1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Neupogen 30 Mio U (0,6 mg/ml) oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit
filgrastim
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke voorgevulde spuit bevat 30 miljoen eenheden (Mio U)/300 microgram (µg) filgrastim in 0,5 ml (0,6 mg/ml).
Filgrastim (recombinant methionyl humane granulocyt-kolonie stimulerende factor) wordt geproduceerd met behulp van recombinant DNA-technologie in E. coli (K12).
Hulpstof(fen) met bekend effect:
Elke ml oplossing bevat 50 mg sorbitol (E420).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit.
Concentraat voor oplossing voor infusie in een voorgevulde spuit.
Heldere, kleurloze oplossing.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Neupogen is geïndiceerd voor de reductie van de duur van neutropenie en de incidentie van febriele neutropenie bij patiënten die worden behandeld met standaard cytotoxische chemotherapie voor maligniteiten (met uitzondering van chronische myeloïde leukemie en myelodysplastische syndromen) en voor de reductie van de duur van de neutropenie bij patiënten die een myelo-ablatieve behandeling gevolgd door een beenmergtransplantatie ondergaan, bij wie rekening wordt gehouden met een verhoogd risico op een langdurige ernstige neutropenie.
De veiligheid en werkzaamheid van Neupogen zijn vergelijkbaar bij volwassenen en kinderen die met cytotoxische chemotherapie worden behandeld.
Neupogen is geïndiceerd voor de mobilisatie van perifere bloedvoorlopercellen (PBPC’s).
Bij kinderen of volwassenen met ernstige congenitale, cyclische of idiopathische neutropenie met een absoluut aantal neutrofielen (ANC) ≤ 0,5 × 109/l en een verleden van ernstige of recidiverende infecties is de langdurige toediening van Neupogen geïndiceerd om het aantal neutrofielen te verhogen en de incidentie en duur van met infecties gepaard gaande verschijnselen te verminderen.
Neupogen is geïndiceerd voor de behandeling van aanhoudende neutropenie (ANC minder dan of gelijk aan 1,0 × 109/l) bij patiënten met een HIV infectie in een vergevorderd stadium om de kans op bacteriële infecties te verminderen wanneer andere opties om neutropenie te behandelen ongeschikt zijn.
4.2 Dosering en wijze van toediening
De behandeling met Neupogen mag alleen worden gegeven in samenwerking met een oncologisch centrum dat ervaring heeft met G-CSF behandeling en hematologie en dat over de noodzakelijke diagnostische faciliteiten beschikt. De mobilisatie en aferese procedures dienen te worden uitgevoerd in samenwerking met een oncologisch-hematologisch centrum met voldoende ervaring op dit gebied en waar de monitoring van hematopoëtische voorlopercellen correct kan worden uitgevoerd.
Standaard cytotoxische chemotherapie
Dosering
De aanbevolen dosis Neupogen bedraagt 0,5 miljoen eenheden (5 µg)/kg/dag. De eerste dosis Neupogen dient ten minste 24 uur na de cytotoxische chemotherapie te worden toegediend. In gerandomiseerde klinische studies werd een subcutane dosis gebruikt van 230 µg/m²/dag (4,0 ‑ 8,4 µg/kg/dag).
Neupogen zal dagelijks toegediend worden tot het verwachte nadirpunt voor de neutrofielen overschreden is en tot het normale aantal neutrofielen terug bereikt wordt. Na standaard chemotherapie voor solide tumoren, lymfomen en lymfoïde leukemieën, kan men verwachten dat de behandeling tot 14 dagen zal duren om aan deze criteria te kunnen voldoen. Na inductie- en consolidatiebehandeling voor acute myeloïde leukemie kan de duur van de behandeling aanzienlijk langer zijn (tot 38 dagen), afhankelijk van het type, de dosis en het doseringsschema van de toegepaste cytotoxische chemotherapie.
Bij patiënten die cytotoxische chemotherapie krijgen, ziet men gewoonlijk een voorbijgaande verhoging van het aantal neutrofielen 1 tot 2 dagen na het starten van de behandeling met Neupogen. Echter, om een aanhoudende therapeutische respons te bekomen mag men de behandeling met Neupogen niet stopzetten vooraleer het verwachte nadirpunt is overschreden en het aantal neutrofielen terug de normale waarde heeft bereikt. Vroegtijdige stopzetting van behandeling met Neupogen, voor het verwachte nadirpunt voor de neutrofielen, is niet aan te raden.
Wijze van toediening
Neupogen kan worden toegediend als een dagelijkse subcutane injectie of als een dagelijkse intraveneuze infusie verdund in een 5% glucose-oplossing met een infusietijd van 30 minuten (zie rubriek 6.6). In de meeste gevallen wordt de voorkeur gegeven aan de subcutane toediening. Er zijn enkele aanwijzingen gebaseerd op een studie met eenmalige toediening, dat de werkingsduur korter kan zijn na intraveneuze toediening. De klinische relevantie van dit resultaat in geval van toediening van meerdere doses is niet duidelijk. De keuze van de toedieningswijze zal afhangen van de individuele klinische toestand.
Patiënten behandeld met myelo-ablatieve therapie gevolgd door beenmergtransplantatie
Dosering
De aanbevolen aanvangsdosis van Neupogen bedraagt 1,0 miljoen eenheden (10 µg)/kg/dag. De eerste dosis Neupogen zou ten minste 24 uur na de cytotoxische chemotherapie moeten worden toegediend en ten minste 24 uur na de beenmerginfusie.
Van zodra het nadirpunt van de neutrofielen overschreden is, dient de dagelijkse dosis Neupogen te worden getitreerd in functie van de neutrofielenrespons, als volgt:
Aantal neutrofielen | Neupogen dosisaanpassing |
> 1,0 × 109/l gedurende 3 opeenvolgende dagen | Verminder tot 0,5 miljoen eenheden (5 µg)/kg/dag |
Vervolgens, indien ANC > 1,0 × 109/l blijft gedurende de 3 daaropvolgende dagen | Stop met Neupogen |
Indien het ANC daalt tot < 1,0 × 109/l gedurende de behandelingsperiode, dient de dosis Neupogen opnieuw verhoogd te worden volgens de hierboven vermelde stappen | |
ANC = Absolute Neutrophil Count (absoluut aantal neutrofielen)
Wijze van toediening
Neupogen mag gegeven worden door middel van een intraveneuze infusie gedurende 30 minuten of 24 uur, of door middel van een continue subcutane infusie gedurende 24 uur. Neupogen dient verdund te worden in 20 ml 5% glucose-oplossing (zie rubriek 6.6).
Voor de mobilisatie van PBPC‘s bij patiënten die een myelosuppressieve of een myelo-ablatieve behandeling ondergaan, gevolgd door een transplantatie van autologe PBPC’s
Dosering
De aanbevolen dosis van Neupogen, in monotherapie, voor PBPC mobilisatie bedraagt 1,0 miljoen eenheden (10 µg)/kg/dag, toegediend gedurende 5 tot 7 opeenvolgende dagen. Tijdstip van leukaferese: één of twee leukafereses op dag 5 en 6 zijn meestal voldoende. In andere omstandigheden kunnen additionele leukafereses nodig zijn. Dosering met Neupogen dient te worden voortgezet tot aan de laatste leukaferese.
De aanbevolen dosis Neupogen voor PBPC mobilisatie na een myelosuppressieve chemotherapie bedraagt 0,5 miljoen eenheden (5 µg)/kg/dag vanaf de eerste dag na stopzetting van de chemotherapie totdat het verwachte neutrofielennadir overschreden is en het aantal neutrofielen de normaalwaarde heeft bereikt. Leukaferese dient te worden uitgevoerd in de periode dat het ANC stijgt van < 0,5 × 109/l tot > 5,0 × 109/l. Voor patiënten die geen uitgebreide chemotherapie hebben gekregen, is één leukaferese vaak voldoende. In de andere gevallen wordt aanbevolen aanvullende leukaferesen uit te voeren.
Wijze van toediening
Neupogen in monotherapie voor PBPC mobilisatie:
Neupogen mag gegeven worden door middel van een continue subcutane infusie gedurende 24 uur of door middel van een subcutane injectie. Voor infusies dient Neupogen verdund te worden in 20 ml 5% glucose-oplossing (zie rubriek 6.6).
Neupogen voor PBPC mobilisatie na een myelosuppressieve chemotherapie:
Neupogen dient door middel van een subcutane injectie toegediend te worden.
Voor de mobilisatie van PBPC’s bij gezonde donoren voorafgaand aan allogene PBPC transplantatie
Dosering
Voor PBPC mobilisatie bij gezonde donoren dient Neupogen te worden toegediend in een dosis van 1,0 miljoen eenheden (10 µg)/kg/dag gedurende 4 tot 5 opeenvolgende dagen. Leukaferese dient te worden gestart op dag 5 en, indien nodig, te worden voortgezet tot dag 6 om 4 × 106 CD34+-cellen/kg lichaamsgewicht van de recipiënt te verkrijgen.
Wijze van toediening
Neupogen dient door middel van een subcutane injectie toegediend te worden.
Bij patiënten met ernstige chronische neutropenie (SCN)
Dosering
Congenitale neutropenie: De aanbevolen aanvangsdosis bedraagt 1,2 miljoen eenheden (12 µg)/kg/dag in één enkele dosis of verdeeld over meerdere doses.
Idiopathische of cyclische neutropenie: De aanbevolen aanvangsdosis bedraagt 0,5 miljoen eenheden (5 µg)/kg/dag in één enkele dosis of verdeeld over meerdere doses.
Dosisaanpassing: Neupogen dient dagelijks te worden toegediend door middel van een subcutane injectie totdat het aantal neutrofielen 1,5 × 109/l of meer bereikt en op dit niveau kan worden gehandhaafd. Wanneer deze respons bereikt is, dient de minimale effectieve dosis die nodig is om dit niveau te handhaven, te worden bepaald. Een dagelijkse toediening gedurende lange tijd is nodig om het aantal neutrofielen op een adequaat niveau te handhaven. Na één tot twee weken behandeling mag de aanvangsdosis naargelang de respons van de patiënt worden verdubbeld of gehalveerd. Daarna mag de dosis om de 1 tot 2 weken individueel worden aangepast om het gemiddelde aantal neutrofielen tussen 1,5 × 109/l en 10 × 109/l te handhaven. Een snellere dosisverhoging kan worden overwogen bij patiënten met ernstige infecties. In klinische studies had 97% van de patiënten die een respons vertoonden, een volledige respons bij doses van ≤ 24 µg/kg/dag. De veiligheid van Neupogen op lange termijn in een dosis hoger dan 24 µg/kg/dag bij patiënten met SCN is niet vastgesteld.
Wijze van toediening
Congenitale, idiopathische of cyclische neutropenie: Neupogen dient door middel van een subcutane injectie toegediend te worden.
Bij patiënten met een HIV infectie
Dosering
Ter correctie van een neutropenie:
De aanbevolen aanvangsdosis van Neupogen bedraagt 0,1 miljoen eenheden (1 µg)/kg/dag met titratie tot een maximum van 0,4 miljoen eenheden (4 µg)/kg/dag totdat een normaal aantal neutrofielen is bereikt en kan worden gehandhaafd (ANC > 2,0 × 109/l). In klinische studies reageerde > 90% van de patiënten op deze doses met een correctie van de neutropenie na een mediane behandelingsduur van 2 dagen.
Bij een klein aantal patiënten (< 10%) waren doses tot 1,0 miljoen eenheden (10 µg)/kg/dag noodzakelijk om correctie van neutropenie te bereiken.
Ter handhaving van een normaal aantal neutrofielen:
Nadat correctie van neutropenie is bereikt, dient de minimale effectieve dosis te worden bepaald waarmee een normaal aantal neutrofielen wordt gehandhaafd. Er wordt aanbevolen initieel de dosis aan te passen naar een dosis van 30 miljoen eenheden (300 µg)/dag om de andere dag. Verdere dosisaanpassingen om het aantal neutrofielen > 2,0 × 109/l te handhaven kunnen noodzakelijk zijn op basis van het ANC van de patiënt. In klinische studies was toediening van 30 miljoen eenheden (300 µg)/dag gedurende 1 tot 7 dagen per week noodzakelijk om het ANC > 2,0 × 109/l te handhaven, met een mediane dosis frequentie van 3 keer per week. Langdurig gebruik kan noodzakelijk zijn om het ANC > 2,0 × 109/l te handhaven.
Wijze van toediening
Ter correctie van neutropenie of handhaving van een normaal aantal neutrofielen: Neupogen dient door middel van een subcutane injectie toegediend te worden.
Ouderen
In klinische studies met Neupogen werd een klein aantal oudere patiënten geïncludeerd, maar specifieke studies in deze groep werden niet uitgevoerd waardoor specifieke doseringsaanbevelingen niet kunnen worden gegeven.
Patiënten met een verminderde nierfunctie
Uit studies met Neupogen bij patiënten met een ernstig verminderde nier- of leverfunctie blijkt dat het farmacokinetisch en farmacodynamisch profiel van deze patiënten vergelijkbaar is met dat van gezonde individuen. Aanpassing van de dosis is niet vereist in deze omstandigheden.
Gebruik in de pediatrie bij SCN en kanker
Vijfenzestig procent van de patiënten bestudeerd in het SCN studieprogramma, waren jonger dan 18 jaar. De werkzaamheid van de behandeling was duidelijk voor deze leeftijdsgroep, die vooral bestond uit patiënten met congenitale neutropenie. Er waren geen verschillen in de veiligheidsprofielen voor de pediatrische patiënten behandeld voor SCN.
Gegevens uit klinische studies met pediatrische patiënten wijzen erop dat de veiligheid en werkzaamheid van Neupogen vergelijkbaar zijn bij volwassenen en kinderen die cytotoxische chemotherapie krijgen.
De doseringsaanbevelingen bij pediatrische patiënten zijn dezelfde als die bij volwassenen die myelosuppressieve cytotoxische chemotherapie krijgen.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.8 Bijwerkingen
- Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De ernstige bijwerkingen die het meest kunnen optreden tijdens de behandeling met Neupogen omvatten anafylactische reactie, ernstige pulmonale bijwerkingen (inclusief interstitiële pneumonie en ARDS), capillaire-lek-syndroom, ernstige splenomegalie/miltruptuur, transformatie naar myelodysplastisch syndroom of leukemie bij patiënten met SCN, GvHD bij patiënten die een allogene beenmergtransfer of PBPC transplantatie kregen en sikkelcelcrisis bij patiënten met sikkelcelanemie.
Bijwerkingen die het vaakst gemeld werden zijn koorts, skeletspierstelselpijn (inclusief botpijn, rugpijn, artralgie, myalgie, pijn in de extremiteiten, skeletspierstelselpijn, skeletspierstelselpijn op de borst, nekpijn), anemie, braken en misselijkheid. In klinische onderzoeken bij patiënten met kanker skeletspierstelselpijn, die mild of matig was bij 10% van de patiënten en ernstig bij 3% van de patiënten.
b. Samenvatting van de bijwerkingen in tabelvorm
De gegevens in onderstaande tabel beschrijven bijwerkingen gerapporteerd in klinische studies en spontaan gerapporteerde bijwerkingen. Binnen elke frequentiegroep worden de bijwerkingen weergegeven in volgorde van afnemende ernst.
MedDRA-systeem/orgaan- klasse | Bijwerkingen | |||
Zeer vaak | Vaak | Soms | Zelden | |
Infecties en infestaties |
| Sepsis |
|
|
Bloed- en lymfestelselaan-doeningen | Trombocytopenie | Splenomegaliea | Leukocytosea | Miltruptuura |
Immuunsysteemaandoeningen |
|
| Overgevoeligheid | Anafylactische reactie |
Voedings- en stofwisselings-stoornissen |
| Verminderde eetluste | Hyperuricemie | Verlaagd glucose in het bloed |
Psychiatrische stoornissen |
| Insomnia |
|
|
Zenuwstelselaandoeningen | Hoofdpijna | Duizeligheid |
|
|
Bloedvataan- |
| Hypertensie | Veno-occlusieve ziekted | Capillaire-lek-syndrooma |
Ademhalings-stelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen |
| Hemoptoë Dyspneu | Acute respiratory distress syndromea |
|
Maagdarm-stelselaan-doeningen | Diarreea, e | Orale pijn |
|
|
Lever- en gal-aandoeningen |
| Hepatomegalie | Verhoogd aspartaat-aminotransferase |
|
Huid- en onderhuid-aandoeningen | Alopeciaa | Uitslaga | Maculeuze en papuleuze uitslag | Cutane vasculitisa |
Skeletspier-stelsel- en bindweefsel-aandoeningen | Skeletspierstelsel-pijnc | Spierspasmen | Osteoporose | Verminderde botdichtheid |
Nier- en urineweg-aandoeningen |
| Dysurie | Proteïnurie | Glomerulonefritis |
Algemene aandoeningen en toedienings-plaats-stoornissen | Vermoeidheida | Pijn op de borsta | Reactie op de injectieplaats |
|
Letsels, intoxicaties en verrichtingencomplicaties |
| Transfusiereactiee |
|
|
a Zie rubriek c (Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen)
b Gevallen van GvHD en gevallen met dodelijke afloop zijn gerapporteerd bij patiënten na allogene beenmergtransplantatie (zie rubriek c)
c Omvat botpijn, rugpijn, artralgie, myalgie, pijn in de extremiteiten, skeletspierstelselpijn, skeletspierstelselpijn op de borst, nekpijn
d Gevallen zijn waargenomen in de post-marketing setting bij patiënten die een beenmergtransplantatie of PBPC mobilisatie ondergingen
e Bijwerkingen met een hogere incidentie bij Neupogen patiënten in vergelijking met placebo en geassocieerd met de gevolgen van onderliggende maligniteiten of cytotoxische chemotherapie
c. Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Overgevoeligheid
Overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylaxie, exantheem, urticaria, angio-oedeem, dyspneu en hypotensie bij initiële of daaropvolgende toediening, zijn gerapporteerd in klinische onderzoeken en in de post-marketing setting. Over het algemeen is dit vaker gerapporteerd na i.v. toediening. In sommige gevallen zijn symptomen opnieuw opgetreden na een nieuwe toediening, wat een causale relatie suggereert. Neupogen dient permanent gestaakt te worden bij patiënten die een ernstige allergische reactie ervaren.
Pulmonale bijwerkingen
In klinische onderzoeken en in de post-marketing setting zijn pulmonale bijwerkingen, waaronder interstitiële longziekte, longoedeem en longinfiltraten, gerapporteerd; in een aantal gevallen met respiratoir falen en ARDS, wat fataal kan verlopen (zie rubriek 4.4).
Splenomegalie en miltruptuur
Gevallen van splenomegalie en miltruptuur zijn soms gemeld na toediening van filgrastim. Sommige gevallen van miltruptuur waren fataal (zie rubriek 4.4).
Capillaire-lek-syndroom
Gevallen van het capillaire-lek-syndroom zijn gemeld bij gebruik van een granulocyt-kolonie stimulerende factor. Over het algemeen zijn deze opgetreden bij patiënten met gevorderde maligne aandoeningen, bij patiënten met sepsis, bij patiënten die meerdere chemotherapie regimes toegediend kregen of bij patiënten die aferese hebben ondergaan (zie rubriek 4.4).
Cutane vasculitis
Cutane vasculitis is gerapporteerd bij patiënten die behandeld werden met Neupogen. Het mechanisme achter vasculitis bij patiënten die Neupogen krijgen, is niet bekend. Tijdens langdurig gebruik is cutane vasculitis gemeld in 2% van de patiënten met ernstige chronische neutropenie.
Leukocytose
Leukocytose (WBC > 50 × 109/l) is waargenomen bij 41% van de gezonde donoren en een voorbijgaande trombocytopenie (bloedplaatjes < 100 × 109/l) na toediening van filgrastim en leukaferese is waargenomen bij 35% van de donoren (zie rubriek 4.4).
Sweet syndroom
Gevallen van Sweet syndroom (acute febriele neutrofiele dermatosis) zijn gerapporteerd bij patiënten die behandeld werden met Neupogen.
Pseudojicht (chondrocalcinosis pyrofosfaat)
Pseudojicht (chondrocalcinosis pyrofosfaat) is gerapporteerd bij patiënten met kanker die behandeld werden met Neupogen.
GvHD
Gevallen van GvHD en gevallen met dodelijke afloop zijn gerapporteerd bij patiënten die G-CSF ontvingen na allogene beenmergtransplantatie (zie rubriek 4.4 en 5.1).
d. Pediatrische patiënten
Gegevens uit klinische studies met pediatrische patiënten wijzen erop dat de veiligheid en werkzaamheid van Neupogen vergelijkbaar zijn bij volwassenen en kinderen die cytotoxische chemotherapie krijgen. Dit suggereert dat er geen leeftijdsafhankelijke verschillen zijn in de farmacokinetiek van filgrastim. De enige consistent gerapporteerde bijwerking was skeletspierstelselpijn, wat niet afwijkt van de ervaring bij de volwassen populatie.
Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om het gebruik van Neupogen bij pediatrische patiënten verder te evalueren.
e. Andere bijzondere populaties
Gebruik in geriatrie
Er zijn geen verschillen in veiligheid of werkzaamheid waargenomen tussen patiënten ouder dan 65 jaar en jongere volwassenen (> 18 jaar) die cytotoxische chemotherapie ondergingen. Klinische ervaring heeft geen verschillen aangetoond in de respons tussen ouderen en jongere volwassen patiënten. Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om het gebruik van Neupogen in geriatrie voor andere geregistreerde Neupogen indicaties te evalueren.
Pediatrische SCN patiënten
Gevallen van verminderde botdichtheid en osteoporose zijn gerapporteerd bij pediatrische patiënten met ernstige chronische neutropenie die chronisch behandeld werden met Neupogen.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem.
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg.be
Luxemburg
Centre Régional de Pharmacovigilance de Nancy of Division de la pharmacie et des médicaments de la Direction de la santé
Website: www.guichet.lu/pharmacovigilance
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Amgen Europe B.V.
Minervum 7061
4817 ZK Breda
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
België: BE228137
Luxemburg: 2004058258
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
A. Datum van de laatste herziening van de SKP: 03/2024
B. Datum van de laatste goedkeuring van de SKP: 03/2024
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1728096 | NEUPOGEN 30 SER 5 SC/IV 300MCG/0,5ML | L03AA02 | € 231,65 | - | Ja | € 2 | € 1 |