1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Myfortic 360 mg maagsapresistente tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke maagsapresistente tablet bevat 360 mg mycofenolzuur (als natriummycofenolaat).
Hulpstoffen met een bekend effect:
Lactose: 90 mg per tablet.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Maagsapresistente tablet
Licht oranjerode, filmomhulde ovale tabletten, met op één zijde “CT” als inscriptie.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Myfortic is geïndiceerd in combinatie met cyclosporine en corticosteroïden voor de profylaxe van acute orgaanafstoting bij volwassen patiënten die een allogene niertransplantatie ondergaan.
4.2 Dosering en wijze van toediening
De behandeling met Myfortic moet gestart en voortgezet worden door ter zake gekwalificeerde transplantatiespecialisten.
Dosering
De aanbevolen dosis is 720 mg tweemaal daags toegediend (de dagelijkse dosis is 1.440 mg). Deze dosis natriummycofenolaat komt overeen met 1 g mycofenolaatmofetil (MMF) tweemaal daags toegediend (de dagelijkse dosis is 2 g), uitgedrukt in mycofenolzuur (MPA) gehalte.
Voor aanvullende informatie over de overeenkomende therapeutische dosis van natriummycofenolaat en mycofenolaatmofetil, zie rubriek 4.4 en 5.2.
Bij de novo patiënten dient de toediening van Myfortic te worden gestart binnen 72 uur na transplantatie.
Speciale populatie
Pediatrische patiënten
Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om de werkzaamheid en de veiligheid van Myfortic bij kinderen en adolescenten te ondersteunen. Er zijn beperkte farmacokinetische gegevens beschikbaar over niertransplantaties bij kinderen (zie rubriek 5.2).
Ouderen
De aanbevolen dosis bij oudere patiënten is 720 mg tweemaal daags.
Patiënten met een nierfunctiestoornis
Bij patiënten met een vertraagde niertransplantaatfunctie na de operatie is er geen dosisaanpassing nodig (zie rubriek 5.2).
Patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis (glomerulaire filtratiesnelheid < 25 ml·min-1·1,73 m-2) moeten zorgvuldig gecontroleerd worden en de dagelijkse dosis Myfortic mag niet meer zijn dan 1.440 mg.
Patiënten met een leverfunctiestoornis
Er zijn geen dosisaanpassingen nodig voor niertransplantatiepatiënten met een ernstige leverfunctiestoornis.
Behandeling tijdens afstotingsepisoden
Afstoting van het niertransplantaat leidt niet tot veranderingen in de farmacokinetiek van mycofenolzuur (MPA); een dosiswijziging of een onderbreking van de behandeling met Myfortic is niet vereist.
Wijze van toediening
Myfortic kan zowel met als zonder voedsel worden ingenomen. Patiënten mogen een van de twee opties kiezen, maar moeten zich aan de gekozen optie houden (zie rubriek 5.2).
Om de integriteit van de maagsapresistente omhulling te behouden mogen Myfortic-tabletten niet verkruimeld worden. Wanneer het noodzakelijk is om de Myfortic-tabletten te verkruimelen mag men het poeder niet inhaleren of mag het poeder niet rechtstreeks in contact komen met de huid of slijmvliezen. Als het poeder toch met de huid in contact komt, was de huid dan grondig met zeep en water; spoel de ogen met gewoon water. Dit is vanwege de teratogene effecten van mycofenolaat.
4.3 Contra-indicaties
Myfortic mag niet worden gebruikt bij patiënten met overgevoeligheid voor natriummycofenolaat, mycofenolzuur of mycofenolaatmofetil of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Myfortic mag niet worden gebruikt bij vrouwen die zwanger kunnen worden (WOCBP) en daarbij geen zeer doeltreffende anticonceptiemethode gebruiken.
Behandeling met Myfortic mag niet gestart worden bij vrouwen die zwanger kunnen worden zonder uitvoering van een zwangerschapstest, zodat onbedoeld gebruik tijdens zwangerschap kan worden uitgesloten (zie rubriek 4.6).
Myfortic mag niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap, tenzij er geen geschikte andere behandeling is om te voorkomen dat het implantaat wordt afgestoten (zie rubriek 4.6).
Myfortic mag niet gegeven worden aan vrouwen die borstvoeding geven (zie rubriek 4.6).
4.8 Bijwerkingen
De volgende bijwerkingen hebben betrekking op bijwerkingen als gevolg van het geneesmiddel in klinische onderzoeken:
Maligniteiten
Bij patiënten die immunosuppressieve behandelingen ondergaan, waarbij een combinatie van geneesmiddelen, waaronder MPA, betrokken is, bestaat een verhoogd risico op het ontwikkelen van lymfomen en andere maligniteiten, vooral van de huid (zie rubriek 4,4). Bij 2 de novo patiënten (0,9%) en 2 “maintenance” patiënten (1,3%) die tot 1 jaar Myfortic toegediend kregen, ontwikkelde zich een lymfoproliferatieve ziekte of lymfoom. Niet-melanoom huidcarcinoom kwam voor bij 0,9% van de de novo en 1,8% van de “maintenance” patiënten die tot 1 jaar Myfortic toegediend kregen; er kwamen andere soorten maligniteiten voor bij 0,5% van de de novo en 0,6% van de “maintenance” patiënten.
Opportunistische infecties
Alle transplantatiepatiënten hebben een verhoogd risico op opportunistische infecties en het risico neemt toe met de totale immunosuppressieve belasting (zie rubriek 4.4). In gecontroleerde klinische onderzoeken met niertransplantatiepatiënten die gedurende 1 jaar werden gevolgd, waren de meest voorkomende opportunistische infecties bij de novo niertransplantatiepatiënten die Myfortic in combinatie met andere immunosuppressiva toegediend kregen cytomegalovirus (CMV), candidiasis en herpes simplex. CMV-infecties (serologie, viremie of ziekte) werden gemeld bij 21,6% van de de novo en bij 1,9% van de “maintenance” niertransplantatiepatiënten.
Ouderen
Oudere patiënten lopen gewoonlijk een groter risico op bijwerkingen van het geneesmiddel als gevolg van immunosuppressie.
Andere bijwerkingen als gevolg van het geneesmiddel
Onderstaande tabel 1 bevat bijwerkingen die mogelijk of waarschijnlijk gerelateerd zijn aan Myfortic, gerapporteerd in de gecontroleerde klinische onderzoeken met niertransplantatiepatiënten, waarbij Myfortic werd toegediend bij een dosis van 1.440 mg per dag gedurende 12 maanden in combinatie met cyclosporine micro-emulsie en corticosteroïden. De tabel is samengesteld volgens de MedDRA systeem/orgaanklassen.
Bijwerkingen zijn ingedeeld in de volgende categorieën:
Zeer vaak (≥ 1/10)
Vaak (≥ 1/100 tot < 1/10)
Soms (≥ 1/1.000 tot < 1/100)
Zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000)
Zeer zelden (< 1/10.000)
Tabel 1
Infecties en parasitaire aandoeningen | ||
| Zeer vaak: | Virale, bacteriële en schimmelinfecties |
| Vaak: | Infecties van de bovenste luchtwegen, pneumonie |
| Soms: | Wondinfectie, sepsis*, osteomyelitis* |
Neoplasmata, benigne, maligne en niet-gespecificeerd (inclusief cysten en poliepen) | ||
| Soms: | Huidpapilloom*, basocellulair carcinoom*, Kaposisarcoom*, lymfoproliferatieve stoornis, plaveiselcelcarcinoom* |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen | ||
| Zeer vaak: | Leukopenie |
| Vaak: | Anemie, trombocytopenie |
| Soms: | Lymfopenie*, neutropenie*, lymfadenopathie* |
Voedings- en stofwisselingsstoornissen | ||
| Zeer vaak: | Hypocalciëmie, hypokaliëmie, hyperuricemie |
| Vaak: | Hyperkaliëmie, hypomagnesiëmie |
| Soms: | Anorexie, hyperlipidemie, diabetes mellitus*, hypercholesterolemie*, hypofosfatemie |
Psychische stoornissen | ||
| Zeer vaak: | Angst |
| Soms: | Abnormale dromen*, waanvoorstellingen*, slapeloosheid* |
Zenuwstelselaandoeningen | ||
| Vaak: | Duizeligheid, hoofdpijn |
| Soms: | Tremor |
Oogaandoeningen | ||
| Soms: | Conjunctivitis*, wazig zien* |
Hartaandoeningen | ||
| Soms: | Tachycardie, ventriculaire extrasystolen |
Vasculaire aandoeningen | ||
| Zeer vaak: | Hypertensie |
| Vaak: | Hypotensie |
| Soms: | Lymfocele* |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | ||
| Vaak: | Hoesten, dyspneu |
| Soms: | Interstitiële longziekte, longstuwing*, piepende ademhaling*, longoedeem* |
Maagdarmstelselaandoeningen | ||
| Zeer vaak: | Diarree |
| Vaak: | Abdominale distensie, buikpijn, constipatie, dyspepsie, flatulentie, gastritis, misselijkheid, braken |
| Soms: | Gevoelige buik, gastro-intestinale bloeding, oprispingen, halitose*, ileus*, ulceratie van de lippen*, oesofagitis*, subileus*, verkleuring van de tong*, droge mond*, gastro-oesofageale refluxziekte*, tandvleeshyperplasie*, pancreatitis, obstructie van de ductus parotideus*, maagulcus*, peritonitis* |
Lever- en galaandoeningen | ||
| Vaak: | Afwijkende leverfunctietesten |
Huid- en onderhuidaandoeningen | ||
| Vaak: | Acne, jeuk |
| Soms: | Alopecia |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | ||
| Zeer vaak: | Artralgie |
| Vaak: | Myalgie |
| Soms: | Artritis*, rugpijn*, spierkrampen |
Nier- en urinewegaandoeningen | ||
| Vaak: | Verhoogd creatinine in bloed |
| Soms: | Hematurie*, renale tubulaire necrose*, uretrale vernauwingen |
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | ||
| Soms: | Impotentie* |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | ||
| Vaak: | Asthenie, vermoeidheid, perifeer oedeem, koorts |
| Soms: | Griepachtige ziekte, oedeem in de onderste ledematen*, pijn, koortsrillingen*, dorst*, zwakte* |
Letsels, intoxicatie en complicaties | ||
| Soms: | Contusie* |
* Gebeurtenis bij slechts één patiënt (van de 372) gerapporteerd.
Opmerking: De niertransplantatiepatiënten werden tot 1 jaar behandeld met 1.440 mg Myfortic dagelijks. Een vergelijkbaar profiel werd waargenomen in de de novo en de “maintenance” transplantatiepopulatie, hoewel de incidentie bij de “maintenance” patiënten lager bleek te zijn.
Bijwerkingen op grond van post-marketingervaring:
Bloed- en lymfestelselaandoeningen: Agranulocytose
Immuunsysteemaandoeningen: Overgevoeligheidsreacties (inclusief anafylaxie)
Huid- en onderhuidaandoeningen: Huiduitslag (rash)
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen: de novo purine synthesis inhibitors associated acute inflammatory syndrome met de frequentie soms, is beschreven op basis van ervaring na het in de handel brengen als een paradoxale pro-inflammatoire reactie geassocieerd met mycofenolaatmofetil en mycofenolzuur, gekenmerkt door koorts, artralgie, artritis, spierpijn en verhoogde inflammatoire markers. Case reports in de literatuur beschreven snelle verbetering na het stoppen met het geneesmiddel.
De volgende bijkomende bijwerkingen zijn toe te schrijven aan MPA-derivaten als een klasse-effect:
Infecties en parasitaire aandoeningen:
Ernstige, levensbedreigende infecties, waaronder meningitis, infectieuze endocarditis, tuberculose en atypische mycobacteriële infectie. Gevallen van nefropathie als gevolg van het BK-virus evenals gevallen van progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML) als gevolg van het JC-virus zijn gerapporteerd bij patiënten die met immunosuppressiva behandeld werden, waaronder Myfortic (zie rubriek 4.4).
Bloed- en lymfestelselaandoeningen:
Neutropenie, pancytopenie.
Gevallen van Pure Red Cell Aplasia (PRCA) zijn gemeld bij patiënten behandeld met MPA-derivaten (zie rubriek 4.4).
Immuunsysteemaandoeningen:
Er zijn meldingen van hypogammaglobulinemie bij patiënten die worden behandeld met Myfortic in combinatie met andere immunosuppressiva.
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen:
Er zijn geïsoleerde meldingen van interstitiële longziekte bij patiënten die worden behandeld met Myfortic in combinatie met andere immunosuppressiva. Er zijn ook meldingen van bronchiëctasie bij behandeling met Myfortic in combinatie met andere immunosuppressiva.
Geïsoleerde gevallen van abnormale morfologie van de neutrofiele cellen, waaronder verworven kernanomalie van Pelger-Huët, zijn waargenomen bij patiënten behandeld met MPA-derivaten. Deze veranderingen zijn niet geassocieerd met een gewijzigde functie van de neutrofiele cellen. Deze veranderingen kunnen een vertraagde rijping van de neutrofiele cellen (of “left shift”) suggereren bij hematologische onderzoeken, wat verkeerdelijk kan geïnterpreteerd worden als een teken van infectie bij patiënten met immunosuppressie zoals diegenen die Myfortic krijgen.
Maagdarmstelselaandoeningen:
Colitis, CMV-gastritis, intestinale perforatie, maagulcus, duodenumulcus.
Zwangerschap, perinatale periode en puerperium:
Er zijn gevallen van spontane abortus gemeld bij patiënten die in het eerste trimester zijn blootgesteld aan mycofenolaat (zie rubriek 4.6).
Congenitale aandoeningen:
Er zijn postmarketingmeldingen gedaan van aangeboren misvormingen bij kinderen van patiënten die zijn blootgesteld aan mycofenolaat in combinatie met andere immunosuppressiva (zie rubriek 4.6).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
België |
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten |
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Novartis Pharma N.V.
Medialaan 40
B – 1800 Vilvoorde
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE272063
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
10/2024
Goedkeuringsdatum: 10/2025
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2156222 | MYFORTIC 360 MG COMP ENROB 120 X 360 MG | L04AA06 | € 109,54 | - | Ja | € 2 | € 1 |