SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Lixiana 15 mg filmomhulde tabletten
Lixiana 30 mg filmomhulde tabletten
Lixiana 60 mg filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Lixiana 15 mg filmomhulde tabletten
Iedere filmomhulde tablet van 15 mg bevat 15 mg edoxaban (als tosilaat).
Lixiana 30 mg filmomhulde tabletten
Iedere filmomhulde tablet van 30 mg bevat 30 mg edoxaban (als tosilaat).
Lixiana 60 mg filmomhulde tabletten
Iedere filmomhulde tablet van 60 mg bevat 60 mg edoxaban (als tosilaat).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet
Lixiana 15 mg filmomhulde tabletten
Oranje, ronde, filmomhulde tabletten (6,7 mm diameter) met “DSC L15” gegraveerd.
Lixiana 30 mg filmomhulde tabletten
Roze, ronde filmomhulde tabletten (8,5 mm diameter) met “DSC L30” gegraveerd.
Lixiana 60 mg filmomhulde tabletten
Gele, ronde filmomhulde tabletten (10,5 mm diameter) met “DSC L60” gegraveerd.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Lixiana is geïndiceerd voor de preventie van beroerte en systemische embolie bij volwassen patiënten met niet-valvulair atriumfibrilleren (nvAF) met een of meer risicofactoren, zoals congestief hartfalen, hypertensie, leeftijd ≥ 75 jaar, diabetes mellitus, eerdere beroerte of transiënte ischemische aanval (TIA).
Lixiana is geïndiceerd voor de behandeling van diepveneuze trombose (DVT) en pulmonaire embolie (PE), en voor de preventie van herhaalde DVT en PE bij volwassenen (zie rubriek 4.4 voor hemodynamisch onstabiele patiënten met PE).
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Preventie van beroerte en systemische embolie
De aanbevolen dosis is eenmaal daags 60 mg edoxaban.
Behandeling met edoxaban bij patiënten met nvAF dient over een langere termijn te worden voortgezet.
Behandeling van DVT, behandeling van PE en preventie van herhaalde DVT en PE (VTE)
De aanbevolen dosis is eenmaal daags 60 mg edoxaban na aanvankelijk gebruik van parenteraal antistollingsmiddel gedurende ten minste 5 dagen (zie rubriek 5.1). Edoxaban en initiële parenterale anticoagulantia mogen niet gelijktijdig worden toegediend.
De duur van de therapie voor de behandeling van DVT en PE (veneuze trombo-embolie (VTE)), en preventie van herhaalde VTE dient per individu te worden bepaald na zorgvuldig afwegen van het behandelvoordeel tegen het risico op bloedingen (zie rubriek 4.4). Kortdurende therapie (ten minste 3 maanden) dient te worden gebaseerd op risicofactoren van tijdelijke aard (bijv. recente chirurgische ingreep, trauma, immobilisatie) en langere duur dient te zijn gebaseerd op permanente risicofactoren of idiopathische DVT of PE.
Voor nvAF en VTE is de aanbevolen dosis 30 mg edoxaban eenmaal daags bij patiënten met één of meerdere van de volgende klinische factoren:
- Matig-ernstige of ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring (CrCl) 15 - 50 ml/min)
- Laag lichaamsgewicht ≤ 60 kg
- Gelijktijdig gebruik van de volgende P-glycoproteïne (P-gp)-remmers: ciclosporine, dronedarone, erytromycine of ketoconazol.
Tabel 1: Samenvatting van dosering bij nvAF en VTE (DVT en PE)
Samenvattende leidraad voor dosering | ||
Aanbevolen dosis |
| eenmaal daags 60 mg edoxaban |
Dosisaanbeveling voor patiënten met een of meer van de volgende klinische factoren: | ||
Nierfunctiestoornis | Matig-ernstige of ernstige (CrCl 15 - 50 ml/min) | eenmaal daags 30 mg edoxaban |
Laag lichaamsgewicht | ≤ 60 kg | |
P-gp-remmers | Ciclosporine, dronedarone, erytromycine, ketoconazol | |
Gemiste dosis
Wanneer een dosis edoxaban niet op het voorziene tijdstip werd ingenomen, moet de dosis onmiddellijk genomen worden en wordt de volgende dag doorgegaan met de aanbevolen eenmaal daagse inname. De patiënt mag niet het dubbele van de voorgeschreven dosis op dezelfde dag nemen om de overgeslagen dosis in te halen.
Overschakelen naar en van edoxaban
Voortzetting van de antistollingstherapie is belangrijk bij patiënten met nvAF en VTE. Er kunnen zich situaties voordoen die een verandering in de antistollingstherapie rechtvaardigen (Tabel 2).
Tabel 2: Overschakelen van antistollingstherapie voor nvAF en VTE (DVT en PE)
Overschakelen naar edoxaban | ||
Van | Naar | Aanbeveling |
Vitamine K-antagonist (VKA) | Edoxaban | Stop met de VKA en start met edoxaban wanneer de internationale genormaliseerde ratio (INR) ≤ 2,5 is. |
Orale antistollingsmiddelen anders dan VKA
| Edoxaban | Stop met dabigatran, rivaroxaban of apixaban en start met edoxaban op het moment van de volgende dosis van het orale antistollingsmiddel (zie rubriek 5.1). |
Parenterale antistollingsmiddelen | Edoxaban | Deze geneesmiddelen dienen niet gelijktijdig te worden toegediend. |
Intraveneuze niet-gefractioneerde heparine (UFH): | ||
Overschakelen van edoxaban | ||
Van | Naar | Aanbeveling |
Edoxaban | VKA | Het kan gebeuren dat de anticoagulatie tijdens de overschakeling van edoxaban naar VKA inadequaat is. Tijdens elke overschakeling naar een alternatief antistollingsmiddel moet een adequate anticoagulatie continu verzekerd zijn. |
Edoxaban | Orale antistollingsmiddelen anders dan VKA | Stop met edoxaban en start met het niet-VKA antistollingsmiddel op het tijdstip van de volgende geplande dosis edoxaban. |
Edoxaban | Parenterale antistollingsmiddelen | Deze geneesmiddelen mogen niet gelijktijdig toegediend worden. Stop met edoxaban en start met het parenterale antistollingsmiddel op het tijdstip van de volgende geplande dosis edoxaban. |
Speciale populaties
Ouderen
Er is geen dosisverlaging nodig (zie rubriek 5.2).
Nierfunctiestoornis
De nierfunctie moet bij alle patiënten worden beoordeeld door de CrCl te berekenen voordat behandeling met edoxaban wordt ingesteld om patiënten met terminale nierziekte (d.w.z. CrCl < 15 ml/min) uit te sluiten, om de juiste dosis edoxaban te gebruiken bij patiënten met CrCl 15 - 50 ml/min (30 mg eenmaal daags), bij patiënten met CrCl > 50 ml/min (60 mg eenmaal daags) en wanneer een beslissing wordt genomen over het gebruik van edoxaban bij patiënten met een verhoogde CrCl (zie rubriek 4.4).
De nierfunctie moet ook worden beoordeeld wanneer een verandering in de nierfunctie wordt vermoed tijdens behandeling (bijv. hypovolemie, dehydratie en in geval van gelijktijdig gebruik van bepaalde geneesmiddelen).
De methode die werd gebruikt voor het schatten van de nierfunctie (CrCl in ml/min) tijdens de klinische ontwikkeling van edoxaban was de Cockcroft-Gault-methode. De formule is als volgt:
Voor creatinine in µmol/l:
1,23 × (140-leeftijd [jaar]) × gewicht [kg] (× 0,85 voor vrouwen)
serumcreatinine [µmol/l]
Voor creatinine in mg/dl:
(140-leeftijd [jaar]) × gewicht [kg] (× 0,85 voor vrouwen)
72 × serumcreatinine [mg/dl]
Deze methode wordt aanbevolen voor de beoordeling van de CrCl van patiënten vóór en tijdens behandeling met edoxaban.
Bij patiënten met lichte nierfunctiestoornis (CrCl > 50 - 80 ml/min) is de aanbevolen dosis eenmaal daags 60 mg edoxaban.
Bij patiënten met matig-ernstige tot ernstige nierfunctiestoornis (CrCl 15 - 50 ml/min) is de aanbevolen dosis eenmaal daags 30 mg edoxaban (zie rubriek 5.2).
Bij patiënten met terminale nierziekte (ESRD) (CrCl < 15 ml/min) of dialysepatiënten, wordt het gebruik van edoxaban niet aangeraden (zie rubriek 4.4 en 5.2).
Leverfunctiestoornis
Edoxaban is gecontra-indiceerd bij patiënten met een leveraandoening die gepaard gaat met coagulopathie en een klinisch relevant risico op bloedingen (zie rubriek 4.3).
Bij patiënten met ernstige leverfunctiestoornis wordt edoxaban niet aangeraden (zie rubriek 4.4 en 5.2).
Bij patiënten met lichte tot matig-ernstige leverfunctiestoornis is de aanbevolen dosis eenmaal daags 60 mg edoxaban (zie rubriek 5.2). Bij patiënten met lichte tot matig-ernstige leverfunctiestoornis dient men voorzichtig te zijn met het gebruik van edoxaban (zie rubriek 4.4).
Patiënten met verhoogde leverenzymwaarden (alanineaminotransferase (ALAT) of aspartaataminotransaminase (ASAT) > 2 x de bovengrens van de normaalwaarde (upper limit of normal, ULN)) of totaal bilirubine ≥ 1,5 x ULN werden uitgesloten in klinische onderzoeken. Daarom dient men bij deze patiëntengroep voorzichtig te zijn met het gebruik van edoxaban (zie rubriek 4.4 en 5.2). Leverfunctietesten moeten worden uitgevoerd voordat edoxaban mag worden toegediend.
Lichaamsgewicht
Voor patiënten met een lichaamsgewicht ≤ 60 kg, is de aanbevolen dosis eenmaal daags 30 mg edoxaban (zie rubriek 5.2).
Geslacht
Er is geen dosisverlaging vereist (zie rubriek 5.2).
Gelijktijdig gebruik van Lixiana met P-glycoproteïne (P-gp)-remmers
Bij patiënten die Lixiana en de volgende P-gp-remmers gelijktijdig nemen: ciclosporine, dronedarone, erytromycine of ketoconazol, is de aanbevolen dosis eenmaal daags 30 mg Lixiana (zie rubriek 4.5).
Voor gelijktijdig gebruik van amiodaron, kinidine of verapamil is geen dosisverlaging nodig (zie rubriek 4.5).
Het gebruik van Lixiana met andere P-gp-remmers, inclusief humaan immunodeficiëntievirus (HIV)-proteaseremmers, werd niet onderzocht.
Patiënten die cardioversie ondergaan
Lixiana kan worden ingesteld of voortgezet bij patiënten die mogelijk cardioversie nodig hebben. Voor met een transoesofageaal echocardiogram (TEE) geleide cardioversie bij patiënten die niet eerder zijn behandeld met anticoagulantia, moet behandeling met Lixiana ten minste 2 uur vóór cardioversie worden gestart om adequate anticoagulatie te garanderen (zie rubriek 5.1 en 5.2). Cardioversie moet uiterlijk 12 uur na de dosis Lixiana op de dag van de procedure worden uitgevoerd.
Voor alle patiënten die cardioversie ondergaan: Voorafgaand aan cardioversie moet zijn bevestigd dat de patiënt Lixiana volgens voorschrift heeft ingenomen. Beslissingen over het instellen en de duur van behandeling moeten de vastgelegde richtlijnen volgen voor behandeling met anticoagulantia bij patiënten die cardioversie ondergaan.
Pediatrische patiënten
Edoxaban wordt niet aanbevolen voor gebruik bij kinderen en adolescenten vanaf de geboorte tot de leeftijd van 18 jaar met een bevestigd geval van VTE (PE en/of DVT), aangezien de werkzaamheid niet is vastgesteld. Beschikbare gegevens bij patiënten met VTE staan beschreven in rubriek 4.8, 5.1 en 5.2.
Wijze van toediening
Oraal gebruik.
Edoxaban kan met of zonder voedsel worden ingenomen (zie rubriek 5.2).
Voor patiënten die niet in staat zijn om de tabletten in hun geheel door te slikken, kunnen de Lixiana-tabletten worden fijngemaakt en met water of appelmoes worden gemengd en onmiddellijk oraal worden toegediend (zie rubriek 5.2).
Lixiana-tabletten kunnen ook worden fijngemaakt en in een kleine hoeveelheid water worden gesuspendeerd en onmiddellijk worden toegediend via een neus-maagsonde of maagsonde, die nadien met water moet worden doorgespoeld (zie rubriek 5.2). Fijngemaakte Lixiana-tabletten zijn maximaal 4 uur stabiel in water en appelmoes.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Klinisch significante actieve bloeding.
Leverziekte die gepaard gaat met coagulopathie en een klinisch relevant risico op bloedingen.
Letsel of een aandoening, die beschouwd wordt als een significant risico op een ernstige bloeding. Hierbij kan het gaan om huidige of recente zweervorming in het maagdarmkanaal, aanwezigheid van maligne neoplasmata met een hoog bloedingsrisico, recent hersen- of spinaal letsel, recente hersenoperatie of een spinale of oftalmologische operatie, recente intracraniale bloeding, bekende of vermoede slokdarmspataders, arterioveneuze malformaties, vasculaire aneurysmata of ernstige intraspinale of intracerebrale vaatafwijkingen.
Ernstige hypertensie die niet onder controle is.
Gelijktijdige behandeling met andere antistollingsmiddelen zoals UFH, LMWH (enoxaparine, dalteparine, enz.), heparinederivaten (fondaparinux, enz.), orale antistollingsmiddelen (warfarine, dabigatran etexilaat, rivaroxaban, apixaban, enz.) wordt niet aanbevolen tenzij in het specifieke geval dat er van oraal antistollingsmiddel wordt gewisseld (zie rubriek 4.2) of als UFH wordt gegeven in een dosis die nodig is om een centrale veneuze of arteriële katheter open te houden (zie rubriek 4.5).
Zwangerschap en borstvoeding (zie rubriek 4.6).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Het veiligheidsprofiel van edoxaban is gebaseerd op twee fase 3-onderzoeken (21.105 patiënten met nvAF en 8.292 patiënten met VTE (DVT en PE)) en op ervaring na verlening van de handelsvergunning.
De bijwerkingen die het vaakst gemeld zijn bij behandeling met edoxaban zijn epistaxis (7,7%), hematurie (6,9%) en anemie (5,3%).
Bloeding kan zich op elke plek voordoen, en kan ernstig en zelfs fataal zijn (zie rubriek 4.4).
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
Tabel 3 geeft de lijst weer van bijwerkingen uit de twee centrale fase 3-onderzoeken bij patiënten met VTE en nvAF gecombineerd voor beide indicaties en bijwerkingen die zijn vastgesteld sinds het geneesmiddel in de handel is gebracht. De bijwerkingen worden gerangschikt op MedDRA systeem/orgaanklasse (system organ class, SOC) en frequentie met behulp van de volgende conventie: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Tabel 3: Lijst van bijwerkingen voor nvAF en VTE
Systeem/orgaanklasse | Frequentie |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen | |
Anemie | Vaak |
Trombocytopenie | Soms |
Immuunsysteemaandoeningen | |
Overgevoeligheid | Soms |
Anafylactische reactie | Zelden |
Allergisch oedeem | Zelden |
Zenuwstelselaandoeningen | |
Duizeligheid | Vaak |
Hoofdpijn | Vaak |
Intracraniale bloeding (ICH) | Soms |
Subarachnoïdale bloeding | Zelden |
Oogaandoeningen | |
Conjunctiva/sclerabloeding | Soms |
Intra-oculaire hemorragie | Soms |
Hartaandoeningen | |
Pericardhemorragie | Zelden |
Bloedvataandoeningen | |
Overige hemorragie | Soms |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | |
Bloedneus | Vaak |
Haemoptysis | Soms |
Maagdarmstelselaandoeningen | |
Abdominale pijn | Vaak |
Bloeding in het onderste deel van het maagdarmkanaal | Vaak |
Bloeding in het bovenste deel van het maagdarmkanaal | Vaak |
Orale/farynxbloeding | Vaak |
Misselijkheid | Vaak |
Retroperitoneale hemorragie | Zelden |
Lever- en galaandoeningen | |
Bilirubine in bloed verhoogd | Vaak |
Gammaglutamyltransferase verhoogd | Vaak |
Alkalische fosfatase in bloed verhoogd | Soms |
Transaminasen verhoogd | Soms |
Huid- en onderhuidaandoeningen | |
Cutane wekedelenbloeding | Vaak |
Rash | Vaak |
Pruritus | Vaak |
Urticaria | Soms |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | |
Intramusculaire bloeding (geen compartimentsyndroom) | Zelden |
Intra-articulaire hemorragie | Zelden |
Nier- en urinewegaandoeningen | |
Macroscopische hematurie/uretrale bloeding | Vaak |
Nefropathie gerelateerd aan antistollingsmiddel | Niet bekend |
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | |
Vaginale bloeding1 | Vaak |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | |
Bloeding op een injectieplaats | Vaak |
Onderzoeken | |
Leverfunctietest abnormaal | Vaak |
Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties | |
Bloeding op de plaats van de chirurgische ingreep | Soms |
Subdurale hemorragie | Zelden |
Bloedverlies tijdens ingrepen | Zelden |
1 Rapportagepercentages zijn gebaseerd op de vrouwelijke populatie in klinische onderzoeken. Vaginale bloedingen werden vaak gemeld bij vrouwen jonger dan 50 jaar, terwijl het soms voorkwam bij vrouwen ouder dan 50 jaar.
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Hemorragische anemie
Vanwege het farmacologische werkingsmechanisme kan het gebruik van edoxaban geassocieerd zijn met een verhoogd risico op occulte of duidelijke bloedingen van elk weefsel of orgaan, die kunnen leiden tot posthemorragische anemie. De klachten, symptomen en ernst (inclusief fatale afloop) variëren afhankelijk van de locatie en mate of uitgebreidheid van de bloeding en/of anemie (zie rubriek 4.9). In de klinische onderzoeken werden bloedingen van slijmvliezen (bijv. epistaxis, gastro-intestinaal, urogenitaal) en anemie vaker gezien tijdens langdurige behandeling met edoxaban in vergelijking met behandeling met een VKA. Daarom kan, naast een adequaat klinisch toezicht, laboratoriumonderzoek van hemoglobine/hematocriet van waarde zijn voor het ontdekken van occult bloedverlies, indien dit geschikt wordt geacht. Het risico op bloedingen kan verhoogd zijn bij bepaalde patiëntengroepen, bijvoorbeeld bij patiënten met ernstige arteriële hypertensie die niet onder controle is en/of die gelijktijdig een behandeling krijgen die de hemostase beïnvloedt (zie rubriek 4.4). Menstruele bloedingen kunnen intensiever worden en/of langer duren. Bloedingscomplicaties kunnen zich uiten in zwakte, bleekheid, duizeligheid, hoofdpijn of onverklaarde zwelling, dyspneu en onverklaarde shock.
Bekende complicaties als gevolg van een ernstige bloeding, zoals compartimentsyndroom en nierfalen als gevolg van hypoperfusie, of nefropathie gerelateerd aan antistollingsmiddel, zijn gemeld voor edoxaban. Daarom moet bij de beoordeling van de conditie van patiënten die worden behandeld met anticoagulantia de mogelijkheid van een bloeding worden overwogen.
Pediatrische patiënten
De veiligheid van edoxaban is beoordeeld in twee fase 3-onderzoeken (Hokusai VTE PEDIATRICS en ENNOBLE-ATE) bij pediatrische patiënten vanaf de geboorte tot een leeftijd jonger dan 18 jaar met VTE (286 patiënten, 145 patiënten behandeld met edoxaban) en hartziekte met een verhoogd risico op trombosevoorvallen (167 patiënten, 109 patiënten behandeld met edoxaban). Over het geheel genomen, was het veiligheidsprofiel bij kinderen vergelijkbaar met dat bij de volwassen patiëntenpopulatie (zie tabel 3). In totaal traden bijwerkingen op bij 16,6% van de pediatrische patiënten die met edoxaban behandeld werden voor VTE.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via :
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg-afmps.be
Luxemburg
Centre Régional de Pharmacovigilance de Nancy of Division de la pharmacie et des médicaments de la Direction de la santé
Site internet : www.guichet.lu/pharmacovigilance
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Daiichi Sankyo Europe GmbH
Zielstattstrasse 48
81379 München
Duitsland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Lixiana 15 mg filmomhulde tabletten
EU/1/15/993/001, EU/1/15/993/016
Lixiana 30 mg filmomhulde tabletten
EU/1/15/993/002, EU/1/15/993/004-015, EU/1/15/993/029
Lixiana 60 mg filmomhulde tabletten
EU/1/15/993/003, EU/1/15/993/017-028, EU/1/15/993/030
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
24 juli 2025
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau https://www.ema.europa.eu.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3365186 | LIXIANA 15MG FILMOMH TABL 10 X 15MG | B01AF03 | € 33,67 | - | Ja | € 8,57 | € 5,1 |
| 3365228 | LIXIANA 30MG FILMOMH TABL 28 X 30MG | B01AF03 | € 80,03 | - | Ja | € 12,8 | € 8,5 |
| 3365285 | LIXIANA 30MG FILMOMH TABL 98 X 30MG | B01AF03 | € 252,67 | - | Ja | € 15,9 | € 10,5 |
| 3365319 | LIXIANA 30MG FILMOMH TABL 50 X 1 X 30MG UD | B01AF03 | - | € 112,5 | Ja | - | - |
| 3365350 | LIXIANA 60MG FILMOMH TABL 28 X 60MG | B01AF03 | € 80,03 | - | Ja | € 12,8 | € 8,5 |
| 3365418 | LIXIANA 60MG FILMOMH TABL 98 X 60MG | B01AF03 | € 252,67 | - | Ja | € 15,9 | € 10,5 |
| 3365442 | LIXIANA 60MG FILMOMH TABL 50 X 1 X 60MG UD | B01AF03 | - | € 112,5 | Ja | - | - |