SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Humuline 30/70 Cartridge 100 IE/ml, suspensie voor injectie in een patroon
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
1 ml bevat 100 IE humane insuline (geproduceerd door E. coli via recombinant DNA technologie).
Een patroon Humuline 30/70 bevat 3 ml overeenkomstig met 300 IE bifasische insuline-isofaan bestaande uit 30 % oplosbare insuline en 70 % insuline-isofaan.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie in een patroon.
Humuline 30/70 is een steriele suspensie van humane insuline die bestaat uit 30% oplosbare insuline versus 70% insuline-isofaan.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Behandeling van patiënten met insuline-dependente of insuline-behoevende diabetes, om een normaal glycemie-evenwicht te behouden.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De dosering wordt bepaald door de arts, volgens de behoeften van de patiënt.
Pediatrische patiënten
Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Humuline 30/70 in een patroon is uitsluitend voor subcutane injectie met herbruikbare pen. Deze bereiding mag niet toegediend worden via intraveneuze weg.
De subcutane toediening moet gebeuren in de bovenarmen, de dijen, het zitvlak of het abdomen. Men moet de injectieplaatsen afwisselen zodat men dezelfde injectieplaats niet meer dan ongeveer eenmaal per maand gebruikt om het risico op lipodystrofie en cutane amyloïdose te beperken (zie rubriek 4.4 en 4.8).
Bij de injectie van om de even welke bereiding Humuline insuline, moet men zich vergewissen dat de injectienaald geen bloedvat heeft aangeprikt. Na de injectie, de injectieplaats niet masseren. De patiënten moeten opgeleid zijn om een correcte injectietechniek te gebruiken.
Humuline 30/70 is een vooraf bepaald en gebruiksklaar mengsel van oplosbare insuline en insuline-isofaan, dat speciaal ontworpen is zodat de patiënt zijn mengsel van insulines niet zelf moet klaarmaken. Het therapeutisch schema van elke patiënt moet bepaald worden in functie van zijn specifieke metabole behoeften.
Elke doos bevat een bijsluiter met informatie om de insuline-injectie uit te voeren.
4.3 Contra-indicaties
Hypoglycemie.
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen, behalve in het kader van een desensibilisatieprogramma.
De bereidingen van Humuline mogen in geen geval toegediend worden via intraveneuze weg, met uitzondering van Humuline Regular.
4.8 Bijwerkingen
Hypoglycemie is de meest frequente nevenwerking bij de insulinetherapie van diabetici. Een ernstige hypoglycemie kan leiden tot bewustzijnsverlies dat, in extreme gevallen, kan leiden tot de dood. Er wordt geen bepaalde frequentie van hypoglycemie-aanvallen gegeven aangezien hypoglycemie een gevolg is van een combinatie van de insulinedosis met andere factoren zoals de striktheid van het dieet en de intensiteit van de activiteit van de patiënt.
Lokale allergie is een frequent symptoom (≥1/100 tot < 1/10). Roodheid, oedeem en jeuk kunnen optreden op de injectieplaats. Deze reactie verdwijnt gewoonlijk na enkele dagen, zelfs enkele weken. In sommige gevallen, kunnen deze reacties verband houden met andere factoren dan de insuline, zoals irriterende stoffen in het ontsmettingsmiddel van de huid of een slechte injectietechniek.
Systemische allergie, die zeer zelden voorkomt (< 1/10.000) maar potentieel ernstiger is, stemt overeen met een veralgemeende allergie op insuline. Ze kan leiden tot een veralgemeende uitslag over het hele lichaam, kortademigheid, een piepende ademhaling, een bloeddrukdaling, een versnelde pols of zweten. Ernstige gevallen van veralgemeende allergie kunnen levensbedreigend zijn. In de zeldzame gevallen van ernstige allergie op Humuline, moet er onmiddellijk een behandeling ingesteld worden. Een verandering van insuline of een desensibilisatie kan nodig zijn.
Lipodystrofie op de injectieplaats is een weinig frequent symptoom (≥1/1.000 tot < 1/100).
Huid- en onderhuidaandoeningen: Frequentie ‘niet bekend’: Cutane amyloïdose.
Huid- en onderhuidaandoeningen:
Lipodystrofie en cutane amyloïdose kunnen optreden op de injectieplaats en kunnen de plaatselijke insuline-absorptie vertragen. Het continue afwisselen van de injectieplaats binnen eenzelfde gebied kan helpen deze reacties te verminderen of te voorkomen (zie rubriek 4.4).
Er zijn gevallen van oedeem gemeld tijdens behandeling met insuline, voornamelijk als voorafgaande slechte metabole controle verbeterd is door intensieve insulinetherapie.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (www.fagg.be), Afdeling Vigilantie, Website: www.eenbijwerkingmelden.be, e-mail: adr@fagg-afmps.be.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
ELI LILLY BENELUX N.V.
Markiesstraat 1
1000 Brussel
België
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Humuline 30/70 Cartridge 100 IE/ml, suspensie voor injectie in een patroon: BE464586.
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
10/2024
Datum van goedkeuring:11/2024
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1390459 | HUMULINE 30/70 CARTR. 5X300 IU/3ML | A10AD01 | € 34,3 | - | Ja | € 2 | € 1 |

