1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Crestor 5 mg, filmomhulde tabletten.
Crestor 10 mg, filmomhulde tabletten.
Crestor 20 mg, filmomhulde tabletten.
Crestor 40 mg, filmomhulde tabletten.
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
5 mg: Elke tablet bevat 5 mg rosuvastatine (als rosuvastatine calcium). Elke tablet bevat 94,88 mg lactosemonohydraat.
10 mg: Elke tablet bevat 10 mg rosuvastatine (als rosuvastatine calcium). Elke tablet bevat 91,3 mg lactose monohydraat.
20 mg: Elke tablet bevat 20 mg rosuvastatine (als rosuvastatine calcium). Elke tablet bevat 182,6 mg lactosemonohydraat.
40 mg: Elke tablet bevat 40 mg rosuvastatine (als rosuvastatine calcium). Elke tablet bevat 168,32 mg lactosemonohydraat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
5 mg: Filmomhulde tablet.
Ronde, geelkleurige tabletten gemerkt met ‘ZD4522’ en ‘5’ aan de ene zijde en effen aan de andere zijde.
10 mg: Filmomhulde tablet.
Ronde, rozekleurige tabletten gemerkt met ‘ZD4522’ en ‘10’ aan de ene zijde en effen aan de andere zijde.
20 mg: Filmomhulde tablet.
Ronde, rozekleurige tabletten gemerkt met ‘ZD4522’ en ‘20’ aan de ene zijde en effen aan de andere zijde.
40 mg: Filmomhulde tablet.
Ovale, rozekleurige tabletten gemerkt met ‘ZD4522’ aan de ene zijde en ‘40’ aan de andere zijde.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Behandeling van hypercholesterolemie
Volwassenen, adolescenten en kinderen vanaf 6 jaar met primaire hypercholesterolemie (type IIa, inclusief heterozygote familiaire hypercholesterolemie) of gemengde (gecombineerde) dyslipidemie (type IIb) als adjuvans bij dieet, wanneer de respons op dieet en andere niet farmacologische behandelingen (bijvoorbeeld lichaamsbeweging, gewichtsvermindering) onvoldoende is.
Volwassenen, adolescenten en kinderen vanaf 6 jaar met homozygote familiaire hypercholesterolemie, als adjuvans bij dieet en andere lipidenverlagende behandelingen (bijvoorbeeld LDL aferese) of als zulke behandelingen niet zijn aangewezen.
Preventie van cardiovasculaire incidenten
Preventie van belangrijke cardiovasculaire incidenten bij patiënten waarvan verwacht wordt dat ze een groot risico lopen op een eerste cardiovasculair incident (zie rubriek 5.1), als aanvulling op de correctie van andere risicofactoren.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Alvorens de behandeling te starten dient de patiënt een standaard cholesterolverlagend dieet te volgen dat tijdens de behandeling dient te worden voortgezet. De dosering dient individueel te worden bepaald afhankelijk van de doelstelling van de behandeling en de respons van de patiënt met gebruikmaking van de huidige consensus richtlijnen.
Crestor kan op elk moment van de dag worden ingenomen, met of zonder voedsel.
Behandeling van hypercholesterolemie
De aanbevolen startdosering is voor zowel statine naïeve patiënten als patiënten die geswitcht worden van een andere HMG-CoA reductaseremmer eenmaal daags 5 of 10 mg oraal. Bij de keuze van een startdosering dient zowel met de individuele cholesterolspiegel van de patiënt en met het toekomstig cardiovasculaire risico als met het potentiële risico van bijwerkingen (zie hieronder) rekening te worden gehouden. Indien nodig kan na 4 weken de dosering worden verhoogd naar het volgende doseringsniveau (zie rubriek 5.1). In het kader van de toegenomen meldingsfrequentie van bijwerkingen met de 40 mg dosering vergeleken met de lagere doseringen (zie rubriek 4.8), dient de maximale dosering van 40 mg alleen te worden overwogen bij patiënten met ernstige hypercholesterolemie met een verhoogd cardiovasculair risico (met name patiënten met familiaire hypercholesterolemie), die de doelstelling van de behandeling niet bereiken met 20 mg en bij wie een regelmatige controle zal worden uitgevoerd (zie rubriek 4.4). Wanneer met de 40 mg dosering wordt begonnen, wordt controle door een specialist geadviseerd.
Preventie van cardiovasculaire aandoeningen
Tijdens de cardiovasculaire risicoreductie studie, was de gebruikte dosis 20 mg per dag (zie rubriek 5.1).
Pediatrische patiënten
Het gebruik door kinderen wordt alleen geadviseerd na consultatie van een medisch specialist.
Kinderen en adolescenten van 6 tot 17 jaar (Tanner stadium < II-V).
Heterozygote familiaire hypercholesterolemie
Bij kinderen en adolescenten met heterozygote familiaire hypercholesterolemie is de gebruikelijke startdosering 5 mg per dag.
• Bij kinderen van 6 tot 9 jaar met heterozygote familiaire hypercholesterolemie is het gebruikelijke doseringsbereik 5-10 mg, oraal, eenmaal daags. De veiligheid en werkzaamheid van doseringen boven de 10 mg zijn niet onderzocht bij deze patiëntenpopulatie.
• Bij kinderen van 10 tot 17 jaar met heterozygote familiaire hypercholesterolemie is het gebruikelijke doseringsbereik 5-20 mg, oraal, eenmaal daags. De veiligheid en werkzaamheid van doseringen boven de 20 mg zijn niet onderzocht bij deze patiëntenpopulatie.
De dosering wordt aangepast in functie van de individuele respons en verdraagzaamheid bij pediatrische patiënten, overeenkomstig met de pediatrische behandelrichtlijnen (zie rubriek 4.4). Kinderen en adolescenten dienen een standaard cholesterolverlagend dieet te volgen voor aanvang van de behandeling met rosuvastatine. Dit dieet dient tijdens de behandeling met rosuvastatine te worden voortgezet.
Homozygote familiaire hypercholesterolemie
Bij kinderen van 6 tot 17 jaar met homozygote familiaire hypercholesterolemie is de aanbevolen maximale dosis 20 mg eenmaal per dag.
Een startdosering van 5 tot 10 mg eenmaal daags afhankelijk van leeftijd, gewicht en voorafgaand statine gebruik wordt geadviseerd. Titratie tot de maximale dosering van 20 mg eenmaal daags moet uitgevoerd worden op basis van de individuele respons en verdraagzaamheid bij pediatrische patiënten zoals aanbevolen door de pediatrische behandelingsaanbevelingen (zie rubriek 4.4). Kinderen en adolescenten dienen een standaard cholesterolverlagend dieet te volgen voor initiatie van een behandeling met rosuvastatine; dit dieet dient voortgezet te worden tijdens de behandeling met rosuvastatine.
De ervaring met andere doses dan 20 mg in deze populatie is beperkt.
De 40 mg tablet is niet geschikt voor gebruik door kinderen.
Kinderen onder de 6 jaar
De veiligheid en werkzaamheid van het gebruik bij kinderen jonger dan 6 jaar zijn niet onderzocht. Daarom wordt het gebruik van Crestor afgeraden bij kinderen jonger dan 6 jaar.
Gebruik door ouderen
Bij patiënten > 70 jaar wordt een startdosering van 5 mg aanbevolen (zie rubriek 4.4). Er is geen andere doseringsaanpassing nodig in relatie tot leeftijd.
Dosering bij patiënten met nierinsufficiëntie
Bij patiënten met milde tot matige nierinsufficiëntie is het niet nodig de dosering aan te passen. Bij patiënten met een matige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 60 ml/min) wordt een startdosering van 5 mg aanbevolen. De 40 mg dosering is bij patiënten met matige nierinsufficiëntie gecontraïndiceerd. Het gebruik van Crestor bij patiënten met een ernstige nierinsufficiëntie is gecontraïndiceerd voor alle doseringen (zie rubrieken 4.3 en 5.2).
Dosering bij patiënten met leverinsufficiëntie
Er is geen toegenomen systemische blootstelling aan rosuvastatine waargenomen bij patiënten met een Child-Pugh score van 7 of lager. Een toegenomen systemische blootstelling is echter wel waargenomen bij patiënten met een Child-Pugh score van 8 en 9 (zie rubriek 5.2). Bij deze patiënten dient een beoordeling van de nierfunctie te worden overwogen (zie rubriek 4.4). Er is geen ervaring bij patiënten met een Child-Pugh score hoger dan 9. Crestor is gecontraïndiceerd bij patiënten met een actieve leverziekte (zie rubriek 4.3).
Ras
Bij Aziatische patiënten is een verhoogde systemische blootstelling waargenomen (zie rubrieken 4.3, 4.4 en 5.2). De aanbevolen startdosering bij patiënten van Aziatische oorsprong is 5 mg. De 40 mg dosering is gecontraïndiceerd bij deze patiënten.
Genetische polymorfie
Genotypes van SLCO1B1 (OATP1B1) c.521CC en ABCG2 (BCRP) c.421AA blijken geassocieerd te zijn met een verhoogde blootstelling aan rosuvastatine. Voor patiënten waarvan bekend is dat ze het c.521CC- of c.421AA-genotype hebben, wordt de helft van de gewoonlijk aanbevolen dosis en een maximale eenmaal daagse dosis van 20 mg Crestor aanbevolen (zie rubrieken 4.4, 4.5 en 5.2).
Dosering voor patiënten met predisponerende factoren voor myopathie
Bij patiënten met predisponerende factoren voor myopathie is de aanbevolen startdosering 5 mg (zie rubriek 4.4).
De 40 mg dosering is voor sommige van deze patiënten gecontraïndiceerd (zie rubriek 4.3).
Gelijktijdige therapieën
Rosuvastatine is een substraat van verschillende transporteiwitten (bv. OATP1B1 en BCRP). Er bestaat een verhoogd risico op myopathie (inclusief rhabdomyolyse) wanneer Crestor gelijktijdig wordt toegediend met bepaalde geneesmiddelen die, als gevolg van interacties met deze transporteiwitten, de rosuvastatine plasmaconcentraties kunnen verhogen (bv. Ciclosporine, ticagrelor en bepaalde proteaseremmers, inclusief combinaties van ritonavir met atazanavir, lopinavir en/of tipranavir; zie rubrieken 4.4 en 4.5). Indien mogelijk dienen alternatieve geneesmiddelen te worden overwogen en, indien nodig, dient te worden overwogen om tijdelijk te stoppen met Crestor. In situaties waarbij gelijktijdige toediening van deze geneesmiddelen met Crestor onvermijdelijk is, dienen de voordelen en risico’s van een gelijktijdige behandeling en aanpassing van de Crestor dosering nauwkeurig te worden afgewogen (zie rubriek 4.5).
4.3 Contra-indicaties
- bij patiënten met overgevoeligheid voor rosuvastatine of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- bij patiënten met actieve leverziekte, inclusief onverklaarbare, aanhoudende verhogingen van serumtransaminases en elke verhoging van serumtransaminases hoger dan 3-maal de bovengrens van de normaalwaarde (ULN).
- bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min).
- bij patiënten met myopathie.
- bij patiënten die gelijktijdig een combinatie van sofosbuvir/velpatasvir/voxilaprevir krijgen (zie rubriek 4.5)
- bij patiënten die tegelijk ciclosporine gebruiken.
- gedurende de zwangerschap en borstvoeding en bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd die geen geschikte anticonceptieve maatregelen nemen.
De 40 mg dosering is gecontraïndiceerd bij patiënten met predisponerende factoren voor myopathie/rhabdomyolyse. Dergelijke factoren omvatten:
- matige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 60 ml/min)
- hypothyroïdie
- persoonlijke of familie anamnese van erfelijke spierziekten
- musculaire toxiciteit met andere HMG-CoA reductaseremmers of fibraten in de anamnese
- alcoholmisbruik
- situaties waarbij verhoogde plasmaspiegels kunnen optreden
- Aziatische patiënten
- gelijktijdig gebruik van fibraten.
(Zie rubrieken 4.4, 4.5 en 5.2).
4.8 Bijwerkingen
De bijwerkingen met Crestor zijn over het algemeen mild en van voorbijgaande aard. Minder dan 4% van de patiënten die behandeld werden met Crestor in gecontroleerd klinisch onderzoek, stopten met het onderzoek vanwege bijwerkingen.
Bijwerkingen in tabelvorm
In de volgende tabel is het bijwerkingenprofiel van rosuvastatine weergegeven, gebaseerd op data uit klinische studies en uitgebreide post-marketing ervaring. De bijwerkingen die hieronder zijn weergegeven zijn gerangschikt op frequentie en systeemorgaanklasse (SOK).
De frequenties aan bijwerkingen zijn gerangschikt conform de volgende conventie: Vaak (≥ 1/100 tot < 1/10); Soms (≥ 1/1.000 tot < 1/100); Zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000); Zeer zelden (< 1/10.000); Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Tabel 2. Bijwerkingen gebaseerd op data uit klinische studies en post-marketing ervaring | |||||
Systeemorgaan klasse | Vaak | Soms | Zelden | Zeer zelden | Niet bekend |
Bloed- en lymfesysteem aandoeningen |
|
| Thrombocytopenie |
|
|
Immuunsysteem aandoeningen |
|
| Overgevoeligheids-reacties, inclusief angio-oedeem |
| Anafylactische reactie |
Endocriene aandoeningen | Diabetes mellitus1 |
|
|
|
|
Psychische aandoeningen |
|
|
|
| Depressie |
Zenuwstelsel | Hoofdpijn |
|
| Polyneuropathie | Perifere neuropathie |
Oogaandoeningen |
|
|
|
| Oculaire myasthenie |
Ademhalingsstelsel-, borstkas-, en mediastinum aandoeningen |
|
|
|
| Hoest |
Maagdarmstelsel aandoeningen | Constipatie |
| Pancreatitis |
| Diarree |
Lever- en galaandoeningen |
|
| Toegenomen levertransaminases | Geelzucht |
|
Huid- en onderhuid aandoeningen |
| Pruritis |
|
| Stevens-Johnson syndroom, Geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Myalgie |
| Myopathie (inclusief myositis) | Artralgie | Peesaandoeningen, soms gecompliceerd door ruptuur |
Nier- en urinewegaandoeningen |
|
|
| Hematurie |
|
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen |
|
|
| Gynaecomastie |
|
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoor-nissen | Asthenie |
|
|
| Oedeem |
1 De frequentie zal afhankelijk zijn van de aan- of afwezigheid van risicofactoren (nuchter bloedglucose ≥ 5,6 mmol/l, BMI > 30 kg/m2, verhoogde triglyceriden, geschiedenis van hypertensie). | |||||
Net zoals bij andere HMG-CoA reductaseremmers lijkt de frequentie van bijwerkingen dosisafhankelijk te zijn.
Effecten op de nieren: Proteïnurie, voornamelijk van tubulaire aard, is met een “dipstick-test” waargenomen bij patiënten die werden behandeld met Crestor. Verschuiving van de urine-eiwit-testuitslag van “afwezig of sporen” naar “++” of meer is waargenomen bij < 1 % van de patiënten op een bepaald ogenblik tijdens de behandeling met 10 en 20 mg en bij ongeveer 3% van de patiënten behandeld met 40 mg. Een kleine toename in de verschuiving van geen of spoor tot + werd waargenomen met een dosering van 20 mg. In de meeste gevallen vermindert of verdwijnt de proteïnurie spontaan bij voortzetting van de behandeling. De herziening van gegevens uit klinische studies en post-marketing ervaring tot op heden, heeft geen causaal verband aangetoond tussen proteïnurie en een acute of progressieve nierziekte.
Hematurie werd waargenomen bij patiënten die behandeld werden met Crestor. Klinische studies tonen aan dat het voorkomen hiervan laag is.
Effecten op de skeletspier: Effecten op de skeletspier zoals bijvoorbeeld myalgie, myopathie (met inbegrip van myositis) en zelden rhabdomyolyse met en zonder acuut nierfalen zijn gerapporteerd bij patiënten die met Crestor werden behandeld met alle doseringen, en in het bijzonder met doseringen > 20 mg.
Een dosisgerelateerde verhoging van de CK-spiegels is bij patiënten die rosuvastatine gebruiken waargenomen; de meerderheid van de gevallen waren mild, asymptomatisch en van voorbijgaande aard. Indien de CK-spiegels zijn verhoogd (> 5 x ULN), dient de behandeling te worden gestaakt (zie rubriek 4.4).
Effecten op de lever: Evenals met andere HMG-CoA reductaseremmers werd bij een klein aantal patiënten dat rosuvastatine gebruikt een dosisafhankelijke toename van de transaminases waargenomen. De meerderheid van deze gevallen was mild, asymptomatisch en van voorbijgaande aard.
Volgende bijwerkingen werden gerapporteerd met sommige statines:
Seksuele dysfunctie
Uitzonderlijke gevallen van interstitiële longziekte, in het bijzonder bij een langetermijn behandeling (zie rubriek 4.4)
Het aantal meldingen van rhabdomyolyse, ernstige nieraandoeningen en ernstige leveraandoeningen (voornamelijk bestaande uit verhoging van levertransaminases) is hoger bij de 40 mg dosis.
Pediatrische populatie: In een 52 weken durende klinische studie werden verhogingen van de creatinine kinase > 10 x ULN en spiersymptomen na inspanning of na verhoogde fysische activiteit vaker waargenomen bij kinderen en adolescenten in vergelijking met volwassenen (zie rubriek 4.4). Overigens was het veiligheidsprofiel van rosuvastatine gelijkaardig bij kinderen en adolescenten in vergelijking met volwassenen.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Grünenthal nv/sa
Lenneke Marelaan 8
1932 St-Stevens-Woluwe
België
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Voor België
Crestor 5 mg filmomhulde tabletten: | blisterverpakking: | BE276945 |
| HDPE verpakkingen: | BE276963 |
Crestor 10 mg filmomhulde tabletten: | blisterverpakking: | BE250187 |
| HDPE verpakkingen: | BE250205 |
Crestor 20 mg filmomhulde tabletten: | blisterverpakking: | BE250223 |
| HDPE verpakkingen: | BE250241 |
Crestor 40 mg filmomhulde tabletten | blisterverpakking: | BE250266 |
| HDPE verpakkingen: | BE250284 |
Voor Luxemburg:
Crestor 5 mg filmomhulde tabletten: 2009010126 (nationaal nummer 0477333)
Crestor 10 mg filmomhulde tabletten: 2009010127 (nationaal nummer 0346636, 0346717)
Crestor 20 mg filmomhulde tabletten: 2009010128 (nationaal nummer 0346796, 0346877)
Crestor 40 mg filmomhulde tabletten: 2009010129 (nationaal nummer 0347048)
10. DATUM VAN HERZIENING /GOEDKEURING VAN DE TEKST
10/2025
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2040400 | CRESTOR COMP 28 X 20 MG | C10AA07 | € 11,41 | - | Ja | € 3,87 | € 3,87 |
| 2040418 | CRESTOR COMP 28 X 10 MG | C10AA07 | € 11,23 | - | Ja | € 3,75 | € 3,75 |
| 2055176 | CRESTOR COMP 98 X 40 MG | C10AA07 | € 24,19 | - | Ja | € 12,6 | € 10,5 |
| 2055192 | CRESTOR COMP 98 X 20 MG | C10AA07 | € 23,66 | - | Ja | € 12,19 | € 10,5 |
| 2055200 | CRESTOR COMP 98 X 10 MG | C10AA07 | € 23,37 | - | Ja | € 11,97 | € 10,5 |
| 4867149 | CRESTOR FILMOMH TABL 98X5MG | € 14 | - | Ja | € 5,62 | € 5,62 | |
| 4867156 | CRESTOR FILMOMH TABL 28X5MG | € 9,51 | - | Ja | € 2,59 | € 2,59 |