Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Vaxneuvance suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit
Pneumokokkenpolysacharide-conjugaatvaccin (15‑valent, geadsorbeerd)
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
1 dosis (0,5 ml) bevat:
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 11,2 2,0 microgram
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 31,2 2,0 microgram
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 41,2 2,0 microgram
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 51,2 2,0 microgram
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 6A1,2 2,0 microgram
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 6B1,2 4,0 microgram
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 7F1,2 2,0 microgram
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 9V1,2 2,0 microgram
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 141,2 2,0 microgram
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 18C1,2 2,0 microgram
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 19A1,2 2,0 microgram
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 19F1,2 2,0 microgram
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 22F1,2 2,0 microgram
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 23F1,2 2,0 microgram
Pneumokokkenpolysacharide-serotype 33F1,2 2,0 microgram
1Geconjugeerd aan het CRM197-dragereiwit. CRM197 is een niet-toxische mutant van de difterietoxine (afkomstig van Corynebacterium diphtheriae C7), recombinant tot expressie gebracht in Pseudomonas fluorescens.
2Geadsorbeerd aan aluminiumfosfaat-adjuvans.
1 dosis (0,5 ml) bevat 125 microgram aluminium (Al3+) en ongeveer 30 microgram CRM197‑dragereiwit.
Hulpstof(fen) met bekend effect
1 dosis (0,5 ml) bevat 1 mg polysorbaat 20.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie (injectie).
Het vaccin is een melkwitte, bijna doorschijnende suspensie.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Vaxneuvance is geïndiceerd voor actieve immunisatie om invasieve ziekte, pneumonie en acute otitis media veroorzaakt door Streptococcus pneumoniae te voorkomen bij baby’s, kinderen en adolescenten van 6 weken tot 18 jaar.
Vaxneuvance is geïndiceerd voor actieve immunisatie om invasieve ziekte en pneumonie veroorzaakt door Streptococcus pneumoniae te voorkomen bij personen van 18 jaar of ouder.
Zie rubriek 4.4 en 5.1 voor informatie over bescherming tegen specifieke pneumokokkenserotypes.
Vaxneuvance moet gebruikt worden volgens de officiële aanbevelingen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Standaard vaccinatieschema bij baby’s en kinderen van 6 weken tot 2 jaar | |
Primaire serie van twee doses gevolgd door een boosterdosis | Het geadviseerde vaccinatieschema bestaat uit 3 doses Vaxneuvance van elk 0,5 ml. De eerste dosis wordt vanaf een leeftijd van 6 weken gegeven en de tweede dosis 8 weken later. De derde (booster)dosis wordt geadviseerd op een leeftijd van 11 tot en met 15 maanden. |
Primaire serie van drie doses gevolgd door een boosterdosis | Een vaccinatieschema kan ook bestaan uit 4 doses Vaxneuvance van elk 0,5 ml. Deze primaire serie bestaat uit 3 doses. De eerste dosis wordt vanaf een leeftijd van 6 weken gegeven, met een interval van 4 tot 8 weken tussen de doses in de primaire serie. De vierde (booster)dosis wordt geadviseerd op een leeftijd van 11 tot en met 15 maanden en minimaal 2 maanden na de derde dosis. |
Premature baby’s (< 37 weken zwangerschap bij de geboorte) | Bij premature baby’s bestaat het geadviseerde vaccinatieschema uit een primaire serie van 3 doses Vaxneuvance gevolgd door een vierde (booster)dosis. Elke dosis is 0,5 ml. Het vaccinatieschema is hetzelfde als de primaire serie van drie doses gevolgd door een boosterdosis (zie rubriek 4.4 en 5.1). |
Eerdere vaccinatie met een ander pneumokokkenconjugaatvaccin | Baby’s en kinderen die zijn begonnen aan immunisatie met een ander pneumokokkenconjugaatvaccin kunnen op elk moment binnen het schema overschakelen op Vaxneuvance (zie rubriek 5.1). |
Inhaalvaccinatieschema voor kinderen van 7 maanden tot 18 jaar | |
Ongevaccineerde baby’s van 7 tot 12 maanden | 3 doses van elk 0,5 ml. De eerste 2 doses moeten met een interval van minimaal 4 weken worden gegeven. Een derde (booster)dosis wordt geadviseerd na de leeftijd van 12 maanden en het interval met de tweede dosis is minimaal 2 maanden. |
Ongevaccineerde kinderen van 12 maanden tot 2 jaar | 2 doses van elk 0,5 ml, met een interval van 2 maanden tussen de doses. |
Ongevaccineerde of niet volledig gevaccineerde kinderen en adolescenten van 2 tot 18 jaar | 1 dosis (0,5 ml). |
Vaccinatieschema voor personen van 18 jaar of ouder | |
Personen van 18 jaar of ouder | 1 dosis (0,5 ml). |
Speciale populaties
Personen met één of meer onderliggende aandoeningen die hen vatbaarder maken voor pneumokokkenziekte mogen één of meer doses Vaxneuvance krijgen. Dit zijn bijvoorbeeld personen met sikkelcelziekte, personen die leven met humaan immunodeficiëntievirus (hiv), personen die een hematopoëtische stamceltransplantatie (HSCT) hebben gekregen of immuuncompetente personen van 18 t/m 49 jaar met risicofactoren voor pneumokokkenziekte; zie rubriek 5.1.
Wijze van toediening
Het vaccin moet worden toegediend als intramusculaire injectie. De voorkeursplaats is het anterolaterale deel van het bovenbeen bij baby’s of de deltaspier in de bovenarm bij kinderen en volwassenen.
Er zijn geen gegevens beschikbaar over intradermale toediening.
Zie rubriek 6.6 voor instructies om het vaccin klaar te maken voor toediening.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen of voor vaccins met een difterie-toxoïd.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Pediatrische patiënten
Baby’s en kinderen van 6 weken tot 2 jaar
De veiligheid van Vaxneuvance bij gezonde baby’s, waaronder premature baby’s (vanaf een leeftijd van 6 weken bij de eerste vaccinatie) en kinderen (11 tot en met 15 maanden) is onderzocht in 5 klinische onderzoeken met in totaal 7229 deelnemers. Er werd een schema gebruikt met 3 of 4 doses.
In alle 5 onderzoeken is de veiligheid van Vaxneuvance beoordeeld bij gelijktijdige toediening ervan met andere standaard pediatrische vaccins. In deze onderzoeken kregen 4286 deelnemers een compleet vaccinatieschema met alleen Vaxneuvance, kregen 2405 deelnemers een compleet vaccinatieschema met alleen het 13-valente pneumokokkenconjugaatvaccin (PCV) en kregen 538 deelnemers Vaxneuvance om een vaccinatieschema af te maken dat begonnen was met het 13-valente PCV (gemengd vaccinatieschema).
De meest voorkomende bijwerkingen waren pyrexie ≥ 38 °C (75,2 %), prikkelbaarheid (74,5 %), slaperigheid (55,0 %), injectieplaatspijn (44,4 %), injectieplaatserytheem (41,7 %), verminderde eetlust (38,2 %), injectieplaatsverharding (28,3 %) en zwelling van de injectieplaats (28,2 %). Dit is gebaseerd op resultaten bij 3589 deelnemers (tabel 1), exclusief de deelnemers die een gemengd vaccinatieschema kregen. Het merendeel van de bijwerkingen was licht tot matig (op basis van intensiteit of grootte) en van korte duur (≤ 3 dagen). Ernstige bijwerkingen (gedefinieerd als heel erg van streek zijn of niet in staat zijn normale activiteiten uit te voeren of reactie op de injectieplaats met een grootte van > 7,6 cm) traden op bij ≤ 3,5 % van de baby’s en kinderen na elke willekeurige dosis, met uitzondering van prikkelbaarheid. Deze bijwerking trad op bij 11,4 % van de deelnemers.
Kinderen en adolescenten van 2 tot 18 jaar
De veiligheid van Vaxneuvance bij gezonde kinderen en adolescenten is beoordeeld in een onderzoek met 352 deelnemers van 2 tot 18 jaar. Van hen kregen 177 deelnemers één dosis Vaxneuvance. In deze leeftijdsgroep had 42,9 % van alle deelnemers een eerdere vaccinatie met een pneumokokkenconjugaatvaccin met een lagere valentie gekregen.
De meest voorkomende bijwerkingen waren injectieplaatspijn (54,8 %), myalgie (23,7 %), zwelling van de injectieplaats (20,9 %), injectieplaatserytheem (19,2 %), vermoeidheid (15,8 %), hoofdpijn (11,9 %), injectieplaatsverharding (6,8 %) en pyrexie ≥ 38 °C (5,6 %) (Tabel 1). Het merendeel van de opgevraagde bijwerkingen was licht tot matig (op basis van intensiteit of omvang) en van korte duur (≤ 3 dagen). Ernstige bijwerkingen (gedefinieerd als heel erg van streek zijn of niet in staat zijn normale activiteiten uit te voeren of reactie op de injectieplaats met een grootte van > 7,6 cm) traden op bij ≤ 4,5 % van de kinderen en adolescenten.
Volwassenen van 18 jaar en ouder
De veiligheid van Vaxneuvance bij gezonde en immuuncompetente volwassenen werd in 6 klinische onderzoeken beoordeeld bij 7136 volwassenen van 18 jaar of ouder. Een aanvullend klinisch onderzoek beoordeelde 302 volwassenen van 18 jaar of ouder die leven met hiv. Vaxneuvance werd toegediend aan 5630 volwassenen. Hiervan waren 1241 personen 18 t/m 49 jaar, 1911 waren 50 t/m 64 jaar en 2478 waren 65 jaar of ouder. Onder de personen die Vaxneuvance toegediend kregen, waren 1134 immuuncompetente volwassenen van 18 t/m 49 jaar zonder (n=285), met 1 (n=620) of met ≥ 2 (n=229) risicofactoren voor pneumokokkenziekte. Er waren 152 volwassenen van 18 jaar of ouder die leven met hiv. Verder hadden 5253 volwassenen niet eerder een pneumokokkenvaccin gekregen en 377 volwassenen waren eerder, minimaal 1 jaar voor deelname, gevaccineerd met een 23-valent pneumokokkenpolysacharidevaccin (PPV23).
Er werd gevraagd naar de meest gemelde bijwerkingen na vaccinatie met Vaxneuvance. In de gecombineerde analyse van de 7 onderzoeken waren de meest voorkomende bijwerkingen injectieplaatspijn (64,6 %), vermoeidheid (23,4 %), myalgie (20,7 %), hoofdpijn (17,3 %), zwelling van de injectieplaats (16,1 %), injectieplaatserytheem (11,3 %) en artralgie (7,9 %) (tabel 1). Het merendeel van de bijwerkingen was licht (op basis van intensiteit of grootte) en van korte duur (≤ 3 dagen); ernstige bijwerkingen (gedefinieerd als een belemmering van normale dagelijkse bezigheden of reactie op de injectieplaats met een grootte van > 10 cm) traden op bij ≤ 1,5 % van de volwassenen in het hele klinische programma.
Oudere volwassenen meldden minder bijwerkingen dan jongere volwassenen.
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
In klinische onderzoeken bij volwassenen werd er na vaccinatie dagelijks naar lokale en systemische bijwerkingen gevraagd gedurende respectievelijk 5 en 14 dagen. Bij baby’s, kinderen en adolescenten tot 14 dagen na vaccinatie. Spontaan gemelde bijwerkingen werden in alle populaties gedurende 14 dagen na vaccinatie gerapporteerd.
De bijwerkingen die gemeld werden voor alle leeftijdsgroepen staan in deze rubriek vermeld naar systeem/orgaanklasse. Ze staan in afnemende volgorde van frequentie en ernst. De frequentie is als volgt gedefinieerd:
- Zeer vaak (≥ 1/10)
- Vaak (≥ 1/100, < 1/10)
- Soms (≥ 1/1000, < 1/100)
- Zelden (≥ 1/10.000, < 1/1000)
- Zeer zelden (< 1/10.000)
- Niet bekend (frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Tabel 1: Overzicht van bijwerkingen in tabelvorm
Systeem/orgaanklasse | Bijwerkingen | Frequentie | ||
Baby’s/kinderen/adolescenten | Volwassenen | |||
6 weken tot < 2 jr. | 2 tot < 18 jr.§ |
| ||
Voedings- en stofwisselingsstoornissen | Verminderde eetlust | Zeer vaak | Vaak | - |
Psychische stoornissen | Prikkelbaarheid | Zeer vaak | Vaak | - |
Immuunsysteemaandoeningen | Overgevoeligheidsreactie, waaronder tongoedeem, overmatig blozen en opgezette keel | - | - | Zelden |
Zenuwstelselaandoeningen | Slaperigheid | Zeer vaak | Vaak | - |
Hoofdpijn | - | Zeer vaak | Zeer vaak | |
Duizeligheid | - | - | Soms† | |
Huid- en onderhuidaandoeningen | Urticaria | Vaak | Vaak | Zelden |
Rash | Vaak | Niet bekend‡ | Soms | |
Maag-darmstelselaandoeningen | Nausea | - | Vaak | Soms† |
Braken | Vaak | Soms | Soms | |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Myalgie | - | Zeer vaak | Zeer vaak |
Artralgie | - | - | Vaak* | |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Pyrexie⸸ | Zeer vaak | Vaak | Soms† |
≥ 39 °C | Zeer vaak | - | - | |
≥ 40 °C | Vaak | - | - | |
Injectieplaatspijn | Zeer vaak | Zeer vaak | Zeer vaak | |
Injectieplaatserytheem | Zeer vaak | Zeer vaak | Zeer vaak | |
Zwelling van de injectieplaats | Zeer vaak | Zeer vaak | Zeer vaak | |
Injectieplaatsverharding | Zeer vaak | Vaak | - | |
Injectieplaatsurticaria | Soms | - | - | |
Vermoeidheid | - | Zeer vaak | Zeer vaak | |
Injectieplaatspruritus | - | - | Vaak | |
Injectieplaatswarmte | - | - | Soms | |
Injectieplaatskneuzing/-hematoom | Vaak | Vaak | Soms | |
Koude rillingen | - | - | Soms† | |
§Er werd naar andere systemische bijwerkingen gevraagd bij deelnemers van 2 tot < 3 jaar dan bij deelnemers van ≥ 3 tot 18 jaar. Bij deelnemers van < 3 jaar (Vaxneuvance N=32, 13-valent PCV N=28), werd gevraagd naar verminderde eetlust, prikkelbaarheid, slaperigheid en urticaria vanaf dag 1 tot en met dag 14 na vaccinatie. Bij deelnemers van ≥ 3 tot 18 jaar werd gevraagd naar vermoeidheid, hoofdpijn, myalgie en urticaria vanaf dag 1 tot en met dag 14 na vaccinatie.
†vaak bij volwassenen van 18 t/m 49 jaar
‡Er waren in klinische onderzoeken geen voorvallen na Vaxneuvance bij gezonde kinderen en adolescenten. Er waren twee voorvallen in speciale populaties (sikkelcelziekte en hiv).
*zeer vaak bij volwassenen van 18 t/m 49 jaar
⸸gedefinieerd als temperatuur ≥ 38 °C
Aanvullende informatie over andere toedieningsschema’s of vaccinatieschema’s en speciale populaties
Gemengd dosisschema met verschillende pneumokokkenconjugaatvaccins
De veiligheidsprofielen van gemengde 4-dosesschema’s van Vaxneuvance en 13-valent PCV bij gezonde baby’s en kinderen waren in het algemeen vergelijkbaar met die van complete 4-dosesschema’s met alleen Vaxneuvance of alleen 13-valent PCV (zie rubriek 5.1).
Inhaalvaccinatieschema
De veiligheid is ook beoordeeld als inhaalvaccinatieschema bij 126 gezonde baby’s en kinderen van 7 maanden tot 2 jaar die 2 of 3 doses Vaxneuvance kregen, afhankelijk van hun leeftijd ten tijde van de inschrijving. Het veiligheidsprofiel van het inhaalvaccinatieschema kwam in het algemeen overeen met het veiligheidsprofiel van het standaard vaccinatieschema dat werd gestart vanaf de leeftijd van 6 weken (zie rubriek 5.1).
Kinderen en adolescenten die leven met hiv of met sikkelcelziekte
De veiligheid werd ook beoordeeld bij 69 kinderen en adolescenten van 5 tot 18 jaar met sikkelcelziekte en bij 203 kinderen en adolescenten van 6 tot 18 jaar die leven met hiv. Zij kregen allen een enkele dosis Vaxneuvance. Het veiligheidsprofiel van Vaxneuvance bij kinderen met deze aandoeningen kwam in het algemeen overeen met het veiligheidsprofiel bij gezonde kinderen (zie rubriek 5.1).
Kinderen en volwassenen die een hematopoëtische stamceltransplantatie hebben gekregen
De veiligheid werd ook beoordeeld bij 131 volwassenen en 8 kinderen ≥ 3 jaar die 3 tot 6 maanden vóór deelname een allogene hematopoëtische stamceltransplantatie (allo-HSCT) hadden gekregen. Zij kregen tussen de 1 en 4 doses Vaxneuvance. Het veiligheidsprofiel van Vaxneuvance bij ontvangers van allo-HSCT kwam in het algemeen overeen met het veiligheidsprofiel bij gezonde personen.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem: voor België: Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, www.fagg.be - Afdeling Vigilantie: Website: www.eenbijwerkingmelden.be, e-mail: adr@fagg-afmps.be.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/21/1591/001
EU/1/21/1591/002
EU/1/21/1591/003
EU/1/21/1591/004
EU/1/21/1591/005
EU/1/21/1591/006
EU/1/21/1591/007
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
12/2025
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 4491015 | VAXNEUVANCE SUSP INJ VOORGEV.SPUIT 1X0,5ML+2 NLD | J07AL02 | € 74,55 | - | Ja | - | - |
