SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Symtuza 800 mg/150 mg/200 mg/10 mg filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke filmomhulde tablet bevat 800 mg darunavir (als ethanolaat), 150 mg cobicistat, 200 mg emtricitabine en 10 mg tenofoviralafenamide (als fumaraat).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet (tablet).
Geel tot geelbruine, capsulevormige, filmomhulde tablet van 22 mm x 11 mm, waarop aan de ene kant ‘8121’ en op de andere kant ‘JG’ is aangebracht.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Symtuza is geïndiceerd voor de behandeling van een infectie met het humaan immunodeficiëntievirus‑1 (hiv-1) bij volwassenen en bij adolescenten (12 jaar en ouder met een lichaamsgewicht van minstens 40 kg).
Het gebruik van Symtuza dient te worden geleid door onderzoek van het genotype (zie rubrieken 4.2, 4.4 en 5.1).
4.2 Dosering en wijze van toediening
De therapie dient te worden ingesteld door een arts met ervaring in de behandeling van hiv‑1-infecties.
Dosering
Het aanbevolen doseringsschema voor volwassenen en adolescenten van 12 jaar en ouder die minstens 40 kg wegen, is eenmaal daags één tablet, in te nemen met voedsel.
Antiretrovirale-therapie (ART)-naïeve patiënten
Het aanbevolen doseringsschema is één filmomhulde tablet van Symtuza eenmaal daags, in te nemen met voedsel.
ART-voorbehandelde patiënten
Eén filmomhulde tablet van Symtuza, eenmaal per dag ingenomen met voedsel, kan worden gebruikt bij patiënten die eerder blootgesteld zijn geweest aan antiretrovirale geneesmiddelen, maar zonder met darunavir-resistentie geassocieerde mutaties (DRV-RAM’s)* en met een hiv-1-RNA-waarde in plasma van < 100.000 kopieën/ml en ≥ 100 x 106 CD4+ cellen/l (zie rubriek 5.1).
* DRV-RAM’s: V11I, V32I, L33F, I47V, I50V, I54M, I54L, T74P, L76V, I84V, L89V.
Advies over gemiste doses
Als een dosis van Symtuza wordt vergeten binnen 12 uur na het normale tijdstip van inname, dient de patiënt te worden geïnstrueerd om de voorgeschreven dosis Symtuza zo snel mogelijk met voedsel in te nemen. Als een vergeten dosis later dan 12 uur na het normale tijdstip van inname wordt opgemerkt, moet de gemiste dosis niet meer worden ingenomen en moet de patiënt verder het normale doseringsschema blijven volgen.
Als een patiënt binnen 1 uur na het innemen van het geneesmiddel braakt, dient zo snel mogelijk een nieuwe dosis Symtuza met voedsel te worden ingenomen. Als een patiënt meer dan 1 uur na het innemen van het geneesmiddel braakt, hoeft de patiënt geen nieuwe dosis van Symtuza in te nemen tot het volgende normaal geplande tijdstip van inname.
Speciale populaties
Ouderen
Er zijn slechts beperkte gegevens bij deze populatie beschikbaar en derhalve dient Symtuza bij patiënten ouder dan 65 jaar met voorzichtigheid te worden gebruikt (zie rubriek 4.4 en 5.2).
Leverinsufficiëntie
De dosis van Symtuza hoeft niet te worden aangepast bij patiënten met lichte (Child-Pugh-klasse A) of matig ernstige (Child-Pugh-klasse B) leverinsufficiëntie. Symtuza dient bij deze patiënten echter wel met voorzichtigheid te worden gebruikt, omdat de darunavir- en cobicistat‑componenten van Symtuza in de lever worden gemetaboliseerd.
Symtuza is niet onderzocht bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh-klasse C). Symtuza mag daarom niet worden gebruikt bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (zie rubriek 4.3, 4.4 en 5.2).
Nierinsufficiëntie
De dosis van Symtuza hoeft niet te worden aangepast bij patiënten met een volgens de Cockcroft-Gault-formule (eGFRCG) geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR) van ≥ 30 ml/min.
Er dient niet met Symtuza te worden gestart bij patiënten met een eGFRCG van < 30 ml/min, omdat er met betrekking tot het gebruik van Symtuza bij deze populatie geen gegevens beschikbaar zijn (zie rubriek 5.1 en 5.2).
Symtuza dient te worden gestaakt bij patiënten met een eGFRCG die tijdens de behandeling daalt tot onder de 30 ml/min (zie rubriek 5.1 en 5.2).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Symtuza bij kinderen in de leeftijd van 3-11 jaar of met een gewicht van < 40 kg zijn nog niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Symtuza mag niet worden gebruikt bij kinderen jonger dan 3 jaar wegens veiligheidsbezwaren (zie rubriek 4.4 en 5.3).
Zwangerschap en postpartum
Behandeling met darunavir/cobicistat (twee van de componenten van Symtuza) tijdens de zwangerschap resulteert in een lage blootstelling aan darunavir (zie rubrieken 4.4 en 5.2). Daarom dient therapie met Symtuza niet te worden ingesteld tijdens de zwangerschap en moeten vrouwen die zwanger worden tijdens therapie met Symtuza overstappen naar een alternatief regime (zie rubrieken 4.4 en 4.6).
Wijze van toediening
Symtuza dient eenmaal daags oraal met voedsel te worden ingenomen (zie rubriek 5.2).
De tablet mag niet worden geplet.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof(fen) of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen).
Patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh-klasse C).
Gelijktijdige toediening met sterke CYP3A-inducerende middelen zoals de hieronder opgesomde geneesmiddelen vanwege mogelijk verlies van therapeutisch effect (zie rubriek 4.5):
- carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne
- rifampicine
- lopinavir/ritonavir
- sint-janskruid (Hypericum perforatum)
Gelijktijdige toediening met geneesmiddelen zoals de hieronder opgesomde middelen vanwege de mogelijkheid van ernstige en/of levensbedreigende bijwerkingen (zie rubriek 4.5):
- alfuzosine
- amiodaron, dronedaron, ivabradine, kinidine of ranolazine
- colchicine, wanneer het wordt gebruikt bij patiënten met nier- en/of leverinsufficiëntie (zie rubriek 4.5)
- rifampicine
- ergotalkaloïden (bijv. dihydro-ergotamine, ergometrine, ergotamine, methylergonovine)
- dapoxetine
- domperidon
- naloxegol
- pimozide, quetiapine, sertindol, lurasidon (zie rubriek 4.5)
- elbasvir/grazoprevir
- triazolam, oraal toegediend midazolam (voor voorzichtigheid met betrekking tot parenteraal toegediend midazolam, zie rubriek 4.5)
- sildenafil indien gebruikt voor de behandeling van pulmonale arteriële hypertensie, avanafil
- simvastatine, lovastatine en lomitapide (zie rubriek 4.5)
- ticagrelor
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Het algehele veiligheidsprofiel van Symtuza is gebaseerd op gegevens van een gerandomiseerd, dubbelblind, vergelijkend fase II-onderzoek, GS-US-299-0102 (N = 103 op darunavir/cobicistat/emtricitabine/tenofoviralafenamide [D/C/F/TAF]), gegevens van 2 fase III-onderzoeken TMC114FD2HTX3001 (AMBER, N = 362 op D/C/F/TAF) en TMC114IFD3013 (EMERALD, N = 763 op D/C/F/TAF), en op alle beschikbare gegevens van klinische onderzoeken en postmarketingsurveillance betreffende de componenten van het middel. Aangezien Symtuza is samengesteld uit darunavir, cobicistat, emtricitabine en tenofoviralafenamide, kunnen de bijwerkingen worden verwacht die bij elk van deze stoffen afzonderlijk voorkomen.
De bijwerkingen die het vaakst (> 5%) werden gemeld bij behandelingsnaïeve patiënten in de fase II- (GS-299-0102) en fase III-studie (AMBER, TMC114FD2HTX3001, week 96-analyse) waren diarree (22,6%), hoofdpijn (13,1%), rash (12,7%), nausea (9,7%), vermoeidheid (8,0%) en abdominale pijn (5,8%).
De bijwerkingen die het vaakst (> 5%) werden gemeld bij voorbehandelde patiënten bij wie het virus werd onderdrukt (EMERALD-studie TMC114IFD3013, week 96-analyse) waren diarree (10,5%), hoofdpijn (10,4%), artralgie (7,7%), abdominale pijn (7,5%), vermoeidheid (5,9%) en rash (5,1%).
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
Bijwerkingen zijn aangegeven per systeem-/orgaanklasse en frequentiecategorie in Tabel 2. De frequentiecategorieën zijn als volgt gedefinieerd: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
Tabel 2 | |
MedDRA systeem-/orgaanklasse | Bijwerking |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen | |
vaak | anemie |
Immuunsysteemaandoeningen | |
vaak | (geneesmiddel)overgevoeligheid |
soms | immuunreconstitutie-ontstekingssyndroom |
Voedings‑ en stofwisselingsstoornissen | |
vaak | diabetes mellitus, anorexie, hypercholesterolemie, low density lipoproteïne verhoogd, hypertriglyceridemie, hyperlipidemie, dyslipidemie |
soms | hyperglykemie |
Psychische stoornissen | |
vaak | abnormale dromen |
Zenuwstelselaandoeningen | |
zeer vaak | hoofdpijn |
vaak | duizeligheid |
Maagdarmstelselaandoeningen | |
zeer vaak | diarree |
vaak | braken, nausea, abdominale pijn, abdominale distensie, dyspepsie, flatulentie |
soms | acute pancreatitis, pancreasenzymen verhoogd |
Lever- en galaandoeningen | |
vaak | leverenzym verhoogd |
soms | acute hepatitisa, cytolytische hepatitisa |
Huid- en onderhuidaandoeningen | |
zeer vaak | rash (waaronder maculaire, maculopapuleuze, papuleuze, erythemateuze, jeukende rash, gegeneraliseerde rash en allergische dermatitis) |
vaak | pruritus, urticaria |
soms | angio-oedeem |
zelden | geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomena, syndroom van Stevens-Johnsona |
niet bekend | toxische epidermale necrolysea, gegeneraliseerd pustuleus exantheem acuuta |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | |
vaak | artralgie, myalgie |
soms | osteonecrose |
Nier‑ en urinewegaandoeningen | |
zelden | kristal-nefropathiea§ |
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | |
soms | gynaecomastiea |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | |
vaak | asthenie, vermoeidheid |
Onderzoeken | |
vaak | bloedcreatinine verhoogd |
a Verdere bijwerkingen die alleen zijn gezien met darunavir/ritonavir in andere onderzoeken of postmarketingervaring | |
Beschrijving van enkele specifieke bijwerkingen
Rash
Rash is een vaak voorkomende bijwerking bij patiënten die met darunavir worden behandeld. De rash was meestal licht tot matig ernstig, trad vaak op binnen de eerste vier behandelweken en verdween bij voortzetting van de behandeling (zie rubriek 4.4). In de fase II/III-onderzoeken bij behandelingsnaïeve patiënten kreeg 12,7% (59/465) van de patiënten die Symtuza ontvingen rash (waarvan de meeste graad 1), 1,5% (7/465) van de patiënten stopte met de behandeling vanwege rash, van wie één vanwege rash en overgevoeligheid. In het fase III-onderzoek bij voorbehandelde patiënten bij wie het virus werd onderdrukt (EMERALD-studie TMC114IFD3013) kreeg 5,1% (39/763) van de patiënten die Symtuza ontvingen rash (waarvan de meeste graad 1) en niemand stopte met de behandeling vanwege rash.
Stofwisselingsparameters
Het gewicht en de serumlipiden- en bloedglucosespiegels kunnen toenemen tijdens antiretrovirale behandeling (zie rubriek 4.4).
In het fase III-onderzoek naar behandeling van behandelingsnaïeve patiënten met Symtuza werd er op week 48 en week 96 een stijging waargenomen van de nuchtere waarden van de lipidenparameters totaal cholesterol, direct bepaalde lagedichtheidlipoproteïne (LDL)- en hogedichtheidlipoproteïne (HDL)-cholesterol en de triglyceriden ten opzichte van baseline (zie Tabel 3). De mediane stijgingen ten opzichte van baseline waren op week 48 groter in de groep met D/C/F/TAF dan in de groep met DRV/ cobicistat (COBI)+F/ tenofovir-disoproxil-fumaraat (TDF).
Tabel 3 | ||||
Lipide-parameter | Mediaan op baseline | Mediane toename t.o.v. baseline op | ||
Week 48 | Week 48 | Week 96* | ||
Totaal cholesterol (mmol/l) | 4,22 | 0,74 | 0,27 | 0,88 |
LDL-cholesterol (mmol/l) | 2,49 | 0,45 | 0,13 | 0,56 |
HDL-cholesterol (mmol/l) | 1,08 | 0,12 | 0,04 | 0,13 |
Triglyceriden (mmol/l) | 1,09 | 0,28 | 0,16 | 0,33 |
p < 0,001 voor alle 4 lipide-parameters bij de vergelijking van D/C/F/TAF versus D/C + F/TDF op week 48
* Geen vergelijkende gegevens beschikbaar na week 48
Afwijkingen aan het skeletspierstelsel
Toename van creatinefosfokinase (CPK), myalgie, myositis en, in zeldzame gevallen, rabdomyolyse, zijn gemeld bij gebruik van hiv‑proteaseremmers, vooral in combinatie met NRTI’s.
Osteonecrose
Er zijn gevallen van osteonecrose gemeld, vooral bij patiënten met algemeen erkende risicofactoren, gevorderde hiv-ziekte of langdurige blootstelling aan een antiretrovirale combinatietherapie (cART). De frequentie hiervan is niet bekend (zie rubriek 4.4).
Immuunreconstitutie-ontstekingssyndroom
Bij met hiv geïnfecteerde patiënten met ernstige immunodeficiëntie kan op het moment van de cART een ontstekingsreactie optreden tegen asymptomatische of sluimerende opportunistische infecties. Auto-immuunziekten (zoals de ziekte van Graves en auto‑immuunhepatitis) zijn ook gerapporteerd; de gerapporteerde tijd tot het begin van de ziekten is echter variabeler en deze bijwerkingen kunnen vele maanden na het starten van de behandeling optreden (zie rubriek 4.4).
Bloedingen bij hemofiliepatiënten
Er zijn meldingen geweest van toegenomen spontane bloedingen bij hemofiliepatiënten die antiretrovirale proteaseremmers kregen (zie rubriek 4.4).
Verlaging van de geschatte creatinineklaring
Cobicistat verhoogt het serumcreatinine door remming van de tubulaire secretie van creatinine, zonder de glomerulaire functie in de nieren aan te tasten, zoals is bepaald met, onder andere, Cystatine C (Cyst C) als filtratiemarker.
In het fase III-onderzoek naar behandeling van behandelingsnaïeve patiënten met Symtuza werd er een verhoging van het serumcreatinine en een verlaging van de eGFRCG vastgesteld bij de eerste beoordeling tijdens de behandelingsperiode (week 2) en die bleven stabiel gedurende een periode van 96 weken. Op week 48 waren de veranderingen ten opzichte van baseline bij D/C/F/TAF kleiner dan bij D/C+F/TDF. De mediane verandering in de eGFRCG was ‑5,5 ml/min bij D/C/F/TAF en ‑12,0 ml/min bij D/C+F/TDF (p < 0,001). Met Cyst C als filtratiemarker was de mediane verandering van de met de CKD-EPI-formule berekende glomerulaire filtratiesnelheid (eGFRCKD‑EPI CystC) respectievelijk 4,0 ml/min/1,73 m2 en 1,6 ml/min/1,73 m2 (p < 0,001). Op week 96 was de mediane verandering in eGFRCG -5.2 ml/min bij D/C/F/TAF. Met Cyst C als filtratiemarker was de mediane verandering van de met de CKD-EPI-formule (N = 22) berekende glomerulaire filtratiesnelheid (eGFRCKD-EPI Cyst C) bij D/C/F/TAF +4,4 ml/min/1,73 m2.
Pediatrische patiënten
De veiligheid van Symtuza bij pediatrische patiënten is niet onderzocht. De veiligheid van de componenten van Symtuza is echter onderzocht via de klinische studie TMC114-C230 (N = 12) voor darunavir met ritonavir en GS-US-292-0106 (N = 50) voor een combinatiepreparaat met elvitegravir, cobicistat, emtricitabine en tenofoviralafenamide. De gegevens van deze onderzoeken lieten zien dat het algehele veiligheidsprofiel van de componenten van Symtuza bij pediatrische patiënten in de leeftijd van 12 tot < 18 jaar die minstens 40 kg wogen overeenkwam met het profiel dat bij de populatie van volwassenen was gevonden (zie rubriek 5.1).
Andere bijzondere populaties
Patiënten die eveneens geïnfecteerd zijn met het hepatitis B- en/of hepatitis C-virus
Er is beperkt informatie beschikbaar over het gebruik van de componenten van Symtuza bij patiënten die tevens geïnfecteerd zijn met het hepatitis B- en/of het hepatitis C-virus.
Van de 1.968 eerder behandelde patiënten die werden behandeld met darunavir in combinatie met ritonavir (600/100 mg tweemaal daags), waren 236 patiënten tevens geïnfecteerd met het hepatitis B- en/of hepatitis C-virus. Patiënten met deze co-infecties hadden zowel direct voorafgaand aan als tijdens de behandelingsperiode een grotere kans op verhoogde levertransaminasen dan patiënten zonder chronische virale hepatitis. De veiligheid van emtricitabine en tenofoviralafenamide in combinatie met elvitegravir en cobicistat als tablet met vastedosiscombinatie is onderzocht bij ongeveer 70 patiënten die zowel met hiv als HBV waren geïnfecteerd en die momenteel in een open-label klinische studie (GS-US-292-1249) voor hiv worden behandeld. Op grond van deze beperkte ervaring, lijkt het veiligheidsprofiel van emtricitabine/tenofoviralafenamide bij patiënten die zowel met hiv als HBV zijn geïnfecteerd overeen te komen met dat bij patiënten die alleen met hiv-1 zijn geïnfecteerd (zie rubriek 4.4).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, Afdeling Vigilantie
Postbus 97
1000 BRUSSEL Madou
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg.be
Nederland
Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb
Website: www.lareb.nl
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Janssen-Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/17/1225/001 - 30 filmomhulde tabletten
EU/1/17/1225/002 - 90 filmomhulde tabletten (3 x 30)
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
07/03/2023
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3667136 | SYMTUZA 800MG/150MG/200MG/10MG FILMOMH TABL 30 | J05AR22 | € 827,6 | - | Ja | € 2 | € 1 |