BIJLAGE I
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Biktarvy 30 mg/120 mg/15 mg filmomhulde tabletten
Biktarvy 50 mg/200 mg/25 mg filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Biktarvy 30 mg/120 mg/15 mg filmomhulde tabletten
Elke filmomhulde tablet bevat bictegravirnatrium, overeenkomend met 30 mg bictegravir, 120 mg emtricitabine en tenofoviralafenamidefumaraat, overeenkomend met 15 mg tenofoviralafenamide.
Biktarvy 50 mg/200 mg/25 mg filmomhulde tabletten
Elke filmomhulde tablet bevat bictegravirnatrium, overeenkomend met 50 mg bictegravir, 200 mg emtricitabine en tenofoviralafenamidefumaraat, overeenkomend met 25 mg tenofoviralafenamide.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet (tablet).
Biktarvy 30 mg/120 mg/15 mg filmomhulde tabletten
Een roze, capsulevormige, filmomhulde tablet met aan de ene kant van de tablet “BVY” gegraveerd en een breukstreep aan de andere kant van de tablet. Elke tablet is ongeveer 14 mm 6 mm. De breukstreep is alleen om het breken te vereenvoudigen zodat het inslikken makkelijker gaat en niet om de tablet in gelijke doses te verdelen.
Biktarvy 50 mg/200 mg/25 mg filmomhulde tabletten
Een paars-bruine, capsulevormige, filmomhulde tablet met aan de ene kant van de tablet “GSI” en aan de andere kant van de tablet “9883” gegraveerd. Elke tablet is ongeveer 15 mm 8 mm.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Biktarvy is geïndiceerd voor de behandeling van infectie met het humaan immunodeficiëntievirus-1 (hiv‑1) bij volwassenen en pediatrische patiënten van ten minste 2 jaar oud en een gewicht van ten minste 14 kg zonder huidige of eerdere aanwijzingen van virale resistentie tegen de klasse van integraseremmers, emtricitabine of tenofovir (zie rubriek 5.1).
4.2 Dosering en wijze van toediening
De therapie moet worden gestart door een arts met ervaring in de behandeling van hiv-infecties.
Dosering
Pediatrische patiënten van ten minste 2 jaar oud en met een gewicht van ten minste 14 kg tot minder dan 25 kg
Eén 30 mg/120 mg/15 mg tablet, eenmaal daags in te nemen.
Volwassenen en pediatrische patiënten met een gewicht van ten minste 25 kg
Eén 50 mg/200 mg/25 mg tablet, eenmaal daags in te nemen.
Gemiste doses
Wanneer de patiënt een dosis Biktarvy heeft overgeslagen en dit binnen 18 uur na het gebruikelijke tijdstip van innemen bemerkt, moet de patiënt Biktarvy zo snel mogelijk innemen en doorgaan met het normale doseringsschema. Wanneer een patiënt een dosis Biktarvy heeft overgeslagen en dit later dan 18 uur na het gebruikelijke tijdstip van innemen bemerkt, mag de patiënt de overgeslagen dosis niet meer innemen en moet hij/zij gewoon doorgaan met het gebruikelijke doseringsschema.
Wanneer de patiënt binnen 1 uur na het innemen van Biktarvy braakt, moet hij/zij een nieuwe tablet innemen. Wanneer de patiënt meer dan 1 uur na het innemen van Biktarvy braakt, hoeft hij/zij geen nieuwe dosis Biktarvy in te nemen vóór de normaal geplande dosis.
Speciale patiëntgroepen
Ouderen
Bij patiënten in de leeftijd ≥ 65 jaar is geen dosisaanpassing van Biktarvy noodzakelijk (zie rubriek 4.8 en 5.2).
Leverfunctiestoornis
Bij patiënten met een lichte (Child‑Pugh-klasse A) of matige (Child‑Pugh-klasse B) leverfunctiestoornis is geen dosisaanpassing van Biktarvy noodzakelijk. Biktarvy is niet onderzocht bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis (Child‑Pugh-klasse C); daarom wordt Biktarvy niet aanbevolen voor gebruik bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis (zie rubriek 4.4 en 5.2).
Nierfunctiestoornis
Bij patiënten met een gewicht van ≥ 35 kg en een geschatte creatinineklaring (CrCl) ≥ 30 ml/min is geen dosisaanpassing van Biktarvy noodzakelijk.
Bij volwassen patiënten met eindstadium nierziekte (geschatte creatinineklaring < 15 ml/minuut) die chronische hemodialyse ondergaan, is geen dosisaanpassing van Biktarvy noodzakelijk. In het algemeen moet Biktarvy echter worden vermeden en alleen worden gebruikt bij deze patiënten als men denkt dat de potentiële voordelen opwegen tegen de potentiële risico's (zie rubriek 4.4 en 5.2). Biktarvy dient op dagen met hemodialyse te worden toegediend nadat de hemodialysebehandeling is voltooid.
Het instellen van de behandeling met Biktarvy moet worden vermeden bij patiënten met een geschatte creatinineklaring ≥ 15 ml/min en < 30 ml/min of < 15 ml/min die geen chronische hemodialyse krijgen, aangezien de veiligheid van Biktarvy bij deze populaties niet is vastgesteld (zie rubriek 5.2).
Er zijn geen gegevens beschikbaar om adviezen voor de dosis te geven bij patiënten met een gewicht van < 35 kg en een nierfunctiestoornis of bij pediatrische patiënten jonger dan 18 jaar oud met eindstadium nierziekte.
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Biktarvy bij kinderen jonger dan 2 jaar oud of met een gewicht van minder dan 14 kg zijn nog niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Oraal gebruik.
Biktarvy kan met of zonder voedsel worden ingenomen (zie rubriek 5.2).
Vanwege de bittere smaak wordt aanbevolen niet op de filmomhulde tablet te kauwen of deze fijn te maken. Voor patiënten die de tablet niet heel kunnen inslikken, kan de tablet doormidden worden gebroken en kunnen beide helften na elkaar worden ingenomen, zodat de volledige dosis onmiddellijk wordt ingenomen.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Gelijktijdige toediening met rifampicine en sint-janskruid (Hypericum perforatum) (zie rubriek 4.5).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
In klinische onderzoeken van niet eerder behandelde patiënten die Biktarvy kregen, waren de meest gemelde bijwerkingen in de dubbelblinde fase (week 144) hoofdpijn (5%), diarree (5%) en misselijkheid (4%).
Lijst van de bijwerkingen in tabelvorm
De beoordeling van bijwerkingen is gebaseerd op veiligheidsgegevens uit alle fase 2- en 3-onderzoeken met Biktarvy en uit postmarketingervaring. De bijwerkingen in tabel 2 zijn vermeld per systeem/orgaanklasse en frequentie. De frequentie wordt als volgt gedefinieerd: vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100) en zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000).
Tabel 2: Lijst van de bijwerkingen in tabelvorm1
Frequentie | Bijwerking | |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen | ||
Soms: | anemie2 | |
Psychische stoornissen | ||
Vaak: | depressie, ongewone dromen | |
Soms: | zelfmoordgedachten, zelfmoordpoging (vooral bij patiënten met een reeds bestaande voorgeschiedenis van depressie of psychische aandoening), angst, slaapstoornissen | |
Zenuwstelselaandoeningen | ||
Vaak: | hoofdpijn, duizeligheid | |
Maagdarmstelselaandoeningen | ||
Vaak: | diarree, misselijkheid | |
Soms: | braken, abdominale pijn, dyspepsie, flatulentie | |
Lever- en galaandoeningen | ||
Soms: | hyperbilirubinemie | |
Huid- en onderhuidaandoeningen | ||
Soms: | angio-oedeem3,4, huiduitslag, pruritus, urticaria4 | |
Zelden: | Stevens-Johnson-syndroom5 | |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | ||
Soms: | artralgie | |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | ||
Vaak: | vermoeidheid | |
Onderzoeken | ||
Vaak: | toegenomen gewicht | |
1 Met uitzondering van angio-oedeem, anemie, urticaria en Stevens-Johnson-syndroom (zie voetnoten 2-5) werden alle bijwerkingen geïdentificeerd in klinische onderzoeken met Biktarvy. De frequenties zijn afgeleid uit de dubbelblinde fase (week 144) van klinische fase 3-onderzoeken met Biktarvy bij niet eerder behandelde patiënten (GS-US-380-1489 en GS‑US‑380‑1490).
2 Deze bijwerking werd niet waargenomen in de klinische onderzoeken met producten die emtricitabine + tenofoviralafenamide bevatten, maar geïdentificeerd in klinische onderzoeken of postmarketingervaring voor emtricitabine bij gebruik met andere antiretrovirale middelen.
3 Deze bijwerking werd aan de hand van postmarketingbewaking geïdentificeerd voor producten die emtricitabine bevatten.
4 Deze bijwerking werd aan de hand van postmarketingbewaking geïdentificeerd voor producten die tenofoviralafenamide bevatten.
5 Deze bijwerking werd aan de hand van postmarketingbewaking geïdentificeerd voor Biktarvy. De frequentie is berekend met gebruik van 3/X, waarbij X het cumulatieve aantal proefpersonen is dat in klinische onderzoeken aan Biktarvy is blootgesteld (n = 3963).
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Metabole parameters
Het gewicht en de serumlipiden- en bloedglucosespiegels kunnen toenemen tijdens antiretrovirale behandeling (zie rubriek 4.4).
Immuunreactiveringssyndroom
Bij met hiv geïnfecteerde patiënten die op het moment dat CART wordt gestart een ernstige immuundeficiëntie hebben, kan zich een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische infecties voordoen. Auto-immuunaandoeningen (zoals de ziekte van Graves en auto-immuunhepatitis) zijn ook gemeld; de gerapporteerde tijd tot het eerste optreden is echter erg variabel, en deze voorvallen kunnen vele maanden na het starten van de behandeling optreden (zie rubriek 4.4).
Osteonecrose
Er zijn gevallen van osteonecrose gemeld, vooral bij patiënten met algemeen erkende risicofactoren, voortgeschreden hiv-infectie of langdurige blootstelling aan CART. De frequentie hiervan is niet bekend (zie rubriek 4.4).
Veranderingen in serumcreatinine
Er is aangetoond dat bictegravir de serumcreatininespiegel kan verhogen als gevolg van remming van tubulaire secretie van creatinine, maar deze veranderingen worden niet als klinisch relevant gezien aangezien ze geen verandering in de glomerulaire filtratiesnelheid weerspiegelen. Stijgingen in serumcreatinine traden op in week 4 van de behandeling en bleven stabiel tot en met week 144. In onderzoeken GS-US-380‑1489 en GS-US-380‑1490 steeg de mediane (Q1, Q3) serumcreatininespiegel met 0,11 (0,03; 0,19) mg/dl (9,7 [2,7; 16,8] µmol/l), 0,11 (0,04; 0,19) mg/dl (9,7 [3,5; 16,8] µmol/l) en 0,12 (0,06; 0,21) mg/dl (10,6 [5,3; 18,6] μmol/l) bij aanvang tot week 144 in respectievelijk de Biktarvy-, abacavir/dolutegravir/lamivudine- en dolutegravir + emtricitabine/tenofoviralafenamide-groep. Er waren geen stopzettingen van de behandeling als gevolg van bijwerkingen met betrekking tot de nieren tot en met week 144 bij patiënten die in klinische onderzoeken Biktarvy toegediend kregen.
Veranderingen in bilirubine
In onderzoeken GS-US-380‑1489 en GS-US-380‑1490 werden stijgingen van totaal bilirubine waargenomen bij 17% van de niet eerder behandelde patiënten die Biktarvy tot en met week 144 kregen toegediend. Stijgingen waren voornamelijk van graad 1 (12%) en graad 2 (4%) (≥ 1,0 tot 2,5 x de bovengrens van de normaalwaarde [ULN, upper limit of normal]) en waren niet geassocieerd met bijwerkingen met betrekking tot de lever of andere laboratoriumafwijkingen met betrekking tot de lever. Vijf patiënten die Biktarvy toegediend kregen (1%) hadden een verhoogde bilirubinespiegel van graad 3 die niet aangemerkt werd als zijnde gerelateerd aan het onderzoeksgeneesmiddel. Er waren geen stopzettingen van de behandeling als gevolg van bijwerkingen met betrekking tot de lever tot en met week 144 in klinische onderzoeken met Biktarvy.
Pediatrische patiënten
De veiligheid van Biktarvy werd geëvalueerd bij 50 met hiv‑1 geïnfecteerde adolescenten van 12 tot < 18 jaar oud en een gewicht van ≥ 35 kg tot en met week 96 (48 weken durende hoofdfase en 48 weken durende verlengingsfase), bij 50 kinderen van 6 tot < 12 jaar oud en een gewicht van ≥ 25 kg tot en met week 96 (48 weken durende hoofdfase en 48 weken durende verlengingsfase) en bij 22 kinderen van ≥ 2 jaar oud en een gewicht van ≥ 14 tot < 25 kg tot en met week 24 in een open-label klinisch onderzoek (GS-US-380-1474). In dit onderzoek werden geen nieuwe bijwerkingen waargenomen bij pediatrische proefpersonen van 2 jaar en ouder die hiv-1 hebben, vergeleken met volwassen proefpersonen die hiv-1 hebben. Gegevens over botmineraaldichtheid werden niet verzameld in dit onderzoek. Bij pediatrische patiënten die gedurende 48 weken andere producten kregen die tenofoviralafenamide bevatten, zijn verminderingen in BMD van de wervelkolom en de TBLH ≥ 4% gemeld (zie rubriek 4.4).
Andere speciale patiëntgroepen
Patiënten met gelijktijdige infectie met het hepatitis B-virus
Bij 16 gelijktijdig met hiv en HBV geïnfecteerde volwassenen die Biktarvy toegediend kregen (8 niet eerder behandelde volwassenen met hiv/HBV in onderzoek GS-US-380-1490; 8 volwassenen met hiv/HBV-suppressie in onderzoek GS-US-380-1878) was het veiligheidsprofiel van Biktarvy vergelijkbaar met dat bij patiënten met mono-infectie met hiv-1 (zie rubriek 5.1).
Ouderen
Onderzoeken GS‑US‑380‑1844, GS‑US‑380‑1878 en het speciale onderzoek GS‑US‑380‑4449 bij patiënten in de leeftijd ≥ 65 jaar (evaluatie van 86 met hiv-1 geïnfecteerde proefpersonen met virologische suppressie in de leeftijd ≥ 65 jaar) omvatten 111 patiënten in de leeftijd ≥ 65 jaar die Biktarvy kregen. Bij deze patiënten werden geen verschillen in het veiligheidsprofiel van Biktarvy waargenomen.
Patiënten met nierfunctiestoornis
De veiligheid van emtricitabine + tenofoviralafenamide werd geëvalueerd in een enkelarmig, open-label klinisch onderzoek (GS-US-292-1825). Tijdens dit onderzoek kregen 55 met hiv-1 geïnfecteerde patiënten met virologische onderdrukking en eindstadium nierziekte (eGFRCG < 15 ml/min) die chronische hemodialyse ondergingen, gedurende 96 weken emtricitabine + tenofoviralafenamide in combinatie met elvitegravir + cobicistat als een tablet met vaste-dosiscombinatie. In een verlengingsfase van onderzoek GS‑US‑292‑1825 schakelden 10 patiënten voor 48 weken over op Biktarvy. Er werden in dit onderzoek geen aanvullende bijwerkingen geconstateerd bij patiënten met eindstadium nierziekte die chronische hemodialyse ondergingen (zie rubriek 4.4 en 5.2).
Zwangerschap
Biktarvy werd geëvalueerd in een klinisch onderzoek bij 33 met hiv-1 geïnfecteerde zwangere volwassenen met virologische onderdrukking (hiv-1-RNA < 50 kopieën/ml) die vanaf het tweede of derde trimester tot en met postpartum eenmaal daags 50 mg/200 mg/25 mg Biktarvy kregen toegediend. Er waren geen nieuwe veiligheidsbevindingen in vergelijking met het bekende veiligheidsprofiel van Biktarvy bij met hiv-1 geïnfecteerde volwassenen.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem:
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Gilead Sciences Ireland UC
Carrigtohill
County Cork, T45 DP77
Ierland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1289/001
EU/1/18/1289/002
EU/1/18/1289/003
EU/1/18/1289/004
EU/1/18/1289/005
EU/1/18/1289/006
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
12/2025
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3774676 | BIKTARVY 50MG/200MG/25MG FILMOMH TABL 30 BOTTLE | J05AR20 | € 858,71 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 4404851 | BIKTARVY 50MG/200MG/25MG FILMOMH TABL 30 BLISTER | J05AR20 | € 858,71 | - | Ja | € 2 | € 1 |