BIJLAGE I
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
ELOCTA 250 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
ELOCTA 500 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
ELOCTA 750 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
ELOCTA 1000 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
ELOCTA 1500 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
ELOCTA 2000 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
ELOCTA 3000 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
ELOCTA 4000 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
ELOCTA 250 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Elke injectieflacon bevat nominaal 250 I.E. efmoroctocog alfa.
Na reconstitutie bevat ELOCTA ongeveer 83 I.E./ml recombinant‑humane‑stollingsfactor VIII, efmoroctocog alfa.
ELOCTA 500 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Elke injectieflacon bevat nominaal 500 I.E. efmoroctocog alfa. Na reconstitutie bevat ELOCTA ongeveer 167 I.E./ml recombinant efmoroctocog alfa.
ELOCTA 750 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Elke injectieflacon bevat nominaal 750 I.E. efmoroctocog alfa. Na reconstitutie bevat ELOCTA ongeveer 250 I.E./ml recombinant efmoroctocog alfa.
ELOCTA 1000 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Elke injectieflacon bevat nominaal 1000 I.E. efmoroctocog alfa. Na reconstitutie bevat ELOCTA ongeveer 333 I.E./ml recombinant efmoroctocog alfa.
ELOCTA 1500 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Elke injectieflacon bevat nominaal 1500 I.E. efmoroctocog alfa. Na reconstitutie bevat ELOCTA ongeveer 500 I.E./ml recombinant efmoroctocog alfa.
ELOCTA 2000 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Elke injectieflacon bevat nominaal 2000 I.E. efmoroctocog alfa. Na reconstitutie bevat ELOCTA ongeveer 667 I.E./ml recombinant efmoroctocog alfa.
ELOCTA 3000 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Elke injectieflacon bevat nominaal 3000 I.E. efmoroctocog alfa. Na reconstitutie bevat ELOCTA ongeveer 1000 I.E./ml recombinant efmoroctocog alfa.
ELOCTA 4000 I.E. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Elke injectieflacon bevat nominaal 4000 I.E. efmoroctocog alfa. Na reconstitutie bevat ELOCTA ongeveer 1333 I.E./ml recombinant efmoroctocog alfa.
De sterkte (Internationale Eenheden, I.E.) wordt bepaald aan de hand van de chromogene assay van de Europese Farmacopee (Ph. Eur.). De specifieke activiteit van ELOCTA is 4.000‑10.200 I.E./mg eiwit.
Efmoroctocog alfa (recombinant-humane-stollingsfactor VIII, Fc‑fusie-eiwit (rFVIIIFc)) heeft 1.890 aminozuren. Het wordt geproduceerd met recombinant-DNA-technologie in een cellijn van humane embryonale niercellen (HEK) zonder toevoeging van exogene eiwitten die van mensen of dieren afkomstig zijn, in het celkweekproces, de zuivering of de eindformulering.
Hulpstof met bekend effect
0,6 mmol (of 14 mg) natrium per injectieflacon.
0,4 mg polysorbaat 20 per injectieflacon.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie.
Poeder: gelyofiliseerd, wit tot gebroken wit poeder of cake.
Oplosmiddel: water voor injectie, een heldere, kleurloze oplossing.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Behandeling en profylaxe van bloedingen bij patiënten met hemofilie A (aangeboren factor VIII-deficiëntie).
ELOCTA kan worden gebruikt voor alle leeftijdsgroepen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Behandeling moet worden ingesteld onder het toezicht van een arts met ervaring in de behandeling van hemofilie.
Monitoring van de behandeling
Tijdens behandeling is een geschikte bepaling van de factor VIII‑waarde (aan de hand van een one‑stage clotting assay [eentrapsstollingstest] of chromogene assay) aanbevolen als leidraad voor de toe te dienen dosis en de frequentie van herhaalde injecties. De respons op factor VIII kan van patiënt tot patiënt verschillen, wat zich uit in verschillende halfwaardetijden en verschillende recoverywaarden. Een dosis die is gebaseerd op het lichaamsgewicht moet mogelijk worden aangepast bij patiënten met onder‑ en overgewicht. Met name in het geval van grote chirurgische ingrepen is een precieze monitoring van de substitutietherapie aan de hand van stollingsanalyse (factor VIII‑activiteit in plasma) onontbeerlijk.
Wanneer een one‑stage clotting assay in vitro op basis van de geactiveerde partiële tromboplastinetijd (aPTT) wordt gebruikt voor bepaling van factor VIII‑activiteit in bloedmonsters van patiënten, kunnen resultaten van factor VIII‑activiteit in plasma aanzienlijk beïnvloed worden door zowel het type aPTT‑reagens als de referentiestandaard die in de test worden gebruikt. Er kunnen ook aanzienlijke verschillen zijn tussen resultaten van assays die verkregen zijn met one‑stage clotting assay op basis van de aPTT en de chromogene assay conform Ph. Eur. Dit is vooral van belang wanneer het laboratorium en/of het in de test gebruikte reagens worden gewijzigd.
Dosering
De dosering en de duur van de substitutietherapie zijn afhankelijk van de ernst van de factor VIII-deficiëntie, van de plaats en ernst van de bloeding en van de klinische toestand van de patiënt.
Het aantal eenheden van recombinant-factor VIII Fc dat toegediend wordt, wordt volgens de huidige WGO‑standaard voor factor VIII-producten uitgedrukt in I.E. De activiteit van factor VIII in plasma wordt uitgedrukt als een percentage (t.o.v. normaal humaan plasma) of in I.E. (t.o.v. een internationale norm voor factor VIII in plasma).
Eén I.E. van recombinant-factor VIII Fc-activiteit is gelijk aan de hoeveelheid factor VIII in één ml normaal humaan plasma.
Behandeling naar behoefte (on-demand)
De berekening van de vereiste dosis van recombinant-factor VIII Fc is gebaseerd op de empirische vaststelling dat 1 I.E. factor VIII per kg lichaamsgewicht de factor VIII-activiteit in plasma met 2 I.E./dl verhoogt. De vereiste dosis wordt bepaald met behulp van de volgende formule:
Benodigd aantal eenheden = lichaamsgewicht (kg) × gewenste factor VIII‑toename (%) (I.E./dl) × 0,5 (I.E./kg per I.E./dl)
De toe te dienen hoeveelheid en de toedieningsfrequentie moeten altijd afgestemd worden op de klinische werkzaamheid voor die specifieke persoon.
Bij de volgende bloedingsepisode mag de factor VIII-activiteit niet lager zijn dan de vermelde plasma-activiteit (in % van de normale waarde of I.E./dl) in de betreffende periode. Tabel 1 kan gebruikt worden als leidraad bij de dosering tijdens bloedingsepisodes en chirurgische ingrepen:
Tabel 1: Leidraad voor dosering van ELOCTA bij behandeling van bloedingsepisodes en chirurgische ingrepen
Mate van hemorragie / type chirurgische ingreep | Vereiste factor VIII-waarde (%) (I.E./dl) | Doseringsfrequentie (uren) / duur van behandeling (dagen) |
Hemorragie |
|
|
Hemartrose, spierbloeding of orale bloeding in een vroeg stadium | 20‑40 | Injectie elke 12 tot 24 uur herhalen gedurende ten minste 1 dag, tot de bloedingsepisode zoals aangegeven door pijn is verdwenen of genezing is bereikt.1 |
Grotere hemartrose, spierbloeding of hematoom | 30‑60 | Injectie elke 12 tot 24 uur gedurende 3‑4 dagen of langer herhalen tot pijn en acute invaliditeit zijn verdwenen.1 |
Levensbedreigende bloedingen | 60‑100 | Injectie elke 8 tot 24 uur herhalen tot de toestand niet meer levensbedreigend is. |
Chirurgische ingrepen |
|
|
Kleine operatie, waaronder tandextractie | 30‑60 | Injectie elke 24 uur herhalen, gedurende ten minste 1 dag, tot genezing is bereikt. |
Grote chirurgische ingrepen | 80‑100 | Injectie elke 8 tot 24 uur volgens als nodig herhalen tot adequate wondgenezing, vervolgens behandeling gedurende ten minste nog eens 7 dagen voortzetten om een factor VIII-activiteit van 30% tot 60% (I.E./dl) te handhaven. |
1 Bij sommige patiënten en onder sommige omstandigheden kan het doseringsinterval worden verlengd tot 36 uur. Zie rubriek 5.2 voor farmacokinetische gegevens.
Profylaxe
Voor een langdurige profylaxe is de aanbevolen dosering 50 I.E. factor VIII per kg lichaamsgewicht met tussenperiodes van 3 tot 5 dagen. De dosis kan worden aangepast op basis van de respons van de patiënt in een bereik van 25 tot 65 I.E./kg (zie rubriek 5.1 en 5.2).
In sommige gevallen, met name bij jongere patiënten, kunnen kortere doseringsintervallen of hogere doses noodzakelijk zijn.
Ouderen
Er is beperkte ervaring bij patiënten ≥ 65 jaar.
Pediatrische patiënten
Voor kinderen jonger dan 12 jaar zijn mogelijk frequentere of hogere doses vereist (rubriek 5.1). Voor adolescenten van 12 jaar en ouder zijn de dosisaanbevelingen dezelfde als voor volwassenen.
Wijze van toediening
ELOCTA is voor intraveneus gebruik.
ELOCTA moet over een periode van enkele minuten intraveneus worden geïnjecteerd. De toedieningssnelheid moet worden afgestemd op wat de patiënt als prettig ervaart en mag niet hoger zijn dan 10 ml/min.
Voor instructies over reconstitutie van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
4.3 Contra‑indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Overgevoeligheids- of allergische reacties (die kunnen bestaan uit angio‑oedeem, brandend en stekend gevoel op de infuusplaats, koude rillingen, overmatig blozen, gegeneraliseerde urticaria, hoofdpijn, netelroos, hypotensie, lethargie, nausea, rusteloosheid, tachycardie, beklemd gevoel in de borst, tintelingen, braken, piepende ademhaling) zijn zelden waargenomen en kunnen in sommige gevallen verergeren tot ernstige anafylaxie (waaronder shock).
Bij patiënten met hemofilie A die zijn behandeld met factor VIII, waaronder ELOCTA, kunnen zich neutraliserende antistoffen (remmers) vormen. Indien dergelijke remmers voorkomen, zal de toestand zich manifesteren als een onvoldoende klinische respons. In dergelijke gevallen wordt aangeraden contact op te nemen met een gespecialiseerd hemofiliecentrum.
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
Tabel 2 hieronder is in overeenstemming met de classificatie van de systeem/orgaanklasse volgens MedDRA (niveau van SOC en voorkeursterm). Frequenties van bijwerkingen zijn gebaseerd op klinische onderzoeken met in totaal 379 patiënten met ernstige hemofilie A, waaronder 276 eerder behandelde patiënten (PTP’s) en 103 niet eerder behandelde patiënten (PUP’s). Zie rubriek 5.1 voor aanvullende gegevens over de klinische onderzoeken.
Frequenties zijn geëvalueerd in overeenstemming met de volgende afspraak: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1.000, < 1/100); zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Binnen elke frequentiegroep worden bijwerkingen vermeld in afnemende ernst.
Tabel 2: Bijwerkingen gemeld voor ELOCTA in klinische onderzoeken1
Systeem/orgaanklasse volgens MedDRA | Bijwerkingen | Frequentiecategorie1 |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen | Factor VIII-remming | Soms (PTP’s)2 |
Zenuwstelselaandoeningen | Hoofdpijn | Soms |
Duizeligheid | Soms | |
Dysgeusie | Soms | |
Hartaandoeningen | Bradycardie | Soms |
Bloedvataandoeningen | Hypertensie | Soms |
Opvlieger | Soms | |
Angiopathie4 | Soms | |
Ademhalingsstelsel-, borstkas-, en mediastinumaandoeningen | Hoesten | Soms |
Maagdarmstelselaandoeningen | Lage abdominale pijn | Soms |
Huid- en onderhuidaandoeningen | Papuleuze rash | Vaak (PUP’s)3 |
Rash | Soms | |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Artralgie | Soms |
Myalgie | Soms | |
Rugpijn | Soms | |
Gewrichtszwelling | Soms | |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Hulpmiddelgerelateerde trombose | Vaak (PUP’s)3 |
Malaise | Soms | |
Pijn op de borst | Soms | |
Het koud hebben | Soms | |
Het heet hebben | Soms | |
Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties | Hypotensie t.g.v. een verrichting | Soms |
PTP’s = eerder behandelde patiënten, PUP’s = niet eerder behandelde patiënten.
1 De bijwerkingen en frequenties zijn gebaseerd op gevallen bij alleen PTP’s, tenzij anders aangegeven.
2 De frequentie is gebaseerd op onderzoeken met alle producten met factor VIII waaraan patiënten met ernstige hemofilie A deelnamen.
3 De bijwerkingen en frequenties zijn gebaseerd op gevallen bij alleen PUP’s.
4 Term van de onderzoeker: pijn aan het bloedvat na injectie van ELOCTA.
Pediatrische patiënten
Er zijn geen leeftijdsspecifieke verschillen in bijwerkingen op het geneesmiddel waargenomen tussen kinderen en volwassenen. De frequentie, het type en de ernst van bijwerkingen bij kinderen zijn naar verwachting hetzelfde als die bij volwassenen.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
E-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Swedish Orphan Biovitrum AB (publ)
SE-112 76 Stockholm
Zweden
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/15/1046/001
EU/1/15/1046/002
EU/1/15/1046/003
EU/1/15/1046/004
EU/1/15/1046/005
EU/1/15/1046/006
EU/1/15/1046/007
EU/1/15/1046/008
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
25/04/2025
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3393980 | ELOCTA 3000IE PDR+SOLV VOOR OPL INJ 1 | B02BD02 | € 2282,52 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 3394186 | ELOCTA 250IE PDR+SOLV VOOR OPL INJ 1 | B02BD02 | € 200,27 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 3394202 | ELOCTA 500IE PDR+SOLV VOOR OPL INJ 1 | B02BD02 | € 389,55 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 3394210 | ELOCTA 1000IE PDR+SOLV VOOR OPL INJ 1 | B02BD02 | € 768,16 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 3394236 | ELOCTA 1500IE PDR+SOLV VOOR OPL INJ 1 | B02BD02 | € 1146,74 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 3394244 | ELOCTA 2000IE PDR+SOLV VOOR OPL INJ 1 | B02BD02 | € 1525,34 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 3510450 | ELOCTA 750IE PDR+SOLV VOOR OPL INJ 1 | € 648,46 | - | Ja | - | - |














Breng indien nodig een stuwband aan. Maak de injectieplaats klaar door de huid goed schoon te vegen met het andere, in de verpakking meegeleverde alcoholdoekje.