NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
PREZISTA 400 mg filmomhulde tabletten
PREZISTA 800 mg filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
PREZISTA 400 mg filmomhulde tabletten
Elke filmomhulde tablet bevat 400 mg darunavir (als ethanolaat).
Hulpstof met bekend effect: Elke tablet bevat 0,834 mg oranjegeel S (E110).
PREZISTA 800 mg filmomhulde tabletten
Elke filmomhulde tablet bevat 800 mg darunavir (als ethanolaat).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
PREZISTA 400 mg filmomhulde tabletten
Filmomhulde tablet.
Licht‑oranje ovale tablet van 19,1 mm lang, waarop ‘400MG’ aan de ene kant en ‘TMC’ aan de andere kant werd ingebracht.
PREZISTA 800 mg filmomhulde tabletten
Filmomhulde tablet.
Donkerrode ovale tablet van 20,0 mm lang, waarop ‘800’ aan de ene kant en ‘T’ aan de andere kant werd ingebracht.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
PREZISTA, samen toegediend met een lage dosis ritonavir, is, in combinatie met andere antiretrovirale geneesmiddelen, aangewezen voor de behandeling van patiënten geïnfecteerd met het humaan immunodeficiëntievirus‑1 (hiv‑1).
PREZISTA, samen toegediend met cobicistat, is, in combinatie met andere antiretrovirale geneesmiddelen, aangewezen voor de behandeling van infecties met het humaan immunodeficiëntievirus‑1 (hiv‑1) bij volwassenen en adolescenten (van 12 jaar en ouder met een lichaamsgewicht van ten minste 40 kg) (zie rubriek 4.2).
PREZISTA 400 mg en 800 mg tabletten kunnen worden gebruikt om de juiste doseringsschema’s op te stellen voor de behandeling van hiv‑1‑infectie bij volwassen en pediatrische patiënten vanaf de leeftijd van 3 jaar en met een lichaamsgewicht van ten minste 40 kg, die:
- antiretroviraal (ART)‑naïef zijn (zie rubriek 4.2);
- ART‑voorbehandeld zijn en die geen met darunavir‑resistentie geassocieerde mutaties (DRV‑RAM’s) hebben en die in het plasma een hoeveelheid hiv‑1‑RNA van < 100.000 kopieën/ml hebben en ≥ 100 x 106 CD4+‑cellen/l. Bij de beslissing een behandeling met PREZISTA in te stellen bij dergelijke ART‑voorbehandelde patiënten dient het gebruik van PREZISTA te worden geleid door onderzoek van het genotype (zie rubrieken 4.2, 4.3, 4.4 en 5.1).
4.2 Dosering en wijze van toediening
De therapie moet worden ingesteld door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg met ervaring in de behandeling van hiv‑infecties. Nadat de behandeling met PREZISTA is ingesteld, dienen patiënten het advies te krijgen de dosis of toedieningsvorm niet te veranderen noch met de behandeling te stoppen zonder overleg met hun beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg.
Het interactieprofiel van darunavir hangt af van welke farmacokinetische versterker wordt gebruikt: ritonavir of cobicistat. Voor darunavir kunnen daarom verschillende contra‑indicaties en aanbevelingen voor gelijktijdig gebruikte geneesmiddelen gelden, afhankelijk van of de stof wordt geboost met ritonavir of met cobicistat (zie rubrieken 4.3, 4.4 en 4.5).
Dosering
PREZISTA moet altijd oraal worden toegediend met cobicistat of met een lage dosis ritonavir als versterker van de farmacokinetiek en in combinatie met andere antiretrovirale geneesmiddelen. De Samenvatting van de Productkenmerken van cobicistat of ritonavir - al naar gelang wat van toepassing is - moet daarom worden geraadpleegd voordat een therapie met PREZISTA wordt ingesteld. Cobicistat is niet bestemd voor gebruik in een tweemaaldaags regime of voor gebruik bij pediatrische patiënten jonger dan 12 jaar met een lichaamsgewicht van minder dan 40 kg.
PREZISTA is ook beschikbaar als een suspensie voor oraal gebruik voor gebruik bij patiënten die niet in staat zijn PREZISTA tabletten in te slikken (zie de Samenvatting van de Productkenmerken van PREZISTA suspensie voor oraal gebruik).
ART‑naïeve volwassen patiënten
Het aanbevolen doseringsschema is 800 mg eenmaal daags ingenomen met cobicistat 150 mg eenmaal daags of met ritonavir 100 mg eenmaal daags, in te nemen met voedsel. PREZISTA 400 mg en 800 mg tabletten kunnen worden gebruikt om het schema van eenmaal daags 800 mg op te stellen.
ART‑voorbehandelde volwassen patiënten
De aanbevolen doseringsschema’s zijn als volgt:
- Voor ART‑voorbehandelde volwassenen die geen met darunavir‑resistentie geassocieerde mutaties (DRV‑RAM’s)* hebben en die in het plasma < 100.000 kopieën hiv‑1‑RNA per ml hebben en ≥ 100 x 106 CD4+‑cellen/l (zie rubriek 4.1), kan een schema van 800 mg eenmaal daags met cobicistat 150 mg eenmaal daags of met ritonavir 100 mg eenmaal daags, in te nemen met voedsel, worden gebruikt. PREZISTA 400 mg en 800 mg tabletten kunnen worden gebruikt om het schema van eenmaal daags 800 mg op te stellen.
- Bij alle andere ART‑voorbehandelde patiënten of als een test op het hiv‑1‑genotype niet beschikbaar is, is het aanbevolen doseringsschema 600 mg tweemaal daags, in te nemen met ritonavir 100 mg tweemaal daags en met voedsel. Zie de Samenvatting van de Productkenmerken van PREZISTA 100 mg/ml suspensie voor oraal gebruik, 75 mg, 150 mg en 600 mg tabletten.
* DRV‑RAM’s: V11I, V32I, L33F, I47V, I50V, I54M, I54L, T74P, L76V, I84V en L89V.
ART‑naïeve pediatrische patiënten (3 tot 17 jaar en met een lichaamsgewicht van ten minste 40 kg)
Het aanbevolen doseringsschema is 800 mg eenmaal daags, in te nemen samen met 100 mg ritonavir eenmaal daags met voedsel, of 800 mg eenmaal daags, in te nemen met cobicistat 150 mg eenmaal daags met voedsel (bij adolescente patiënten van 12 jaar of ouder). PREZISTA 400 mg en 800 mg tabletten kunnen worden gebruikt om het regime van 800 mg eenmaal daags te realiseren. Het is niet vastgesteld welke dosis van cobicistat moet worden gebruikt samen met PREZISTA bij kinderen jonger dan 12 jaar.
ART‑voorbehandelde pediatrische patiënten (3 tot 17 jaar en met een lichaamsgewicht van ten minste 40 kg)
Het is niet vastgesteld welke dosis van cobicistat moet worden gebruikt samen met PREZISTA bij kinderen jonger dan 12 jaar.
De aanbevolen doseringsschema’s zijn als volgt:
- Bij ART‑voorbehandelde patiënten die geen DRV‑RAM’s* hebben en die in het plasma < 100.000 kopieën hiv‑1‑RNA per ml hebben en ≥ 100 x 106 CD4+‑cellen/l (zie rubriek 4.1), kan een doseringsschema worden gebruikt van 800 mg eenmaal daags met ritonavir 100 mg eenmaal daags, in te nemen met voedsel, of van 800 mg eenmaal daags, in te nemen met cobicistat 150 mg eenmaal daags met voedsel (bij adolescente patiënten van 12 jaar of ouder). PREZISTA 400 mg en 800 mg tabletten kunnen worden gebruikt om het schema van eenmaal daags 800 mg op te stellen. De dosis van cobicistat die met PREZISTA moet worden gebruikt bij kinderen jonger dan 12 jaar, is niet vastgesteld.
- Bij alle andere ART‑voorbehandelde patiënten of als een test op het hiv‑1‑genotype niet beschikbaar is, is het aanbevolen doseringsschema beschreven in de Samenvatting van de Productkenmerken van PREZISTA 100 mg/ml suspensie voor oraal gebruik, PREZISTA 75 mg, 150 mg en 600 mg tabletten.
* DRV‑RAM’s: V11I, V32I, L33F, I47V, I50V, I54M, I54L, T74P, L76V, I84V en L89V
Advies over gemiste doses
Als het vergeten van een eenmaal daagse dosis PREZISTA en/of cobicistat of ritonavir wordt opgemerkt binnen 12 uur na het normale tijdstip van inname, moet de patiënt de voorgeschreven dosis PREZISTA met cobicistat of ritonavir zo snel mogelijk met voedsel innemen. Als de vergeten dosis later dan 12 uur na het normale tijdstip van inname wordt opgemerkt, moet de gemiste dosis niet meer worden ingenomen en moet de patiënt verder het normale doseringsschema blijven volgen.
Deze richtlijn is gebaseerd op de halfwaardetijd van darunavir in aanwezigheid van cobicistat of ritonavir en het aanbevolen dosisinterval van ongeveer 24 uur.
Als een patiënt binnen 4 uur na het innemen van het geneesmiddel braakt, dient zo snel mogelijk een nieuwe dosis PREZISTA met cobicistat of ritonavir met voedsel te worden ingenomen. Als een patiënt meer dan 4 uur na het innemen van het geneesmiddel braakt, hoeft de patiënt geen nieuwe dosis PREZISTA met cobicistat of ritonavir in te nemen tot het volgende normaal geplande tijdstip van inname.
Speciale populaties
Oudere personen
Er zijn slechts beperkte gegevens bij deze populatie beschikbaar en derhalve dient PREZISTA bij deze leeftijdsgroep met voorzichtigheid te worden gebruikt (zie rubrieken 4.4 en 5.2).
Leverinsufficiëntie
Darunavir wordt gemetaboliseerd door de lever. Er is geen aanpassing van de dosis vereist bij patiënten met lichte (Child‑Pugh klasse A) of matige (Child‑Pugh klasse B) leverinsufficiëntie, maar PREZISTA moet bij deze patiënten met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt. Er zijn geen farmacokinetische gegevens beschikbaar bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie. Ernstige leverinsufficiëntie kan leiden tot een verhoogde blootstelling aan darunavir en een verslechtering van het veiligheidsprofiel van darunavir. Daarom mag PREZISTA niet gebruikt worden bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (Child‑Pugh klasse C) (zie rubrieken 4.3, 4.4 en 5.2).
Nierinsufficiëntie
Er is geen dosisaanpassing vereist voor darunavir/ritonavir bij patiënten met nierinsufficiëntie (zie rubrieken 4.4 en 5.2). Cobicistat is niet onderzocht bij patiënten die dialyse ondergaan en daarom kan er geen aanbeveling worden gedaan over het gebruik van darunavir/cobicistat bij deze patiënten.
Cobicistat remt de tubulaire secretie van creatinine en kan een matige toename in serumcreatinine en een matige afname in creatinineklaring veroorzaken. Als gevolg daarvan kan het gebruik van de creatinineklaring als schatting van de renale eliminatiecapaciteit misleidend zijn. Daarom mag cobicistat als farmacokinetische versterker van darunavir niet worden gestart bij patiënten met een creatinineklaring van minder dan 70 ml/min indien voor een gelijktijdig toegediend middel dosisaanpassing noodzakelijk is op basis van de creatinineklaring (bijv. emtricitabine, lamivudine, tenofovirdisoproxil (als fumaraat, fosfaat of succinaat) of adefovirdipovoxil).
Raadpleeg voor informatie over cobicistat de Samenvatting van de Productkenmerken van cobicistat.
Pediatrische patiënten
PREZISTA mag niet worden gebruikt bij kinderen
- jonger dan 3 jaar wegens bezorgdheden rond de veiligheid (zie rubrieken 4.4 en 5.3) of
- met een lichaamsgewicht van minder dan 15 kg omdat de dosis in deze populatie niet werd vastgesteld bij een voldoende aantal patiënten (zie rubriek 5.1).
PREZISTA ingenomen met cobicistat mag niet worden gebruikt bij kinderen in de leeftijd van 3 t/m 11 jaar met een lichaamsgewicht van < 40 kg, aangezien de dosis van cobicistat die bij deze kinderen gebruikt zou moeten worden, niet is vastgesteld (zie de rubrieken 4.4 en 5.3).
PREZISTA 400 en 800 mg tabletten zijn niet geschikt voor deze patiëntengroep. Andere formuleringen zijn beschikbaar, zie de Samenvatting van de Productkenmerken van PREZISTA 75 mg, 150 mg, 600 mg tabletten en 100 mg/ml suspensie voor oraal gebruik.
Zwangerschap en postpartum
Tijdens de zwangerschap en postpartum is er geen dosisaanpassing van darunavir/ritonavir vereist. PREZISTA/ritonavir mag tijdens de zwangerschap alleen worden gebruikt als de mogelijke voordelen opwegen tegen de mogelijke risico’s (zie rubrieken 4.4, 4.6 en 5.2).
Behandeling met darunavir/cobicistat 800/150 mg tijdens de zwangerschap resulteert in een lage blootstelling aan darunavir (zie rubrieken 4.4 en 5.2). Daarom dient therapie met PREZISTA/cobicistat niet te worden ingesteld tijdens de zwangerschap en moeten vrouwen die zwanger worden tijdens therapie met PREZISTA/cobicistat overstappen naar een alternatief regime (zie rubrieken 4.4 en 4.6). PREZISTA/ritonavir kan worden overwogen als alternatief.
Wijze van toediening
Patiënten dienen de instructie te krijgen PREZISTA in te nemen met cobicistat of met een lage dosis ritonavir binnen 30 minuten na een maaltijd. Het soort voedsel heeft geen invloed op de blootstelling aan darunavir (zie rubrieken 4.4, 4.5 en 5.2).
4.3 Contra‑indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (Child‑Pugh klasse C).
Gelijktijdige toediening met een van de volgende geneesmiddelen vanwege de verwachte daling in plasmaconcentraties van darunavir, ritonavir en cobicistat en het mogelijke verlies van therapeutisch effect (zie rubrieken 4.4 en 4.5).
Het volgende geldt voor darunavir geboost met ofwel ritonavir ofwel cobicistat:
- het combinatieproduct lopinavir/ritonavir (zie rubriek 4.5)
- sterke CYP3A‑inducerende middelen zoals rifampicine en kruidenpreparaten met sint‑janskruid (Hypericum perforatum). Gelijktijdige toediening zal naar verwachting de plasmaconcentraties van darunavir, ritonavir en cobicistat verlagen, hetgeen zou kunnen leiden tot verlies van therapeutisch effect en mogelijke ontwikkeling van resistentie (zie rubrieken 4.4 en 4.5).
Het volgende geldt voor darunavir geboost met cobicistat, maar niet wanneer geboost met ritonavir:
- darunavir geboost met cobicistat is gevoeliger voor inductie van CYP3A dan darunavir geboost met ritonavir. Gelijktijdig gebruik met sterke CYP3A‑inducerende middelen is gecontra‑indiceerd, aangezien deze de blootstelling aan cobicistat en darunavir kunnen verminderen, hetgeen leidt tot verlies van therapeutisch effect. Sterke CYP3A‑inducerende middelen zijn bijvoorbeeld carbamazepine, fenobarbital en fenytoïne (zie rubrieken 4.4 en 4.5).
Darunavir geboost met ofwel ritonavir ofwel cobicistat remt de eliminatie van werkzame stoffen die voor hun klaring sterk afhankelijk zijn van CYP3A, wat resulteert in een verhoogde blootstelling aan het gelijktijdig toegediende geneesmiddel. Daarom is een gelijktijdige behandeling met dergelijke geneesmiddelen waarvan verhoogde plasmaconcentraties geassocieerd zijn met ernstige en/of levensbedreigende voorvallen, gecontra‑indiceerd (dit geldt voor darunavir geboost met ofwel ritonavir ofwel cobicistat). Deze werkzame stoffen zijn onder andere:
- alfuzosine
- amiodaron, bepridil, dronedaron, ivabradine, kinidine, ranolazine, systemisch lidocaïne
- astemizol, terfenadine
- colchicine indien gebruikt bij patiënten met nier- en/of leverinsufficiëntie (zie rubriek 4.5)
- ergotalkaloïden (bv. dihydro‑ergotamine, ergometrine, ergotamine, methylergonovine)
- elbasvir/grazoprevir
- cisapride
- dapoxetine
- domperidon
- naloxegol
- lurasidon, pimozide, quetiapine, sertindol (zie rubriek 4.5)
- triazolam, midazolam oraal toegediend (voor voorzichtigheid met betrekking tot parenteraal toegediend midazolam, zie rubriek 4.5)
- sildenafil indien gebruikt voor de behandeling van pulmonale arteriële hypertensie, avanafil
- simvastatine, lovastatine en lomitapide (zie rubriek 4.5)
- ticagrelor (zie rubriek 4.5).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Tijdens het klinische ontwikkelingsprogramma (met N=2613 voorbehandelde personen die begonnen met een behandeling met PREZISTA/ritonavir 600/100 mg tweemaal daags), had 51,3% van de deelnemers minstens één bijwerking. De gemiddelde duur van de totale behandeling was 95,3 weken. De meest voorkomende bijwerkingen die in klinische studies werden gemeld en die spontaan werden gemeld, zijn diarree, nausea, rash, hoofdpijn en braken. De meest voorkomende ernstige bijwerkingen zijn acuut nierfalen, myocardinfarct, immuunreconstitutie‑ontstekingssyndroom, trombocytopenie, osteonecrose, diarree, hepatitis en pyrexie.
In de analyse na 96 weken was het veiligheidsprofiel van PREZISTA/ritonavir 800/100 mg eenmaal daags bij therapienaïeve personen vergelijkbaar met dat waargenomen met PREZISTA/ritonavir 600/100 mg tweemaal daags bij personen die al eerder waren behandeld, met uitzondering van nausea, hetgeen bij therapienaïeve personen vaker werd waargenomen. Dit betrof voornamelijk nausea met milde intensiteit. In de analyse na 192 weken van de therapienaïeve personen die gedurende gemiddeld 162,5 weken werden behandeld met PREZISTA/ritonavir 800/100 mg eenmaal daags, werden geen nieuwe bevindingen vastgesteld op het gebied van de veiligheid.
Tijdens de klinische Fase III-studie GS‑US‑216‑130 met darunavir/cobicistat (N=313 therapienaïeve en voorbehandelde personen) ondervond 66,5 % van de personen minstens één bijwerking. De gemiddelde behandelduur was 58,4 weken. De bijwerkingen die het vaakst werden gemeld, waren diarree (28%), nausea (23%) en rash (16%). Ernstige bijwerkingen zijn diabetes mellitus, (geneesmiddel)overgevoeligheid, immuunreconstitutie-ontstekingssyndroom, rash en braken.
Raadpleeg voor informatie over cobicistat de Samenvatting van de Productkenmerken van cobicistat.
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
Bijwerkingen zijn aangegeven per systeem/orgaanklasse en frequentiecategorie. Binnen elke frequentiecategorie zijn de bijwerkingen aangegeven in afnemende orde van ernst. De frequentiecategorieën zijn gedefinieerd als volgt: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100 tot < 1/10), soms (≥ 1/1.000 tot < 1/100), zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Bijwerkingen waargenomen met darunavir/ritonavir in klinische studies en post‑marketing
Systeem/orgaanklasse volgens MedDRA | Bijwerking | |
Infecties en parasitaire aandoeningen | ||
soms | herpes simplex | |
Bloed‑ en lymfestelselaandoeningen | ||
soms | trombocytopenie, neutropenie, anemie, leukopenie | |
zelden | verhoogd aantal eosinofielen | |
Immuunsysteemaandoeningen | ||
soms | immuunreconstitutie‑ontstekingssyndroom, overgevoeligheid (voor het geneesmiddel) | |
Endocriene aandoeningen | ||
soms | hypothyreoïdie, verhoogd serum‑thyroïd‑stimulerend hormoon | |
Voedings‑ en stofwisselingsstoornissen | ||
vaak | diabetes mellitus, hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, hyperlipidemie | |
soms | jicht, anorexie, verminderde eetlust, gewichtsafname, gewichtstoename, hyperglykemie, insulineresistentie, verlaagd high density lipoproteïne, verhoogde eetlust, polydipsie, verhoogd serumlactaatdehydrogenase | |
Psychische stoornissen | ||
vaak | slapeloosheid | |
soms | depressie, desoriëntatie, angst, slaapstoornis, abnormale dromen, nachtmerrie, verminderd libido | |
zelden | verwardheid, veranderde stemming, rusteloosheid | |
Zenuwstelselaandoeningen | ||
vaak | hoofdpijn, perifere neuropathie, duizeligheid | |
soms | lethargie, paresthesie, hypo‑esthesie, dysgeusie, aandachtsstoornis, verminderd geheugen, somnolentie | |
zelden | syncope, convulsie, ageusie, slaapfaseritmestoornis | |
Oogaandoeningen | ||
soms | hyperemie van de conjunctiva, droog oog | |
zelden | visuele stoornis | |
Evenwichtsorgaan‑ en ooraandoeningen | ||
soms | Vertigo | |
Hartaandoeningen | ||
soms | myocardinfarct, angina pectoris, QT‑verlenging op elektrocardiogram, tachycardie | |
zelden | acuut myocardinfarct, sinusbradycardie, hartkloppingen | |
Bloedvataandoeningen | ||
soms | hypertensie, blozen | |
Ademhalingsstelsel‑, borstkas‑ en mediastinumaandoeningen | ||
soms | dyspneu, hoesten, epistaxis, irritatie van de keel | |
zelden | Rinorroe | |
Maagdarmstelselaandoeningen | ||
zeer vaak | diarree | |
vaak | braken, nausea, buikpijn, gestegen serumamylase, dyspepsie, opgezette buik, flatulentie | |
soms | pancreatitis, gastritis, gastro‑oesofageale refluxziekte, afteuze stomatitis, kokhalzen, droge mond, abdominaal ongemak, obstipatie, toegenomen lipase, oprispingen, orale dysesthesie | |
zelden | stomatitis, hematemese, cheilitis, droge lip, beslagen tong | |
Lever‑ en galaandoeningen | ||
vaak | gestegen alanine‑aminotransferase | |
soms | hepatitis, cytolytische hepatitis, hepatische steatose, hepatomegalie, gestegen transaminase, gestegen aspartaataminotransferase, gestegen serumbilirubine, gestegen serum‑alkalische fosfatase, gestegen gamma‑glutamyltransferase | |
Huid‑ en onderhuidaandoeningen | ||
vaak | rash (waaronder maculaire, maculopapulaire, papulaire en erythemateuze en jeukende uitslag), pruritus | |
soms | angio‑oedeem, gegeneraliseerde rash, allergische dermatitis, netelroos, eczeem, erytheem, hyperhidrosis, nachtelijk zweten, alopecia, acne, droge huid, nagelpigmentatie | |
zelden | DRESS, stevens‑johnsonsyndroom, erythema multiforme, dermatitis, seborroïsche dermatitis, huidletsel, xeroderma | |
niet bekend | toxische epidermale necrolyse, acuut gegeneraliseerd pustuleus exantheem | |
Skeletspierstelsel‑ en bindweefselaandoeningen | ||
soms | myalgie, osteonecrose, spierspasmen, spierzwakte, artralgie, pijn in extremiteit, osteoporose, gestegen serumcreatinefosfokinase | |
zelden | musculoskeletale stijfheid, artritis, gewrichtsstijfheid | |
Nier‑ en urinewegaandoeningen | ||
soms | acuut nierfalen, nierfalen, nefrolithiase, toegenomen creatininemie, proteïnurie, bilirubinurie, dysurie, nocturie, pollakisurie | |
zelden | verminderde renale creatinineklaring | |
zelden | kristal-nefropathie§ | |
Voortplantingsstelsel‑ en borstaandoeningen | ||
soms | erectiele disfunctie, gynecomastie | |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | ||
vaak | asthenie, vermoeidheid | |
soms | koorts, pijn op de borst, perifeer oedeem, malaise, zich warm voelen, prikkelbaarheid, pijn | |
zelden | koude rillingen, vreemd gevoel, xerosis | |
§ Bijwerking waargenomen in de post‑marketingsetting. Op basis van de guideline on Summary of Product Characteristics (Revision 2, September 2009), werd de frequentie van deze bijwerking in de post‑marketingsetting vastgesteld met gebruik van de ‘Regel van 3’. | ||
Bijwerkingen waargenomen met darunavir/cobicistat bij volwassen patiënten
Systeem/orgaanklasse volgens MedDRA | Bijwerking | |
Immuunsysteemaandoeningen | ||
vaak | (geneesmiddel)overgevoeligheid | |
soms | immuunreconstitutie‑ontstekingssyndroom | |
Voedings‑ en stofwisselingsstoornissen | ||
vaak | anorexie, diabetes mellitus, hypercholesterolemie, hypertriglyceridemie, hyperlipidemie | |
Psychische stoornissen | ||
vaak | abnormale dromen | |
Zenuwstelselaandoeningen | ||
zeer vaak | hoofdpijn | |
Maagdarmstelselaandoeningen | ||
zeer vaak | diarree, nausea | |
vaak | braken, abdominale pijn, abdominale distensie, dyspepsie, flatulentie, pancreasenzymen verhoogd | |
soms | acute pancreatitis | |
Lever‑ en galaandoeningen | ||
vaak | leverenzym verhoogd | |
soms | hepatitis*, cytolytische hepatitis* | |
Huid‑ en onderhuidaandoeningen | ||
zeer vaak | rash (waaronder maculaire, maculopapulaire, papulaire, erythemateuze, jeukende rash, gegeneraliseerde rash en allergische dermatitis) | |
vaak | angio-oedeem, pruritus, urticaria | |
zelden | geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen*, stevens‑johnsonsyndroom* | |
niet bekend | toxische epidermale necrolyse*, acuut gegeneraliseerd pustuleus exantheem* | |
Skeletspierstelsel‑ en bindweefselaandoeningen | ||
vaak | Myalgie | |
soms | osteonecrose* | |
Nier‑ en urinewegaandoeningen | ||
zelden | kristal-nefropathie*§ | |
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | ||
soms | gynecomastie* | |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | ||
vaak | vermoeidheid | |
soms | Asthenie | |
Onderzoeken | ||
vaak | bloedcreatinine verhoogd | |
* Deze bijwerkingen zijn niet gemeld in klinisch onderzoek met darunavir/cobicistat, maar zijn opgemerkt tijdens behandeling met darunavir/ritonavir en zouden ook met darunavir/cobicistat kunnen worden verwacht. | ||
Beschrijving van enkele specifieke bijwerkingen
Rash
Rash was in klinische studies meestal licht tot matig, trad vaak op binnen de eerste vier behandelweken en verdween bij voortzetting van de inname. Bij ernstige huidreactie, zie de waarschuwing in rubriek 4.4. In een eenarmige studie waarin darunavir 800 mg eenmaal daags in combinatie met cobicistat 150 mg eenmaal daags en andere antiretrovirale middelen werd onderzocht, stopte 2,2% van de patiënten met de behandeling als gevolg van rash.
Tijdens het klinische ontwikkelingsprogramma van raltegravir bij voorbehandelde patiënten werd rash, ongeacht de oorzaak, vaker gezien bij behandelingen met PREZISTA/ritonavir + raltegravir in vergelijking met die met PREZISTA/ritonavir zonder raltegravir of raltegravir zonder PREZISTA/ritonavir. Rash door de onderzoeker beoordeeld als geneesmiddelgerelateerd, kwam in vergelijkbare mate voor. Het aantal voor blootstelling gecorrigeerde gevallen van rash (alle oorzaken) was respectievelijk 10,9, 4,2 en 3,8 per 100 patiëntjaren; voor geneesmiddelgerelateerde rash was dit respectievelijk 2,4, 1,1 en 2,3 per 100 patiëntjaren. De in klinische studies waargenomen rash was mild tot matig ernstig en leidde niet tot beëindiging van de behandeling (zie rubriek 4.4).
Metabole parameters
Het gewicht en de serumlipiden- en bloedglucosespiegels kunnen toenemen tijdens antiretrovirale behandeling (zie rubriek 4.4).
Afwijkingen in het bewegingsapparaat
Een toename van CPK, myalgie, myositis en, in zeldzame gevallen, rabdomyolyse, zijn gemeld bij gebruik van proteaseremmers, vooral in combinatie met NRTI’s.
Gevallen van osteonecrose zijn gemeld, vooral bij patiënten met algemeen bekende risicofactoren, een gevorderde hiv‑ziekte of langdurige blootstelling aan een antiretrovirale combinatietherapie (ARCT). De frequentie hiervan is niet bekend (zie rubriek 4.4).
Immuunreconstitutie‑ontstekingssyndroom
Bij hiv‑patiënten met ernstige immuundeficiëntie kan bij de start van de antiretrovirale combinatietherapie (ARCT) een ontstekingsreactie optreden tegen asymptomatische of residuele opportunistische infecties. Auto‑immuunziekten (zoals de ziekte van Graves en auto‑immuunhepatitis) zijn ook gerapporteerd; de gerapporteerde tijd tot het begin van de ziekte is echter variabeler en deze bijwerkingen kunnen vele maanden na het starten van de behandeling optreden (zie rubriek 4.4).
Bloedingen bij hemofiliepatiënten
Er zijn meldingen geweest van toegenomen spontane bloeding bij hemofiliepatiënten die antiretrovirale proteaseremmers kregen (zie rubriek 4.4).
Pediatrische patiënten
De beoordeling van de veiligheid van PREZISTA met ritonavir bij pediatrische patiënten is gebaseerd op de 48‑weken‑analyse van veiligheidsgegevens uit drie Fase II‑studies. De volgende patiëntenpopulaties werden geëvalueerd (zie rubriek 5.1):
- 80 ART‑voorbehandelde, hiv‑1‑geïnfecteerde pediatrische patiënten van 6 tot 17 jaar met een lichaamsgewicht van ten minste 20 kg die PREZISTA tabletten kregen toegediend samen met een lage dosis ritonavir tweemaal daags in combinatie met andere antiretrovirale middelen.
- 21 ART‑voorbehandelde, hiv‑1‑geïnfecteerde pediatrische patiënten in de leeftijd van 3 tot < 6 jaar en met een lichaamsgewicht van 10 kg tot < 20 kg (16 deelnemers van 15 kg tot < 20 kg) die PREZISTA suspensie voor oraal gebruik kregen toegediend met een lage dosis ritonavir tweemaal daags in combinatie met andere antiretrovirale middelen.
- 12 ART‑naïeve hiv‑1‑geïnfecteerde pediatrische patiënten van 12 tot 17 jaar en met een lichaamsgewicht van ten minste 40 kg die PREZISTA tabletten kregen toegediend samen met een lage dosis ritonavir eenmaal daags in combinatie met andere antiretrovirale middelen (zie rubriek 5.1).
In het algemeen was het veiligheidsprofiel bij deze pediatrische patiënten vergelijkbaar met het veiligheidsprofiel waargenomen bij de volwassen populatie.
De beoordeling van de veiligheid van PREZISTA met cobicistat bij pediatrische patiënten werd onderzocht bij adolescenten van 12 tot minder dan 18 jaar met een lichaamsgewicht van ten minste 40 kg in de klinische studie GS‑US‑216‑0128 (voorbehandelde patiënten, met virale suppressie, N=7). Veiligheidsanalyses van deze studie bij adolescenten brachten geen nieuwe veiligheidsproblemen aan het licht in vergelijking met het reeds bekende veiligheidsprofiel van darunavir en cobicistat bij volwassenen.
Andere bijzondere populaties
Patiënten die eveneens geïnfecteerd zijn met het hepatitis B‑ en/of het hepatitis C‑virus
Van de 1.968 voorbehandelde patiënten die PREZISTA samen toegediend kregen met ritonavir (600/100 mg tweemaal daags), hadden 236 patiënten tevens een hepatitis B‑ of C‑ infectie. Patiënten met dergelijke co‑infecties hadden zowel bij het begin van het onderzoek als na het starten met de medicatie een grotere kans op verhoogde spiegels van levertransaminase dan patiënten zonder chronische virale hepatitis (zie rubriek 4.4).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, Afdeling Vigilantie
Postbus 97
1000 BRUSSEL Madou
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg.be
Nederland
Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb
Website: www.lareb.nl
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Janssen‑Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B‑2340 Beerse
België
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
PREZISTA 400 mg filmomhulde tabletten
EU/1/06/380/003
PREZISTA 800 mg filmomhulde tabletten
EU/1/06/380/007 ‑ 30 filmomhulde tabletten
EU/1/06/380/008 ‑ 90 filmomhulde tabletten (3 x 30)
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
10/11/2022
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2999852 | PREZISTA 800 MG COMP 30 X 800 MG | J05AE10 | € 173,07 | - | Ja | € 2 | € 1 |