Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Jyseleca 100 mg filmomhulde tabletten
Jyseleca 200 mg filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Jyseleca 100 mg filmomhulde tabletten
Elke filmomhulde tablet bevat filgotinibmaleaat, overeenkomend met 100 mg filgotinib.
Hulpstof met bekend effect
Elke filmomhulde tablet van 100 mg bevat 76 mg lactose (als monohydraat).
Jyseleca 200 mg filmomhulde tabletten
Elke filmomhulde tablet bevat filgotinibmaleaat, overeenkomend met 200 mg filgotinib.
Hulpstof met bekend effect
Elke filmomhulde tablet van 200 mg bevat 152 mg lactose (als monohydraat).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet.
Jyseleca 100 mg filmomhulde tabletten
Beige, capsulevormige, filmomhulde tablet van 12 × 7 mm, met aan de ene kant “G” en aan de andere kant “100” gegraveerd.
Jyseleca 200 mg filmomhulde tabletten
Beige, capsulevormige, filmomhulde tablet van 17 × 8 mm, met aan de ene kant “G” en aan de andere kant “200” gegraveerd.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Reumatoïde artritis
Jyseleca is geïndiceerd voor de behandeling van matige tot ernstige actieve reumatoïde artritis bij volwassen patiënten die onvoldoende hebben gereageerd op, of die intolerant zijn voor een of meer disease modifying antirheumatic drugs (DMARD’s). Jyseleca kan worden gebruikt als monotherapie of in combinatie met methotrexaat (MTX).
Colitis ulcerosa
Jyseleca is geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met matige tot ernstige actieve colitis ulcerosa die onvoldoende hebben gereageerd op, niet hebben gereageerd op of die intolerant waren voor conventionele therapie of een biological.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Behandeling met filgotinib moet worden gestart door een arts die ervaren is in de behandeling van reumatoïde artritis of colitis ulcerosa.
Dosering
Reumatoïde artritis
De aanbevolen dosering filgotinib voor volwassen patiënten is 200 mg eenmaal daags.
Voor volwassenen met een verhoogd risico op VTE, MACE en maligniteit (zie rubriek 4.4) is de aanbevolen dosering 100 mg eenmaal daags en mag deze worden verhoogd tot 200 mg eenmaal daags in het geval dat de ziekte onvoldoende onder controle is. Voor langdurige behandeling dient de laagste effectieve dosis te worden gebruikt.
Colitis ulcerosa
Inductiebehandeling
De aanbevolen dosering is 200 mg, eenmaal daags voor inductiebehandeling.
Voor patiënten met colitis ulcerosa die tijdens de eerste 10 weken van de behandeling onvoldoende therapeutisch voordeel bereiken, kan een aanvullende inductiebehandeling van 12 weken met 200 mg filgotinib eenmaal per dag extra verlichting van symptomen geven (zie rubriek 5.1). Patiënten die na 22 behandelweken geen enkel therapeutisch voordeel vertonen, dienen met filgotinib te stoppen.
Onderhoudsbehandeling
De aanbevolen dosering is 200 mg eenmaal daags voor onderhoudsbehandeling.
Voor volwassenen met een hoger risico op VTE, MACE en maligniteit (zie rubriek 4.4) is de aanbevolen dosering voor onderhoudsbehandeling 100 mg eenmaal daags. In geval van opvlamming van de ziekte mag de dosis worden verhoogd tot 200 mg eenmaal daags. Voor langdurige behandeling dient de laagste effectieve dosis te worden gebruikt.
Laboratoriumcontroles en dosisinstelling of -onderbreking
Richtlijnen voor laboratoriumcontroles, dosisinstelling of -onderbreking staan vermeld in tabel 1. Wanneer een patiënt een ernstige infectie krijgt, moet de behandeling worden onderbroken tot de infectie onder controle is (zie rubriek 4.4).
Tabel 1: Laboratoriumbepalingen en richtlijnen voor monitoring
Laboratoriumbepaling | Activiteit | Richtlijn voor monitoring |
Absolute neutrofielentelling (ANC) | Behandeling mag niet worden gestart of moet worden onderbroken als het ANC < 1 × 109 cellen/l is. Behandeling kan worden hervat zodra het ANC weer boven deze waarde komt | Voordat behandeling wordt gestart en daarna overeenkomstig de routinebehandeling van de patiënt |
Absolute lymfocytentelling (ALC) | Behandeling mag niet worden gestart of moet worden onderbroken als het ALC < 0,5 × 109 cellen/l is. Behandeling kan worden hervat zodra het ALC weer boven deze waarde komt | |
Hemoglobine (Hb) | Behandeling mag niet worden gestart of moet worden onderbroken als Hb < 8 g/dl is. Behandeling kan worden hervat zodra Hb weer boven deze waarde komt | |
Lipidenparameters | Patiënten moeten behandeld worden volgens internationale klinische richtlijnen voor hyperlipidemie | 12 weken na start van de behandeling en daarna overeenkomstig internationale klinische richtlijnen voor hyperlipidemie |
Speciale patiëntengroepen
Ouderen
Reumatoïde artritis
Voor patiënten met reumatoïde artritis van 65 jaar en ouder is de aanbevolen dosering 100 mg eenmaal daags en mag deze worden verhoogd tot 200 mg eenmaal daags in het geval dat de ziekte onvoldoende onder controle is (zie rubriek 4.4). Voor langdurige behandeling dient de laagste effectieve dosis te worden gebruikt.
Colitis ulcerosa
Voor patiënten met colitis ulcerosa van 65 jaar en ouder is de aanbevolen dosering 200 mg eenmaal daags voor inductiebehandeling en 100 mg eenmaal daags voor onderhoudsbehandeling (zie rubriek 4.4). In geval van opvlamming van de ziekte mag de dosis worden verhoogd tot 200 mg eenmaal daags. Voor langdurige behandeling dient de laagste effectieve dosis te worden gebruikt. Filgotinib wordt niet aanbevolen bij patiënten van 75 jaar en ouder omdat er geen gegevens over deze patiëntengroep zijn.
Nierfunctiestoornis
Er is geen dosisaanpassing nodig bij patiënten met lichte nierfunctiestoornis (creatinineklaring [CrCl] ≥ 60 ml/min). Een eenmaaldaagse dosis van 100 mg filgotinib wordt aanbevolen voor patiënten met matige of ernstige nierfunctiestoornis (CrCl 15 tot < 60 ml/min). Filgotinib is niet onderzocht bij patiënten met terminale nieraandoening (CrCl < 15 ml/min) en wordt derhalve niet aanbevolen voor gebruik bij deze patiënten (zie rubriek 5.2).
Leverfunctiestoornis
Er is geen dosisaanpassing nodig bij patiënten met lichte of matige leverfunctiestoornis (Child‑Pugh A of B). Filgotinib is niet onderzocht bij patiënten met ernstige leverfunctiestoornis (Child‑Pugh C) en wordt derhalve niet aanbevolen voor gebruik bij deze patiënten (zie rubriek 5.2).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van filgotinib bij kinderen jonger dan 18 jaar zijn nog niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Oraal gebruik.
Jyseleca kan met of zonder voedsel worden ingenomen (zie rubriek 5.2). Er werd niet onderzocht of tabletten kunnen worden gebroken, geplet of gekauwd. Daarom wordt aanbevolen om de tabletten in hun geheel door te slikken.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof(fen) of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen).
Actieve tuberculose (tbc) of actieve ernstige infecties (zie rubriek 4.4).
Zwangerschap (zie rubriek 4.6).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Reumatoïde artritis
De frequentst gemelde bijwerkingen zijn nausea (3,5%), infectie van de bovenste luchtwegen (IBL, 3,3%), urineweginfectie (UWI, 1,7%), duizeligheid (1,2%) en lymfopenie (1,0%).
Colitis ulcerosa
In het algemeen is het globale veiligheidsprofiel dat werd waargenomen bij met filgotinib behandelde patiënten met colitis ulcerosa in overeenstemming met het veiligheidsprofiel dat werd waargenomen bij patiënten met reumatoïde artritis.
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
De volgende bijwerkingen zijn gebaseerd op klinische onderzoeken (tabel 2). De bijwerkingen worden hieronder vermeld per systeem/orgaanklasse en frequentie. De frequenties zijn als volgt gedefinieerd: vaak (≥ 1/100, < 1/10) en soms (≥ 1/1.000, < 1/100).
Tabel 2: Bijwerkingen
Frequentiea | Bijwerking |
Infecties en parasitaire aandoeningen | |
Vaak | Urineweginfectie (UWI) |
Soms | Herpes zoster |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen | |
Vaak | Lymfopenie |
Soms | Neutropenie |
Voedings- en stofwisselingsstoornissen | |
Soms | Hypercholesterolemie |
Zenuwstelselaandoeningen | |
Vaak | Duizeligheid |
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen | |
Soms | Vertigo |
Maagdarmstelselaandoeningen | |
Vaak | Nausea |
Onderzoeken | |
Soms | Verhoogd creatinefosfokinase in het bloed |
a Frequentie gebaseerd op placebogecontroleerde periode vóór rescue (week 12), gepoold uit FINCH 1 en 2 en DARWIN 1 en 2, voor patiënten met reumatoïde artritis die 200 mg filgotinib kregen. De frequenties die werden gemeld in het SELECTION-onderzoek bij patiënten met colitis ulcerosa die 200 mg filgotinib kregen, waren in het algemeen in overeenstemming met de frequenties die werden gemeld in de onderzoeken voor reumatoïde artritis.
Veranderingen in laboratoriumwaarden
Creatinine
Bij behandeling met filgotinib trad een stijging in serumcreatinine op. De gemiddelde (SD) toename ten opzichte van baseline in serumcreatinine in week 24 van de fase 3-onderzoeken (FINCH 1, 2 en 3) was 0,07 (0,12) en 0,04 (0,11) mg/dl voor respectievelijk filgotinib 200 mg en 100 mg. De gemiddelde creatininewaarden bleven binnen het normale bereik.
Lipiden
Behandeling met filgotinib werd in verband gebracht met dosisafhankelijke stijgingen van totaal cholesterol- en HDL-spiegels, terwijl de LDL‑spiegels licht waren gestegen. De LDL/HDL-ratio’s waren in het algemeen ongewijzigd. Veranderingen in lipiden werden waargenomen in de eerste 12 weken van behandeling met filgotinib en bleven daarna stabiel.
Serumfosfaat
Over het algemeen kwamen lichte, voorbijgaande of intermitterende en dosisafhankelijke dalingen van de serumfosfaatspiegels voor tijdens behandeling met filgotinib en deze verdwenen zonder stopzetting van de behandeling. In week 24 in de fase 3-onderzoeken (FINCH 1, 2 en 3) werden serumfosfaatwaarden van minder dan 2,2 mg/dl (de ondergrens van normaal) gemeld bij 5,3% en 3,8% van de proefpersonen die respectievelijk filgotinib 200 mg en 100 mg kregen; er werden geen waarden gemeld onder 1,0 mg/dl.
In placebogecontroleerde fase 3-onderzoeken met DMARD’s als achtergrondbehandeling (FINCH 1 en FINCH 2) gedurende 12 weken werden serumfosfaatspiegels van minder dan 2,2 mg/dl gemeld bij 1,6%, 3,1% en 2,4% in de groepen met respectievelijk placebo, filgotinib 200 mg en filgotinib 100 mg.
Beschrijving van specifieke bijwerkingen
Infecties
Reumatoïde artritis
De frequentie van infecties gedurende 12 weken in placebogecontroleerde onderzoeken met DMARD’s als achtergrondbehandeling (FINCH 1, FINCH 2, DARWIN 1 en DARWIN 2) was 18,1% in de groep met filgotinib 200 mg vergeleken met 13,3% in de placebogroep. De frequentie van infecties gedurende 24 weken in het MTX‑gecontroleerde FINCH 3-onderzoek in de groep met filgotinib 200 mg monotherapie en de groep met filgotinib 200 mg plus MTX was respectievelijk 25,2% en 23,1% vergeleken met 24,5% in de MTX‑groep. Het totale voor blootstelling gecorrigeerde incidentiecijfer (EAIR) voor infecties van de groep met filgotinib 200 mg in alle zeven klinische fase 2- en 3-onderzoeken (2.267 patiënten) was 26,5 per 100 patiëntjaren blootstelling (PYE).
De frequentie van ernstige infecties gedurende 12 weken in placebogecontroleerde onderzoeken met DMARD’s als achtergrondbehandeling was 1,0% in de groep met filgotinib 200 mg vergeleken met 0,6% in de placebogroep. De frequentie van ernstige infecties gedurende 24 weken in het MTX‑gecontroleerde FINCH 3‑onderzoek in de groep met filgotinib 200 mg monotherapie en de groep met filgotinib 200 mg plus MTX was respectievelijk 1,4% en 1,0% vergeleken met 1,0% in de MTX-groep. Het totale EAIR voor ernstige infecties van de groep met filgotinib 200 mg in alle zeven klinische fase 2- en 3-onderzoeken (2.267 patiënten) was 1,7 per 100 PYE. De meest voorkomende ernstige infectie was pneumonie. Het EAIR voor ernstige infecties bleef bij langdurige blootstelling stabiel.
In klinische onderzoeken voor reumatoïde artritis was er een hogere incidentie van ernstige infecties bij patiënten van 65 jaar en ouder.
De frequenties van infectieuze bijwerkingen gedurende 12 weken in placebogecontroleerde onderzoeken met DMARD’s als achtergrondbehandeling voor filgotinib 200 mg, vergeleken met placebo, waren: IBL (3,3% versus 1,8%), UWI (1,7% versus 0,9%), pneumonie (0,6% versus 0,4%) en herpes zoster (0,1% versus 0,3%). De meeste voorvallen van herpes zoster betroffen een enkele dermatoom en waren niet ernstig. Het totale EAIR voor herpes zoster in alle zeven klinische fase 2‑ en 3-onderzoeken (2.267 en 1.647 patiënten in totaal voor respectievelijk 200 mg en 100 mg) was respectievelijk 1,6 en 1,1 per 100 PYE in de groep met 200 mg en de groep met 100 mg.
Colitis ulcerosa
De typen ernstige infecties in de klinische onderzoeken voor colitis ulcerosa waren over het algemeen vergelijkbaar met de typen infecties die werden gemeld in de klinische onderzoeken voor reumatoïde artritis in behandelgroepen met filgotinib als monotherapie.
In de twee placebogecontroleerde inductieonderzoeken was de frequentie van ernstige infecties 0,6% in de groep met 200 mg filgotinib, 1,1% in de groep met 100 mg filgotinib en 1,1% in de placebogroep. In het placebogecontroleerde onderhoudsonderzoek was de frequentie van ernstige infecties 1% in de groep met 200 mg filgotinib vergeleken met 0% in de respectieve placebogroep. In de groep met 100 mg filgotinib in het onderhoudsonderzoek was de frequentie van ernstige infecties 1,7% vergeleken met 2,2% in de respectieve placebogroep.
Opportunistische infecties (uitgezonderd tbc)
In placebogecontroleerde onderzoeken voor reumatoïde artritis met DMARD’s als achtergrondbehandeling waren er gedurende 12 weken geen opportunistische infecties in de groep met filgotinib 200 mg of in de placebogroep. De frequentie van opportunistische infecties gedurende 24 weken in het MTX‑gecontroleerde FINCH 3‑onderzoek in de groep met filgotinib 200 mg monotherapie, de groep met filgotinib 200 mg plus MTX en de MTX-groep was respectievelijk 0, 0,2% en 0. Het totale EAIR voor opportunistische infecties van de groep met filgotinib 200 mg in alle zeven klinische fase 2- en 3‑onderzoeken voor reumatoïde artritis (2.267 patiënten) was 0,1 per 100 PYE.
Nausea
Nausea was meestal van tijdelijke aard en werd gemeld tijdens de eerste 24 weken van behandeling met filgotinib.
Creatinefosfokinase
Dosisafhankelijke stijgingen in creatinefosfokinase (CPK) traden op binnen de eerste 12 weken van behandeling met filgotinib en bleven daarna stabiel. De gemiddelde (SD) toename ten opzichte van baseline in CPK in week 24 van de fase 3‑onderzoeken (FINCH 1, 2 en 3) was ‑16 (449), 61 (260) en 33 (80) E/l voor respectievelijk placebo, filgotinib 200 mg en 100 mg.
In placebogecontroleerde fase 3‑onderzoeken met DMARD’s als achtergrondbehandeling (FINCH 1 en FINCH 2) gedurende 12 weken, werden CPK‑stijgingen van > 5 × de bovengrens van normaal (ULN) gemeld bij 0,5%, 0,3% en 0,3% van de patiënten in de groepen met respectievelijk placebo, filgotinib 200 mg en filgotinib 100 mg. Bij de meeste stijgingen van > 5 × ULN was stopzetting van de behandeling niet nodig.
Ervaringen uit langdurige vervolgonderzoeken
Reumatoïde artritis
In het langdurige vervolgonderzoek DARWIN 3 kregen patiënten die afkomstig waren uit DARWIN 1 (N = 497) eenmaal per dag filgotinib voor een mediane duur van 5,3 jaar en patiënten die afkomstig waren uit DARWIN 2 (N = 242) kregen eenmaal per dag filgotinib voor een mediane duur van 5,6 jaar. In het langdurige vervolgonderzoek FINCH 4, kregen 1.530 patiënten eenmaal per dag 200 mg filgotinib en kregen 1.199 patiënten eenmaal per dag 100 mg filgotinib voor een mediane duur van 1,5 jaar. Het veiligheidsprofiel van filgotinib was vergelijkbaar met het veiligheidsprofiel in de fase 2- en fase 3‑onderzoeken.
Colitis ulcerosa
In het langetermijnvervolgonderzoek (SELECTION LTE) bij patiënten die deelnamen aan het SELECTION-onderzoek kregen patiënten 200 mg filgotinib (N = 871), 100 mg filgotinib (N = 157) of placebo (N = 133) voor een mediane duur van respectievelijk 55, 36 en 32 weken. Het veiligheidsprofiel van filgotinib was vergelijkbaar met het veiligheidsprofiel in de SELECTION inductie- en onderhoudsonderzoeken.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem:
Nederland
Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb
Website: www.lareb.nl
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Galapagos NV
Generaal De Wittelaan L11 A3
2800 Mechelen
België
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Jyseleca 100 mg filmomhulde tabletten
EU/1/20/1480/001
EU/1/20/1480/002
Jyseleca 200 mg filmomhulde tabletten
EU/1/20/1480/003
EU/1/20/1480/004
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
07/2024
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 4244158 | JYSELECA 100MG FILMOMH TABL 1 X 30 | L04AA45 | € 841,63 | - | Ja | € 12,8 | € 8,5 |
| 4244109 | JYSELECA 100MG FILMOMH TABL 3 X 30 | L04AA45 | € 2502,95 | - | Ja | € 15,9 | € 10,5 |
| 4244125 | JYSELECA 200MG FILMOMH TABL 1 X 30 | L04AA45 | € 841,63 | - | Ja | € 12,8 | € 8,5 |
| 4244141 | JYSELECA 200MG FILMOMH TABL 3 X 30 | L04AA45 | € 2502,95 | - | Ja | € 15,9 | € 10,5 |