dan 1 van de omschrijvingen heeft gemeld en daardoor meer dan eenmaal is meegeteld voor de vastgelegde term “Rugpijn”.
7 Hogergeplaatse omschrijving: frequentieklasse gebaseerd op incidentie van meest gebruikte vastgelegde term binnen de hogergeplaatste omschrijving van asthenie-aandoeningen van gepoolde klinische testgegevens, namelijk vermoeidheid.
8 Hieronder valt ook hepatische veneuze trombose.
Beschrijving van de geselecteerde bijwerkingen
Bij vrouwen die CHC’s gebruiken is een verhoogd risico op arteriële en veneuze trombotische en trombo-embolische verschijnselen waargenomen, waaronder myocardinfarct, beroerte, transiënte ischemische aanvallen, veneuze trombose en longembolie, die in rubriek 4.4 nader worden besproken.
De volgende ernstige bijwerkingen werden gemeld bij vrouwen die CHC’s gebruiken, welke worden besproken in rubriek 4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik:
- Veneuze trombo-embolische aandoeningen;
- Arteriële trombo-embolische aandoeningen;
- Hypertensie;
- Levertumoren;
- Optreden of verslechtering van aandoeningen waarvan het verband met het gebruik van CHC’s niet overtuigend is:
ziekte van Crohn, ulceratieve colitis, epilepsie, vleesboom, porfyrie, systemische lupus erythematosus, herpes gestationis, chorea van Sydenham, hemolytisch-uremisch syndroom, cholestatische geelzucht; - Chloasma;
- Bij acute of chronische leverfunctiestoornissen kan het noodzakelijk zijn het gebruik van het CHC te staken totdat de leverwaarden genormaliseerd zijn.
- Bij vrouwen met erfelijk angio-oedeem kunnen exogene oestrogenen symptomen van angio-oedeem induceren of verergeren.
De frequentie van de diagnose borstkanker is licht toegenomen bij gebruiksters van CHC’s. Omdat borstkanker zelden voorkomt bij vrouwen onder de 40 jaar, is het aantal extra gevallen klein vergeleken met het levenslange risico op borstkanker. Verband met gebruik van CHC’s is niet bekend. Zie voor meer informatie de rubrieken 4.3 en 4.4.
Interacties
Doorbraakbloedingen en/of falen van de anticonceptiemiddelen kunnen het gevolg zijn van interacties van andere geneesmiddelen (enzyminducers) met orale anticonceptiemiddelen (zie rubriek 4.5).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen
te melden via
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie :
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
E-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EFFIK Benelux NV/SA
Lenniksebaan 451
1070 Anderlecht (Brussel)
België
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE571440
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Herzieningsdatum : 02/2025
Goedkeuringsdatum: 05/2025
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 4570891 | CIBEL 0,250MG/0,035MG TABL 3 X 21 | € 25,68 | - | Ja | € 16,68 | € 16,68 | |
| 4570917 | CIBEL 0,250MG/0,035MG TABL 13 X 21 | € 77,31 | - | Ja | € 38,31 | € 38,31 |

