1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Spedra, tabletten van 200 mg
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elk tablet bevat 200 mg avanafil.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tablet.
Lichtgele ovale tabletten, aan één kant gemerkt met “200”.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Behandeling van erectiestoornissen bij volwassen mannen.
Seksuele stimulatie is nodig, anders is Spedra niet effectief.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Gebruik bij volwassen mannen
De aanbevolen dosis is 100 mg ongeveer 15 tot 30 minuten vóór de seksuele activiteit in te nemen naar behoefte (zie rubriek 5.1). Op basis van de individuele werkzaamheid en verdraagbaarheid kan de dosis worden verhoogd tot maximaal 200 mg of verlaagd tot 50 mg. De aanbevolen maximale dosisfrequentie is eenmaal daags. Seksuele stimulatie is nodig om een reactie op de behandeling te krijgen.
Speciale patiëntengroepen
Oudere mannen (≥ 65 jaar)
Er zijn geen dosisaanpassingen nodig bij oudere patiënten. Er zijn beperkte gegevens beschikbaar over oudere patiënten van 70 jaar of ouder.
Nierfunctiestoornis
Er zijn geen dosisaanpassingen nodig bij patiënten met een lichte tot matige nierfunctiestoornis (creatinineklaring ≥ 30 ml/min). Spedra is gecontra-indiceerd bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min) (zie rubriek 4.3 en 5.2). Bij patiënten met een lichte tot matige nierfunctiestoornis (creatinineklaring ≥ 30 ml/min maar < 80 ml/min) die meededen aan fase 3-onderzoeken, bleek Spedra minder werkzaam te zijn dan bij degenen met een normale nierfunctie.
Leverfunctiestoornis
Spedra is gecontra-indiceerd bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis (Child-Pugh klasse C) (zie rubrieken 4.3 en 5.2). Patiënten met een lichte tot matige leverfunctiestoornis (Child-Pugh klasse A of B) moeten de behandeling beginnen met de minimaal werkzame dosis en moeten de dosering aanpassen op basis van de verdraagbaarheid.
Gebruik bij mannen met diabetes
Er zijn geen dosisaanpassingen nodig bij diabetespatiënten.
Pediatrische patiënten
Er is geen relevante toepassing van Spedra bij pediatrische patiënten voor de indicatie erectiestoornissen.
Gebruik bij patiënten die andere geneesmiddelen gebruiken
Gelijktijdig gebruik met CYP3A4-remmers
Gelijktijdige toediening van avanafil en krachtige CYP3A4-remmers (zoals ketoconazol, ritonavir, atazanavir, claritromycine, indinavir, itraconazol, nefazodon, nelfinavir, saquinavir en telitromycine) is gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3, 4.4 en 4.5).
Bij patiënten die gelijktijdig worden behandeld met matige CYP3A4-remmers (zoals erytromycine, amprenavir, aprepitant, diltiazem, fluconazol, fosamprenavir en verapamil), mag de maximaal aanbevolen dosis avanafil niet meer dan 100 mg bedragen, toe te dienen met een tussenpoos van ten minste 48 uur (zie rubriek 4.5).
Wijze van toediening
Voor oraal gebruik. Als Spedra wordt ingenomen met voedsel, kan het langer duren voordat het werkt dan wanneer het middel in nuchtere toestand wordt ingenomen (zie rubriek 5.2).
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Voor patiënten die een vorm van organisch nitraat of stikstofmonoxidedonoren (zoals amylnitriet) gebruiken (zie rubriek 4.5).
Gelijktijdige toediening van fosfodi-esterase type 5 (PDE5) -inhibitoren, waaronder avanafil, met stimulators van guanylaatcyclase, zoals riociguat, is gecontra-indiceerd aangezien het mogelijk kan leiden tot episodes van symptomatische hypotensie (zie rubriek 4.5).
Artsen moeten rekening houden met het potentiële hartrisico van seksuele activiteit bij patiënten met bestaande cardiovasculaire aandoeningen voordat ze Spedra voorschrijven.
Het gebruik van avanafil is gecontra-indiceerd bij:
- patiënten die in de afgelopen zes maanden een myocardinfarct, beroerte of levensbedreigende aritmie hebben gehad;
- patiënten met in rust gemeten hypotensie (bloeddruk < 90/50 mmHg) of hypertensie (bloeddruk > 170/100 mmHg);
- patiënten met instabiele angina, angina tijdens de geslachtsgemeenschap of decompensatio cordis geclassificeerd als klasse 2 of hoger van de New York Heart Association;
- patiënten met ernstige leverfunctiestoornis (Child-Pugh C);
- patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min);
- patiënten met visusverlies in één oog als gevolg van niet-arterieel anterieur ischemisch oogzenuwlijden (NAION), ongeacht of dit voorval gerelateerd was aan eerdere blootstelling aan een PDE5-remmer (zie rubriek 4.4);
- patiënten met bekende erfelijke degeneratieve retina-aandoeningen;
- patiënten die krachtige CYP3A4-remmers gebruiken (zoals ketoconazol, ritonavir, atazanavir, claritromycine, indinavir, itraconazol, nefazodon, nelfinavir, saquinavir en telitromycine) (zie rubriek 4.2, 4.4 en 4.5).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Het veiligheidsprofiel van Spedra is gebaseerd op 2566 proefpersonen die tijdens het klinische ontwikkelingsprogramma werden blootgesteld aan avanafil. De meest voorkomende bijwerkingen die in klinische onderzoeken werden gemeld waren hoofdpijn, flushing, neus- en sinusverstopping, en rugpijn. Over het geheel genomen traden ongewenste voorvallen en bijwerkingen bij proefpersonen die met avanafil werden behandeld, vaker op bij personen met een Body Mass Index (BMI) < 25 (proefpersonen met een normale BMI).
In het langlopende klinische onderzoek nam het percentage patiënten dat last had van bijwerkingen, af bij langere blootstelling.
Tabellarisch overzicht van bijwerkingen
In onderstaande tabel staan de bijwerkingen die werden waargenomen in placebogecontroleerde klinische proeven volgens de MedDRA-frequentie-indeling: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1000, < 1/100), zelden (≥ 1/10000, < 1/1000), zeer zelden (< 1/10000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen elke frequentiegroep zijn de bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
Bijwerkingen (voorkeursterm volgens MedDRA) | |||
Systeem/orgaanklasse | Vaak | Soms | Zelden |
Infecties en parasitaire aandoeningen |
|
| Influenza |
Immuunsysteemaandoeningen |
|
| Seizoensgebonden allergie |
Voedings- en stofwisselingsstoornissen |
|
| Jicht |
Psychische stoornissen |
|
| Slapeloosheid |
Zenuwstelselaandoeningen | Hoofdpijn | Duizeligheid | Psychomotorische hyperactiviteit |
Oogaandoeningen |
| Wazig zien |
|
Hartaandoeningen |
| Hartkloppingen | Angina pectoris |
Bloedvataandoeningen | Flushing | Opvliegers | Hypertensie |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Neusverstopping | Sinusverstopping Inspanningsdyspneu | Rhinorrhoea |
Maagdarmstelselaandoeningen |
| Dyspepsie | Droge mond |
Huid- en onderhuidaandoeningen |
|
| Uitslag |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen |
| Rugpijn | Pijn in de flank |
Nier- en urinewegaandoeningen |
|
| Pollakisurie |
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen |
|
| Penisaandoening |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen |
| Vermoeidheid | Asthenie |
Onderzoeken |
| Verhoogde leverenzymwaarden | Verhoogde bloeddruk |
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen die werden waargenomen bij andere PDE5-remmers
Niet-arterieel anterieur ischemisch oogzenuwlijden (NAION) en plotseling verlies van gehoor zijn gemeld in een klein aantal gevallen na het in de handel brengen van en bij klinische proeven met andere PDE5-remmers. Er werden geen gevallen gemeld tijdens klinische proeven met avanafil (zie rubriek 4.4.).
Priapisme werd gemeld in een klein aantal gevallen na het in de handel brengen van en bij klinische proeven met andere PDE5-remmers. Er werden geen gevallen gemeld tijdens klinische proeven met avanafil.
Hematurie, hematospermie en penisbloeding werden gemeld in een klein aantal gevallen na het in de handel brengen van en bij klinische proeven met andere PDE5-remmers.
Hypotensie werd gemeld na het in de handel brengen bij gebruik van andere PDE5-remmers, en duizeligheid, een symptoom dat doorgaans wordt veroorzaakt door een verlaagde bloeddruk, werd gemeld tijdens klinische proeven met avanafil (zie rubriek 4.5).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden:
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg-afmps.be
Luxemburg
Centre Régional de Pharmacovigilance de Nancy ou Division de la pharmacie et des médicaments de la Direction de la santé
Website: www.guichet.lu/pharmacovigilance
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Menarini International Operations Luxembourg S.A.
1, Avenue de la Gare, L-1611 Luxembourg
Luxemburg
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/13/841/008-011
EU/1/13/841/019-022
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
03/2025
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).
PRIJZEN
CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
---|---|---|---|---|---|---|---|
3123452 | SPEDRA 200 MG TABL 4 X 200 MG | G04BE10 | € 35,64 | - | Ja | - | - |
3123460 | SPEDRA 200 MG TABL 12 X 200 MG | G04BE10 | € 77,36 | - | Ja | - | - |