1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
MEPHENON 10 mg/1 ml oplossing voor injectie
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke 1 ml ampul bevat 10 mg methadonchloorhydraat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie (Injectie).
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
MEPHENON is geïndiceerd voor gebruik bij volwassenen.
- Pijnstillende werking: methadon is aangewezen bij de symptomatische behandeling van hyperalgesie syndromen (permanente chronische pijnen waarvoor een morfineachtige pijnstiller moet worden toegediend). Intermitterende acute pijnen worden verminderd met hogere dosissen.
- Detoxicatie: methadon kan worden gebruikt in een globaal detoxicatieprogramma om de ontwenningsverschijnselen te onderdrukken na een behandeling met opiaten of bij een ontwenningskuur van drugsverslaafden. De behandeling mag enkel worden toegepast in een gespecialiseerd centrum waar de patiënt permanent onder toezicht staat van een geschoold personeelslid.
- Hoeststillende werking: in zeldzame gevallen kan methadon worden gebruikt bij de symptomatische behandeling van hardnekkige hoest die te wijten is aan ongeneeslijke aandoeningen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
| Equivalentie (+) | Begin van de pijnstillende werking | Max. van de pijnstillende werking | Pijnstillende werkingsduur |
Orale methadon | 20 mg | 30-60 min | 90-120 min | 4-6 uur |
Intramusculair | 10 mg | 10-20 min | 60-120 min | 4-5 uur |
Intraveneus | 10 mg | 0,01 min | 15-30 min | 3-4 uur |
(+) dosis equivalent aan 10 mg morfine I.M.
Volwassenen
- Tegen de pijn: de duur van de behandeling dient zo kort mogelijk te zijn.
Toediening IV of IM: 5 tot 10 mg om de 6 tot 8 uur.
- Behandeling van ontwenningsverschijnselen
Er is geen optimale dosis die voor alle patiënten gemeenschappelijk is. Er werd een voordeel beschreven voor lage dosissen (10 tot 20 mg per dag), terwijl andere patiënten hogere dosissen van meer dan 100 mg per dag nodig hebben om een evenwicht te bereiken. Hoewel dosissen van 40 tot 60 mg per dag meestal volstaan om de ontwennings- en cravingsymptomen (zin om te verbruiken) voor opiaten te blokkeren, zijn meestal dosissen van 60 tot 80 mg per dag nodig om een gepast onderhoud (substitutie) te garanderen. Dosissen van meer dan 60 mg per dag worden geassocieerd met een betere navolging van het behandelingsprogramma en een gunstiger evolutie. Bij gebruik van hoge dosissen kan monitoring van de plasmaconcentraties nuttig zijn om te trachten de minimumconcentraties tussen 150 en 200 ng/ml te houden.
Opmerking: Er wordt aanbevolen om drugsverslaafden methadon te laten nemen langs orale weg zodat ze kunnen afkicken van het inspuiten.
- Hoeststillende werking
Bij hardnekkige hoest te wijten aan ongeneeslijke aandoeningen: 2,5 tot 10 mg om de 5 tot 6 uur.
Men dient ervoor te zorgen nooit een dosering van 120 mg methadon per dag te overschrijden.
Opmerkingen
- Een vermindering van de dosering kan nodig zijn in de volgende gevallen:
- Bij patiënten die al medicatie hebben gekregen die een ademhalingsdepressie kan veroorzaken.
- In geval van een vermindering van de ademhalingsfunctie.
- In geval van nier- of leverinsufficiëntie.
- Bij bejaarde patiënten.
- De aanpassing van de dosering hangt af van de volgende factoren:
- De bereikte pijnstilling.
- De incidentie van de ongewenste reacties.
- De algemene medicatie gekregen door de patiënt.
Pediatrische patiënten
De toediening van dit geneesmiddel als pijnstiller is niet aanbevolen voor kinderen. De klinische studies zijn onvoldoende om de dosering te bepalen. Bovendien moet rekening worden gehouden met het cumulatieve effect van methadon en met het feit dat kinderen gevoeliger zijn voor de ademhalingsdepressie die het veroorzaakt.
Wijze van toediening
Oplossing voor injectie voor intramusculair en intraveneus gebruik.
Doelstellingen en stopzetting van behandeling
Voordat een behandeling met MEPHENON wordt ingesteld, moeten een behandelstrategie, met inbegrip van de duur en de doelstellingen van de behandeling, worden overeengekomen met de patiënt en in overeenstemming met de richtlijnen voor pijnbehandeling. Tijdens de behandeling moet er frequent contact zijn tussen de arts en de patiënt om de noodzaak van voortzetting van de behandeling te evalueren, stopzetting van de behandeling te overwegen en doseringen zo nodig aan te passen. Wanneer een patiënt geen therapie met methadon meer nodig heeft, kan het raadzaam zijn de dosis geleidelijk af te bouwen om onttrekkingsverschijnselen te voorkomen (zie rubriek 4.4). In afwezigheid van adequate pijnbeheersing, moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van tolerantie en progressie van een onderliggende ziekte (zie rubriek 4.4).
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Overgevoeligheid voor opiaten.
- Ademhalingsdepressie.
- Hersentrauma met verhoogde hersendruk.
- Het gebruik van IMAO’s.
- Bij kinderen jonger dan twee jaar.
- Acute buikpijn waarvan de etiologie niet gekend is.
- Acute alcoholintoxicatie.
4.8 Bijwerkingen
Methadon veroorzaakt een psychische en lichamelijke afhankelijkheid en leidt daardoor tot misbruik van het geneesmiddel. Het verslavingsrisico neemt toe met de dosis en de behandelingsduur. Bovendien treedt bij herhaaldelijke toediening gewenning op. Daarom mag de arts dit geneesmiddel enkel in laatste instantie gebruiken, met dezelfde voorzorgen als bij het gebruik van morfine. De behandelingsduur moet zo kort mogelijk zijn en de behandeling mag niet abrupt gestopt worden maar geleidelijk aan (vermindering van het aantal innamen tot het volledige stoppen), om ontwenningsverschijnselen te vermijden die zich vooral uiten door een zelfmoorddepressie en een acute psychotische toestand.
Mogelijke bijwerkingen van methadon, die in de literatuur worden beschreven, worden hieronder gepresenteerd en per orgaansysteem en naargelang hun frequentie ingedeeld. De frequenties worden als volgt bepaald: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1 000, < 1/100); zelden (≥ 1/10 000, < 1/1000); zeer zelden (< 1/10 000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Orgaansysteem | Bijwerkingen | Frequentie |
Voedings- en stofwisselingsstoornissen | Hypoglykemie | Niet bekend |
Psychische stoornissen | Geestelijke verwardheid (depersonalisatie), hallucinatie (alleen bij gebruik van hoge dosissen). | Zelden |
Zenuwstelselaandoeningen | Ongewone zenuwachtigheid, hoofdpijn, slaapstoornissen. | Soms |
Ongewone vermoeidheid. | Zelden | |
Oogaandoeningen | Miosis, gezichtsstoornissen (overdosering) | Niet bekend |
Hartaandoeningen a | Verlenging van de QT-ruimte en torsades de pointe. | Zelden |
Bradycardie en hartkloppingen. | Niet bekend | |
Bloedvataandoeningen | Risico van hersenoverdruk. | Niet bekend |
Ademhalingsstelselaandoeningen b | Verkorte, onregelmatige, gejaagde of vertraagde ademhaling. | Niet bekend |
Maagdarmstelselaandoeningen c | Verstopping. | Zeer vaak |
Misselijkheid, braken. | Vaak | |
Droge mond, verminderde eetlust, maagkrampen, pijn ter hoogte van de lever | Soms | |
Huid- en onderhuidaandoeningen | Roodheid van het gelaat, overmatige zweten (afgifte van histamine). | Vaak |
Huiduitslag, roodheid, jeuk (overgevoeligheid te wijten aan de afgifte van histamine). | Zelden | |
Nier- en urinewegaandoeningen d | Verminderd urinevolume maar verhoogde plasnood. | Soms |
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | Vermindering van het libido en impotentie. | Niet bekend |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Pijn ter hoogte van de injectieplaats. | Zelden |
aHart- en bloedvataandoeningen: deze uiten zich enkel bij hoge dosissen (depressie van de vasomotorische centra: bloeddrukval).
bAdemhalingsstelselaandoeningen: opiaten hebben een deprimerend effect op de ademhalingscentra: door de vermindering van de bulbaire gevoeligheid voor CO2, verstoren ze de sturing van de ademhalingsbewegingen.
cMaagdarmstelselaandoeningen:
Opiaten hebben een remmende uitwerking op de darmperistaltiek.
Methadon kan in sommige gevallen maagkrampen, gastro-intestinale irritatie of een galspasme veroorzaken.
Bij ernstige darmontsteking verhoogt het risico van toxisch megacolon, vooral na herhaalde dosissen; spasmen van de sfincter van Oddi kunnen pijn veroorzaken ter hoogte van de lever (verhoging van de galblaasdruk).
dNier- en urinewegaandoeningen: ter hoogte van de nieren kan hypertonie optreden door blokkering van de blaassfincter, bovendien verhoogt methadon de afscheiding van ACTH en antidiuretische hormonen.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten - Afdeling Vigilantie - Galileelaan 5/03 – 1210 Brussel.
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Laboratoires STEROP NV, Scheutlaan 46-50, 1070 Brussel, België.
8. NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE117327
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
12/2023
Goedkeuringsdatum van de tekst: 03/2024
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 4362026 | MEPHENON 10MG/ML OPL INJ AMP 10 | N07BC02 | € 15,91 | - | Ja | - | - |