SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
EDURANT 25 mg filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke filmomhulde tablet bevat rilpivirinehydrochloride, overeenkomend met 25 mg rilpivirine.
Hulpstof met bekend effect
Elke filmomhulde tablet bevat 56 mg lactosemonohydraat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet
Witte tot gebroken witte, ronde, biconvexe filmomhulde tablet met een diameter van 6,4 mm met aan een kant de inscriptie ‘TMC’ en aan de andere kant ‘25’.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
EDURANT, samen toegediend met andere antiretrovirale geneesmiddelen, is geïndiceerd voor de behandeling van een infectie met het humaan immunodeficiëntievirus‑1 (hiv‑1) bij volwassenen en pediatrische patiënten met een gewicht van ten minste 25 kg zonder bekende mutaties die gepaard gaan met resistentie tegen de klasse van non-nucleaside reversetranscriptaseremmers (NNRTI) en met een viral load ≤ 100.000 hiv‑1 RNA kopieën/ml (zie rubrieken 4.4 en 5.1).
Het gebruik van EDURANT dient geleid te worden door onderzoek op genotyperesistentie (zie rubrieken 4.4 en 5.1).
4.2 Dosering en wijze van toediening
De therapie moet worden ingesteld door een arts met ervaring in de behandeling van hiv‑infecties.
Dosering
De aanbevolen dosering voor EDURANT bij volwassen en pediatrische patiënten met een gewicht van ten minste 25 kg is één tablet van 25 mg, eenmaal daags in te nemen. EDURANT moet worden ingenomen bij een maaltijd (zie rubriek 5.2).
Dispergeerbare tabletten
EDURANT is ook beschikbaar als 2,5 mg dispergeerbare tabletten voor pediatrische patiënten vanaf 2 jaar tot jonger dan 18 jaar met een gewicht van ten minste 14 kg en minder dan 25 kg. De aanbevolen dosering van EDURANT bij deze pediatrische patiënten wordt gebaseerd op het lichaamsgewicht. Er is een verschil in biologische beschikbaarheid waargenomen na inname van 1 x 25 mg filmomhulde tablet versus inname van 10 x 2,5 mg dispergeerbare tabletten; daarom kunnen ze niet onderling worden gewisseld.
Aanpassing van de dosis
Voor patiënten die gelijktijdig rifabutine krijgen, dient de dosis van EDURANT te worden verhoogd naar 50 mg (twee tabletten van elk 25 mg), eenmaal daags in te nemen. Wanneer de gelijktijdige toediening van rifabutine wordt gestopt, dient de dosis van EDURANT te worden verlaagd naar 25 mg eenmaal daags (zie rubriek 4.5).
Vergeten dosis
Als de patiënt een dosis van EDURANT vergeet en dat bemerkt binnen 12 uur na het tijdstip dat deze gebruikelijk wordt genomen, moet de patiënt het geneesmiddel zo spoedig mogelijk met een maaltijd innemen en vervolgens het gebruikelijke innameschema hervatten. Als een patiënt meer dan 12 uur te laat merkt dat er een dosis is vergeten, mag de patiënt de vergeten dosis niet innemen, maar moet het normale innameschema worden hervat.
Als een patiënt binnen 4 uur na inname van het geneesmiddel heeft overgegeven, moet een nieuwe EDURANT tablet worden ingenomen, met een maaltijd. Als een patiënt later dan 4 uur na inname van EDURANT heeft overgegeven, hoeft de patiënt geen extra dosis van het geneesmiddel in te nemen tot de volgende inname volgens het normale schema.
Bijzondere populaties
Ouderen
Er is beperkte informatie over het gebruik van EDURANT bij patiënten ouder dan 65 jaar. Bij oudere patiënten is geen dosisaanpassing van EDURANT nodig (zie rubriek 5.2). Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van EDURANT bij deze populatie.
Nierinsufficiëntie
EDURANT is voornamelijk onderzocht bij patiënten met een normale nierfunctie. Er is geen dosisaanpassing van rilpivirine vereist bij patiënten met lichte of matige nierinsufficiëntie. Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van rilpivirine bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie of terminale nierziekte. Bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie of terminale nierziekte mag de combinatie van rilpivirine met een sterke CYP3A‑remmer (bijvoorbeeld een met ritonavir gebooste hiv‑proteaseremmer) alleen worden gebruikt als de voordelen opwegen tegen de risico’s (zie rubriek 5.2).
Behandeling met rilpivirine leidde snel tot een geringe verhoging van de gemiddelde serumcreatininespiegels. Deze verhoging bleef stabiel in de tijd en wordt niet als klinisch relevant beschouwd (zie rubriek 4.8).
Leverinsufficiëntie
Er is beperkte informatie over het gebruik van EDURANT bij patiënten met milde of matige leverinsufficiëntie (Child‑Pugh score A of B). Er is geen dosisaanpassing van EDURANT vereist bij patiënten met milde of matige leverinsufficiëntie. Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van EDURANT bij patiënten met matige leverinsufficiëntie. EDURANT is niet onderzocht bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (Child‑Pugh score C). Daarom wordt EDURANT niet aanbevolen bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (zie rubriek 5.2).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van EDURANT bij kinderen jonger dan 2 jaar of met een gewicht van minder dan 14 kg zijn niet vastgesteld.
Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Zwangerschap
Tijdens de zwangerschap zijn lagere blootstellingsniveaus aan rilpivirine waargenomen. Derhalve dient de viral load nauwlettend te worden gevolgd. Als alternatief kan worden overwogen over te stappen naar een ander ART-schema (zie rubriek 4.4, 4.6, 5.1 en 5.2).
Wijze van toediening
EDURANT moet oraal worden ingenomen, eenmaal daags, met een maaltijd (zie rubriek 5.2). Het wordt aanbevolen de filmomhulde tablet in zijn geheel met water door te slikken en niet te kauwen of te pletten.
4.3 Contra‑indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
EDURANT mag niet tegelijk worden toegediend met de volgende geneesmiddelen, aangezien er significante daling kan optreden in de plasmaconcentraties van rilpivirine (als gevolg van inductie van het CYP3A‑enzym of door verhoging van de pH in de maag). Dit kan leiden tot verlies van therapeutisch effect van EDURANT (zie rubriek 4.5):
- de anti‑epileptica carbamazepine, oxcarbazepine, fenobarbital, fenytoïne
- de antimycobacteriële middelen rifampicine, rifapentine
- protonpompremmers, zoals omeprazol, esomeprazol, lansoprazol, pantoprazol, rabeprazol
- het systemische glucocorticoïd dexamethason, behalve als een eenmalige dosis
- sint‑janskruid (Hypericum perforatum).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Tijdens het klinisch ontwikkelingsprogramma (1.368 patiënten in de gecontroleerde fase 3‑studies TMC278‑C209 (ECHO) en TMC278‑C215 (THRIVE)) kreeg 55,7% van de patiënten te maken met ten minste één bijwerking (zie rubriek 5.1). De meest frequent gemelde bijwerkingen (≥ 2%) die ten minste van matige intensiteit waren, zijn depressie (4,1%), hoofdpijn (3,5%), insomnia (3,5%), rash (2,3%), en abdominale pijn (2,0%). De meest frequente ernstige behandelinggerelateerde bijwerkingen werden gemeld in 7 (1,0%) patiënten die rilpivirine ontvingen. De mediane blootstellingsduur voor patiënten in de arm met rilpivirine en in de arm met efavirenz was respectievelijk 104,3 en 104,1 weken. De meeste bijwerkingen traden op in de eerste 48 weken van de behandeling.
Bepaalde klinische laboratoriumafwijkingen (graad 3 of graad 4) die na het begin van de behandeling waren ontstaan, beschouwd worden als bijwerkingen en gemeld werden bij patiënten behandeld met EDURANT, waren pancreasamylase verhoogd (3,8%), verhoogde ASAT (2,3%), verhoogd ALAT (1,6%), LDL‑cholesterol verhoogd (nuchter, 1,5%), witte bloedceltelling verlaagd (1,2%), lipase verhoogd (0,9%), bilirubine verhoogd (0,7%), triglyceriden verhoogd (nuchter, 0,6%), hemoglobine verlaagd (0,1%), plaatjestelling verlaagd (0,1%), en totaal cholesterol verhoogd (nuchter, 0,1%).
Samenvattende tabel van bijwerkingen
Bijwerkingen gemeld bij volwassen patiënten die werden behandeld met rilpivirine, zijn samengevat in Tabel 2. De bijwerkingen zijn aangegeven per systeem/orgaanklasse (SOC) en frequentie. De frequentiecategorieën zijn als volgt gedefinieerd: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100 tot < 1/10) en soms (≥ 1/1.000 tot < 1/100). Binnen iedere frequentiegroep zijn de bijwerkingen gerangschikt naar afnemende frequentie.
Tabel 2: Bijwerkingen gemeld bij ART‑naïeve hiv‑1‑geïnfecteerde volwassen patiënten die werden behandeld met rilpivirine | ||
Systeem/Orgaanklasse (SOC) | Frequentie | Bijwerkingen |
Bloed‑ en lymfestelselaandoeningen | vaak | witte bloedceltelling verlaagd |
Immuunsysteemaandoeningen | soms | immuunreactiveringssyndroom |
Voedings‑ en stofwisselingsstoornissen | zeer vaak | totaal cholesterol verhoogd (nuchter) |
vaak | verminderde eetlust | |
Psychische stoornissen | zeer vaak | insomnia |
vaak | abnormale dromen | |
Zenuwstelselaandoeningen | zeer vaak | hoofdpijn |
vaak | somnolentie | |
Maag-darmstelselaandoeningen | zeer vaak | nausea |
vaak | abdominale pijn | |
Lever‑ en galaandoeningen | zeer vaak | transaminasen verhoogd |
vaak | bilirubine verhoogd | |
Huid‑ en onderhuidaandoeningen | vaak | rash |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | vaak | vermoeidheid |
BR=background regimen | ||
Laboratoriumafwijkingen
In de rilpivirine‑arm in de analyse van week 96 van de fase 3‑studies ECHO en THRIVE was de gemiddelde afwijking ten opzichte van het begin van de studie (baseline) in totaal cholesterol (nuchter) 5 mg/dl, in HDL‑cholesterol (nuchter) 4 mg/dl, in LDL‑cholesterol (nuchter) 1 mg/dl, en in triglyceriden (nuchter) ‑7 mg/dl.
Beschrijving van enkele specifieke bijwerkingen
Immuunreactiveringssyndroom
Bij hiv‑patiënten met ernstige immuundeficiëntie bij de start van de antiretrovirale combinatietherapie (ARCT) kan een ontstekingsreactie optreden tegen asymptomatische of residuele opportunistische infecties. Auto‑immuunziekten (zoals de ziekte van Graves en auto‑immuunhepatitis) zijn ook gerapporteerd; de gerapporteerde tijd tot het begin van de ziekte is echter variabeler en deze bijwerkingen kunnen vele maanden na het starten van de behandeling optreden (zie rubriek 4.4).
Pediatrische patiënten (vanaf 12 jaar en jonger dan 18 jaar)
TMC278-C213 Cohort 1
De evaluatie van de veiligheid is gebaseerd op de analyse van gegevens op week 48 van cohort 1 van de eenarmige open-label fase 2-studie TMC278‑C213, waarin 36 met hiv‑1 geïnfecteerde ART‑naïeve adolescente patiënten met een lichaamsgewicht van minstens 32 kg rilpivirine ontvingen (25 mg eenmaal daags) in combinatie met andere antiretrovirale middelen (zie rubriek 5.1). De mediane blootstellingsduur voor patiënten was 63,5 weken. Er waren geen patiënten die omwille van bijwerkingen met de behandeling stopten. Er werden geen nieuwe bijwerkingen vastgesteld ten opzichte van die die bij volwassenen worden gezien.
De meeste bijwerkingen waren van graad 1 of 2. De meest voorkomende bijwerkingen gemeld in cohort 1 van de studie TMC278-C213 (alle graden, 10% of vaker) waren hoofdpijn (19,4%), depressie (19,4%), somnolentie (13,9%) en nausea (11,1%). Er werden geen graad 3‑4 laboratoriumafwijkingen voor ASAT/ALAT of graad 3‑4 bijwerkingen van verhoogd transaminase gemeld.
Er waren geen nieuwe zorgelijke waarnemingen betreffende de veiligheid in de analyse van week 240 van cohort 1 van de TMC278-C213-studie bij adolescenten.
Pediatrische patiënten (vanaf 2 jaar en jonger dan 12 jaar)
TMC278-C213 Cohort 2
Cohort 2 van de eenarmige open-label fase 2-studie TMC278-C213 was opgezet om de veiligheid te evalueren van de aan het gewicht aangepaste doses rilpivirine 12,5, 15 en 25 mg eenmaal daags bij hiv-1-geïnfecteerde patiënten die niet eerder met antiretrovirale therapie behandeld waren (vanaf 6 jaar en jonger dan 12 jaar en met een gewicht van ten minste 17 kg) (zie rubriek 5.1). De mediane blootstellingsduur voor patiënten in de analyse in week 48 (inclusief studie-extensie na week 48) was 69,5 (range 35 tot 218) weken.
Alle bijwerkingen waren licht of matig. Bijwerkingen gemeld bij ten minste 2 deelnemers, ongeacht de ernst, waren: verminderde eetlust (3/18, 16,7%), braken (2/18, 11,1%), ALAT verhoogd (2/18, 11,1%), ASAT verhoogd (2/18, 11,1%) en rash (2/18, 11,1%). Er waren geen patiënten die omwille van bijwerkingen met de behandeling stopten. Er werden geen nieuwe bijwerkingen vastgesteld ten opzichte van die die bij volwassenen worden gezien.
TMC278HTX2002
De eenarmige open-label fase 2-studie TMC278HTX2002 was opgezet om de veiligheid te evalueren van de aan het gewicht aangepaste doses rilpivirine 12,5, 15 en 25 mg eenmaal daags bij hiv-1 geïnfecteerde patiënten bij wie het virus onderdrukt is (vanaf 2 jaar en jonger dan 12 jaar en met een gewicht van ten minste 10 kg) (zie rubriek 5.1). De mediane blootstellingsduur voor patiënten in de analyse in week 48 was 48,4 (range 47 tot 52) weken.
Alle bijwerkingen waren licht of matig van ernst. Bijwerkingen gemeld bij ten minste 2 deelnemers, ongeacht de ernst, waren: braken (4/26, 15,4%), abdominale pijn (3/26, 11,5%), nausea (2/26, 7,7%), ALAT verhoogd (3/26, 11,5%), ASAT verhoogd (2/26, 7,7%) en verminderde eetlust (2/26, 7,7%). Er waren geen patiënten die omwille van bijwerkingen met de behandeling stopten. Er werden geen nieuwe bijwerkingen vastgesteld ten opzichte van die die bij volwassenen worden gezien.
De veiligheid en werkzaamheid van rilpivirine bij kinderen jonger dan 2 jaar of met een gewicht van minder dan 14 kg zijn niet vastgesteld.
Andere bijzondere populaties
Patiënten met een co‑infectie met het hepatitis B‑ en/of het hepatitis C‑virus
Bij patiënten die rilpivirine ontvingen en tegelijkertijd een infectie hadden met het hepatitis B‑ of C‑virus, was de incidentie van verhoogde leverenzymen hoger dan bij patiënten die rilpivirine ontvingen en geen co‑infectie hadden. In de efavirenz‑arm werd hetzelfde waargenomen. De farmacokinetische blootstelling aan rilpivirine in patiënten met een co‑infectie was vergelijkbaar met die bij patiënten zonder co‑infectie.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
E-mail: adr@fagg-afmps.be
Nederland
Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb
Website: www.lareb.nl
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Janssen‑Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B‑2340 Beerse
België
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/11/736/001
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
19/09/2024
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau https://www.ema.europa.eu.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2899383 | EDURANT FILMOMH TABL 30 X 25 MG | J05AG05 | € 259,97 | - | Ja | € 2 | € 1 |