BIJLAGE I
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Skilarence 30 mg maagsapresistente tabletten
Skilarence 120 mg maagsapresistente tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Skilarence 30 mg maagsapresistente tabletten
Elke maagsapresistente tablet bevat 30 mg dimethylfumaraat.
Hulpstof met bekend effect
Elke maagsapresistente tablet bevat 34,2 mg lactose (als monohydraat).
Skilarence 120 mg maagsapresistente tabletten
Elke maagsapresistente tablet bevat 120 mg dimethylfumaraat.
Hulpstof met bekend effect
Elke maagsapresistente tablet bevat 136,8 mg lactose (als monohydraat).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Maagsapresistente tablet
Skilarence 30 mg maagsapresistente tabletten
Witte, filmomhulde, ronde, biconvexe tablet met een diameter van ongeveer 6,8 mm.
Skilarence 120 mg maagsapresistente tabletten
Blauwe, filmomhulde, ronde, biconvexe tablet met een diameter van ongeveer 11,6 mm.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Skilarence is geïndiceerd voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die een systemische behandeling met geneesmiddelen moeten krijgen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Skilarence is bestemd voor gebruik onder begeleiding en toezicht van een arts die ervaring heeft met de diagnose en behandeling van psoriasis.
Dosering
Voor een betere verdraagbaarheid van Skilarence wordt aanbevolen om de behandeling te starten met een lage initiële dosis met daarna geleidelijke verhogingen. In de eerste week wordt eenmaal daags een dosis van 30 mg ingenomen (1 tablet 's avonds). In de tweede week wordt tweemaal daags een dosis van 30 mg ingenomen (1 tablet 's morgens en 1 's avonds). In de derde week wordt driemaal daags een dosis van 30 mg ingenomen (1 tablet 's morgens, 1 's middags en 1 's avonds). Vanaf de vierde week wordt de behandeling overgeschakeld naar een dosis van 120 mg in de vorm van slechts 1 tablet 's avonds. Deze dosis wordt dan verhoogd met 1 tablet van 120 mg per week op verschillende tijdstippen van de dag voor de volgende 5 weken, zoals in de onderstaande tabel wordt aangegeven. De maximale toegestane dagelijkse dosis is 720 mg (zes tabletten van 120 mg).
Week | Aantal tabletten | Totale dagelijkse dosis (mg) | ||
| Ochtend | Middag | Avond | dimethylfumaraat |
Skilarence 30 mg |
| |||
1 | 0 | 0 | 1 | 30 |
2 | 1 | 0 | 1 | 60 |
3 | 1 | 1 | 1 | 90 |
Skilarence 120 mg |
| |||
4 | 0 | 0 | 1 | 120 |
5 | 1 | 0 | 1 | 240 |
6 | 1 | 1 | 1 | 360 |
7 | 1 | 1 | 2 | 480 |
8 | 2 | 1 | 2 | 600 |
9+ | 2 | 2 | 2 | 720 |
Als een specifieke verhoging van de dosis niet wordt verdragen, kan die tijdelijk worden gereduceerd tot de laatste verdragen dosis.
Indien succes met de behandeling wordt waargenomen vóór de maximale dosis is bereikt, is geen verdere dosisverhoging nodig. Nadat een klinisch relevante verbetering van de huidlaesies is bereikt, dient een geleidelijke reductie van de dagelijkse dosis van Skilarence tot de onderhoudsdosering die het individu nodig heeft, te worden overwogen.
Dosiswijzigingen kunnen ook nodig zijn indien afwijkingen in de laboratoriumparameters waargenomen worden (zie rubriek 4.4).
Oudere patiënten
In klinische onderzoeken naar Skilarence waren er niet voldoende patiënten van 65 jaar en ouder om vast te stellen of zij anders reageren in vergelijking met patiënten jonger dan 65 jaar (zie rubriek 5.2). Op basis van de farmacologie van dimethylfumaraat wordt niet verwacht dat er bij ouderen dosisaanpassingen nodig zullen zijn.
Nierfunctiestoornis
Er is geen dosisaanpassing nodig bij patiënten met een lichte tot matige nierfunctiestoornis (zie rubriek 5.2). Skilarence werd niet onderzocht bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis; het gebruik van Skilarence is gecontra-indiceerd bij deze patiënten (zie rubriek 4.3).
Leverfunctiestoornis
Er is geen dosisaanpassing nodig bij patiënten met een lichte tot matige leverfunctiestoornis (zie rubriek 5.2). Skilarence werd niet onderzocht bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis; het gebruik van Skilarence is gecontra-indiceerd bij deze patiënten (zie rubriek 4.3).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Skilarence bij kinderen jonger dan 18 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar met Skilarence bij een pediatrische populatie.
Wijze van toediening
Voor oraal gebruik.
Tabletten moeten in hun geheel worden ingeslikt met een vloeistof, tijdens of onmiddellijk na een maaltijd.
De omhulling van de maagsapresistente tabletten is ontwikkeld om maagirritatie te voorkomen. Daarom mogen de tabletten niet worden geplet, gedeeld, opgelost of gekauwd.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof- of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Ernstige gastro-intestinale aandoeningen.
Ernstige lever- of nierfunctiestoornis.
Zwangerschap en borstvoeding.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De meest voorkomende bijwerkingen die met Skilarence zijn waargenomen, zijn gastro-intestinale voorvallen, gevolgd door opvliegers en lymfopenie.
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
Hier volgt een lijst van bijwerkingen die optraden bij patiënten die behandeld werden met Skilarence tijdens de klinische ontwikkeling van het geneesmiddel, ervaringen van na het op de markt brengen ervan en met Fumaderm, een verwant geneesmiddel dat dimethylfumaraat bevat samen met andere fumaarzuuresters.
De frequentie van bijwerkingen wordt gedefinieerd met gebruik van de volgende conventie: zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100, <1/10); soms (≥1/1.000, <1/100); zelden (≥1/10.000, <1/1.000); zeer zelden (<1/10.000); en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Systeem/orgaanklasse | Bijwerkingen | Frequentie |
Infecties en parasitaire aandoeningen | Herpes zoster | Niet bekend** |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen | Lymfopenie | Zeer vaak |
Voedings- en stofwisselingsstoornissen | Verminderde eetlust | Vaak |
Zenuwstelselaandoeningen | Hoofdpijn | Vaak |
Bloedvataandoeningen | Flushing (opvliegers) | Zeer vaak |
Maag-darmstelselaandoeningen | Diarree | Zeer vaak |
Huid- en onderhuid aandoeningen | Erytheem | Vaak |
Nier- en urinewegaandoeningen | Proteïnurie | Soms |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Vermoeidheid | Vaak |
Onderzoeken | Verhoogde leverenzymen | Vaak |
*Aanvullende bijwerkingen gerapporteerd bij Fumaderm, een verwant geneesmiddel dat dimethylfumaraat samen met andere fumaarzuuresters bevat. | ||
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Maag-darmklachten
Uit gegevens van zowel het klinische fase III-onderzoek als uit de literatuur blijkt dat maag-darmstoornissen met producten die dimethylfumaraat bevatten het meest optreden tijdens de eerste 2 tot 3 maanden na het opstarten van de behandeling. Er kon geen duidelijk verband met de dosis en er konden geen risicofactoren voor het optreden van deze bijwerkingen worden vastgesteld. Diarree was een vaak voorkomende bijwerking (36,9%) bij de patiënten die Skilarence innamen en dit leidde tot de stopzetting van het geneesmiddel bij ongeveer 10% van de patiënten. Meer dan 90% van deze voorvallen van diarree was licht tot matig in ernst (zie rubriek 4.4).
De enige bijwerkingen die bij >5% van de patiënten tot staking van de behandeling hebben geleid, waren gastro-intestinale bijwerkingen. Raadpleeg rubriek 4.4 voor controleaanbevelingen en de klinische behandeling van bijwerkingen.
Flushing
Op basis van zowel observaties in het klinische fase III-onderzoek als gegevens uit de literatuur blijkt dat flushing het meest optreedt tijdens de eerste weken van de behandeling en geneigd is om na verloop van tijd af te zwakken. In het klinische onderzoek had in totaal 20,8% van de patiënten die Skilarence kregen, te maken met flushing. In de meeste gevallen was dit licht van aard (zie rubriek 4.4). Gepubliceerde klinische ervaring met producten die dimethylfumaraat bevatten, toont aan dat individuele episodes van flushing doorgaans aanvangen kort nadat de tabletten zijn ingenomen en na een paar uur verdwijnen.
Hematologische veranderingen
Uit gegevens van zowel het klinische fase III-onderzoek als uit de literatuur blijkt dat veranderingen in de hematologische parameters het meest optreden tijdens de eerste 3 maanden na het opstarten van de behandeling met dimethylfumaraat. Vooral in het klinische onderzoek was er een lichte daling van het gemiddelde aantal lymfocyten, die aanving tussen week 3 en 5 en een maximum bereikte in week 12, waarbij ongeveer een derde van de patiënten lymfocytenwaarden had die lager waren dan 1,0x109/l. De gemiddelde en mediane waarden van de lymfocyten bleven binnen de normale waarden tijdens het klinische onderzoek. In week 16 (einde van de behandeling) was er geen verdere afname van het aantal lymfocyten. In week 16 van de behandeling werden bij 13/175 (7,4%) van de patiënten lymfocytwaarden <0,7x 109/l vastgesteld. Er werden alleen bloedmonsters voor klinische veiligheidslaboratoriumtests afgenomen bij follow-up bezoeken indien er tijdens het voorgaande bezoek afwijkingen waren. Gedurende de behandelingsvrije follow-up werden lymfocytwaarden waargenomen van <0,7x 109/l bij 1/29 (3,5%) van de patiënten na 6 maanden en 0/28 (0%) na 12 maanden na beëindiging van de behandeling. Twaalf maanden na beëindiging van de behandeling hadden 3/28 (10,7%) van de patiënten lymfocytwaarden lager dan 1,0x109/l, wat 3/279 (1,1%) zou vertegenwoordigen van de patiënten die begonnen met Skilarence.
Voor het totale aantal leukocyten was er een duidelijke afname in week 12 van de behandeling. Daarna steeg het aantal weer langzaam rond week 16 (einde van de behandeling). Twaalf maanden na het stoppen van de behandeling lagen de waarden van alle patiënten hoger dan 3,0 x 109/l.
Al in week 3 was er een tijdelijke stijging van de gemiddelde waarden van de eosinofielen met een maximum in week 5 en 8. In week 16 bedroegen de waarden opnieuw hetzelfde als bij de baseline.
Voor controleaanbevelingen en de klinische behandeling van hematologische bijwerkingen, zie rubriek 4.4.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, www.fagg.be, Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg.be
Nederland
Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, Website: www.lareb.nl.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Almirall, S.A.
Ronda General Mitre, 151
08022 Barcelona
Spanje
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/17/1201/001
EU/1/17/1201/002
EU/1/17/1201/003
EU/1/17/1201/004
EU/1/17/1201/005
EU/1/17/1201/006
EU/1/17/1201/007
EU/1/17/1201/008
EU/1/17/1201/009
EU/1/17/1201/010
EU/1/17/1201/011
EU/1/17/1201/012
EU/1/17/1201/013
EU/1/17/1201/014
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
07/2024
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau https://www.ema.europa.eu
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3780459 | SKILARENCE 30MG MAAGSAPRESIST COMP 42 X 30MG | L04AX07 | € 113,79 | - | Ja | - | - |
| 3780467 | SKILARENCE 120MG MAAGSAPRESIST COMP 90 X 120MG | L04AX07 | € 231,58 | - | Ja | - | - |