Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Ngenla 24 mg oplossing voor injectie in een voorgevulde pen
Ngenla 60 mg oplossing voor injectie in een voorgevulde pen
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Ngenla 24 mg oplossing voor injectie in een voorgevulde pen
Eén ml oplossing bevat 20 mg somatrogon*.
Elke voorgevulde pen bevat 24 mg somatrogon in 1,2 ml oplossing.
Met elke voorgevulde pen kan een dosis variërend van 0,2 mg tot 12 mg worden toegediend via een enkelvoudige injectie. De dosis kan worden ingesteld in stappen van 0,2 mg.
Ngenla 60 mg oplossing voor injectie in een voorgevulde pen
Eén ml oplossing bevat 50 mg somatrogon*.
Elke voorgevulde pen bevat 60 mg somatrogon in 1,2 ml oplossing.
Met elke voorgevulde pen kan een dosis variërend van 0,5 mg tot 30 mg worden toegediend via een enkelvoudige injectie. De dosis kan worden ingesteld in stappen van 0,5 mg.
*Geproduceerd door middel van recombinant-DNA-technologie in ovariumcellen van Chinese hamsters (CHO-cellen, Chinese Hamster Ovary cells).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie (injectievloeistof).
De oplossing is een heldere en kleurloze tot enigszins lichtgele oplossing met een pH van 6,6.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Ngenla is geïndiceerd voor de behandeling van kinderen en adolescenten vanaf 3 jaar met een groeistoornis als gevolg van onvoldoende secretie van groeihormoon.
4.2 Dosering en wijze van toediening
De behandeling dient te worden gestart en te worden gecontroleerd door artsen die gekwalificeerd en ervaren zijn in het stellen van de diagnose en het behandelen van pediatrische patiënten met groeihormoondeficiëntie (GHD).
Dosering
De aanbevolen dosering is 0,66 mg/kg lichaamsgewicht, eenmaal per week toegediend door middel van een subcutane injectie.
Met elke voorgevulde pen kan de dosis, die wordt voorgeschreven door de arts, worden ingesteld en toegediend. De dosis mag naar boven of beneden worden afgerond, gebaseerd op de expertise van de arts over de individuele behoeften van de patiënt. Wanneer doses hoger dan 30 mg nodig zijn (d.w.z. bij een lichaamsgewicht > 45 kg), dienen twee injecties te worden toegediend.
Startdosis voor patiënten die overschakelen van dagelijkse groeihormoongeneesmiddelen
Voor patiënten die overschakelen van dagelijkse groeihormoongeneesmiddelen, kan de wekelijkse behandeling met somatrogon worden gestart met een dosis van 0,66 mg/kg/week op de dag na hun laatste dagelijkse injectie.
Dosistitratie
De dosis somatrogon kan zo nodig worden aangepast, gebaseerd op de groeisnelheid, bijwerkingen, het lichaamsgewicht en de serumconcentraties van insulineachtige groeifactor 1 (IGF-1).
Bij controle op IGF-1 dienen de bloedafnames altijd 4 dagen na de voorgaande dosis plaats te vinden. Dosisaanpassingen dienen gericht te zijn op het bereiken van gemiddelde IGF-1 standaarddeviatiescore (SDS)-niveaus binnen het normale bereik, d.w.z. tussen -2 en +2 (bij voorkeur dicht bij 0 SDS).
Bij patiënten van wie de serumconcentraties IGF-1 meer dan 2 SDS hoger zijn dan de gemiddelde referentiewaarde voor hun leeftijd en geslacht, dient de dosis somatrogon te worden verlaagd met 15%. Bij sommige patiënten kan meer dan één dosisverlaging nodig zijn.
Evaluatie van de behandeling en stopzetting
Evaluatie van werkzaamheid en veiligheid dient te worden overwogen met tussenpozen van ongeveer 6 tot 12 maanden en kan worden beoordeeld door evaluatie van auxologische parameters, biochemie (IGF-1, hormonen, glucosespiegels) en fase in puberteit. Routinecontrole van serum IGF-1 SDS-spiegels gedurende de behandeling wordt aanbevolen. Tijdens de puberteit dienen frequentere evaluaties te worden overwogen.
Wanneer er aanwijzingen zijn voor het sluiten van de epifysaire groeischijven, dient de behandeling te worden stopgezet (zie rubriek 4.3). De behandeling dient ook te worden gestaakt bij patiënten die hun uiteindelijke lengte of bijna uiteindelijke lengte hebben bereikt, d.w.z. een jaarlijkse groeisnelheid < 2 cm/jaar of een botleeftijd > 14 jaar bij meisjes of > 16 jaar bij jongens.
Gemiste dosis
Patiënten dienen hun dosis op een vaste dag toe te dienen. Indien er een dosis wordt gemist, dient somatrogon zo spoedig mogelijk te worden toegediend binnen 3 dagen na de gemiste dosis, en dient daarna het gebruikelijke doseringsschema van eenmaal per week te worden hervat. Indien er meer dan 3 dagen verstreken zijn, dient de gemiste dosis te worden overgeslagen en dient de volgende dosis op de gebruikelijke geplande dag te worden toegediend. In elk geval kunnen patiënten daarna hun gebruikelijke doseringsschema van eenmaal per week hervatten.
Veranderen van de toedieningsdag
De dag van de wekelijkse toediening kan zo nodig worden veranderd, zolang de tijd tussen twee doses ten minste 3 dagen is. Na het kiezen van een nieuwe toedieningsdag dient de wekelijkse toediening te worden voortgezet.
Speciale populaties
Ouderen
De veiligheid en werkzaamheid van somatrogon bij patiënten ouder dan 65 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Verminderde nierfunctie
Somatrogon is niet onderzocht bij patiënten met een verminderde nierfunctie. Er kan geen doseringsadvies worden gegeven.
Verminderde leverfunctie
Somatrogon is niet onderzocht bij patiënten met een verminderde leverfunctie. Er kan geen doseringsadvies worden gegeven.
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van somatrogon bij pasgeborenen, zuigelingen en kinderen jonger dan 3 jaar zijn nog niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Somatrogon wordt toegediend via subcutane injectie.
Somatrogon dient te worden geïnjecteerd in de buik, de dijbenen, de billen of bovenarmen. De plaats van injectie dient bij elke toediening te worden afgewisseld om lipoatrofie te voorkomen (zie rubriek 4.8). Injecties in de bovenarmen en billen dienen door de verzorger te worden toegediend.
De patiënt en verzorger dienen getraind te worden zodat ze de toedieningsprocedure begrijpen ter ondersteuning van zelftoediening.
Indien meer dan één injectie nodig is om een volledige dosis toe te dienen, dient elke injectie te worden toegediend op een andere injectieplaats om lipoatrofie te voorkomen.
Somatrogon dient eenmaal per week te worden toegediend, elke week op dezelfde dag, op een willekeurig tijdstip van de dag.
Ngenla 24 mg oplossing voor injectie in een voorgevulde pen
De voorgevulde pen levert doses van 0,2 mg tot 12 mg somatrogon in stappen van 0,2 mg (0,01 ml).
Ngenla 60 mg oplossing voor injectie in een voorgevulde pen
De voorgevulde pen levert doses van 0,5 mg tot 30 mg somatrogon in stappen van 0,5 mg (0,01 ml).
Voor instructies over het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6 en aan het einde van de bijsluiter.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof (zie rubriek 4.4) of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Gebaseerd op de ervaring met dagelijkse groeihormoongeneesmiddelen dient somatrogon niet te worden gebruikt bij aanwijzingen van tumoractiviteit. Intracraniële tumoren moeten inactief zijn en antitumorbehandeling dient voltooid te zijn voordat de behandeling met groeihormoon (GH) wordt gestart. De behandeling dient te worden stopgezet als er aanwijzingen zijn voor tumorgroei (zie rubriek 4.4).
Somatrogon dient niet te worden gebruikt om de groei te bevorderen bij kinderen met gesloten epifysaire groeischijven.
Patiënten met een acute levensbedreigende ziekte die lijden aan complicaties na een openhartoperatie, buikoperatie, meervoudig trauma veroorzaakt door een ongeval, acute ademstilstand of vergelijkbare aandoeningen, dienen niet te worden behandeld met somatrogon (met betrekking tot patiënten die substitutietherapie ondergaan, zie rubriek 4.4).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De vaakst gemelde bijwerkingen na behandeling met somatrogon zijn injectieplaatsreacties (ISR’s, injection site reactions) (25,1%), hoofdpijn (10,7%) en pyrexie (10,2%).
Lijst met bijwerkingen in tabelvorm
Veiligheidsgegevens zijn verkregen uit het fase 2-, multicentrische veiligheids- en dosisbepalingsonderzoek, en het fase 3-, multicentrische hoofdonderzoek naar non-inferioriteit bij kinderen met GHD (zie rubriek 5.1). De gegevens weerspiegelen de blootstelling aan somatrogon bij 265 patiënten die eenmaal per week somatrogon kregen toegediend (0,66 mg/kg/week).
Tabel 1 geeft de bijwerkingen van somatrogon binnen de systeem/orgaanklasse (SOC, system organ class) weer. De bijwerkingen die in de onderstaande tabel staan vermeld, worden weergegeven per SOC en frequentiecategorie, waarbij de frequenties zijn gedefinieerd met de volgende conventie: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000), of frequentie niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt in volgorde van afnemende ernst.
Tabel 1. Bijwerkingen
Systeem/orgaanklasse | Zeer vaak | Vaak | Soms | Zelden | Zeer zelden | Frequentie niet bekend |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen |
| Anemie |
|
|
|
|
Endocriene aandoeningen |
| Hypothyreoïdie | Bijnierinsufficiëntie |
|
|
|
Zenuwstelselaandoeningen | Hoofdpijn |
|
|
|
|
|
Oogaandoeningen |
| Allergische conjunctivitis |
|
|
|
|
Huid- en onderhuidaandoeningen |
|
| Huiduitslag gegeneraliseerd |
|
| Lipoatrofie* |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen |
| Artralgie |
|
|
|
|
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Injectieplaatsreactiesa |
|
|
|
|
|
* Zie rubriek 4.2 a Injectieplaatsreacties omvatten het volgende: pijn, erytheem, pruritus, zwelling, verharding, kneuzing, hemorragie, warmte, hypertrofie, ontsteking, misvorming, urticaria op de injectieplaats. | ||||||
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Reacties op de injectieplaats
In het klinische fase 3-onderzoek werd actief verzocht ISR’s te melden gedurende het verloop van het onderzoek. In de meeste gevallen waren lokale ISR’s meestal van voorbijgaande aard, traden deze hoofdzakelijk op in de eerste 6 maanden van de behandeling en waren deze licht van ernst; de ISR’s begonnen gemiddeld op de dag van de injectie en hadden een gemiddelde duur van < 1 dag. Hieronder werden pijn, erytheem, pruritus, zwelling, verharding, kneuzing, hypertrofie, ontsteking en warmte op de injectieplaats gemeld bij 43,1% van de patiënten die werden behandeld met somatrogon vergeleken met 25,2% van de patiënten die dagelijkse injecties met somatropine kregen toegediend.
In de langetermijn-OLE-periode van het klinische fase 3-onderzoek waren lokale ISR’s qua aard en ernst vergelijkbaar, en werden ze vroeg gemeld bij proefpersonen die overschakelden van behandeling met somatropine naar behandeling met somatrogon. ISR’s werden gemeld bij 18,3% van de patiënten die oorspronkelijk werden behandeld met somatrogon in het hoofdonderzoek en die de behandeling voortzetten in het OLE-gedeelte van het onderzoek, en evenzo werden ze gemeld bij 37% van de patiënten die oorspronkelijk werden behandeld met somatropine en die in het OLE-gedeelte van het onderzoek werden overgezet op behandeling met somatrogon.
Immunogeniciteit
In het hoofdonderzoek naar de veiligheid en werkzaamheid testten van de 109 proefpersonen die werden behandeld met somatrogon 84 proefpersonen (77,1%) positief op antilichamen tegen het geneesmiddel (ADA’s, anti-drug antibodies). Bij de vorming van antilichamen werden geen klinische of veiligheidseffecten waargenomen.
Overige bijwerkingen van somatropine kunnen worden beschouwd als klasse-effecten, zoals:
• Neoplasmata, benigne en maligne: (zie rubriek 4.4).
• Voedings- en stofwisselingsstoornissen: diabetes mellitus type 2 (zie rubriek 4.4).
• Zenuwstelselaandoeningen: benigne intracraniële hypertensie (zie rubriek 4.4), paresthesie.
• Skeletspierstelsel-, bindweefsel- en botaandoeningen: myalgie.
• Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen: gynaecomastie.
• Huid- en onderhuidaandoeningen: huiduitslag, urticaria en pruritus.
• Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen: perifeer oedeem, gezichtsoedeem.
• Maagdarmstelselaandoeningen: pancreatitis (zie rubriek 4.4).
Metacresol
Dit geneesmiddel bevat metacresol, hetgeen kan bijdragen aan pijnlijke injecties (zie rubriek 4.4).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be - Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Pfizer Europe MA EEIG
Boulevard de la Plaine 17
1050 Brussel
België
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/21/1617/001
EU/1/21/1617/002
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
26/11/25
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau https://www.ema.europa.eu.
25K26
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 4490959 | NGENLA 24MG OPL INJ VOORGEVULDE PEN 1 | H01AC08 | € 189,41 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 4490967 | NGENLA 60MG OPL INJ VOORGEVULDE PEN 1 | H01AC08 | € 457,08 | - | Ja | € 2 | € 1 |