1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Reagila 1,5 mg, harde capsules Reagila 3 mg, harde capsules Reagila 4,5 mg, harde capsules Reagila 6 mg, harde capsules
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Reagila 1,5 mg, harde capsules
Elke harde capsule bevat een hoeveelheid cariprazinehydrochloride die overeenkomt met 1,5 mg cariprazine.
Reagila 3 mg, harde capsules
Elke harde capsule bevat een hoeveelheid cariprazinehydrochloride die overeenkomt met 3 mg cariprazine.
Hulpstof met bekend effect
Elke harde capsule bevat 0,0003 mg allura rood AC (E 129). Reagila 4,5 mg, harde capsules
Elke harde capsule bevat een hoeveelheid cariprazinehydrochloride die overeenkomt met 4,5 mg cariprazine.
Hulpstof met bekend effect
Elke harde capsule bevat 0,0008 mg allura rood AC (E 129). Reagila 6 mg, harde capsules
Elke harde capsule bevat een hoeveelheid cariprazinehydrochloride die overeenkomt met 6 mg cariprazine.
Hulpstof met bekend effect
Elke harde capsule bevat 0,0096 mg allura rood AC (E 129). Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Harde capsule
Reagila 1,5 mg, harde capsules
‘Maat 4’ (ongeveer 14,3 mm lang) harde gelatinecapsule met een witte ondoorzichtige dop en een witte ondoorzichtige huls, in zwarte inkt bedrukt met “GR 1.5”. De capsules zijn gevuld met een wit tot geelwit poedermengsel.
Reagila 3 mg, harde capsules
‘Maat 4’ (ongeveer 14,3 mm lang) harde gelatinecapsule met een groene ondoorzichtige dop en een witte ondoorzichtige huls, in zwarte inkt bedrukt met “GR 3”. De capsules zijn gevuld met een wit tot geelwit poedermengsel.
Reagila 4,5 mg, harde capsules
‘Maat 4’ (ongeveer 14,3 mm lang) harde gelatinecapsule met een groene ondoorzichtige dop en een groene ondoorzichtige huls, in witte inkt bedrukt met “GR 4.5”. De capsules zijn gevuld met een wit tot geelwit poedermengsel.
Reagila 6 mg, harde capsules
‘Maat 3’ (ongeveer 15,9 mm lang) harde gelatinecapsule met een paarse ondoorzichtige dop en een witte ondoorzichtige huls, in zwarte inkt bedrukt met “GR 6”. De capsules zijn gevuld met een wit tot geelwit poedermengsel.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Reagila is geïndiceerd voor de behandeling van schizofrenie bij volwassen patiënten.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De aanbevolen aanvangsdosering van cariprazine is 1,5 mg eenmaal daags. Daarna kan deze dosering langzaam worden verhoogd met verhogingsstappen van 1,5 mg tot een maximale dosering van
6 mg/dag indien nodig. De laagste effectieve dosis, volgens het klinisch oordeel van de behandelend arts, dient te worden aangehouden. Vanwege de lange halfwaardetijd van cariprazine en de werkzame metabolieten ervan zijn veranderingen van de dosis gedurende verscheidene weken niet ten volle in het plasma terug te zien. Patiënten dienen na het starten van een behandeling met cariprazine en na elke verandering van de dosis, verscheidene weken te worden gecontroleerd op bijwerkingen en de respons op de behandeling (zie rubriek 5.2).
Van ander antipsychotica overgaan op cariprazine
Wanneer er van andere antipsychotica op cariprazine wordt overgegaan, dient in- en uitsluipen van de doseringen te worden overwogen, waarbij de dosering van de oude behandeling geleidelijk wordt verlaagd terwijl de behandeling van cariprazine wordt ingezet.
Van cariprazine overgaan op ander antipsychotica
Wanneer er van cariprazine op een ander antipsychoticum wordt overgegaan, is in- en uitsluipen van de doseringen niet nodig; er dient met de laagste dosering van het nieuwe antipsychoticum te worden begonnen terwijl de behandeling met cariprazine wordt gestaakt. Het dient in aanmerking te worden genomen dat de plasmaconcentratie van cariprazine en de werkzame metabolieten in circa 1 week met 50% daalt (zie rubriek 5.2).
Gemiste dosis
Als de patiënt een dosis overslaat, moet de patiënt de gemiste dosis zo snel mogelijk innemen. Als het echter bijna tijd is voor de volgende dosis, moet de gemiste dosis worden overgeslagen en moet de volgende dosis worden ingenomen volgens het normale schema. Het wordt niet aanbevolen om een dubbele dosis in te nemen om de vergeten dosis in te halen.
Speciale patiëntengroepen
Nierinsufficiëntie
Bij patiënten met lichte tot matige nierinsufficiëntie (creatinineklaring [Ck] ≥30 ml/min en
<89 ml/min) hoeft de dosering niet te worden aangepast. De veiligheid en werkzaamheid van cariprazine is niet onderzocht bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (Ck <30 ml/min). Gebruik van cariprazine bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie wordt niet aanbevolen (zie rubriek 5.2).
Leverinsufficiëntie
Bij patiënten met lichte tot matige leverinsufficiëntie (child-pughscore tussen 5 en 9) hoeft de dosering niet te worden aangepast. De veiligheid en werkzaamheid van cariprazine zijn niet onderzocht bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (child-pughscore tussen 10 en 15). Gebruik van cariprazine bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie wordt niet aanbevolen (zie rubriek 5.2).
Ouderen
De hoeveelheid gegevens over patiënten van ≥65 jaar die met cariprazine zijn behandeld, is ontoereikend om te bepalen of deze patiënten al dan niet anders op cariprazine reageren dan jongere patiënten (zie rubriek 5.2). Bij oudere patiënten dient de dosis met grotere voorzichtigheid te worden geselecteerd.
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van cariprazine bij kinderen en adolescenten onder de 18 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Reagila is voor oraal gebruik en dient eenmaal daags met of zonder voedsel steeds op hetzelfde tijdstip van de dag te worden ingenomen.
Reagila orodispergeerbare tabletten kunnen worden gebruikt als een alternatief voor Reagila harde capsules voor patiënten die moeite hebben met het slikken van de harde capsules of voor wie er een voorkeur is voor orodispergeerbare tabletten.
Alcohol moet worden vermeden tijdens het gebruik van cariprazine (zie rubriek 4.5).
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen. Gelijktijdige toediening van sterke remmers van CYP3A4 (zie rubriek 4.5).
Gelijktijdige toediening van sterke of matige inductoren van CYP3A4 (zie rubriek 4.5).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De meest frequent gemelde geneesmiddelbijwerkingen binnen het dosisbereik (1,5 tot 6 mg) van
cariprazine waren acathisie (19%) en parkinsonisme (17,5%). De meeste bijwerkingen waren licht tot matig in ernst.
Getabuleerde lijst van bijwerkingen
De geneesmiddelbijwerkingen die zijn gebaseerd op de samengevoegde gegevens van de onderzoeken naar behandeling van schizofrenie met cariprazine, worden weergegeven volgens systeem-/ orgaanklasse en voorkeursterm in Tabel 1.
De bijwerkingen zijn gerangschikt volgens MedDRA-systeem/orgaanklasse en frequentie, de meest frequente bijwerking eerst, waarbij de volgende definities zijn gebruikt: zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100, <1/10); soms (≥1/1.000, <1/100); zelden (≥1/10.000, <1/1,000) zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen elke frequentiegroep zijn de bijwerkingen op volgorde van afnemende ernst gerangschikt.
Tabel 1 Geneesmiddelbijwerkingen die zich voordoen bij patiënten met schizofrenie
MedDRA systeem-/ orgaanklasse | Zeer vaak (≥1/10) | Vaak (≥1/100, | Soms (≥1/1000, | Zelden (≥1/10.000, | Frequentie niet bekend |
Bloed- en lymfestelsel- |
|
| Anemie Eosinofilie | Neutropenie |
|
Immuun- |
|
|
| Overgevoeligh eid |
|
Endocriene aandoeningen |
|
| Verlaagde bloedconcentrati e thyroïd- stimulerend | Hypothyreoïdie |
|
Voedings- en stofwisselings- stoornissen |
| Dyslipidemie Gewichts- toename Verminderde eetlust Verhoogde | Afwijkende natriumwaarden in het bloed Diabetes mellitus Verhoogde |
|
|
Psychische stoornissen |
| Slaapstoornisse n1 | Suïcidaal gedrag Delirium Depressie Libido verlaagd Libido verhoogd Erectiele |
|
|
Zenuwstelsel- aandoeningen | Acathisie2 Parkinsonism e3 | Sedatie Duizeligheid Dystonie4 Andere extrapiramidale aandoeningen en aandoeningen met abnormale | Tardieve dyskinesie Dyskinesie6 Dysesthesie Lethargie | Epileptische aanvallen/ Convulsie Amnesie Afasie | Neuroleptisch maligne syndroom |
Oog- aandoeningen |
| Troebel zien | Verhoogde intraoculaire | Cataract Fotofobie |
|
MedDRA systeem-/ orgaanklasse | Zeer vaak (≥1/10) | Vaak (≥1/100, | Soms (≥1/1000, | Zelden (≥1/10.000, | Frequentie niet bekend |
|
|
| druk Accommodatiest oornis Verminderde gezichtsscherpte Oogirritatie |
|
|
Evenwichts- orgaan- en oor- |
|
| Vertigo |
|
|
Hart- aandoeningen |
| Tachyaritmie | Hartgeleidings- stoornissen Bradyaritmie Verlengde QT- tijd in het elektrocardiogra m |
|
|
Bloedvat- aandoeningen |
| Hypertensie | Hypotensie |
|
|
Ademhalings- stelsel-, borstkas- en mediastinum- |
|
| Hikken |
|
|
Maag- |
| Braken | Gastro- | Dysfagie |
|
Lever- en gal- aandoeningen |
| Verhoogde leverenzymen | Verhoogd bilirubine in het bloed |
| Toxische hepatitis |
Huid- en |
|
| Jeuk Huiduitslag |
|
|
Skeletspier- stelsel- en bindweefsel- |
| Verhoogd creatinekinase in het bloed |
| Rabdomyolyse |
|
Nier- en |
|
| Dysurie, pollakisurie |
|
|
Zwangerscha p, perinatale periode en puerperium |
|
|
|
| Neonataal onthoudings syndroom (zie rubriek |
Algemene aandoeningen |
| Vermoeidheid | Dorst |
|
|
MedDRA systeem-/ orgaanklasse | Zeer vaak (≥1/10) | Vaak (≥1/100, | Soms (≥1/1000, | Zelden (≥1/10.000, | Frequentie niet bekend |
en toedienings- plaats- |
|
|
|
|
|
1Slaapstoornissen: Insomnia, vreemde dromen/nachtmerrie, circadiane slaapstoornis, dyssomnie, hypersomnia, inslaapstoornis, doorslaapstoornis, nachtmerrie, slaapstoornis, slaapwandelen, te vroeg wakker worden 2Acathisie: Acathisie, psychomotorische hyperactiviteit, rusteloosheid
3Parkinsonisme: Akinesie, bradykinesie, bradyfrenie, tandradfenomeen, extrapyramidale stoornis, gangstoornis, hypokinesie, gewrichtsstijfheid, tremor, maskergelaat, spierstijfheid, stijfheid van het skeletspierstelsel, nekstijfheid, parkinsonisme
4Dystonie: Blefarospasme, dystonie, verhoogde spierspanning, oromandibulaire dystonie, torticollis, trismus 5Andere extrapiramidale aandoeningen en aandoeningen met abnormale bewegingen: Evenwichtsstoornis, bruxisme, kwijlen, dysartrie, gangafwijking, abnormale glabellareflex, hyporeflexie, bewegingsstoornis, rustelozebenensyndroom, speekselvloed, bewegingsstoornissen van de tong
6Dyskinesie: Choreoathetose, dyskinesie, grimassen, oculogyrische crisis, tongprotrusie
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Lenstroebeling/cataract
In niet-klinisch onderzoeken naar cariprazine is cataractvorming waargenomen (zie rubriek 5.3). Daarom is er in de klinische onderzoeken met spleetlamponderzoek zorgvuldig gecontroleerd op cataractvorming en zijn patiënten met bestaand cataract uitgesloten. Tijdens het klinisch ontwikkelingsprogramma van cariprazine voor gebruik bij schizofrenie zijn er slechts enkele gevallen van cataract gemeld, die werden gekenmerkt door geringe lenstroebelingen zonder visusvermindering (13/3192; 0,4%). Bij sommige van deze patiënten was er sprake van verstorende factoren. De bijwerking aan de ogen die het vaakst is gemeld, was troebel zien (placebo: 1/683; 0,1%, cariprazine: 22/2048; 1,1%).
Extrapyramidale symptomen (EPS)
In de kortdurende onderzoeken gold voor de patiënten die met cariprazine, placebo, risperidon of aripiprazol werden behandeld het volgende: EPS werd gezien bij respectievelijk 27%, 11,5%, 30,7% en 15,1% van de patiënten; acathisie werd gemeld bij respectievelijk 13,6%, 5,1%, 9,3% en 9,9% van de patiënten; parkinsonisme trad op bij respectievelijk 13,6%, 5,7%, 22,1% en 5,3% van de patiënten en dystonie werd gezien bij respectievelijk 1,8%, 0,2%, 3,6% en 0,7% van de patiënten.
In het placebogecontroleerde deel van het langdurig onderzoek naar de instandhouding van het antipsychotisch effect gold voor de patiënten die met cariprazine of placebo werden behandeld het volgende: EPS werd gezien bij respectievelijk 13,7% en 3,0% van de patiënten; acathisie werd gemeld bij respectievelijk 3,9% en 2,0% van de patiënten en parkinsonisme trad op bij respectievelijk 7,8% en 1,0% van de patiënten.
In het onderzoek naar schizofrenie met overwegend negatieve symptomen gold voor de patiënten die met cariprazine of risperidon werden behandeld het volgende: EPS werd gemeld bij respectievelijk 14,3% en 11,7% van de patiënten; acathisie werd gemeld bij respectievelijk 10,0% en 5,2% van de patiënten en parkinsonisme trad op bij respectievelijk 5,2% en 7,4% van de patiënten. De meeste gevallen van EPS betroffen lichte tot matig-ernstige gevallen en konden worden behandeld met de gebruikelijke geneesmiddelen tegen EPS. De behandeling werd bij een laag percentage patiënten gestaakt vanwege aan EPS gerelateerde geneesmiddelbijwerkingen.
Veneuze trombo-embolie (VTE)
Er zijn bij antipsychotica gevallen van VTE gemeld, inclusief gevallen van longembolie en diepe veneuze trombose. De frequentie is niet bekend.
Verhoogde levertransaminasen
Verhoogde levertransaminasen (alanineaminotransferase [ALAT], aspartaataminotransferase [ASAT])
worden vaak gezien bij behandeling met antipsychotica. In de klinische onderzoeken met cariprazine traden aan een verhoogde ALAT en/of ASAT gerelateerde bijwerkingen van het geneesmiddel op bij 2,2% van de met cariprazine behandelde patiënten, 1,6% van de met risperidon behandelde patiënten en 0,4% van de met placebo behandelde patiënten. Bij geen van de met cariprazine behandelde patiënten was er sprake van leverschade.
Gewichtsveranderingen
In de kortdurende onderzoeken was de gemiddelde toename van het lichaamsgewicht in de cariprazinegroep iets hoger dan in de placebogroep; respectievelijk 1 kg en 0,3 kg. In het langdurig onderzoek naar de instandhouding van het antipsychotisch effect was er geen klinisch relevant verschil in de verandering van het lichaamsgewicht vanaf de aanvang tot het einde van de behandeling (1,1 kg voor cariprazine en 0,9 kg voor placebo). In de open-labelperiode van het onderzoek ontwikkelde zich bij 9,0% van de patiënten tijdens 20 weken behandeling met cariprazine een mogelijk klinisch relevante gewichtstoename (gedefinieerd als een verhoging ≥7%), terwijl er zich tijdens de dubbelblinde periode bij 9,8% van patiënten die werden doorbehandeld met cariprazine mogelijk klinisch relevante gewichtstoename ontwikkelde, tegenover bij 7,1% van de patiënten die naar placebo werden gerandomiseerd na 20 weken met cariprazine te zijn behandeld in de open-labelperiode. In het onderzoek naar schizofrenie met overwegend negatieve symptomen was de gemiddelde verandering van het lichaamsgewicht -0,3 kg voor cariprazine en +0,6 kg voor risperidon en in de cariprazinegroep had 6% mogelijk klinisch relevante gewichtstoename tegenover 7,4% in de risperidongroep.
Verlenging QT-tijd
Er werd bij cariprazine in vergelijking met placebo geen verlenging van de QT-tijd vastgesteld in een klinische studie die was opgezet om verlenging van de QT-tijd te bepalen (zie rubriek 5.1). In andere klinische studies zijn er bij cariprazine slechts enkele gevallen van niet-ernstige verlenging van de QT- tijd gemeld. Tijdens de langdurige, open-label behandelingsperiode hadden 3 patiënten (0,4%) een QTcB >500 msec, van wie er 1 ook een QTcF >500 msec had. Een verlenging van >60 msec ten opzichte van de uitgangswaarde werd waargenomen bij 7 patiënten (1%) voor de QTcB en bij 2 patiënten (0,3%) voor de QTcF. In het langdurig onderzoek naar de instandhouding van het antipsychotisch effect werd tijdens de open-labelperiode bij 12 patiënten (1,6%) voor de QTcB en bij 4 patiënten (0,5%) voor de QTcF een verlenging van >60 msec ten opzichte van de uitgangswaarde waargenomen. Tijdens de dubbelblinde behandelingsperiode werd er bij 3 met cariprazine behandelde patiënten (3,1%) en bij 2 met placebo behandelde patiënten (2%) een verlenging van > 60 msec ten opzichte van de uitgangswaarde waargenomen.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Gedeon Richter Plc.
Gyömrői út 19-21.
1103 Boedapest Hongarije
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/17/1209/001-042
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3756566 | REAGILA 6,0MG HARDE CAPS 28 | N05AX15 | € 56,06 | - | Ja | € 12,8 | € 8,22 |
| 3756574 | REAGILA 4,5MG HARDE CAPS 28 | N05AX15 | € 56,06 | - | Ja | € 12,8 | € 8,22 |
| 3756582 | REAGILA 3,0MG HARDE CAPS 28 | N05AX15 | € 56,06 | - | Ja | € 12,8 | € 8,22 |
| 3756590 | REAGILA 1,5MG HARDE CAPS 28 | N05AX15 | € 56,06 | - | Ja | € 12,8 | € 8,22 |