SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Vocabria 30 mg filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke tablet bevat cabotegravirnatrium overeenkomend met 30 mg cabotegravir.
Hulpstof met bekend effect
Elke filmomhulde tablet bevat 155 mg lactose (als monohydraat).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet (tablet).
Witte, ovale, filmomhulde tabletten (ongeveer 8,0 mm bij 14,3 mm), voorzien van de inscriptie ‘SV CTV’ op één zijde.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Vocabria‑tabletten worden, in combinatie met rilpivirine‑tabletten, geïndiceerd voor de kortetermijnbehandeling van een humaan immunodeficiëntievirus type 1 (hiv‑1)‑infectie bij virologisch onderdrukte (hiv‑1‑RNA < 50 kopieën/ml) volwassenen en jongeren (die ten minste 12 jaar oud zijn en ten minste 35 kg wegen) die een stabiele antiretrovirale behandeling krijgen zonder huidig of vroeger bewijs van virale resistentie voor, en geen eerder virologisch falen met middelen uit de non‑nucleoside reverse-transcriptaseremmer (NNRTI)‑ en integraseremmer (INI)‑klasse (zie rubriek 4.2, 4.4 en 5.1) voor:
- Orale ‘lead‑in’ om de verdraagbaarheid van Vocabria en rilpivirine te beoordelen voorafgaand aan de toediening van een injectie met langwerkend cabotegravir plus een injectie met langwerkend rilpivirine.
- Orale behandeling voor volwassenen en jongeren die een geplande toediening van cabotegravir als injectie plus rilpivirine als injectie gaan missen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Vocabria moet voorgeschreven worden door artsen die ervaring hebben in de behandeling van een hiv‑infectie.
Vocabria‑tabletten zijn geïndiceerd voor de kortetermijnbehandeling van hiv in combinatie met rilpivirine‑tabletten. Daarom moet de voorschrijfinformatie voor rilpivirine‑tabletten geraadpleegd worden voor de aanbevolen dosis.
Vóór het starten van Vocabria moeten beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg zorgvuldig de patiënten selecteren die instemmen met het benodigde injectieschema voor maandelijkse toediening of toediening om de 2 maanden en moeten zij patiënten hebben geïnformeerd over het belang van het zich houden aan de geplande toedieningsbezoeken om de virale suppressie in stand te helpen houden en om het risico op ‘virale rebound’ en mogelijke ontwikkeling van resistentie te verlagen vanwege gemiste doses (zie rubriek 4.4).
De beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg en patiënt kunnen besluiten om cabotegravir‑tabletten te gebruiken als orale ‘lead-in’ vóór de start van de injectie met cabotegravir om de verdraagbaarheid voor cabotegravir te beoordelen (zie tabel 1) of kunnen direct beginnen met de injecties cabotegravir (zie de SmPC voor cabotegravir als injectie).
Dosering
Volwassenen en jongeren (die ten minste 12 jaar oud zijn en ten minste 35 kg wegen)
Orale ‘lead‑in’
Wanneer het wordt gebruikt voor orale ‘lead-in’, moeten Vocabria‑tabletten samen met rilpivirine‑tabletten ingenomen worden gedurende ongeveer één maand (ten minste 28 dagen) om de verdraagbaarheid voor cabotegravir en rilpivirine te beoordelen (zie rubriek 4.4). Eenmaal daags moet één tablet Vocabria 30 mg samen met één tablet rilpivirine 25 mg worden ingenomen.
Tabel 1 Aanbevolen doseringsschema
| ORALE ‘LEAD‑IN’ |
Geneesmiddel | Tijdens maand 1 |
Vocabria | 30 mg eenmaal daags |
Rilpivirine | 25 mg eenmaal daags |
Orale toediening voor gemiste injecties cabotegravir
Als een patiënt van plan is een gepland injectiebezoek te missen met meer dan 7 dagen kan orale behandeling (eenmaal daags één tablet Vocabria 30 mg en één tablet rilpivirine 25 mg) worden gebruikt om maximaal 2 achtereenvolgende maandelijkse injectiebezoeken of één bezoek voor een injectie om de 2 maanden te vervangen. Er zijn beperkte gegevens beschikbaar over orale overbrugging met een andere volledig onderdrukkende antiretrovirale behandeling (ART) (voornamelijk op basis van INI), zie rubriek 5.1. Bij een duur van de orale behandeling van langer dan twee maanden wordt een andere orale behandeling aanbevolen.
De eerste dosis orale behandeling moet één maand (+/- 7 dagen) na de laatste injectiedoses cabotegravir en rilpivirine worden ingenomen voor patiënten die maandelijks injecties krijgen. Voor patiënten die om de 2 maanden injecties krijgen, moet de eerste dosis orale behandeling 2 maanden (+/- 7 dagen) na de laatste injectiedosis cabotegravir en rilpivirine worden ingenomen. Toediening via injecties moet hervat worden op de dag waarop de orale toediening wordt afgerond.
Gemiste doses
Als de patiënt een dosis Vocabria‑tabletten vergeet, moet de patiënt de gemiste dosis zo snel mogelijk innemen, indien de volgende dosis niet binnen 12 uur moet worden ingenomen. Als de volgende dosis binnen 12 uur moet worden ingenomen, moet de patiënt de vergeten dosis niet innemen en eenvoudigweg verdergaan met het gebruikelijke doseringsschema.
Als een patiënt binnen 4 uur na het innemen van Vocabria‑tabletten braakt, moet nog een Vocabria‑tablet worden ingenomen. Als een patiënt meer dan 4 uur na het innemen van Vocabria‑tabletten braakt, hoeft de patiënt niet nog een dosis Vocabria in te nemen tot de volgende regulier geplande dosis.
Ouderen
Voor oudere patiënten is geen dosisaanpassing nodig. Er zijn beperkte gegevens beschikbaar over het gebruik van cabotegravir bij patiënten van 65 jaar en ouder (zie rubriek 5.2).
Verminderde nierfunctie
Er is geen dosisaanpassing nodig voor patiënten met een licht (creatinineklaring ≥ 60 tot < 90 ml/min), matig (creatinineklaring ≥ 30 tot < 60 ml/min) of ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring ≥ 15 tot < 30 ml/min die niet gedialyseerd worden [zie rubriek 5.2]). Cabotegravir is niet onderzocht bij patiënten met een terminaal nierfalen die nierfunctievervangende therapie krijgen. Omdat cabotegravir meer dan 99% gebonden is aan eiwit wordt niet verwacht dat dialyse de blootstelling aan cabotegravir verandert. Als het wordt toegediend aan een patiënt die niervervangingstherapie krijgt, is voorzichtigheid geboden bij het gebruik van cabotegravir.
Verminderde leverfunctie
Er is geen dosisaanpassing nodig bij patiënten met een licht of matig verminderde leverfunctie (Child‑Pugh‑score A of B). Cabotegravir is niet onderzocht bij patiënten met een ernstig verminderde leverfunctie (Child‑Pugh‑score C [zie rubriek 5.2]).
Als het wordt toegediend aan een patiënt met een ernstig verminderde leverfunctie, is voorzichtigheid geboden bij het gebruik van cabotegravir.
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Vocabria bij kinderen jonger dan 12 jaar en jongeren die minder dan 35 kg wegen zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Oraal gebruik.
Vocabria‑tabletten kunnen met of zonder voedsel worden ingenomen. Als de Vocabria‑tabletten op hetzelfde tijdstip als de rilpivirine‑tabletten worden ingenomen, moeten ze worden ingenomen met een maaltijd.
4.3 Contra‑indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Gelijktijdig gebruik met rifampicine, rifapentine, carbamazepine, oxcarbazepine, fenytoïne of fenobarbital (zie rubriek 4.5).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De vaakst gemelde bijwerkingen waren hoofdpijn en pyrexie4.
De ernstige bijwerkingen van de huid SJS en TEN zijn gemeld in verband met toediening van cabotegravir (zie rubriek 4.4).
Samenvattende tabel van bijwerkingen
De bijwerkingen die zijn vastgesteld voor cabotegravir en rilpivirine staan vermeld in tabel 3 per lichaamssysteem, orgaanklasse en frequentie. Frequenties worden gedefinieerd als zeer vaak ( 1/10); vaak ( 1/100, < 1/10); soms ( 1/1.000, < 1/100); zelden ( 1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000).
Tabel 3 Samenvattende tabel van bijwerkingen1
Systeem/orgaanklasse (SOC) volgens MedDRA | Frequentiecategorie | Bijwerkingen voor behandelschema met Vocabria + rilpivirine |
Immuunsysteemaandoeningen | Soms | Hypersensitiviteit* |
Psychische stoornissen | Vaak | Depressie |
Soms | Suïcidepoging; Suïcidale gedachten (vooral bij patiënten met een reeds bestaande voorgeschiedenis van psychiatrische aandoeningen) | |
Zenuwstelselaandoeningen | Zeer vaak | Hoofdpijn |
Vaak | Duizeligheid | |
Soms | Somnolentie | |
Maagdarmstelselaandoeningen | Vaak | Nausea |
Lever‑ en galaandoeningen | Soms | Hepatotoxiciteit |
Huid‑ en onderhuidaandoeningen | Vaak | Rash3 |
Soms | Urticaria* | |
Zeer zelden | Stevens-Johnson-syndroom*, toxische epidermale necrolyse* | |
Skeletspierstelsel‑ en bindweefselaandoeningen | Vaak | Myalgie |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Zeer vaak | Pyrexie4 |
Vaak | Vermoeidheid | |
Onderzoeken | Vaak | Gewicht verhoogd |
Soms | Transaminase verhoogd |
1 De frequentie van vastgestelde bijwerkingen is gebaseerd op alle keren dat de bijwerkingen gemeld zijn en is niet beperkt tot de bijwerkingen waarvan de onderzoeker het ten minste mogelijk acht dat ze verband houden met de behandeling.
2 Abdominale pijn omvat de volgende gegroepeerde MedDRA‑voorkeurstermen: bovenbuikpijn.
3 Rash omvat de volgende gegroepeerde MedDRA‑voorkeurstermen: rash, rash erythemateus, rash gegeneraliseerd, rash vlekkerig, rash maculo-papulair, rash morbilliform, rash papulair, rash pruritus.
4 Pyrexie omvat de volgende gegroepeerde MedDRA‑voorkeurstermen: het heet hebben, lichaamstemperatuur verhoogd.
* Zie rubriek 4.4.
Het totale veiligheidsprofiel na 96 weken en 124 weken in het FLAIR‑onderzoek kwam overeen met het veiligheidsprofiel dat is waargenomen na 48 weken, waarbij geen nieuwe veiligheidsbevindingen zijn geïdentificeerd. In de extensiefase van het FLAIR‑onderzoek waarbij het CAB LA + RPV LA-schema werd gestart met ‘Direct to Injection’, werden geen nieuwe veiligheidsproblemen vastgesteld in verband met het overslaan van de orale ‘lead-in’-fase (zie rubriek 5.1).
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Gewicht verhoogd
Na 48 weken nam het gewicht van proefpersonen in de onderzoeken FLAIR en ATLAS die Vocabria plus rilpivirine kregen, mediaan met 1,5 kg toe. Het gewicht van proefpersonen die hun huidige antiretrovirale therapie (CAR) bleven gebruiken, nam mediaan toe met 1 kg (gepoolde analyse). In de afzonderlijke onderzoeken FLAIR en ATLAS waren de mediane gewichtstoenames in de groepen met Vocabria plus rilpivirine respectievelijk 1,3 kg en 1,8 kg in vergelijking met 1,5 kg en 0,3 kg in de groepen met CAR.
Na 48 weken was de mediane gewichtstoename in ATLAS‑2M in de groepen die Vocabria plus rilpivirine maandelijks en om de 2 maanden kregen 1,0 kg.
Veranderingen in chemische laboratoriumwaarden
Kleine, niet‑progressieve toenames van totaal bilirubine (zonder klinische geelzucht) werden gezien bij de behandeling met Vocabria plus rilpivirine. Deze veranderingen werden niet als klinisch relevant gezien, omdat deze waarschijnlijk betrekking hebben op de competitie tussen cabotegravir en ongeconjugeerd bilirubine voor een gezamenlijke klaringsroute (UGT1A1).
Verhoogde transaminasen (ALAT/ASAT) werden tijdens klinische onderzoeken gezien bij proefpersonen die Vocabria plus rilpivirine kregen. Deze verhogingen werden voornamelijk toegeschreven aan acute virale hepatitis. Enkele proefpersonen die de orale behandeling kregen, hadden transaminaseverhogingen die werden toegeschreven aan vermoede geneesmiddelgerelateerde hepatotoxiciteit; deze veranderingen waren omkeerbaar bij stopzetting van de behandeling (zie rubriek 4.4).
Verhoogde lipasen werden tijdens klinische onderzoeken gezien voor Vocabria plus rilpivirine; lipasetoenamen van graad 3 en 4 traden vaker op bij Vocabria plus rilpivirine in vergelijking met CAR. Deze verhogingen waren doorgaans asymptomatisch en leidden niet tot stopzetting van de behandeling met Vocabria plus rilpivirine. Eén geval van fatale pancreatitis met lipase van graad 4 en verstorende factoren (waaronder voorgeschiedenis van pancreatitis) is gemeld in het ATLAS‑2M‑onderzoek, waarvoor een oorzakelijk verband met het injectieschema niet uitgesloten kon worden.
Pediatrische patiënten
Op basis van gegevens uit de analyse na week 16 (cohort 1C, n=30) en week 24 (cohort 2, n=144) van het MOCHA-onderzoek (IMPAACT 2017) werden er bij jongeren (die ten minste 12 jaar oud waren en 35 kg of meer wogen) geen nieuwe veiligheidsproblemen vastgesteld ten opzichte van het bij volwassenen vastgestelde veiligheidsprofiel.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem:
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
ViiV Healthcare BV
Van Asch van Wijckstraat 55H
3811 LP Amersfoort
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/20/1481/001
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
14 augustus 2025 (versie 13)
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau: https://www.ema.europa.eu.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 4299731 | VOCABRIA 30MG FILMOMH TABL 30 X 30MG | J05AJ04 | € 630,3 | - | Ja | € 2 | € 1 |