![]()
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Targinact 5 mg/2,5 mg, tabletten met verlengde afgifte
Targinact 10 mg/5 mg, tabletten met verlengde afgifte
Targinact 20 mg/10 mg, tabletten met verlengde afgifte
Targinact 40 mg/20 mg, tabletten met verlengde afgifte
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Targinact 5 mg/2,5 mg
Iedere tablet met verlengde afgifte bevat 5 mg oxycodonhydrochloride overeenkomend met 4,5 mg oxycodon en 2,5 mg naloxonhydrochloride als 2,73 mg naloxonhydrochloridedihydraat, overeenkomend met 2,25 mg naloxon.
Targinact 10 mg/5 mg
Iedere tablet met verlengde afgifte bevat 10 mg oxycodonhydrochloride overeenkomend met 9 mg oxycodon en 5 mg naloxonhydrochloride als 5,45 mg naloxonhydrochloridedihydraat, overeenkomend met 4,5 mg naloxon.
Targinact 20 mg/10 mg
Iedere tablet met verlengde afgifte bevat 20 mg oxycodonhydrochloride overeenkomend met 18 mg oxycodon en 10 mg naloxonhydrochloride als 10,9 mg naloxonhydrochloridedihydraat, overeenkomend met 9 mg naloxon.
Targinact 40 mg/20 mg
Iedere tablet met verlengde afgifte bevat 40 mg oxycodonhydrochloride overeenkomend met 36 mg oxycodon en 20 mg naloxonhydrochloride als 21,8 mg naloxonhydrochloridedihydraat, overeenkomend met 18,0 mg naloxon.
Targinact 5 mg/2,5 mg
Hulpstof(fen) met bekend effect: Iedere tablet met verlengde afgifte bevat 71,8 mg lactosemonohydraat.
Targinact 10 mg/5 mg
Hulpstof(fen) met bekend effect: Iedere tablet met verlengde afgifte bevat 64,3 mg lactosemonohydraat.
Targinact 20 mg/10 mg
Hulpstof(fen) met bekend effect: Iedere tablet met verlengde afgifte bevat 54,5 mg lactosemonohydraat.
Targinact 40 mg/20 mg
Hulpstof(fen) met bekend effect: Iedere tablet met verlengde afgifte bevat 109,0 mg lactosemonohydraat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tabletten met verlengde afgifte
Targinact 5 mg/2,5 mg
Blauwe, langwerpige tabletten, met een nominale lengte van 9,5 mm en met een filmomhulling, met ‘OXN’ aan de ene zijde gedrukt en ‘5’ aan de andere zijde.
Targinact 10 mg/5 mg
Witte, langwerpige tabletten, met een nominale lengte van 9,5 mm en met een filmomhulling, met ‘OXN’ aan de ene zijde gedrukt en ‘10’ aan de andere zijde.
Targinact 20 mg/10 mg
Roze, langwerpige tabletten, met een nominale lengte van 9,5 mm en met een filmomhulling, met ‘OXN’ aan de ene zijde gedrukt en ‘20’ aan de andere zijde.
Targinact 40 mg/20 mg
Gele, langwerpige tabletten, met een nominale lengte van 9,5 mm en met een filmomhulling, met ‘OXN’ aan de ene zijde gedrukt en ‘40’ aan de andere zijde.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Ernstige pijn die alleen met opioïde analgetica adequaat behandeld kan worden.
Tweedelijns symptomatische behandeling van patiënten met ernstig tot zeer ernstig idiopathisch rustelozebenensyndroom nadat een dopaminerge therapie heeft gefaald.
De opioïdantagonist naloxon is toegevoegd om opioïd-geïnduceerde constipatie tegen te gaan door het effect van oxycodon op lokale opioïdreceptoren in het darmkanaal te blokkeren.
Targinact is bestemd voor volwassenen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Analgesie
De analgetische werkzaamheid van Targinact is equivalent aan formuleringen van oxycodonhydrochloride met verlengde afgifte.
De dosering dient te worden aangepast aan de intensiteit van de pijn en de gevoeligheid van de individuele patiënt. Tenzij anders voorgeschreven, dienen deze tabletten als volgt te worden toegediend:
Volwassenen
De gebruikelijke startdosering voor een opioïd-naïeve patiënt is 10 mg/5 mg oxycodonhydrochloride/naloxonhydrochloride per 12 uur.
De beschikbare lagere dosissen maken een individuele aanpassing van de dosis mogelijk en vergemakkelijken dosistitratie bij aanvang van een therapie met opioïden.
Patiënten die al eerder opioïden gebruikten, kunnen met een hogere dosis
starten, afhankelijk van de eerdere ervaring met opioïden.
De maximale dagelijkse dosis van deze tabletten is 160 mg oxycodonhydrochloride en 80 mg naloxonhydrochloride. De maximum dagelijkse dosis is voorbehouden voor patiënten die al eerder behandeld werden met een stabiele dagelijkse dosis en die nood hebben aan een verhoogde dosis. Patiënten met gecompromitteerde nierfunctie en matige leverfunctiestoornis bij wie een dosisverhoging wordt overwogen, dienen nauwkeurig gemonitord te worden. Voor patiënten die hogere doseringen van deze tabletten nodig hebben, dient aanvullend gebruik van oxycodonhydrochloride met verlengde afgifte op dezelfde tijdstippen te worden overwogen, daarbij rekening houdend met de maximale dagelijkse dosering van 400 mg oxycodonhydrochloride met verlengde afgifte. Indien er aanvullend oxycodonhydrochloride gegeven moet worden, kan het voordelige effect van naloxonhydrochloride op de darmfunctie verminderd zijn.
Na het volledig staken van de behandeling met deze tabletten en omschakeling naar een ander opioïd, kan een verslechtering van de darmfunctie worden verwacht.
Sommige patiënten die deze tabletten met verlengde afgifte innemen volgens een normaal tijdsschema, hebben analgetica met directe afgifte nodig als noodmedicatie voor doorbraakpijn. Targinact is een formulering met verlengde afgifte en daarom niet bedoeld voor de behandeling van doorbraakpijn. Voor de behandeling van doorbraakpijn dient een enkelvoudige dosis noodmedicatie overeen te komen met ongeveer één zesde van de equivalente dagelijkse dosis oxycodonhydrochloride. De behoefte aan meer dan twee toedieningen van noodmedicatie per dag is meestal een aanwijzing dat de dosis moet worden opgehoogd. Deze aanpassing dient iedere 1-2 dagen in stappen van 5 mg/2,5 mg 2 maal daags of indien nodig 10 mg/ 5mg oxycodonhydrochloride/naloxonhydrochloride te worden gemaakt tot een stabiele dosering is bereikt. De doelstelling is om een, op de patiënt afgestemde, tweemaal daagse dosering te bereiken die adequate pijnstilling geeft, waarbij zo min mogelijk noodmedicatie gebruikt wordt voor zolang als pijnbehandeling nodig is. Er moet rekening worden gehouden met licht verhoogde (dosisafhankelijke) piekplasmaconcentraties wanneer de tablet van 2,5 mg/1,25 mg wordt gebruikt.
Targinact wordt tweemaal daags volgens een vast tijdsschema ingenomen. Hoewel een symmetrische dosering (dezelfde dosis ’s ochtends en ‘s avonds) volgens een vast tijdsschema (iedere 12 uur) geschikt is voor de meeste patiënten, kunnen sommige patiënten, afhankelijk van de individuele pijnsituatie, baat hebben bij een asymmetrisch doseringsschema dat aan hun pijnpatroon is aangepast. In het algemeen dient de laagste effectieve analgetische dosis gekozen te worden.
Bij de behandeling van niet-maligne pijn zijn dagelijkse doseringen tot 40 mg/20 mg oxycodonhydrochloride/naloxonhydrochloride meestal voldoende, maar hogere doseringen kunnen nodig zijn.
Voor doseringen die niet haalbaar/uitvoerbaar zijn met deze sterkte, zijn andere sterkten van dit geneesmiddel beschikbaar.
Rustelozebenensyndroom (RBS)
Targinact is geïndiceerd voor gebruik bij patiënten die gedurende ten minste 6 maanden lijden aan RBS. Symptomen van RBS moeten dagelijks en overdag aanwezig zijn (≥ 4 dagen/week). Targinact moet worden gebruikt nadat een eerdere dopaminerge behandeling heeft gefaald. Falen van dopaminerge behandeling wordt gedefinieerd als een ontoereikende aanvankelijke respons, een respons die na verloop van tijd ontoereikend is geworden, het optreden van augmentatie of onaanvaardbare verdraagbaarheid ondanks toereikende doses. Eerdere behandeling met ten minste één dopaminerg geneesmiddel moet doorgaans 4 weken hebben geduurd. Een kortere periode kan aanvaardbaar zijn in geval van onaanvaardbare verdraagbaarheid van een dopaminerge therapie.
De dosering moet worden aangepast aan de gevoeligheid van de individuele patiënt.
Behandeling van patiënten met rustelozebenensyndroom met Targinact dient plaats te vinden onder het toezicht van een clinicus met ervaring in de behandeling van rustelozebenensyndroom.
Tenzij anders voorgeschreven, dient Targinact als volgt te worden toegediend:
Volwassenen
De gebruikelijke startdosering is 5 mg/2,5 mg oxycodon hydrochloride / naloxon hydrochloride per 12 uur.
Wekelijkse titratie wordt aanbevolen ingeval hogere doses noodzakelijk zijn. De gemiddelde dagelijkse dosis in de belangrijkste studie was 20 mg/10 mg oxycodon hydrochloride / naloxon hydrochloride. Sommige patiënten kunnen baat vinden bij hogere dagelijkse doses tot maximaal 60 mg/30 mg oxycodon hydrochloride / naloxon hydrochloride.
Targinact wordt bij de vastgelegde dosering tweemaal daags volgens een vast tijdsschema ingenomen. Hoewel een symmetrische toediening (dezelfde dosis ’s ochtends en ’s avonds) volgens een vast tijdsschema (iedere 12 uur) geschikt is voor de meeste patiënten, kunnen sommige patiënten, afhankelijk van de individuele situatie, baat vinden bij een asymmetrische dosering die aan de individuele patiënt is aangepast. In het algemeen dient de laagste effectieve dosis gekozen te worden.
Voor doseringen die niet haalbaar/praktisch zijn met deze sterkte, zijn andere sterkten van dit geneesmiddel beschikbaar.
Analgesie/rustelozebenensyndroom
Oudere patiënten
Net zoals geldt voor jongere volwassenen, dient de dosering te worden aangepast aan de intensiteit van de pijn en de gevoeligheid van de individuele patiënt.
Patiënten met leverfunctiestoornissen
Een klinische studie heeft aangetoond dat plasmaconcentraties van zowel oxycodon als naloxon verhoogd zijn bij patiënten met leverfunctiestoornissen. Naloxonconcentraties waren in ernstiger mate beïnvloed dan oxycodonconcentraties (zie rubriek 5.2). De klinische relevantie van een relatief hoge blootstelling aan naloxon bij patiënten met leverfunctiestoornissen is nog onbekend. Deze tabletten dienen met voorzichtigheid te worden toegediend aan patiënten met een milde leverfunctiestoornis (zie rubriek 4.4). Bij patiënten met matige en ernstige leverfunctiestoornissen is Targinact gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3).
Patiënten met nierfunctiestoornissen
Een klinische studie heeft aangetoond dat plasmaconcentraties van zowel oxycodon als naloxon verhoogd zijn bij patiënten met nierfunctiestoornissen (zie rubriek 5.2). Naloxonconcentraties waren in ernstiger mate beïnvloed dan oxycodonconcentraties. De klinische relevantie van een relatief hoge blootstelling aan naloxon bij patiënten met nierfunctiestoornissen is nog onbekend. Deze tabletten dienen met voorzichtigheid te worden toegediend aan patiënten met nierfunctiestoornissen (zie rubriek 4.4)
Pediatrische populatie
De veiligheid en werkzaamheid van Targinact is bij kinderen jonger dan 18 jaar niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Voor oraal gebruik.
Deze tabletten met verlengde afgifte worden in de vastgestelde dosering tweemaal daags volgens een vast tijdsschema ingenomen.
De tabletten met verlengde afgifte kunnen met of zonder voedsel worden ingenomen met voldoende vloeistof. Deze tabletten dienen in zijn geheel te worden ingenomen en mag niet gebroken,gekauwd of vermalen worden (zie rubriek 4.4).
Behandeldoelen en stopzetting (analgesie)
Voordat de behandeling met Targinact wordt gestart, dient samen met de patiënt een behandelstrategie, inclusief behandelduur en behandeldoelen, en een plan voor het beëindigen van de behandeling te worden overeengekomen, in overeenstemming met de richtlijnen voor pijnmanagement. Tijdens de behandeling moet er regelmatig contact zijn tussen de arts en de patiënt om de noodzaak van voortzetting van de behandeling te evalueren, stopzetting te overwegen en, indien nodig, de dosering aan te passen. Wanneer een patiënt geen behandeling met oxycodon meer nodig heeft, kan het raadzaam zijn de dosis geleidelijk af te bouwen om ontwenningsverschijnselen te voorkomen. Bij gebrek aan adequate pijnbestrijding moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van hyperalgesie, tolerantie en progressie van de onderliggende ziekte (zie rubriek 4.4).
Duur van gebruik
Deze tabletten dienen niet langer dan absoluut noodzakelijk te worden toegediend.
Rustelozebenensyndroom
Ten minste om de drie maanden tijdens behandeling met Targinact moeten patiënten klinisch worden geëvalueerd. Behandeling mag alleen worden voortgezet als Targinact doeltreffend wordt beschouwd, en het voordeel opweegt tegen de bijwerkingen en mogelijke schadelijke effecten bij individuele patiënten. Voordat een behandeling van RBS langer dan 1 jaar wordt voortgezet, moet een afbouwschema overwogen worden, waarbij Targinact geleidelijk aan over een periode van ongeveer één week wordt afgebouwd, om na te gaan of verdere behandeling met Targinact aangewezen is.
Wanneer een patiënt niet langer met een opioïd behandeld hoeft te worden, is het aan te raden de behandeling te staken door deze af te bouwen over een periode van ongeveer één week om het risico op een ontwenningsreactie tot een minimum te beperken (zie rubriek 4.4).
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof(fen) of voor (één van) de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen);
- Ernstige ademhalingsdepressie met hypoxie en/of hypercapnie;
- Ernstige chronisch obstructieve longaandoeningen;
- Cor pulmonale;
- Ernstige astma bronchiale;
- Niet-door-opioïd geïnduceerde paralytische ileus;
- Matige tot ernstige leverfunctiestoornissen.
Bijkomend voor rustelozebenensyndroom:
- Voorgeschiedenis van misbruik van opioïden.
4.8 Bijwerkingen
De volgende frequentiegroepen vormen de basis voor de indeling van bijwerkingen:
Zeer vaak (1/10)
Vaak (1/100, <1/10)
Soms (1/1.000, <1/100)
Zelden (1/10.000, <1/1.000)
Zeer zelden (<1/10.000)
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
Bijwerkingen bij de behandeling van pijn
Immuunsysteemaandoeningen
Soms: overgevoeligheid
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Vaak: verminderde eetlust tot verlies van eetlust
Psychische stoornissen
Vaak: slapeloosheid
Soms: rusteloosheid, abnormale gedachten, angst, verwardheid, depressie, verminderde libido, nerveusheid
Zelden: geneesmiddel-afhankelijkheid (zie rubriek 4.4)
Niet bekend: euforie, hallucinaties, nachtmerries, agressie
Zenuwstelselaandoeningen
Vaak: duizeligheid, hoofdpijn, sufheid
Soms: convulsies (met name bij epileptische aandoeningen of met een predispositie tot convulsies), concentratiestoornissen, dysgeusie, spraakstoornis, syncope, tremor, lethargie
Niet bekend: paraesthesie, sedatie
Oogaandoeningen
Soms: visus stoornissen
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
Vaak: vertigo
Hartaandoeningen
Soms: angina pectoris (met name bij patiënten met hart- en vaatziekten in de voorgeschiedenis), palpitaties
Zelden: tachycardie
Bloedvataandoeningen
Vaak: opvlieging
Soms: bloeddruk verlaagd, bloeddruk verhoogd
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Soms: dyspnoe, rhinorrhoe, hoesten
Zelden: geeuwen
Niet bekend: ademhalingsdepressie, centraal slaap apneu syndroom
Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak: abdominale pijn, constipatie, diarree, droge mond, dyspepsie, braken, misselijkheid, flatulentie
Soms: opgezwollen buik
Zelden: afwijkingen aan de tanden
Niet bekend: eructatie
Lever- en galaandoeningen
Soms: verhoging leverenzymen, galkoliek
Huid- en onderhuidaandoeningen
Vaak: jeuk, huidreacties, zweten
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Soms: spierspasmen, spiertrekkingen, myalgie
Nier- en urinewegaandoeningen
Soms: toegenomen behoefte tot urineren
Niet bekend: urineretentie
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen
Niet bekend: erectiele disfunctie
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Vaak: asthenie, vermoeidheid
Soms: ontwenningsverschijnselen, pijn op de borst, rillingen, malaise, pijn, oedeem perifeer, dorst
Onderzoeken
Soms: gewicht gedaald
Zelden: gewicht toegenomen
Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties
Soms: verwonding door ongelukken
Aanvullend zijn voor de werkzame stof oxycodonhydrochloride de volgende bijwerkingen bekend:
Voortkomend uit de farmacologische eigenschappen kan oxycodonhydrochloride ademhalingsdepressie, miosis, bronchiale spasmen en spasmen van glad spierweefsel alsook onderdrukking van de hoestreflex veroorzaken.
Infecties en parasitaire aandoeningen
Zelden: herpes simplex
Immuunsysteemaandoeningen
Niet bekend: anafylactische reactie
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Soms: dehydratie
Zelden: toegenomen eetlust
Psychische stoornissen
Vaak: stemmingswisseling en persoonlijkheidsverandering, verminderde activiteit, sychomotorische hyperactiviteit
Soms: agitatie, waarnemingsstoornissen (bijv. derealisatie), verminderd libido
Zenuwstelselaandoeningen:
Soms: verminderde concentratie, migraine, hypertonie, onwillekeurige spier contracties, hypoaesthesia, coördinatiestoornissen
Niet bekend: hyperalgesie
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen:
Soms: verminderd gehoor
Bloedvataandoeningen:
Soms: vaatverwijding
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen:
Soms: verandering van stem
Maagdarmstelselaandoeningen:
Vaak: de hik
Soms: dysfagie, ileus, ulceratie in de mond, stomatitis
Zelden: melaena, bloedingen aan het tandvlees
Niet bekend: tandcariës
Lever- en galaandoeningen:
Niet bekend: cholestasis, sfincter van Oddi-dysfunctie
Huidaandoeningen:
Soms: droge huid
Zelden: urticaria
Nier- en urinewegaandoeningen:
Vaak: dysurie
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen:
Soms: hypogonadisme
Niet bekend: amenorrhoea
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen:
Soms: oedeem, tolerantie
Niet bekend: neonataal onthoudingssyndroom
Bijwerkingen bij de behandeling van rustelozebenensyndroom
De lijst hieronder geeft de bijwerkingen die zijn waargenomen met Targinact in een 12 weken durende, gerandomiseerde, placebogecontroleerde klinische studie, waarbij in totaal 150 patiënten Targinact kregen en 154 patiënten placebo en waarbij dagelijkse doseringen tussen 10 mg/5 mg en 80 mg/40 mg oxycodon hydrochloride / naloxon hydrochloride lagen. Bijwerkingen die verband hielden met deze tabletten bij pijn en die niet werden waargenomen in de studiepopulatie met RBS werden toegevoegd met de frequentie ‘niet bekend’.
Immuunsysteemaandoeningen
Niet bekend: overgevoeligheid
Voedings‑ en stofwisselingsstoornissen
Vaak: verminderde eetlust tot verlies van eetlust
Psychische stoornissen
Vaak: slapeloosheid, depressie
Soms: verminderd libido, slaapaanvallen
Niet bekend: abnormaal denken, angst, verwardheid, nerveusheid, rusteloosheid, euforische stemming, hallucinatie, nachtmerries, geneesmiddelafhankelijkheid, agressie
Zenuwstelselaandoeningen
Zeer vaak: hoofdpijn, somnolentie
Vaak: duizeligheid, aandachtsstoornis, tremor, paresthesie
Soms: dysgeusie
Niet bekend: convulsies (met name bij personen met epileptische stoornis of predispositie op convulsies), sedatie, spraakstoornis, syncope, lethargie
Oogaandoeningen
Vaak: visus stoornissen
Evenwichtsorgaan‑ en ooraandoeningen
Vaak: vertigo
Hartaandoeningen
Niet bekend: angina pectoris (met name bij patiënten met hart‑ en vaatziekten in de voorgeschiedenis), palpitaties, tachycardie
Bloedvataandoeningen
Vaak: opvlieging, bloeddruk verlaagd, bloeddruk verhoogd
Ademhalingsstelsel‑, borstkas‑ en mediastinumaandoeningen
Soms: dyspneu
Niet bekend: hoesten, rhinorrhoe, ademhalingsdepressie, geeuwen
Maagdarmstelselaandoeningen
Zeer vaak: constipatie, misselijkheid
Vaak: abdominale pijn, droge mond, braken
Soms: flatulentie
Niet bekend: opgezwollen buik, diarree, dyspepsie, eructatie, afwijkingen aan de tanden
Lever‑ en galaandoeningen
Vaak: verhoging leverenzymen (alanineaminotransferase verhoogd, gamma‑glutamyltransferase verhoogd)
Niet bekend: galkoliek
Huid‑ en onderhuidaandoeningen
Zeer vaak: hyperhidrose
Vaak: pruritus, huidreacties
Skeletspierstelsel‑ en bindweefselaandoeningen
Niet bekend: spierspasmen, spiertrekkingen, myalgie
Nier‑ en urinewegaandoeningen
Niet bekend: toegenomen behoefte tot urineren, urineretentie
Voortplantingsstelsel‑ en borstaandoeningen
Soms: erectiele disfunctie
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Zeer vaak: vermoeidheid
Vaak: pijn op de borst, rillingen, dorst, pijn
Soms: ontwenningsverschijnselen, oedeem perifeer
Niet bekend: malaise, asthenie
Onderzoeken
Niet bekend: gewicht gedaald, gewicht toegenomen
Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties
Soms: verwonding door ongelukken
Drugsafhankelijkheid
Herhaald gebruik van Targinact kan leiden tot drugsafhankelijkheid, zelfs bij therapeutische doses. Het risico op drugsafhankelijkheid kan variëren afhankelijk van de individuele risicofactoren van de patiënt, dosering en duur van de behandeling met opioïden (zie rubriek 4.4).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
E-mail: adr@fagg-afmps.be
Luxemburg
Centre Régional de Pharmacovigilance de Nancy ou Division de la pharmacie et des médicaments de la Direction de la santé
Site internet : www.guichet.lu/pharmacovigilance
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Mundipharma BV
De Kleetlaan 4
1831 Diegem
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
België
Targinact 5 mg/2,5 mg BE341914 – BE434305
Targinact 10 mg/5 mg BE330626 – BE434271
Targinact 20 mg/10 mg BE330635 – BE434287
Targinact 40 mg/20 mg BE341923 – BE434296
Luxemburg
Targinact 10 mg/5 mg: 2009030016
- 0509311: 10 tabletten
- 0509325: 14 tabletten
- 0509339: 20 tabletten
- 0509342: 28 tabletten
- 0509356: 30 tabletten
- 0509373: 50 tabletten
- 0509387: 56 tabletten
- 0509391: 60 tabletten
- 0509406: 98 tabletten
- 0509423: 100 tabletten
- 0509437: 10*10 tabletten
- 3904748: 1 tablet
Targinact 20 mg/10 mg: 2009030017
- 0509441: 10 tabletten
- 0509454: 14 tabletten
- 0509468: 20 tabletten
- 0509471: 28 tabletten
- 0509485: 30 tabletten
- 0509499: 50 tabletten
- 0509504: 56 tabletten
- 0509518: 60 tabletten
- 0509521: 98 tabletten
- 0509535: 100 tabletten
- 0509549: 10*10 tabletten
- 3904166: 1 tablet
Targinact 40 mg/20 mg: 2009110049
- 0533463: 10 tabletten
- 0533477: 14 tabletten
- 0533481: 20 tabletten
- 0533494: 28 tabletten
- 0533513: 30 tabletten
- 0533527: 50 tabletten
- 0533531: 56 tabletten
- 0533544: 60 tabletten
- 0533558: 98 tabletten
- 0533561: 100 tabletten
- 0533575: 10*10 tabletten
Targinact 5 mg/2,5 mg: 2009110048
- 0533348: 10 tabletten
- 0533351: 14 tabletten
- 0533365: 20 tabletten
- 0533379: 28 tabletten
- 0533382: 30 tabletten
- 0533396: 50 tabletten
- 0533401: 56 tabletten
- 0533415: 60 tabletten
- 0533429: 98 tabletten
- 0533432: 100 tabletten
- 0533446: 10*10 tabletten
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Herzieningsdatum: 02/2025
Goedkeuringsdatum: 04/2025
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2591691 | TARGINACT COMP PROL 20/10 MG COMP 30 | N02AA55 | € 43,06 | - | Ja | - | - |
| 2591709 | TARGINACT COMP PROL 10/ 5 MG COMP 30 | N02AA55 | € 25,65 | - | Ja | - | - |
| 2672707 | TARGINACT COMP PROL 5/2,5 MG COMP 30 | N02AA55 | € 17,36 | - | Ja | - | - |
| 2672715 | TARGINACT COMP PROL 40/20 MG COMP 30 | N02AA55 | € 74,73 | - | Ja | - | - |