1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Synjardy® 5 mg/850 mg filmomhulde tabletten
Synjardy® 5 mg/1000 mg filmomhulde tabletten
Synjardy® 12,5 mg/850 mg filmomhulde tabletten
Synjardy® 12,5 mg/1000 mg filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Synjardy 5 mg/850 mg filmomhulde tabletten
Elke tablet bevat 5 mg empagliflozine en 850 mg metforminehydrochloride.
Synjardy 5 mg/1000 mg filmomhulde tabletten
Elke tablet bevat 5 mg empagliflozine en 1000 mg metforminehydrochloride.
Synjardy 12,5 mg/850 mg filmomhulde tabletten
Elke tablet bevat 12,5 mg empagliflozine en 850 mg metforminehydrochloride.
Synjardy 12,5 mg/1000 mg filmomhulde tabletten
Elke tablet bevat 12,5 mg empagliflozine en 1000 mg metforminehydrochloride.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet (tablet).
Synjardy 5 mg/850 mg filmomhulde tabletten
Geelwitte, ovale, biconvexe filmomhulde tabletten met de inscriptie 'S5' en het logo van Boehringer Ingelheim aan de ene kant en '850' aan de andere kant (tabletlengte: 19,2 mm, tabletbreedte: 9,4 mm).
Synjardy 5 mg/1000 mg filmomhulde tabletten
Bruingele, ovale, biconvexe filmomhulde tabletten met de inscriptie 'S5' en het logo van Boehringer Ingelheim aan de ene kant en '1000' aan de andere kant (tabletlengte: 21,1 mm, tabletbreedte: 9,7 mm).
Synjardy 12,5 mg/850 mg filmomhulde tabletten
Rozewitte, ovale, biconvexe filmomhulde tabletten met de inscriptie 'S12' en het logo van Boehringer Ingelheim aan de ene kant en '850' aan de andere kant (tabletlengte: 19,2 mm, tabletbreedte: 9,4 mm).
Synjardy 12,5 mg/1000 mg filmomhulde tabletten
Donkerbruinpaarse, ovale, biconvexe filmomhulde tabletten met de inscriptie 'S12' en het logo van Boehringer Ingelheim aan de ene kant en '1000' aan de andere kant (tabletlengte: 21,1 mm, tabletbreedte: 9,7 mm).
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Synjardy is geïndiceerd voor gebruik bij volwassenen en kinderen in de leeftijd van 10 jaar en ouder voor de behandeling van diabetes mellitus type 2 als aanvulling op dieet en lichaamsbeweging
- bij patiënten die onvoldoende gereguleerd worden met de maximaal verdraagbare dosis van alleen metformine
- in combinatie met andere geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes, bij patiënten die onvoldoende gereguleerd worden met metformine en deze geneesmiddelen
- bij patiënten die al worden behandeld met de combinatie van empagliflozine en metformine als afzonderlijke tabletten.
Voor studieresultaten met betrekking tot combinaties, werkzaamheid op bloedglucoseregulatie en cardiovasculaire gebeurtenissen, en de onderzochte populaties, zie rubrieken 4.4, 4.5 en 5.1.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen met een normale nierfunctie (eGFR ≥ 90 ml/min/1,73 m2)
De aanbevolen dosering is tweemaal per dag één tablet. De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van het huidige regime van de patiënt, de werkzaamheid en verdraagbaarheid met gebruik van de aanbevolen dagdosis van 10 mg of 25 mg empagliflozine, terwijl de maximale aanbevolen dagdosis van metformine niet wordt overschreden.
Voor patiënten die onvoldoende gereguleerd worden met metformine (alleen of in combinatie met andere geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes)
Bij patiënten die onvoldoende gereguleerd worden met alleen metformine of metformine in combinatie met andere geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes, is de aanbevolen startdosis van Synjardy empagliflozine 5 mg tweemaal per dag (dagdosis van 10 mg) en de dosis van metformine vergelijkbaar met de dosis die al wordt genomen. Bij patiënten die een totale dagdosis empagliflozine van 10 mg verdragen en bij wie een strakkere bloedglucoseregulatie nodig is, kan de dosis worden verhoogd naar een totale dagdosis empagliflozine van 25 mg.
Als Synjardy wordt gebruikt in combinatie met een sulfonylureumderivaat en/of insuline, kan een lagere dosering van het sulfonylureumderivaat en/of de insuline nodig zijn om de kans op hypoglykemie te verminderen (zie rubrieken 4.5 en 4.8).
Voor patiënten die overstappen van afzonderlijke tabletten van empagliflozine en metformine
Patiënten die overstappen van afzonderlijke tabletten van empagliflozine (10 mg of 25 mg totale dagdosis) en metformine naar Synjardy, dienen dezelfde dagdosis van empagliflozine en metformine te krijgen die al werd genomen of de dosering metformine die de al voorgeschreven dosering metformine het best benadert (voor beschikbare sterktes, zie rubriek 2).
Gemiste dosis
Als er een dosis wordt gemist, moet deze worden ingenomen zodra de patiënt dit beseft. Er mag echter niet tegelijkertijd een dubbele dosis worden genomen. In dit geval dient de gemiste dosis te worden overgeslagen.
Speciale patiëntgroepen
Nierinsufficiëntie
De glykemische werkzaamheid van empagliflozine is afhankelijk van de nierfunctie. Ter vermindering van het cardiovasculaire risico dient als aanvulling op de standaardzorg een dagelijkse dosis van 10 mg empagliflozine te worden toegepast bij patiënten met een eGFR onder 60 ml/min/1,73 m2 (zie tabel 1). Omdat de glucoseverlagende werking van empagliflozine minder is bij patiënten met matige nierinsufficiëntie en bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie waarschijnlijk uitblijft, dient de toevoeging van andere antihyperglykemische middelen te worden overwogen als verdere glykemische regulering nodig is.
Voor adviezen over dosisaanpassing met betrekking tot de eGFR of CrCl, zie tabel 1.
Voor aanvang van de behandeling met metformine-bevattende middelen dient een eGFR te worden bepaald, en ten minste jaarlijks daarna. Bij patiënten met een verhoogd risico op verdere progressie van nierfunctiestoornissen en bij ouderen dient de nierfunctie vaker te worden bepaald, bv. iedere 3‑6 maanden.
Als er geen geschikte sterkte van Synjardy beschikbaar is, dienen de individuele bestanddelen gebruikt te worden in plaats van de vaste dosiscombinatie.
Zie voor doseringsaanbevelingen voor pediatrische patiënten de subrubriek Pediatrische patiënten hieronder.
Tabel 1: Dosering bij volwassen patiënten met nierfunctiestoornissena
eGFR [ml/min/1,73 m²] of CrCl [ml/min] | Metformine | Empagliflozine |
≥ 60 | Maximale dagdosis is 3000 mg | Start met 10 mg. |
45 tot < 60 | Maximale dagdosis is 2000 mg | Start met 10 mg.b |
30 tot < 45 | Maximale dagdosis is 1000 mg. | Start met 10 mg.b |
< 30 | Metformine is gecontraïndiceerd. | Empagliflozine wordt niet aanbevolen. |
a Zie rubriek 4.4, 4.8, 5.1 en 5.2
b Patiënten met diabetes mellitus type 2 en vastgestelde cardiovasculaire ziekte
Leverinsufficiëntie
Dit geneesmiddel dient niet te worden gebruikt bij patiënten met leverinsufficiëntie (zie rubrieken 4.3, 4.4 en 5.2).
Ouderen
Vanwege het werkingsmechanisme zal een verminderde nierfunctie resulteren in een verlaagde glykemische werkzaamheid van empagliflozine. Omdat metformine door de nieren wordt uitgescheiden en ouderen meer kans hebben op een verminderde nierfunctie, dient Synjardy bij deze patiënten met voorzichtigheid te worden gebruikt. Het controleren van de nierfunctie is noodzakelijk om metformine gerelateerde lactaatacidose te helpen voorkomen, met name bij ouderen (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Bij patiënten van 75 jaar en ouder moet rekening worden gehouden met een verhoogd risico op volumedepletie (zie rubrieken 4.4 en 4.8).
Pediatrische patiënten
De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van het huidige regime van de patiënt, de werkzaamheid en verdraagbaarheid.
Indien empagliflozine wordt toegevoegd bij patiënten die al metformine krijgen, moet de dosis metformine dezelfde blijven als die de patiënt al innam. De aanbevolen startdosering empagliflozine is 5 mg tweemaal per dag (totale dagdosis van 10 mg). Bij patiënten die 5 mg empagliflozine tweemaal per dag verdragen en meer glykemische controle nodig hebben, kan de dosering worden verhoogd tot 12,5 mg tweemaal per dag (totale dagdosis van 25 mg).
Indien patiënten overstappen van afzonderlijke tabletten van empagliflozine en metformine op Synjardy, moet de dagdosis van empagliflozine en metformine dezelfde blijven als die al werd ingenomen of de dichtstbijzijnde therapeutisch geschikte dosis van metformine.
De maximale aanbevolen dagdosis Synjardy is 25 mg empagliflozine en 2.000 mg metformine (zie algemene informatie hierboven in rubriek 4.2).
Er zijn geen gegevens beschikbaar voor kinderen met eGFR < 60 ml/min/1,73 m2 en kinderen jonger dan 10 jaar oud.
Wijze van toediening
Synjardy dient tweemaal per dag tijdens de maaltijd te worden ingenomen om de met metformine gerelateerde gastro-intestinale bijwerkingen te verminderen. De tabletten dienen in hun geheel met water worden ingeslikt. Alle patiënten dienen hun dieet voort te zetten met een voldoende verdeling van koolhydraatopname gedurende de dag. Patiënten met overgewicht dienen hun energiebeperkte dieet voort te zetten.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Alle vormen van acute metabole acidose (zoals lactaatacidose, diabetische ketoacidose) (zie rubriek 4.4).
- Diabetisch pre-coma.
- Ernstig nierfalen (eGFR < 30 ml/min/1,73 m2) (zie rubriek 4.2 en 4.4).
- Acute aandoeningen die verandering van de nierfunctie kunnen veroorzaken zoals: uitdroging, ernstige infectie, shock (zie rubriek 4.4 en 4.8).
- Aandoeningen die weefselhypoxie kunnen veroorzaken (met name acute aandoeningen, of verslechtering van chronische aandoeningen), zoals gedecompenseerd hartfalen, respiratoir falen, recent myocardinfarct, shock (zie rubriek 4.4).
- Leverinsufficiëntie, acute alcoholintoxicatie, alcoholisme (zie rubriek 4.2 en 4.5).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De vaakst gemelde bijwerkingen in klinisch onderzoek waren hypoglykemie in combinatie met insuline en/of sulfonylureumderivaat en gastro‑intestinale symptomen (misselijkheid, overgeven, diarree, buikpijn en gebrek aan eetlust). In klinisch onderzoek met empagliflozine als aanvulling op metformine werden in vergelijking met de bijwerkingen van de afzonderlijke componenten geen verdere bijwerkingen geïdentificeerd.
Bijwerkingen in tabelvorm
De bijwerkingen worden gerangschikt per absolute frequentie. Frequenties worden gedefinieerd als zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000) of zeer zelden (< 1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Tabel 2: Lijst met bijwerkingen (MedDRA) in tabelvorm gerapporteerd in placebogecontroleerde studies en gegevens die zijn verkregen uit postmarketingervaring
Systeem/orgaanklasse | Zeer vaak | Vaak | Soms | Zelden | Zeer zelden |
Infecties en parasitaire aandoeningen |
| Vaginale candidiasis, vulvovaginitis, balanitis en andere genitale infecties1, 2. Urineweg-infectie (waaronder pyelonefritis en urosepsis)1, 2 |
| Necrotiserende fasciitis van het perineum (fournier-gangreen)a |
|
Voedings- en stofwisselingsstoornissen | Hypoglykemie (wanneer gebruikt met sulfonyl-ureum- | Dorst2 |
| Diabetische keto-acidosea | Lactaatacidose3 |
Zenuwstelselaandoeningen |
| Smaakstoornissen3 |
|
|
|
Bloedvataandoeningen |
|
| Volume-depletie1, 2, d |
|
|
Maagdarmstelselaandoeningen | Gastro-intestinale symptomen3, 4 | Constipatie |
|
|
|
Lever- en galaandoeningen |
|
|
|
| Afwijkende leverfunctiewaarden3 |
Huid- en onderhuidaandoeningen |
| Pruritis (gegeneraliseerd) 2, 3 | Urticaria |
| Erythema3 |
Nier- en urinewegaandoeningen |
| Vaker plassen1, 2 | Dysurie2 |
| Tubulo-interstitiële nefritis |
Onderzoeken |
| Serum lipiden verhoogd2,b | Bloed-creatinine verhoogd/glomeru-laire filtratie-snelheid verlaagd1 |
|
|
1 Zie de paragrafen hieronder voor aanvullende informatie
2 Geïdentificeerde bijwerkingen van empagliflozine als monotherapie
3 Geïdentificeerde bijwerkingen van metformine als monotherapie
4 Gastro-intestinale symptomen zoals misselijkheid, overgeven, diarree, buikpijn en gebrek aan eetlust treden het vaakst op tijdens de start van de behandeling en verdwijnen in de meeste gevallen spontaan.
a zie rubriek 4.4
b gemiddelde procentuele toenames vanaf baseline voor respectievelijk empagliflozine 10 mg en 25 mg versus placebo waren: totaal cholesterol 5,0% en 5,2% versus 3,7%; HDL-cholesterol 4,6% en 2,7% versus -0,5%; LDL-cholesterol 9,1% en 8,7% versus 7,8%; triglycerides 5,4% en 10,8% versus 12,1%.
c gemiddelde hematocrietveranderingen vanaf baseline waren 3,6% en 4,0% voor respectievelijk empagliflozine 10 mg en 25 mg, vergeleken met 0% voor placebo. In de EMPA-REG Outcome studie keerden hematocrietwaarden terug richting baselinewaarden na een follow-up periode van 30 dagen na stoppen van de behandeling.
d gepoolde gegevens van onderzoeken met empagliflozine bij patiënten met hartfalen (waarbij de helft van de patiënten diabetes mellitus type 2 had) lieten een hogere frequentie van volumedepletie zien ('zeer vaak': 11,4% voor empagliflozine versus 9,7% voor placebo)
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Hypoglykemie
De frequentie van hypoglykemie was afhankelijk van de achtergrondtherapie in de respectievelijke studies en was gelijk voor empagliflozine en placebo als aanvulling op metformine, als aanvulling op linagliptine en metformine, voor de combinatie van empagliflozine met metformine bij geneesmiddelnaïeve patiënten in vergelijking met degenen die behandeld werden met empagliflozine en metformine als individuele bestanddelen, en als aanvulling op standaard ondersteunende behandeling. Een verhoogde frequentie werd waargenomen wanneer empagliflozine werd gegeven als aanvullende therapie op metformine en een sylfonylureumderivaat (empagliflozine 10 mg: 16,1%, empagliflozine 25 mg: 11,5% en placebo: 8,4%) of als aanvullende therapie op metformine en insuline (empagliflozine 10 mg: 31,3%, empagliflozine 25 mg: 36,2% en placebo: 34,7%).
Ernstige hypoglykemie (gebeurtenissen die hulp vereisen)
De totale frequentie van patiënten met ernstige hypoglykemische voorvallen was laag (< 1%) en vergelijkbaar voor empagliflozine en placebo als aanvullende therapie op metformine en voor de combinatie van empagliflozine met metformine bij geneesmiddelnaïeve patiënten in vergelijking met degenen die behandeld werden met empagliflozine en metformine als individuele bestanddelen, en als aanvulling op standaard ondersteunende behandeling. Ernstige hypoglykemische voorvallen traden op bij 0,5%, 0% en 0,5% van de patiënten behandeld met respectievelijk empagliflozine 10 mg, empagliflozine 25 mg en placebo als aanvullende therapie op metformine en insuline. Geen enkele patiënt had een ernstig hypoglykemisch voorval bij de combinatie met metformine en een sulfonylureumderivaat en als aanvulling op linagliptine en metformine.
Urineweginfectie
De totale frequentie van urineweginfectie als bijwerking was bij patiënten behandeld met metformine die empagliflozine 10 mg (8,8%) kregen hoger dan met empagliflozine 25 mg (6,6%) of placebo (7,8%). Net als met placebo werd urineweginfectie met empagliflozine vaker gemeld bij patiënten met een geschiedenis van chronische of terugkerende urineweginfecties. De intensiteit (bv. licht, matig ernstig, ernstig) van urineweginfecties was vergelijkbaar bij patiënten behandeld met placebo. Urineweginfectievoorvallen werden bij vrouwelijke patiënten met empagliflozine 10 mg vaker gemeld dan met placebo, maar niet met empagliflozine 25 mg. De frequenties van urineweginfecties waren laag voor mannelijke patiënten en waren evenwichtig verdeeld over de behandelingsgroepen.
Vaginale candidiasis, vulvovaginitis, balanitis en andere genitale infecties
Vaginale candidiasis, vulvovaginitis, balanitis en andere genitale infecties werden bij patiënten behandeld met metformine die empagliflozine 10 mg (4,0%) en empagliflozine 25 mg (3,9%) kregen, vaker gemeld dan met placebo (1,3%) en werden vaker gemeld bij vrouwen behandeld met empagliflozine dan met placebo. Het verschil in frequentie was minder uitgesproken bij mannen. De genitale infecties waren licht en matig ernstig in intensiteit, geen enkele was ernstig in intensiteit.
Er zijn gevallen van fimose/verworven fimose gelijktijdig met genitale infecties gemeld en in sommige gevallen was circumcisie nodig.
Vaker plassen
Zoals verwacht uit het werkingsmechanisme, werd vaker plassen (met inbegrip van pollakisurie, polyurie en nycturie) bij patiënten behandeld met metformine die empagliflozine 10 mg (3,0%) en empagliflozine 25 mg (2,9%) kregen, met hogere frequentie waargenomen dan met placebo (1,4%) als aanvullende therapie op metformine. Vaker plassen was meestal licht of matig ernstig in intensiteit. De frequentie van de gemelde nycturie was vergelijkbaar voor placebo en empagliflozine (< 1%).
Volumedepletie
De totale frequentie van volumedepletie (met inbegrip van de vooraf gedefinieerde termen verlaagde bloeddruk (ambulant), verlaagde systolische bloeddruk, dehydratie, hypotensie, hypovolemie, orthostatische hypotensie en syncope) was laag bij patiënten behandeld met metformine die empagliflozine kregen: 0,6% voor empagliflozine 10 mg, 0,3% voor empagliflozine 25 mg en 0,1% voor placebo. Het effect van empagliflozine op glucose‑excretie in de urine is geassocieerd met osmotische diurese, wat de hydratatiestatus van patiënten van 75 jaar en ouder zou kunnen beïnvloeden. Bij patiënten van ≥ 75 jaar zijn volumedepletievoorvallen gemeld bij één patiënt behandeld met empagliflozine 25 mg als aanvullende therapie op metformine.
Bloedcreatinine verhoogd /glomerulaire filtratiesnelheid verlaagd
De totale frequentie van patiënten met verhoogd bloedcreatinine en verlaagde glomerulaire filtratiesnelheid was gelijk voor empagliflozine en placebo als aanvulling op metformine (bloedcreatinine verhoogd: empagliflozine 10 mg 0,5%, empagliflozine 25 mg 0,1%, placebo 0,4%; glomerulaire filtratiesnelheid verlaagd: empagliflozine 10 mg 0,1%, empagliflozine 25 mg 0%, placebo 0,2%).
Aanvankelijke stijgingen van creatinine en aanvankelijke dalingen van geschatte glomerulaire filtratiesnelheden bij patiënten behandeld met empagliflozine als aanvullende therapie bij metformine waren over het algemeen voorbijgaand bij voortgezette behandeling of reversibel na staken van de behandeling met het geneesmiddel.
In overeenkomst met andere studies was er in de EMPA‑REG OUTCOME studie bij patiënten behandeld met empagliflozine sprake van een aanvankelijke daling van de eGFR (gemiddeld: 3 ml/min/1,73 m2). Daarna bleef de eGFR gehandhaafd bij het voortzetten van de behandeling. De gemiddelde eGFR daalde naar baseline na staken van de behandeling, wat erop wijst dat acute hemodynamische veranderingen een rol kunnen spelen bij deze veranderingen van de nierfunctie.
Pediatrische patiënten
In de DINAMO‑studie werden 157 kinderen van 10 jaar en ouder met diabetes type 2 behandeld. Van hen kregen 52 patiënten empagliflozine, 52 linagliptine en 53 placebo (zie rubriek 5.1). Tijdens de placebogecontroleerde fase was hypoglykemie de meest voorkomende bijwerking (empagliflozine 10 mg en 25 mg samen: 23,1%; placebo: 9,4%). Geen van deze voorvallen was ernstig en directe hulp was niet nodig.
Over het geheel genomen was het veiligheidsprofiel bij kinderen vergelijkbaar met het veiligheidsprofiel bij volwassenen met diabetes mellitus type 2.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Boehringer Ingelheim International GmbH
Binger Str. 173
55216 Ingelheim am Rhein
Duitsland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Synjardy 5 mg/850 mg filmomhulde tabletten
EU/1/15/1003/001
EU/1/15/1003/002
EU/1/15/1003/003
EU/1/15/1003/004
EU/1/15/1003/005
EU/1/15/1003/037
EU/1/15/1003/006
EU/1/15/1003/007
EU/1/15/1003/008
EU/1/15/1003/009
Synjardy 5 mg/1000 mg filmomhulde tabletten
EU/1/15/1003/010
EU/1/15/1003/011
EU/1/15/1003/012
EU/1/15/1003/013
EU/1/15/1003/014
EU/1/15/1003/038
EU/1/15/1003/015
EU/1/15/1003/016
EU/1/15/1003/017
EU/1/15/1003/018
Synjardy 12,5 mg/850 mg filmomhulde tabletten
EU/1/15/1003/019
EU/1/15/1003/020
EU/1/15/1003/021
EU/1/15/1003/022
EU/1/15/1003/023
EU/1/15/1003/039
EU/1/15/1003/024
EU/1/15/1003/025
EU/1/15/1003/026
EU/1/15/1003/027
Synjardy 12,5 mg/1000 mg filmomhulde tabletten
EU/1/15/1003/028
EU/1/15/1003/029
EU/1/15/1003/030
EU/1/15/1003/031
EU/1/15/1003/032
EU/1/15/1003/040
EU/1/15/1003/033
EU/1/15/1003/034
EU/1/15/1003/035
EU/1/15/1003/036
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
22/04/2025
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau https://www.ema.europa.eu/.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3309077 | SYNJARDY 12,5MG/1000MG FILMOMH TABL 60 X 1 UD | A10BD20 | € 51,24 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 3309085 | SYNJARDY 12,5MG/1000MG FILMOMH TABL 200 X 1 UD | A10BD20 | € 149,08 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 3309093 | SYNJARDY 12,5MG/ 850MG FILMOMH TABL 60 X 1 UD | A10BD20 | € 51,24 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 3309101 | SYNJARDY 12,5MG/ 850MG FILMOMH TABL 200 X 1 UD | A10BD20 | € 149,08 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 3309119 | SYNJARDY 5,0MG/1000MG FILMOMH TABL 200 X 1 UD | A10BD20 | € 149,08 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 3309127 | SYNJARDY 5,0MG/1000MG FILMOMH TABL 60 X 1 UD | A10BD20 | € 51,24 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 3309135 | SYNJARDY 5,0MG/ 850MG FILMOMH TABL 200 X 1 UD | A10BD20 | € 149,08 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 3309143 | SYNJARDY 5,0MG/ 850MG FILMOMH TABL 60 X 1 UD | A10BD20 | € 51,24 | - | Ja | € 2 | € 1 |
