1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
APOMORPHINE HCl STEROP 5 mg/1 ml oplossing voor injectie / infusie
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke 1 ml ampul bevat 4,40 mg apomorfine. Dit komt overeen met 5 mg apomorfinehydrochloride.
Hulpstof met bekend effect: Natriummetabisulfiet (E223) 1 mg/1 ml.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie / infusie (Injectie/Infusie).
Waterige, heldere, kleurloze tot geelachtige oplossing, vrij van zichtbare deeltjes.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Behandeling van motorische fluctuaties ('on-off' fenomeen) bij patiënten met de ziekte van Parkinson, die niet voldoende reageren op orale anti-Parkinson medicatie.
APOMORPHINE HCl STEROP is geïndiceerd voor gebruik bij volwassenen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Selectie van patiënten die in aanmerking komen voor injecties met APOMORPHINE HCl STEROP:
Patiënten die geselecteerd worden voor behandeling met APOMORPHINE HCl STEROP moeten het begin van hun ‘off’-symptomen kunnen herkennen en in staat zijn om zichzelf te injecteren of anders een verantwoordelijke verzorger hebben die in staat is om voor hen te injecteren als dat nodig is.
Patiënten die met apomorfine worden behandeld, moeten doorgaans ten minste twee dagen voorafgaand aan het begin van de behandeling op domperidon worden ingesteld. De dosis domperidon moet naar de laagste effectieve dosis worden getitreerd en zo snel mogelijk worden stopgezet. Alvorens wordt besloten om behandeling met domperidon en apomorfine in te stellen, moeten de risicofactoren voor verlenging van de QT-tijd bij elke patiënt afzonderlijk zorgvuldig worden beoordeeld om te verzekeren dat het voordeel opweegt tegen het risico (zie rubriek 4.4).
De behandeling met apomorfine dient te worden begonnen in de gecontroleerde omgeving van een gespecialiseerde kliniek. De patiënt dient onder toezicht te staan van een arts met ervaring met de behandeling van de ziekte van Parkinson (een neuroloog bijvoorbeeld). De behandeling van de patiënt met levodopa, met of zonder dopamineagonisten, dient te worden geoptimaliseerd voordat wordt begonnen met de behandeling met
APOMORPHINE HCl STEROP.
Dosering
Volwassenen
Continue infusie
Bij patiënten die een goede 'on' periode reactie vertoonden gedurende de startfase van de apomorfinetherapie, maar bij wie de totale controle met intermitterende injecties onbevredigend blijft, of die veel en frequente injecties (meer dan 10 per dag) nodig hebben, kunnen als volgt beginnen met, of overstappen op continue subcutane infusie met een minipomp en/of spuitpomp:
Continue infusie wordt begonnen met een snelheid van 1 mg apomorfine HCl (0,2 ml) per uur waarna deze naargelang de individuele respons wordt verhoogd. De infusiesnelheid mag niet met meer dan 0,5 mg per uur worden verhoogd en tussen twee verhogingen dient tenminste 4 uur te verstrijken. De infusiesnelheid per uur kan variëren van 1 mg tot 4 mg (van 0,2 ml tot 0,8 ml), wat overeenkomt met 0,015 – 0,06 mg/kg/uur. De infusie mag uitsluitend lopen als de patiënt wakker is. Infusies van 24 uur worden afgeraden tenzij de patiënt ’s nachts ernstige problemen heeft. Gewenning aan de behandeling lijkt niet op te treden zolang er 's nachts een periode is van tenminste 4 uur zonder behandeling. Om de 12 uur dient in elk geval een andere infusieplaats te worden gekozen.
Mogelijk moeten patiënten hun continue infusie, indien nodig en zoals daartoe opgedragen door hun arts, aanvullen met intermitterende bolusinjecties.
Tijdens continue infusie kan een verlaging van de dosering van andere dopamineagonisten worden overwogen.
Bepalen van de drempeldosering
De aangewezen dosering voor elke patiënt wordt vastgesteld middels oplopende doseringsschema’s.
Het volgende schema wordt voorgesteld:
1 mg apomorfine HCl (0,2 ml), dat is ongeveer 15-20 µg/kg, kan subcutaan worden geïnjecteerd tijdens een hypokinetische oftewel ‘off’-periode waarna de patiënt gedurende 30 minuten wordt geobserveerd om te zien of er een motorische respons komt.
Ontbreekt een respons of is deze onvoldoende, dan wordt een tweede dosis van 2 mg apomorfine HCl (0,4 ml) subcutaan geïnjecteerd waarna de patiënt opnieuw gedurende 30 minuten wordt geobserveerd om te zien of er een voldoende respons komt.
De dosis kan bij iedere volgende injectie worden verhoogd met tussen twee injecties een tijdsduur van tenminste veertig minuten totdat een bevredigende motorische respons wordt verkregen.
Behandeling instellen
Eens de aangewezen dosering is vastgesteld, kan bij de eerste tekenen van een 'off'-episode één subcutane injectie worden gegeven in de onderbuik of het bovenbeen aan de buitenkant. Het kan niet worden uitgesloten dat de absorptie bij één en dezelfde persoon verschilt afhankelijk van de injectieplaats. De patiënt dient bijgevolg gedurende het daaropvolgende uur te worden geobserveerd om de kwaliteit van zijn/haar respons op de behandeling te beoordelen. Afhankelijk van de respons van de patiënt kan de dosering worden gewijzigd.
De optimale dosering apomorfinehydrochloride verschilt van persoon tot persoon, maar als die eenmaal is bepaald, blijft die voor elke patiënt relatief constant.
Voorzorgsmaatregelen bij continue behandeling
De dagelijkse dosering APOMORPHINE HCl STEROP loopt van patiënt tot patiënt sterk uiteen en ligt doorgaans ergens tussen de 3 mg en 30 mg, welke dosering als 1 tot 10 injecties en soms zelfs 12 afzonderlijke injecties per dag wordt gegeven.
Aanbevolen wordt dat de totale dagelijkse dosering apomorfine HCl de 100 mg niet overschrijdt en dat individuele bolusinjecties de 10 mg niet overschrijden.
Bij klinische onderzoeken is het meestal wel mogelijk gebleken om de dosering levodopa enigszins te verlagen. Het effect hiervan loopt van patiënt tot patiënt aanzienlijk uiteen en moet zorgvuldig door een ervaren arts worden bepaald.
Als de behandeling eenmaal is ingesteld, kan de behandeling met domperidon geleidelijk worden verlaagd bij sommige patiënten maar slechts bij enkele kan deze behandeling helemaal achterwege blijven zonder dat zij nog moeten braken of hypotensie hebben.
Pediatrische patiënten
APOMORPHINE HCl STEROP is gecontra-indiceerd voor gebruik bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar (zie rubriek 4.3).
Ouderen
Ouderen zijn goed vertegenwoordigd in de populatie van patiënten met de ziekte van Parkinson en vormen een groot deel van de patiënten die worden bestudeerd in klinische trials van apomorfine. De behandeling van oudere patiënten die worden behandeld met apomorfine, verschilde niet van die van jongere patiënten. Extra voorzichtigheid is echter geboden bij aanvang van de therapie bij oudere patiënten vanwege het risico van posturale hypotensie.
Verminderde nierfunctie
Voor patiënten met een verminderde nierfunctie (zie rubriek 4.4) kan een soortgelijk doseringsschema worden gevolgd als dat wordt aanbevolen voor volwassen en ouderen.
Verminderde leverfunctie
APOMORPHINE HCl STEROP is gecontra-indiceerd voor gebruik bij patiënten met leverinsufficiëntie (zie rubriek 4.3).
Wijze van toediening
Het is aanbevolen om contact met de huid te vermijden door handschoenen te dragen, wegens het risico op allergische contactdermatitis (zie rubrieken 4.4 en 4.8).
Dit geneesmiddel is bestemd voor subcutaan gebruik middels intermitterende bolusinjectie en kan ook worden toegediend als een continue subcutane infusie met behulp van een minipomp en/of spuitpomp (zie rubriek 6.6).
Apomorfine mag niet via intraveneuze weg worden toegediend.
Niet gebruiken als de oplossing groen is verkleurd. Inspecteer de oplossing visueel voorafgaand aan gebruik. Uitsluitend heldere en kleurloze oplossingen mogen worden gebruikt (zie rubriek 6.6).
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Leverinsufficiëntie.
- Zwakbegaafdheid.
- Depressie van het centrale zenuwstelsel.
- Verwardheid.
- Dementie
- Psychotische ziekten.
- Ademhalingsdepressie.
- Kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar.
- Gelijktijdig gebruik met ondansetron (zie rubriek 4.5)
- Een behandeling met apomorfine.HCl mag niet worden toegediend aan patiënten die een ‘on’-respons hebben op levodopa die wordt verstoord door ernstige dyskinesie of dystonie.
4.8 Bijwerkingen
Mogelijke bijwerkingen van apomorfine worden hieronder gepresenteerd per orgaansysteem en naargelang hun frequentie ingedeeld. De frequenties worden als volgt bepaald: zeer vaak (≥ 1/10) ; vaak (≥ 1/100, < 1/10) ; soms (≥ 1/1 000, < 1/100) ; zelden (≥ 1/10 000, < 1/1000) ; zeer zelden (< 1/10 000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
gastrointestinal disturbance, flushing of the face, headache, malaise, drowsiness, skin rash, sweating, orthostatic hypotension, and dizziness. Jaundice, eosinophilia, and signs of altered liver function may occur, sometimes due to hypersensitivity
Orgaansysteem | Bijwerkingen | Frequentie |
Bloed- en | Hemolytische anemie en trombocytopenie | Soms |
Eosinofilie | Zelden | |
Immuunsysteemaandoeningen | Vanwege de aanwezigheid van natriummetabisulfiet kunnen zich allergische reacties (waaronder anafylaxie en bronchospasme) voordoen. | Zelden |
|
| |
Psychische stoornissen | Neuropsychiatrische stoornissen (waaronder voorbijgaande lichte verwardheid en visuele hallucinaties) | Vaak |
Hallucinaties | Zeer vaak | |
Agressie, agitatie | Niet bekend | |
Stoornissen in de impulsbeheersing 1 | Niet bekend | |
Zenuwstelselaandoeningen | Voorbijgaande sedatie bij elke dosis apomorfine HCl kan aan het begin van de behandeling optreden; dit verdwijnt gewoonlijk in de loop van de eerste paar weken. | Vaak |
Syncope, depressie van het centrale zenuwstelsel, spierverslapping. | Niet bekend | |
Dyskinesieën tijdens ‘on’-perioden2. | Soms | |
Hoofdpijn. | Niet bekend | |
Hartaandoeningen | Tachycardie | Niet bekend |
Bloedvataandoeningen | Posturale hypotensie is gewoonlijk van voorbijgaande aard (zie rubriek 4.4). | Soms |
Bleekheid. | Niet bekend | |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Gapen | Vaak |
Ademhalingsproblemen3 | Soms | |
Respiratoire depressie | Niet bekend | |
Maagdarmstelselaandoeningen | Misselijkheid en braken, vooral wanneer voor het eerst wordt begonnen met apomorfine, gewoonlijk als gevolg van het niet gebruiken van domperidon (zie rubriek 4.2) | Vaak |
Hypersalivatie, constipatie | Niet bekend | |
Huid- en | Plaatselijke en gegeneraliseerde uitslag | Soms |
Hyperhidrose, allergische contactdermatitis (zie rubrieken 4.2 en 4.4). | Niet bekend | |
|
|
|
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Reacties op de injectieplaats, vooral bij continu gebruik (subcutane knobbels, induratie, erytheem, gevoeligheid en panniculitis) | Zeer vaak |
Necrose en ulceratie op de injectieplaats | Soms | |
Perifeer oedeem, asthenie | Niet bekend | |
Onderzoeken | Positieve Coombs-tests | Soms |
1. Stoornissen in de impulsbeheersing: Pathologisch gokken, verhoogd libido, hyperseksualiteit, compulsief geld uitgeven of koopgedrag, eetbuien en compulsief eetgedrag kan optreden bij patiënten die behandeld worden met dopamine-agonisten, waaronder apomorfine (zie rubriek 4.4).
2. Deze dyskinesieën in sommige gevallen kunnen ernstig zijn en bij enkele patiënten hebben ze mogelijk beëindiging van de behandeling tot gevolg.
3. Ademhalingsproblemen: Apomorfine kan ademhalingsdepressie en tachypnoe veroorzaken bij gebruik van therapeutische doses. Opioïde antagonisten zoals naloxon zullen de ademhalingsdepressie omkeren.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten - Afdeling Vigilantie - Galileelaan 5/03 - 1210 Brussel.
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
LABORATOIRES STEROP NV
Scheutlaan 46-50
1070 Brussel.
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE223395
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
12/2023
Datum van de goedkeuring van de SKP: 01/2024
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0161877 | APOMORPHINE HCL AMP 10X 5MG/1ML | N04BC07 | € 44,2 | - | Ja | - | - |