1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
ProQuad poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie
ProQuad poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie in een voorgevulde injectiespuit
Vaccin tegen mazelen, bof, rubella en varicella (levend)
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Na reconstitutie bevat één dosis (ongeveer 0,5 ml):
Mazelenvirus1 stam Enders’ Edmonston (levend, verzwakt)....niet minder dan 3,00 log10 TCID50*
Bofvirus1 stam Jeryl Lynn (niveau B) (levend, verzwakt)......niet minder dan 4,30 log10 TCID50*
Rubellavirus2 stam Wistar RA 27/3 (levend, verzwakt).......niet minder dan 3,00 log10 TCID50*
Varicellavirus3 stam Oka/Merck (levend, verzwakt)..........niet minder dan 3,99 log10 PFU**
* 50 % infectieuze dosis op weefselcultuur
** plaque vormende eenheden
(1) Gekweekt op kippenembryocellen.
(2) Gekweekt op humane diploïde longfibroblasten (WI-38).
(3) Gekweekt op humane diploïde (MRC-5-)cellen.
Het vaccin kan sporen van recombinant humaan albumine (rHA) bevatten.
Dit vaccin bevat sporenhoeveelheid van neomycine. Zie rubriek 4.3.
Hulpstof(fen) met bekend effect
Het vaccin bevat 16 milligram sorbitol per dosis. Zie rubriek 4.4.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie (poeder voor injectie).
Vóór reconstitutie is het poeder een witte tot lichtgele compacte kristallijne koek en het oplosmiddel een heldere, kleurloze vloeistof.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
ProQuad is geïndiceerd voor simultane vaccinatie tegen mazelen, bof, rubella en varicella bij personen vanaf 12 maanden.
ProQuad kan onder bijzondere omstandigheden worden toegediend aan personen vanaf 9 maanden (bijvoorbeeld in het kader van een nationaal vaccinatieprogramma, in geval van uitbraak of bij reizen naar een streek met een hoge prevalentie van mazelen; zie rubriek 4.2, 4.4 en 5.1).
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
ProQuad dient te worden gebruikt in overeenstemming met officiële aanbevelingen.
- Personen van 12 maanden en ouder
Voor een optimale bescherming tegen varicella dienen personen vanaf 12 maanden twee doses ProQuad te ontvangen, of een enkele dosis ProQuad gevolgd door een tweede dosis van een monovalent varicella vaccin (zie rubriek 5.1). Tussen de eerste en tweede dosis van elk levend viraal verzwakt vaccin dient ten minste één maand te verstrijken. Het verdient de voorkeur dat de tweede dosis binnen drie maanden na de eerste dosis wordt toegediend.
- Personen van 9 tot 12 maanden
Uit gegevens over immunogeniciteit en veiligheid blijkt dat ProQuad onder bijzondere omstandigheden kan worden toegediend aan personen van 9 tot 12 maanden (bijvoorbeeld in het kader van officiële aanbevelingen of wanneer vroege bescherming noodzakelijk wordt geacht). In dergelijke gevallen dienen personen een tweede dosis ProQuad te krijgen, die ten minste 3 maanden na de eerste dosis moet worden toegediend, om voor een optimale bescherming tegen mazelen en varicella te zorgen (zie rubriek 4.4 en 5.1).
- Personen jonger dan 9 maanden
ProQuad is niet geïndiceerd in deze subgroep van pediatrische patiënten. De veiligheid en werkzaamheid van ProQuad bij kinderen jonger dan 9 maanden zijn niet vastgesteld.
ProQuad mag ook worden gebruikt als de tweede dosis bij personen die al eerder een mazelen-, bof-, en rubellavaccin en varicellavaccin hebben ontvangen.
Wijze van toediening
Het vaccin moet intramusculair (IM) of subcutaan (SC) worden geïnjecteerd.
De voorkeursinjectieplaatsen zijn het anterolaterale gebied van het dijbeen bij jonge kinderen en het deltoïde gebied bij oudere kinderen, adolescenten en volwassenen.
Het vaccin dient subcutaan te worden toegediend bij patiënten met trombocytopenie of een stollingsstoornis.
Te nemen voorzorgen voorafgaand aan hantering of toediening van het geneesmiddel: zie rubriek 6.6.
Voor instructies over reconstitutie van het vaccin voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
Het vaccin mag in geen geval intravasculair worden geïnjecteerd.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen, waaronder neomycine (zie rubriek 2 en 4.4).
Bloeddyscrasie, leukemie, lymfomen van enigerlei aard of andere maligne neoplasmata die de bloed- en lymfevaten beïnvloeden.
De huidige immunosuppressieve therapie (inclusief hooggedoseerde corticosteroïden) (zie rubriek 4.8). ProQuad is niet gecontra-indiceerd voor patiënten die topische of laaggedoseerde parenterale corticosteroïden ontvangen (bijvoorbeeld als profylaxe bij astma of als vervangingstherapie).
Ernstige humorale of cellulaire (primaire of verworven) immunodeficiëntie, bijvoorbeeld ernstige gecombineerde immunodeficiëntie, agammaglobulinemie en aids, of symptomatische hiv-besmetting of een leeftijdsafhankelijk CD4+ T-lymfocytpercentage bij kinderen jonger dan 12 maanden: CD4+ < 25 %; kinderen in de leeftijd van 12-35 maanden: CD4+ < 20 %; kinderen van 36-59 maanden: CD4+ < 15 % (zie rubriek 4.4 en 4.8).
Bij ernstig immuungecompromitteerde patiënten die onbedoeld gevaccineerd zijn met een vaccin dat mazelen bevat, zijn ‘measles inclusion body’ encefalitis, pneumonitis en sterfgevallen als direct gevolg van gedissemineerde virusinfecties door mazelenvaccins gemeld.
Een familiale geschiedenis van congenitale of erfelijke immunodeficiëntie, tenzij de immuuncompetentie van de potentiële ontvanger van het vaccin is aangetoond.
Actieve, onbehandelde tuberculose. Bij kinderen behandeld voor tuberculose is geen verergering van de ziekte waargenomen nadat zij geïmmuniseerd waren met levend mazelen-virusvaccin. Er zijn tot op heden geen studies bekend naar het effect van mazelen-virusvaccins op kinderen met onbehandelde tuberculose.
![]()
Vaccinatie moet worden uitgesteld bij iedere ziekte die gepaard gaat met > 38,5 C koorts.
Zwangerschap. Daarnaast dient zwangerschap vermeden te worden gedurende de eerste maand na vaccinatie (zie rubriek 4.6).
4.8 Bijwerkingen
- Samenvatting van het veiligheidsprofiel
In 5 klinische studies werd ProQuad (in afwezigheid van andere vaccins) toegediend aan 6038 kinderen van 12 tot 23 maanden. De kinderen in deze onderzoeken kregen ofwel de huidige koel te bewaren formulering ofwel een vroegere formulering van ProQuad.![]()
De veiligheidsprofielen waren vergelijkbaar voor de twee verschillende formuleringen na een enkele dosis. De kinderen die aan deze onderzoeken deelnamen, werden gedurende zes weken na vaccinatie gevolgd. De enige vaccingerelateerde systemische bijwerkingen die met een significant hoger percentage werden gemeld bij de kinderen die de vroegere formulering van ProQuad ontvingen in vergelijking met individuen die het door MSD gemaakte vaccin voor mazelen, bof en rubella en het levend varicellavaccin (Oka/Merck) ontvingen, waren koorts (≥ 39,4 °C rectaal equivalent of afwijkend) en op mazelen lijkende uitslag. Zowel koorts als de op mazelen lijkende uitslag verschenen meestal 5 tot 12 dagen na de vaccinatie, verdwenen snel en verdwenen zonder lange termijn restverschijnselen. Pijn/gevoeligheid/irritatie op de injectieplaats werden met een statistisch lager percentage gemeld bij de kinderen die ProQuad ontvingen.
De enige bijwerking van het vaccin die vaker voorkwam bij individuen die ProQuad ontvingen dan individuen die het levend varicellavaccin en het door MSD gemaakte vaccin voor mazelen, bof en rubella kregen, was huiduitslag op de plaats van injectie.
Na toediening van ProQuad als enig vaccin in 7 klinische studies bedroeg de frequentie van koorts (≥ 39,4 °C rectaal equivalent) 10,1 % tot 39,4 %. Ter vergelijking bedroeg de frequentie van koorts (≥ 39,4 °C rectaal equivalent) 15,2 % tot 27,2 % in 3 klinische studies na gelijktijdige toediening van ProQuad met Prevenar en/of hepatitis A-vaccin.
In een klinische studie waarbij ProQuad gelijktijdig toegediend werd met Infanrix Hexa, bedroeg de frequentie van koorts (≥ 38,0 °C rectaal equivalent) 69,3 % na gelijktijdige toediening, 61,1 % na toediening van ProQuad alleen en 57,3 % na toediening van Infanrix Hexa alleen. De frequentie van koorts (≥ 39,4 °C rectaal equivalent) bedroeg 22,6 % na gelijktijdige toediening, 20,5 % na toediening van ProQuad alleen, en 15,9 % na toediening van Infanrix Hexa alleen.
Het algemene veiligheidsprofiel van ProQuad was vergelijkbaar, ongeacht of het middel gelijktijdig met een ander middel of alleen werd toegediend.
Kinderen die een tweede dosis ProQuad ontvingen
In acht klinische studies was het totale percentage bijwerkingen na een tweede dosis ProQuad in het algemeen vergelijkbaar met, of lager dan de percentages gezien bij de eerste dosis. In drie van deze studies was het aantal gevallen van erytheem en zwelling op de injectieplaats statistisch significant hoger na de tweede dosis dan na de eerste dosis. In de overige vijf studies was het percentage van deze reacties echter vergelijkbaar na de eerste en tweede dosis. Het koortspercentage was in alle acht studies lager na de tweede dosis dan na de eerste dosis.
Kinderen die ProQuad intramusculair kregen
Het algemene veiligheidsprofiel van de IM en SC toedieningswegen was vergelijkbaar. In de IM-groep hadden echter minder personen bijwerkingen op de injectieplaats na elke dosis (zie rubriek 5.1 voor een beschrijving van het onderzoek).
Kinderen die ProQuad ontvingen op een leeftijd van 4 tot 6 jaar na primaire immunisatie met levend varicellavaccin (Oka/Merck) en het door MSD gemaakte mazelen-, bof- en rubellavaccin
De percentages en soorten bijwerkingen die waargenomen werden in de onderzoeksgroep die ProQuad ontving waren in het algemeen vergelijkbaar met de bijwerkingen in de groepen die levend varicellavaccin (Oka/Merck) en het door MSD gemaakte mazelen-, bof- en rubellavaccin ontvingen (zie rubriek 5.1 voor een beschrijving van de studie).
Er zijn geen specifieke studies gedaan onder personen in de leeftijd vanaf 2 jaar die niet eerder een mazelen-, bof-, rubella- en varicellavaccin hebben ontvangen.
De meest voorkomende bijwerkingen bij het gebruik van ProQuad waren:
Reacties op de plaats van injectie, waaronder pijn/gevoeligheid, roodheid, zwelling of blauwe plekken, koorts (≥ 39,4 °C rectaal equivalent), prikkelbaarheid, uitslag (waaronder mazelenachtige uitslag, varicella-achtige uitslag en uitslag op de plaats van injectie), infecties van de bovenste luchtwegen, braken en diarree.
b. Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
De volgende bijwerkingen bij patiënten na één dosis ProQuad werden door de onderzoeker gerapporteerd als vaccingerelateerd. Tijdens de klinische studies werd navraag gedaan naar diverse bijwerkingen, deze zijn met het symbool (‡) aangeduid. Bovendien werden andere voorvallen gerapporteerd bij het post-marketinggebruik van ProQuad en/of in klinische studies en het post-marketinggebruik van het mazelen-, bof- of rubellavaccin dat door MSD wordt gemaakt, de monovalente componentvaccins van het mazelen-, bof- en rubellavaccin dat door MSD, wordt gemaakt of Varicella Vaccine live (Oka/Merck). De frequentie van deze bijwerkingen is gekwalificeerd als “niet bekend” wanneer deze met de beschikbare gegevens niet kan worden bepaald.
Zeer vaak (≥ 1/10); Vaak (≥ 1/100, < 1/10); Soms (≥ 1/1000, < 1/100); Zelden (≥ 1/10.000, < 1/1000); Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
Bijwerkingen | Frequentie |
Infecties en parasitaire aandoeningen | |
Oorinfectie, gastro-enteritis, otitis media, faryngitis, virale infectie, virale huiduitslag | Soms |
Cellulitis, infectie van de luchtwegen, huidinfectie, tonsillitis, varicella+ ‡, virale conjunctivitis | Zelden |
Aseptische meningitis*, encefalitis*, epididymitis, herpes zoster*, infectie, mazelen, orchitis, parotitis | Niet bekend |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen | |
Leukocytose, lymfadenopathie | Zelden |
Lymfadenitis, trombocytopenie | Niet bekend |
Immuunsysteemaandoeningen | |
Overgevoeligheid | Zelden |
Anafylactoïde reactie, anafylactische reactie, angio-oedeem, gezichtsoedeem, perifeer oedeem | Niet bekend |
Voedings- en stofwisselingsstoornissen | |
Verminderde eetlust | Soms |
Uitdroging | Zelden |
Psychische stoornissen | |
Prikkelbaarheid | Vaak |
Huilen, slaapstoornissen | Soms |
Apathie, aanhankelijkheid, rusteloosheid | Zelden |
Zenuwstelselaandoeningen | |
Koortsstuipen*, slaperigheid | Soms |
Ataxie, insult, hoofdpijn, hyperkinesie, hypersomnie, lethargie, tremor | Zelden |
Bell’s paralyse, cerebrovasculair accident, duizeligheid, encefalopathie*, syndroom van Guillain-Barré, ‘inclusion body’ mazelenencefalitis (zie rubriek 4.3), oogverlamming, paresthesie, polyneuropathie, subacute scleroserende panencefalitis*, syncope, transverse myelitis | Niet bekend |
Oogaandoeningen | |
Conjunctivitis, oogafscheiding, blefaritis, oogirritatie, oogzwelling, oculaire hyperemie, verhoogde traanproductie, ongemak in het oog | Zelden |
Ooglidoedeem, optische neuritis, retinitis, retrobulbaire neuritis | Niet bekend |
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen | |
Oorpijn | Zelden |
Neurosensorische doofheid | Niet bekend |
Bloedvataandoeningen | |
Overmatig blozen, bleekheid | Zelden |
Extravasatie | Niet bekend |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | |
Hoest, luchtwegcongestie, rhinorroe | Soms |
Bijholteaandoening, niezen, piepende ademhaling | Zelden |
Bronchospasme, bronchitis, pneumonitis (zie rubriek 4.3), pneumonie, rhinitis, sinusitis, orofaryngeale pijn | Niet bekend |
Maag-darmstelselaandoeningen | |
Diarree, braken | Vaak |
Pijn in de bovenbuik, misselijkheid, stomatitis | Zelden |
Buikpijn, hematochezie | Niet bekend |
Huid- en onderhuidaandoeningen | |
Mazelenachtige uitslag‡, uitslag, varicella-achtige uitslag‡ | Vaak |
Dermatitis (waaronder contactdermatitis en atopische dermatitis), rubella-achtige uitslag‡, urticaria, erytheem | Soms |
Koud zweet, exfoliatieve dermatitis, geneesmiddeleneruptie, Henoch-Schönlein purpura, papulaire uitslag, pruritus, huidverkleuring, huidlaesie, zosteriforme uitslag | Zelden |
Erythema multiforme, panniculitis, purpura, huidverharding, syndroom van Stevens-Johnson, huidgranuloom (geassocieerd met het rodehondvirus afkomstig van het vaccin) | Niet bekend |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | |
Armpijn, skeletspierstijfheid | Zelden |
Artritis, artralgie*, skeletspierpijn, myalgie, zwelling | Niet bekend |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | |
Koorts‡, erytheem‡ of pijn/gevoeligheid/irritatie‡ op de plaats van injectie | Zeer vaak |
Ecchymose of zwelling‡ op de plaats van injectie, uitslag op de plaats van injectie‡ | Vaak |
Asthenie/vermoeidheid, bloeding op de plaats van injectie, verharding op de plaats van injectie, zwelling op de injectieplaats malaise. | Soms |
Griepachtige ziekte, exfoliatie van injectieplaats, verkleuring op de injectieplaats, pruritus op de injectieplaats, reactie op de plaats van injectie, litteken op de plaats van injectie, hyperthermie, pijn | Zelden |
Klachten over de injectieplaats (pijn, oedeem, urticaria, hematoom, verharding, gezwel, vesikels), ontsteking, papillitis | Niet bekend |
Onderzoeken | |
Gewichtsverlies | Zelden |
Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties | |
Kneuzing | Zelden |
Sociale omstandigheden | |
Verstoring van de dagelijkse activiteiten | Rare |
+ Varicella veroorzaakt door de vaccinstam is waargenomen bij post-marketinggebruik van Varicellavaccin (levend)(Oka/Merck).
‡ Bijwerkingen waarnaar werd gevraagd in klinische onderzoeken.
* zie paragraaf c
c. Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Aseptische meningitis
Er werden gevallen van aseptische meningitis gerapporteerd na vaccinatie tegen mazelen, bof en rubella. Hoewel er een oorzakelijk verband tussen andere stammen van bofvaccin en aseptische meningitis werd vastgesteld is er geen bewijs om het Jeryl Lynn bofvaccin in verband te brengen met aseptische meningitis.
Complicaties geassocieerd met varicella
Complicaties door varicella van de vaccinstam, waaronder herpes zoster en gedissemineerde ziekte zoals aseptische meningitis en encefalitis zijn gemeld bij immuungecompromitteerde en immunocompetente personen. Er zijn sommige gevallen van encefalitis met een fatale afloop waargenomen na vaccinatie met levende verzwakte varicellavaccins, met name bij immuungecompromitteerde personen (zie rubriek 4.4).
Koortsstuipen
Er werden koortsstuipen gerapporteerd bij kinderen die ProQuad toegediend kregen. Overeenkomstig gegevens uit de klinische studies over het tijdstip van koorts en mazelachtige uitslag, zag men in een observationeel post-marketingonderzoek bij kinderen van 12 tot 60 maanden een ongeveer tweevoudige verhoging (0,70 per 1000 vs. 0,32 per 1000 kinderen) van het risico op koortsstuipen in de periode van 5 tot 12 dagen na een eerste dosis ProQuad (N=31.298) in vergelijking met gelijktijdige toediening van het mazelen-, bof- en rubellavaccin dat door MSD wordt gemaakt en het Varicellavaccin (levend) (Oka/Merck). Deze data suggereren 1 extra geval van koortsstuipen per 2600 kinderen gevaccineerd met ProQuad in vergelijking met afzonderlijke toediening van het door MSD gemaakte mazelen, bof en rubellavaccin en het Varicellavaccin (levend) (Oka/Merck). Deze gegevens zijn bevestigd door een observationeel post-marketingonderzoek dat werd gesponsord door de US Centers for Disease Control and Prevention. In de periode van 30 dagen na de vaccinatie werd geen verhoogd risico op koortsstuipen waargenomen (zie rubriek 5.1).
Encefalitis en encefalopathie
Bij personen met een ernstig verzwakt immuunsysteem die per ongeluk met een mazelen bevattend vaccin werden gevaccineerd, zijn gevallen van "measles inclusion body encephalitis", pneumonitis en overlijden als direct gevolg van gedissemineerde infectie door het mazelenvaccinvirus gemeld (zie rubriek 4.3); gedissemineerde infecties door het bof en rodehond vaccinvirus zijn ook gemeld.
Subacute scleroserende panencefalitis
Er bestaat geen bewijs dat het mazelenvaccin subacute scleroserende panencefalitis (SSPE) kan veroorzaken. Er zijn meldingen van SSPE bij kinderen die geen voorgeschiedenis hadden van een infectie met vrij voorkomende mazelen, maar wel het mazelenvaccin kregen. Sommige van deze gevallen leidden tot niet-herkende mazelen in het eerste levensjaar of mogelijk van het mazelenvaccin. De resultaten van een retrospectieve, gecontroleerde studie die door het US Centers for Disease Control and Prevention werd uitgevoerd, tonen aan dat het algemene effect van het mazelenvaccin was dat het bescherming biedt tegen SSPE door de mazelen – met zijn inherente risico van SSPE – te voorkomen.
Artralgie en/of artritis
Artralgie en/of artritis (gewoonlijk voorbijgaand en zelden chronisch) en polyneuritis zijn kenmerken van infectie met natuurlijk voorkomende rubella en variëren qua frequentie en ernst afhankelijk van leeftijd en geslacht – bij volwassen vrouwen zijn de frequentie en ernst het hoogst, bij prepuberale kinderen het laagst. Na vaccinatie bij kinderen zijn gewrichtsreacties in het algemeen ongebruikelijk (0 tot 3 %) en van korte duur. Bij vrouwen zijn de incidentiepercentages van artritis en artralgie in het algemeen hoger dan bij kinderen (12 tot 20 %); de reacties zijn gewoonlijk meer uitgesproken en van langere duur. De symptomen kunnen maanden of in zeldzame gevallen jaren aanhouden. Bij adolescente meisjes lijken de reacties qua incidentie tussen die van kinderen en volwassen vrouwen in te liggen. Zelfs bij oudere vrouwen (35 tot 45 jaar) worden deze reacties in het algemeen goed verdragen en verstoren zij zelden de normale activiteiten.
Chronische artritis
Chronische artritis is in verband gebracht met wild-type rubella-infectie en is gerelateerd aan persistente virus- en/of virale antigenen die geïsoleerd zijn uit lichaamsweefsels. Slechts zelden traden bij gevaccineerden chronische gewrichtssymptomen op.
Gevallen van herpes zoster in klinische studies
Bij een klinische studie werden 2 gevallen van herpes zoster gemeld onder 2108 gezonde personen van 12 tot 23 maanden, die gevaccineerd werden met één dosis ProQuad en een jaar lang werden gevolgd. Beide gevallen waren niet opmerkelijk en er werden geen complicaties gemeld.
Gegevens van actieve observatie van kinderen die gevaccineerd waren met levend varicellavaccin (Oka/Merck) en die na vaccinatie gedurende 14 jaar werden gevolgd, lieten geen toename van het aantal gevallen van herpes zoster zien vergeleken met kinderen met varicella van het wildtype in het pre-vaccinatietijdperk. Deze observatiegegevens wijzen er juist op dat met varicella gevaccineerde kinderen mogelijk een lager risico kunnen hebben op herpes zoster. Het effect op lange termijn van vaccinatie tegen varicella op de incidentie van herpes zoster is op dit moment niet bekend. Er zijn momenteel geen langetermijngegevens over ProQuad beschikbaar (zie rubriek 5.1).
Overdracht
Gebaseerd op post-marketingsurveillance bestaat de mogelijkheid dat het vaccin-varicella-zostervirus (Oka/Merck-stam) in zeldzame gevallen kan worden overgebracht op personen die in contact komen met ontvangers van ProQuad die al dan niet een varicella-achtige uitslag ontwikkelen (zie rubriek 4.4).
d. Andere bijzondere populaties
Immuungecompromitteerde personen (zie rubriek 4.3)
Necrotiserende retinitis is gemeld als bijwerking bij immuungecompromitteerde personen na het op de markt brengen van het vaccin.
Melden van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem: voor België: Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, www.fagg.be - Afdeling Vigilantie: Website: www.eenbijwerkingmelden.be, e-mail: adr@fagg-afmps.be.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/05/323/001
EU/1/05/323/002
EU/1/05/323/005
EU/1/05/323/006
EU/1/05/323/007
EU/1/05/323/008
EU/1/05/323/009
EU/1/05/323/010
EU/1/05/323/011
EU/1/05/323/012
EU/1/05/323/013
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
09/2025
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau https://www.ema.europa.eu.
1
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 4121596 | PROQUAD PDR + SOLV SUSP INJ FL INJ 1 + VOORG.SP 1 | J07BD54 | € 73,69 | - | Ja | - | - |