1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Sintrom 1 mg, tabletten
Sintrom 4 mg, tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Acenocoumarol 1 mg tablet
Hulpstoffen met bekend effect: Lactose (20 mg)
Acenocoumarol 4 mg tablet
Hulpstoffen met bekend effect: Lactose (304,4 mg)
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tabletten
Sintrom 1 mg: Wit, rond, plat, met licht afgeschuinde randen. De ene kant bevat de inscriptie "CG" en de andere kant "AA".
Sintrom 4 mg: Wit, rond, plat, met afgeschuinde randen. De ene kant bevat de inscriptie "CG" en de andere kant bevat breukgleuven in de vorm van een kruis met in elk kwadrant de inscriptie "A".
De breukstreep is alleen om het breken te vereenvoudigen zodat het inslikken makkelijker gaat en niet om de tablet in gelijke doses te verdelen
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Behandeling en profylaxe van trombo-embolische aandoeningen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Algemene richtlijnen
De gevoeligheid voor anticoagulantia verschilt van patiënt tot patiënt en kan ook veranderen in de loop van de behandeling. Daarom is het noodzakelijk regelmatig protrombinetijd (PT)/ ‘International Normalized Ratio' (INR)tests uit te voeren, en de dosering aan te passen aan de resultaten. Indien dit niet mogelijk is, mag men Sintrom niet toedienen.
Voor de aanpassing van de dosering aan verschillende klinische toestanden, zie rubrieken 4.4 en 4.5.
Aanvangsdosis
De dosering van Sintrom moet per persoon worden bepaald. Als de PT/INR-waarde vóór de start van de behandeling binnen het normale bereik ligt, varieert de gebruikelijke aanvangsdosis van Sintrom van 2 tot 4 mg/dag zonder toediening van een oplaaddosis. De behandeling kan ook met een oplaaddosis worden gestart, gewoonlijk 6 mg op de eerste dag en 4 mg op de tweede dag.
Als de aanvangswaarde voor PT/INR abnormaal is, moet men omzichtig tewerk gaan bij aanvang van de behandeling.
Het is mogelijk dat bij oudere patiënten, patiënten met een leveraandoening of ernstig hartfalen met levercongestie of ondervoede patiënten lagere doses vereist zijn bij aanvang van de behandeling en onderhoud ervan (zie rubriek 4.4).
De PT/INR moet dagelijks worden gemeten, beginnende vanaf de tweede of derde dosis van Sintrom en tot het moment waarop de coagulatiestatus binnen het therapeutische bereik gestabiliseerd is. Later kan de tussenperiode tussen de tests worden verlengd, afhankelijk van de stabiliteit van de PT-/INR-resultaten. Het wordt aangeraden om de bloedstalen voor laboratoriumtests altijd op hetzelfde tijdstip van de dag af te nemen.
Onderhoudstherapie en coagulatietests
De onderhoudsdosis varieert van patiënt tot patiënt en de geschiktheid ervan moet per patiënt worden gecontroleerd aan de hand van de PT-/INR-waarden. De PT/INR moeten regelmatig worden beoordeeld, d.w.z. ten minste eenmaal per maand.
Over het algemeen ligt de onderhoudsdosis tussen 1 en 8 mg per dag, afhankelijk van de patiënt, de onderliggende ziekte, de klinische indicatie en de gewenste intensiteit van anticoagulatie.
Afhankelijk van de klinische indicatie ligt de beoogde optimale intensiteit van anticoagulatie of het therapeutische bereik over het algemeen tussen een INR-waarde van 2,0 en 3,5 (zie tabel 1). In afzonderlijke gevallen kunnen hogere INR-waarden tot 4,5 vereist zijn.
Tabel 1 – Aanbevolen INR* voor orale anticoagulant therapie
Indicatie | Aanbevolen INR |
Profylaxe en behandeling van veneuze trombo-embolie (waaronder longembolie) | 2,0 – 3,0 |
Atriumfibrillatie | 2,0 – 3,0 |
Postmyocardinfarct (met verhoogd risico voor trombo-embolische complicaties) | 2,0 – 3,0 |
Bioprothetische hartkleppen | 2,0 – 3,0 |
Secundaire profylaxis bij patiënten met antifosfolipide-syndroom | 2,0 – 3,0 |
Antifosfolipide-syndroom-patiënten met veneus thrombo-embolisme op een therapeutische vitamine K antagonist | 2,0 – 3,5 |
Mechanische hartkleppen | 2,0 – 3,5 |
* De PT die de reductie van vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren VII, X en II weergeeft, is afhankelijk van het reactievermogen van het voor de PT-tests gebruikte tromboplastine. Het reactievermogen van het respectieve lokale tromboplastine ten opzichte van de internationale referentiebereidingen van de Wereldgezondheidsorganisatie wordt door de ‘International Sensitivity Index’ (ISI) weergegeven.
De ‘International Normalized Ratio’ (INR) werd geïntroduceerd ten behoeve van de standaardisatie van de PT. De INR is de verhouding van de PT van het geanticoaguleerde plasma van de patiënt tot de normale PT van het plasma met gebruikmaking van hetzelfde tromboplastine in hetzelfde testsysteem, verhoogd tot een waarde die door de ‘International Sensitivity Index’ is gedefinieerd.
Over het algemeen kan een behandeling met Sintrom worden stopgezet zonder het geneesmiddel geleidelijk te moeten verminderen. Men heeft echter gevonden dat in uiterst zeldzame gevallen en bij bepaalde patiënten met een hoog risico (bv. na een myocardinfarct) ‘rebound hypercoagubiliteit’ kan optreden. Bij dergelijke patiënten moet de stopzetting van een behandeling met anticoagulantia geleidelijk aan gebeuren.
Overgeslagen dosis
Het anticoagulerende effect van Sintrom duurt langer dan 24 uur. Als de patiënt de voorgeschreven dosis Sintrom op het geplande tijdstip vergeet te nemen moet de dosis diezelfde dag zo snel mogelijk worden genomen. De patiënt mag de dagelijkse dosis niet verdubbelen om een overgeslagen dosis in te halen, maar moet zijn of haar arts raadplegen.
Overschakeling van een behandeling met heparine
Bij klinische situaties waarbij een snelle anticoagulatie vereist is, wordt de voorkeur gegeven aan een aanvankelijke behandeling met heparine vermits het anticoagulerende effect van Sintrom vertraagd is. Overschakeling op Sintrom kan gelijktijdig met de behandeling met heparine worden gestart of kan worden uitgesteld, afhankelijk van de klinische situatie. Om een continue anticoagulatie te garanderen raadt men aan de behandeling met een volledige dosis heparine voorts voor te schrijven voor gedurende minstens 4 dagen na initiatie van Sintrom en om heparinetherapie voort te zetten tot de INR binnen het doelbereik zit voor gedurende minstens twee opeenvolgende dagen. Tijdens de overgangsfase moet de anticoagulatie zorgvuldig worden gecontroleerd.
Behandeling tijdens een tandheelkundige en chirurgische ingreep
Bij patiënten die met Sintrom worden behandeld en een chirurgische of invasieve ingreep moeten ondergaan, moet de coagulatiestatus zorgvuldig worden gecontroleerd. Onder bepaalde omstandigheden, bv. wanneer de plaats van de ingreep beperkt is en toegankelijk is voor een doeltreffend gebruik van lokale procedures voor hemostase, kunnen tandheelkundige en kleinere chirurgische ingrepen tijdens voortgezette anticoagulatie worden uitgevoerd zonder onnodig risico van bloeding. Bij de beslissing om Sintrom stop te zetten, zelfs voor korte tijd, moeten de persoonlijke risico’s en voordelen zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen. Bij aanvang van het overbruggen van een behandeling met anticoagulantia met bv. heparine moeten de verwachte risico’s van trombo-embolie en bloeding zorgvuldig in overweging zijn genomen.
Dosering en wijze van toediening bij speciale patiënten
Pediatrische patiënten
Men beschikt slechts over beperkte ervaring met orale anticoagulantia, waaronder acenocoumarol, bij kinderen. Het wordt aanbevolen voorzichtig te werk te gaan en de PT/INR vaker te controleren (zie rubriek 4.4).
Gebruik bij bejaarden
Bij oudere patiënten kan een lagere aanvangs- en onderhoudsdosis nodig zijn. Het wordt aanbevolen voorzichtig te werk te gaan en de PT/INR vaker te controleren (zie rubrieken 4.4 en 5.2).
Patiënten met nierinsufficiëntie
Sintrom is gecontra-indiceerd voor gebruik bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie gezien het verhoogde risico op bloeding. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met milde tot matige nierinsufficiëntie (zie rubrieken 4.4 en 5.2).
Patiënten met leverinsufficiëntie
Sintrom is gecontra-indiceerd voor gebruik bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie gezien het verhoogde risico op bloeding. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met milde tot matige leverinsufficiëntie (zie rubrieken 4.4 en 5.2).
Wijze van toediening
De dagdosis van Sintrom moet steeds in 1 inname worden toegediend.
De dagelijkse dosis moet altijd op dezelfde moment van de dag ingenomen worden. De tablet moet in zijn geheel ingeslikt worden met een glas water.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor acenocoumarol en gerelateerde derivaten van coumarin of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Zwangerschap.
- Patiënten die niet kunnen meewerken en niet gecontroleerd kunnen worden. (bv. niet gecontroleerde seniele patiënten, drankverslaafden en patiënten met psychiatrische aandoeningen).
- Sintrom is eveneens tegenaangewezen bij alle pathologische toestanden bij dewelke het risico voor bloeding groter is dan het mogelijk klinisch voordeel, bv.:
- hemorragische diathese en/of bloeddyscrasie;
- kort vóór of na heelkundige ingrepen op het centraal zenuwstelsel en op de ogen en kort vóór of na traumatiserende heelkunde met extensieve weefselblootstelling;
- maagzweer of bloeding in de gastro‑intestinale tractus, de urogenitale tractus of het ademhalingsstelsel; cerebro‑vasculaire bloedingen; pericarditis en pericardiale uitstorting en infectieuze endocarditis;
- ernstige hypertensie; ernstige lever‑ en nieraandoening (zie rubriek 4.2);
- verhoogde fibrinolytische activiteit, zoals wordt vastgesteld na heelkundige interventies op longen, prostaat, uterus, enz.
4.8 Bijwerkingen
Bijwerkingen (tabel 2) worden vermeld per systeem/orgaanklasse volgens MedDRA. Binnen iedere systeem/orgaanklasse staan de bijwerkingen gerangschikt opfrequentie, waarbij de meest frequente bijwerking eerst wordt vermeld. Binnen iedere frequentiegroep staan de bijwerkingen vermeld in aflopende volgorde van ernst. Daarnaast is de corresponderende frequentiecategorie voor iedere bijwerking gebaseerd op de volgende conventie (CIOMS III): zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1.000, < 1/100); zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Sommige van de bijwerkingen zijn met de hieronder aangegeven frequenties vastgesteld tijdens klinische onderzoeken en in epidemiologische studies. Sommige van de bijwerkingen zijn echter spontaan gerapporteerd tijdens postmarketinggebruik.
Bloedingen
Bloedingen in verschillende organen vormen een neveneffect dat frequent met Sintrom geassocieerd wordt. Of dit neveneffect optreedt, hangt af van de geneesmiddeldosis, de leeftijd van de patiënt en de aard van de onderliggende aandoening.
Tabel 2
Immuunsysteemaandoeningen | ||
| Zelden: | Overgevoeligheid (bv. urticaria, huiduitslag) |
Bloedvataandoeningen | ||
| Vaak: | Bloedingen |
| Zeer zelden: | Vasculitis |
Maagdarmstelselaandoeningen | ||
| Zelden: | Verminderde eetlust, misselijkheid, braken |
Lever- en galaandoeningen | ||
| Zeer zelden: | Leverletsel |
Huid- en onderhuidaandoeningen | ||
| Zelden: | Alopecie |
| Zeer zelden: | huidnecrose (hemmoragisch)* |
| Frequentie niet bekend: | Calciphylaxis |
Bloed- en Lymfesysteemaandoening | ||
| Frequentie niet bekend: | Bloedarmoede (secundair bloedverlies tot hemorragie) |
* gewoonlijk geassocieerd met een congenitaal gebrek aan proteïne C of diens cofactor, proteïne S) | ||
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
Afdeling Vigilantie
Galileelaan 5/03 | Postbus 97 |
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Merus Labs Luxco II S.à.R.L.
208, Val des Bons Malades L-2121 Luxembourg Luxemburg
8. NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Sintrom 1 mg: BE085355
Sintrom 4 mg: BE086685
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Goedkeuring: 06/2023
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0129908 | SINTROM COMP 100X1MG | B01AA07 | € 7,97 | - | Ja | € 2 | € 1 |