BIJLAGE I
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Intuniv 1 mg tabletten met verlengde afgifte
Intuniv 2 mg tabletten met verlengde afgifte
Intuniv 3 mg tabletten met verlengde afgifte
Intuniv 4 mg tabletten met verlengde afgifte
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Intuniv 1 mg tablet met verlengde afgifte
Elke tablet bevat guanfacinehydrochloride, overeenkomend met 1 mg guanfacine.
Hulpstof met bekend effect
Elke tablet bevat 22,41 mg lactose (als monohydraat).
Intuniv 2 mg tablet met verlengde afgifte
Elke tablet bevat guanfacinehydrochloride, overeenkomend met 2 mg guanfacine.
Hulpstof met bekend effect
Elke tablet bevat 44,82 mg lactose (als monohydraat).
Intuniv 3 mg tablet met verlengde afgifte
Elke tablet bevat guanfacinehydrochloride, overeenkomend met 3 mg guanfacine.
Hulpstof met bekend effect
Elke tablet bevat 37,81 mg lactose (als monohydraat).
Intuniv 4 mg tablet met verlengde afgifte
Elke tablet bevat guanfacinehydrochloride, overeenkomend met 4 mg guanfacine.
Hulpstof met bekend effect
Elke tablet van 4 mg bevat 50,42 mg lactose (als monohydraat).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tablet met verlengde afgifte
Intuniv 1 mg tablet met verlengde afgifte
7,14 mm ronde, witte tot gebroken witte tabletten met aan de ene zijde ‘1MG’ gegraveerd en aan de andere zijde ‘503’.
Intuniv 2 mg tablet met verlengde afgifte
12,34 mm x 6,10 mm langwerpige, witte tot gebroken witte tabletten met aan de ene zijde ‘2MG’ gegraveerd en aan de andere zijde ‘503’.
Intuniv 3 mg tablet met verlengde afgifte
7,94 mm ronde, groene tabletten met aan de ene zijde ‘3MG’ gegraveerd en aan de andere zijde ‘503’.
Intuniv 4 mg tablet met verlengde afgifte
12,34 mm x 6,10 mm langwerpige, groene tabletten met aan de ene zijde ‘4MG’ gegraveerd en aan de andere zijde ‘503’.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Intuniv is geïndiceerd voor de behandeling van aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) bij kinderen en adolescenten van 6 tot en met 17 jaar oud voor wie stimulerende middelen niet geschikt zijn, niet goed verdragen worden of waarvan is aangetoond dat zij niet effectief zijn.
Intuniv moet worden gebruikt als onderdeel van een uitgebreid behandelprogramma voor ADHD, dat gewoonlijk psychologische, educatieve en sociale maatregelen omvat.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Behandeling moet worden ingesteld onder het toezicht van een geschikte specialist in gedragsstoornissen tijdens de kindertijd en/of adolescentie.
Screening voorafgaand aan behandeling
Voordat het wordt voorgeschreven, is het noodzakelijk een aanvangsevaluatie uit te voeren om patiënten te identificeren die een verhoogd risico lopen op somnolentie en sedatie, hypotensie en bradycardie, aritmie met QT‑verlenging en gewichtstoename/risico op obesitas. Deze evaluatie moet rekening houden met de cardiovasculaire status van de patiënt, met inbegrip van bloeddruk en hartslag, het documenteren van een uitgebreide voorgeschiedenis van gelijktijdige geneesmiddelen, vroegere en huidige comorbide medische en psychische stoornissen of symptomen, familiale voorgeschiedenis van plots overlijden als gevolg van het hart / plots onverklaard overlijden, en nauwkeurige registratie van lengte en gewicht op een groeikaart voorafgaand aan behandeling (zie rubriek 4.4).
Dosering
Zorgvuldige dosistitratie en monitoring zijn noodzakelijk bij aanvang van behandeling, aangezien klinische verbetering en risico's voor diverse klinisch significante bijwerkingen (syncope, hypotensie, bradycardie, somnolentie en sedatie) verband houden met dosis en blootstelling. Patiënten moeten worden geadviseerd dat somnolentie en sedatie kunnen voorkomen, met name in het begin van de behandeling of bij dosisverhogingen. Indien somnolentie en sedatie klinisch gezien als zorgwekkend of persisterend worden beschouwd, moet een verlaging van de dosis of stopzetting worden overwogen.
Voor alle patiënten is de aanbevolen startdosis 1 mg guanfacine, eenmaal daags oraal ingenomen.
De dosis kan worden aangepast met stapsgewijze verhogingen van niet meer dan 1 mg per week. De dosis moet individueel worden bepaald volgens de respons en verdraagbaarheid van de patiënt.
Afhankelijk van de respons en verdraagbaarheid van de patiënt met betrekking tot guanfacine varieert de aanbevolen onderhoudsdosis van 0,05 tot 0,12 mg/kg/dag. De aanbevolen dosistitratie voor kinderen en adolescenten wordt hieronder gegeven (zie tabel 1 en 2). Dosisaanpassingen (verhogingen of verlagingen) tot een maximaal verdraagbare dosis binnen de aanbevolen optimale dosisspreiding, aangepast volgens gewicht en gebaseerd op het klinische oordeel van respons en verdraagbaarheid, kunnen na de initiële dosis met wekelijkse tussenperiodes plaatsvinden.
Monitoring tijdens titratie
Tijdens dosistitratie moet wekelijks worden gemonitord voor klachten en verschijnselen van somnolentie en sedatie, hypotensie en bradycardie.
Continue monitoring
Gedurende het eerste jaar van behandeling moet de patiënt minstens om de 3 maanden worden geëvalueerd voor:
- klachten en verschijnselen van:
- somnolentie en sedatie
- hypotensie
- bradycardie
- gewichtstoename/risico op obesitas
Het wordt aanbevolen om tijdens deze periode een klinisch oordeel te vormen. Daarna moet om de 6 maanden worden gemonitord; na elke dosisaanpassing moet frequenter worden gemonitord (zie rubriek 4.4).
Tabel 1
Schema voor dosistitratie voor kinderen in de leeftijd van 6 tot en met 12 jaar | ||||
Gewichtsgroep | Week 1 | Week 2 | Week 3 | Week 4 |
25 kg en meer | 1 mg | 2 mg | 3 mg | 4 mg |
Tabel 2
Schema voor dosistitratie voor adolescenten (in de leeftijd van 13 tot en met 17 jaar) | |||||||
Gewichtsgroepa | Week 1 | Week 2 | Week 3 | Week 4 | Week 5 | Week 6 | Week 7 |
34‑41,4 kg | 1 mg | 2 mg | 3 mg | 4 mg |
|
|
|
41,5‑49,4 kg | 1 mg | 2 mg | 3 mg | 4 mg | 5 mg |
|
|
49,5‑58,4 kg | 1 mg | 2 mg | 3 mg | 4 mg | 5 mg | 6 mg |
|
58,5 kg en meer | 1 mg | 2 mg | 3 mg | 4 mg | 5 mg | 6 mg | 7 mgb |
a Adolescente proefpersonen moeten minstens 34 kg wegen. | |||||||
De arts die ervoor opteert om guanfacine langere periodes (langer dan 12 maanden) te gebruiken, moet het nut van guanfacine om de 3 maanden gedurende het eerste jaar opnieuw evalueren en daarna minstens jaarlijks op basis van een klinisch oordeel (zie rubriek 4.4) en moet proefperiodes zonder medicatie in overweging nemen om het functioneren van de patiënt zonder farmacotherapie te evalueren, bij voorkeur tijdens schoolvakanties.
Neerwaartse titratie en stopzetting
Patiënten/zorgverleners moeten de instructie krijgen dat guanfacine niet mag worden stopgezet zonder hun arts te raadplegen.
Wanneer de behandeling wordt stopgezet, moet de dosis geleidelijk worden verlaagd in stappen van niet meer dan 1 mg om de 3 tot 7 dagen, en moeten de bloeddruk en de polsslag worden gemonitord om eventuele ontwenningsverschijnselen, met name stijging van bloeddruk en hartslag, te minimaliseren (zie rubriek 4.4).
In een onderzoek naar aanhoudende werkzaamheid ervaarden 7/158 (4,4%) proefpersonen bij het switchen van guanfacine naar placebo stijgingen in bloeddruk tot waarden boven de 5 mmHg en ook boven het 95e percentiel voor leeftijd, geslacht en lengte (zie rubriek 4.8 en 5.1).
Vergeten dosis
Als een dosis is vergeten, kan de volgende dag worden doorgegaan met de voorgeschreven dosis. Indien twee of meer opeenvolgende doses zijn vergeten, wordt hertitratie aanbevolen op basis van de verdraagbaarheid van de patiënt voor guanfacine.
Overschakelen van andere formuleringen van guanfacine
Guanfacinetabletten met onmiddellijke afgifte mogen niet op een mg/mg‑basis worden vervangen, vanwege de verschillende farmacokinetische profielen.
Speciale populaties
Volwassenen en ouderen
De veiligheid en werkzaamheid van guanfacine bij volwassenen en ouderen met ADHD zijn niet vastgesteld. Daarom mag guanfacine niet worden gebruikt bij deze groep.
Leverfunctiestoornis
Bij patiënten met verschillende graden van leverfunctiestoornis kan een dosisverlaging noodzakelijk zijn (zie rubriek 5.2).
De impact van een leverfunctiestoornis op de farmacokinetiek van guanfacine bij pediatrische patiënten (kinderen en adolescenten van 6 tot en met 17 jaar oud) is niet geëvalueerd.
Nierfunctiestoornis
Bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis (GFR 29‑15 ml/min) en een nierziekte in de eindfase (GFR < 15 ml/min) of die gedialyseerd moeten worden, kan een dosisverlaging noodzakelijk zijn. De impact van een nierfunctiestoornis op de farmacokinetiek van guanfacine bij pediatrische patiënten (kinderen en adolescenten van 6 tot en met 17 jaar oud) is niet geëvalueerd (zie rubriek 5.2).
Kinderen jonger dan 6 jaar
De veiligheid en werkzaamheid van guanfacine bij kinderen jonger dan 6 jaar zijn nog niet vastgesteld.
Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Patiënten behandeld met CYP3A4‑ en CYP3A5‑remmers/‑inductoren
Het is gebleken dat CYP3A4/5‑remmers een significant effect hebben op de farmacokinetiek van guanfacine bij gelijktijdige toediening. Dosisaanpassing wordt aanbevolen bij gelijktijdig gebruik met matig krachtige/krachtige CYP3A4/5‑remmers (bijvoorbeeld ketoconazol, grapefruitsap) of krachtige CYP3A4‑inductoren (bijvoorbeeld carbamazepine) (zie rubriek 4.5).
In geval van gelijktijdig gebruik met krachtige en matig krachtige CYP3A‑remmers wordt een verlaging van de dosis guanfacine met 50% aanbevolen. Vanwege de variabiliteit in het effect van interactie kan een verdere dosistitratie noodzakelijk zijn (zie hierboven).
Indien guanfacine wordt gecombineerd met krachtige enzyminductoren, kan zo nodig een hertitratie voor verhoging van de dosis tot een dagelijkse maximumdosis van 7 mg overwogen worden. Als de inducerende behandeling wordt beëindigd, wordt hertitratie voor verlaging van de dosis guanfacine aanbevolen in de daaropvolgende weken (zie rubriek 4.5).
Wijze van toediening
Oraal gebruik.
Guanfacine wordt eenmaal daags ingenomen, ofwel ’s morgens of ’s avonds. Tabletten mogen niet worden verkruimeld of gebroken en er mag niet op gekauwd worden voordat ze worden doorgeslikt, omdat dit de snelheid van afgifte van guanfacine verhoogt.
Behandeling is uitsluitend aanbevolen voor kinderen die de tablet zonder problemen in zijn geheel kunnen doorslikken.
Guanfacine kan met of zonder voedsel worden toegediend, maar mag niet met een vetrijke maaltijd worden toegediend vanwege verhoogde blootstelling (zie rubrieken 4.5 en 5.2).
Guanfacine mag niet samen met grapefruitsap worden toegediend (zie rubriek 4.5).
4.3 Contra‑indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De vaakst gemelde bijwerkingen zijn somnolentie (40,6%), hoofdpijn (27,4%), vermoeidheid (18,1%), abdominale pijn boven (12,0%) en sedatie (10,2%). De ernstigste bijwerkingen die vaak zijn gemeld, zijn hypotensie (3,2%), gewichtsstijging (2,9%), bradycardie (1,5%) en syncope (0,7%). De bijwerkingen somnolentie en sedatie kwamen voornamelijk voor bij het begin van de behandeling. Ze kunnen doorgaans 2‑3 weken duren en in sommige gevallen nog langer.
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
De volgende tabel geeft alle bijwerkingen op basis van klinische onderzoeken en spontane meldingen. Alle bijwerkingen van postmarketingervaring staan schuin gedrukt.
De volgende definities zijn van toepassing op de terminologie voor frequentie die hierna wordt gebruikt:
zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100, <1/10), soms (≥1/1.000, <1/100), zelden (≥1/10.000, <1/1.000), zeer zelden (<1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Tabel 4. Bijwerkingen | ||
Systeem/orgaanklasse | Incidentiecategorie | |
Immuunsysteemaandoeningen | ||
Overgevoeligheid | Soms | |
| ||
Voedings‑ en stofwisselingsstoornissen | ||
Verminderde eetlust | Vaak | |
| ||
Psychische stoornissen | ||
Depressie | Vaak | |
Angst | Vaak | |
Affectlabiliteit | Vaak | |
Insomnia | Vaak | |
Doorslaapstoornis | Vaak | |
Nachtmerrie | Vaak | |
Agitatie | Soms | |
Agressie | Soms | |
Hallucinatie | Soms | |
Zenuwstelselaandoeningen |
| |
Somnolentie | Zeer vaak | |
Hoofdpijn | Zeer vaak | |
Sedatie | Vaak | |
Duizeligheid | Vaak | |
Lethargie | Vaak | |
Convulsie | Soms | |
Syncope/bewustzijnsverlies | Soms | |
Houdingsafhankelijke duizeligheid | Soms | |
Hypersomnie | Zelden | |
| ||
Hartaandoeningen |
| |
Bradycardie | Vaak | |
Atrioventriculair blok eerstegraads | Soms | |
Tachycardie | Soms | |
Sinusaritmie | Soms | |
| ||
Bloedvataandoeningen | ||
Hypotensie | Vaak | |
Orthostatische hypotensie | Vaak | |
Bleekheid | Soms | |
Hypertensie | Zelden | |
Hypertensieve encefalopathie | Zeer zelden | |
| ||
Ademhalingsstelsel‑, borstkas‑ en mediastinumaandoeningen | ||
Astma | Soms | |
| ||
Maagdarmstelselaandoeningen | ||
Abdominale pijn | Zeer vaak | |
Braken | Vaak | |
Diarree | Vaak | |
Nausea | Vaak | |
Constipatie | Vaak | |
Abdominaal ongemak/maagongemak | Vaak | |
Droge mond | Vaak | |
Dyspepsie | Soms | |
| ||
Huid‑ en onderhuidaandoeningen | ||
Rash | Vaak | |
Pruritus | Soms | |
| ||
Nier‑ en urinewegaandoeningen | ||
Bedplassen | Vaak | |
Pollakisurie | Soms | |
| ||
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | ||
Erectiele disfunctie | Niet bekend | |
| ||
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | ||
Vermoeidheid | Zeer vaak | |
Prikkelbaarheid | Vaak | |
Asthenie | Soms | |
Pijn op de borst | Soms | |
Malaise | Zelden | |
| ||
Onderzoeken | ||
Bloeddruk verlaagd | Vaak | |
Gewicht verhoogd | Vaak | |
Elektrocardiogram QT verlengd | Soms | |
Bloeddruk verhoogd | Soms | |
Hartfrequentie verlaagd | Soms | |
Alanineaminotransferase verhoogd | Soms | |
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Somnolentie/sedatie, hypotensie, bradycardie en syncope
In de totale pool van met guanfacine behandelde patiënten kwam somnolentie voor bij 40,6% en sedatie bij 10,2% van de met guanfacine behandelde patiënten. Bradycardie kwam voor bij 1,5%, hypotensie bij 3,2% en syncope bij 0,7% van alle met guanfacine behandelde patiënten. Somnolentie/sedatie en hypotensie kwamen het vaakst voor in de eerste paar weken van behandeling en namen daarna geleidelijk aan af.
Effecten op lengte, gewicht en Body Mass Index (BMI)
Een zorgvuldige opvolging van het gewicht duidt erop dat kinderen en adolescenten die guanfacine innamen tijdens het onderzoek (d.w.z. behandeling gedurende 7 dagen per week gedurende het gehele jaar) een voor leeftijd en geslacht genormaliseerde gemiddelde verandering ten opzichte van de aanvangswaarde voor BMI percentiel vertoonden, 4,3 over een periode van 1 jaar (gemiddelde percentielen bij aanvang en na 12 maanden waren respectievelijk 68,3 en 73,1). Bijgevolg moeten als onderdeel van een routinematige monitoring lengte, gewicht en BMI bij aanvang van de behandeling worden gecontroleerd, om de 3 maanden gedurende het eerste jaar en daarna om de 6 maanden, waarbij rekening dient te worden gehouden met het klinische oordeel en een groeioverzicht moet worden bijgehouden.
Verlenging van het QT‑/QTc‑interval
In een grondig QT-/QTc-onderzoek werd het effect van 2 dosisniveaus van guanfacine met onmiddellijke afgifte (4 mg en 8 mg) op het QT‑interval geëvalueerd in een dubbelblind, gerandomiseerd, placebogecontroleerd en actief gecontroleerd cross-overonderzoek bij gezonde volwassenen. Een schijnbare stijging in gemiddeld QTc‑interval werd waargenomen voor beide doses. Deze bevinding heeft geen bekende klinische betekenis.
In fase II/III‑, gerandomiseerde, dubbelblinde onderzoeken met monotherapie waren de respectieve stijgingen van verlenging van het QTc‑interval, die de aanvangswaarde overschreden met meer dan 60 ms met Fridericia‑correctie en Bazett‑correctie, 0 (0,0%) en 2 (0,3%) voor placebo en 1 (0,1%) en 1 (0,1%) voor patiënten behandeld met guanfacine.
Na het in de handel brengen is verlenging van het QT-/QTc‑interval gerapporteerd die na dosisverlaging of stopzetting van guanfacine weer normaal werd (zie rubriek 4.4).
Bloeddruk en hartslag stijgen na stopzetting van guanfacine
Bloeddruk en polsslag kunnen stijgen na stopzetting van guanfacine. In postmarketing-ervaring is hypertensieve encefalopathie zeer zelden gemeld na abrupte stopzetting van guanfacine (zie rubriek 4.4).
In een onderzoek naar aanhoudende werkzaamheid bij kinderen en adolescenten zijn na stopzetting van guanfacine stijgingen in de gemiddelde systolische en diastolische bloeddruk van circa 3 mmHg en 1 mmHg boven de oorspronkelijke aanvangswaarden waargenomen. Individueel kunnen er echter hogere stijgingen zijn dan wat wordt weergegeven door de gemiddelde veranderingen. De stijgingen in bloeddruk werden waargenomen bij sommige personen aan het eind van de follow-upperiode die tussen de 3 en 26 weken duurde na de laatste dosis (zie rubriek 4.2 en 5.1).
Volwassen patiënten
Guanfacine is niet onderzocht bij volwassenen met ADHD.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Takeda Pharmaceuticals International AG Ireland Branch
Block 2 Miesian Plaza
50-58 Baggot Street Lower
Dublin 2
D02 HW68
Ierland
medinfoEMEA@takeda.com
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Intuniv 1 mg tablet met verlengde afgifte
EU/1/15/1040/001-002
Intuniv 2 mg tablet met verlengde afgifte
EU/1/15/1040/003-005
Intuniv 3 mg tablet met verlengde afgifte
EU/1/15/1040/006-007
Intuniv 4 mg tablet met verlengde afgifte
EU/1/15/1040/008-009
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
12/2025
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau https://www.ema.europa.eu.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3463270 | INTUNIV 1MG VERLENGDE AFGIFTE COMP 28 X 1MG | C02AC02 | € 81,13 | - | Ja | - | - |
| 3463296 | INTUNIV 4MG VERLENGDE AFGIFTE COMP 28 X 4MG | C02AC02 | € 101,61 | - | Ja | - | - |
| 3463304 | INTUNIV 3MG VERLENGDE AFGIFTE COMP 28 X 3MG | C02AC02 | € 87,07 | - | Ja | - | - |
| 3463312 | INTUNIV 2MG VERLENGDE AFGIFTE COMP 28 X 2MG | C02AC02 | € 84,1 | - | Ja | - | - |