1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Dehydrobenzperidol 0,5 mg/ml oplossing voor injectie.
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke milliliter van de oplossing bevat 0,5 mg droperidol (1.25 mg/2.5 ml).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie.
Heldere, kleurloze oplossing, vrij van zichtbare deeltjes.
De pH van Dehydrobenzperidol 0,5 mg/ml oplossing voor injectie is 3,0 – 3,8 en heeft een osmolariteit van ongeveer 10 milliosmol/kg water.
Heldere, kleurloze oplossing, vrij van zichtbare deeltjes.
De pH van Dehydrobenzperidol 0,5 mg/ml oplossing voor injectie is 3,0 – 3,8 en heeft een osmolariteit van ongeveer 10 milliosmol/kg water.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
• Preventie en behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken (PONB) bij volwassenen, en als tweede lijn (2 tot 11 jaar), bij kinderen en adolescenten (12 tot 18 jaar).
• Preventie van misselijkheid en braken veroorzaakt door morfine en derivaten gedurende postoperatieve autogecontroleerde pijnstilling bij volwassenen.
Bepaalde voorzorgsmaatregelen zijn noodzakelijk bij het toedienen van droperidol: zie rubrieken 4.2, 4.3 en 4.4.
• Preventie van misselijkheid en braken veroorzaakt door morfine en derivaten gedurende postoperatieve autogecontroleerde pijnstilling bij volwassenen.
Bepaalde voorzorgsmaatregelen zijn noodzakelijk bij het toedienen van droperidol: zie rubrieken 4.2, 4.3 en 4.4.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Voor intraveneus gebruik. Langzaam toedienen (hypotone oplossing).
Preventie en behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken (PONV)
Volwassenen: 0,625 mg tot 1,25 mg (1,25 tot 2,5 ml).
Ouderen (ouder dan 65 jaar): 0,625 mg (1,25 ml)
Lever/nierinsufficiëntie: 0,625 mg (1,25 ml)
Kinderen (2 tot 11 jaar) en adolescenten (12 tot 18 jaar): 10 tot 50 microgram/kg (tot een maximum van 1,25 mg).
Kinderen (onder de 2 jaar): niet aanbevolen
Voor de preventie van postoperatieve misselijkheid en braken (PONV) zijn anti-emetica geïndiceerd voor patiënten met een matig tot hoog risico. Het risico dient beoordeeld te worden met behulp van standaard schalen of scores, bijvoorbeeld de vereenvoudigde Apfel-score.
Toediening van Dehydrobenzperidol is aangeraden 30 minuten voor het te verwachten einde van de operatie. Dosering mag indien nodig elke 6 uur herhaald worden.
Bij volwassenen kan preventie van vroegtijdig braken en late misselijkheid verbeterd worden met doses tussen de 0,75 mg en maximaal 1,25 mg.
Bij volwassenen en kinderen worden hogere doses geassocieerd met een verhoogd risico op verdoving en slaperigheid.
Preventie van misselijkheid en braken veroorzaakt door morfine en derivaten gedurende postoperatieve autogecontroleerde pijnstilling bij volwassenen (PCA).
Volwassenen: 15 tot 50 microgram droperidol per mg morfine tot een maximale dagelijkse dosering van 5 mg droperidol.
Ouderen (ouder dan 65 jaar), lever/nierinsufficiëntie: geen gegevens in PCA beschikbaar.
Kinderen (2 tot 11 jaar) en adolescenten (12 tot 18 jaar): niet geïndiceerd bij PCA.
Continue meting van het zuurstofgehalte in het bloed (pulse oximetrie) moet verricht worden bij patiënten met vermoed risico op ventriculaire ritmestoornissen gedurende 30 minuten na het IV toedienen van een enkele dosis.
Voor instructies over verdunning van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
Zie ook rubrieken 4.3, 4.4 en 5.1.
Preventie en behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken (PONV)
Volwassenen: 0,625 mg tot 1,25 mg (1,25 tot 2,5 ml).
Ouderen (ouder dan 65 jaar): 0,625 mg (1,25 ml)
Lever/nierinsufficiëntie: 0,625 mg (1,25 ml)
Kinderen (2 tot 11 jaar) en adolescenten (12 tot 18 jaar): 10 tot 50 microgram/kg (tot een maximum van 1,25 mg).
Kinderen (onder de 2 jaar): niet aanbevolen
Voor de preventie van postoperatieve misselijkheid en braken (PONV) zijn anti-emetica geïndiceerd voor patiënten met een matig tot hoog risico. Het risico dient beoordeeld te worden met behulp van standaard schalen of scores, bijvoorbeeld de vereenvoudigde Apfel-score.
Toediening van Dehydrobenzperidol is aangeraden 30 minuten voor het te verwachten einde van de operatie. Dosering mag indien nodig elke 6 uur herhaald worden.
Bij volwassenen kan preventie van vroegtijdig braken en late misselijkheid verbeterd worden met doses tussen de 0,75 mg en maximaal 1,25 mg.
Bij volwassenen en kinderen worden hogere doses geassocieerd met een verhoogd risico op verdoving en slaperigheid.
Preventie van misselijkheid en braken veroorzaakt door morfine en derivaten gedurende postoperatieve autogecontroleerde pijnstilling bij volwassenen (PCA).
Volwassenen: 15 tot 50 microgram droperidol per mg morfine tot een maximale dagelijkse dosering van 5 mg droperidol.
Ouderen (ouder dan 65 jaar), lever/nierinsufficiëntie: geen gegevens in PCA beschikbaar.
Kinderen (2 tot 11 jaar) en adolescenten (12 tot 18 jaar): niet geïndiceerd bij PCA.
Continue meting van het zuurstofgehalte in het bloed (pulse oximetrie) moet verricht worden bij patiënten met vermoed risico op ventriculaire ritmestoornissen gedurende 30 minuten na het IV toedienen van een enkele dosis.
Voor instructies over verdunning van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
Zie ook rubrieken 4.3, 4.4 en 5.1.
4.3 Contra-indicaties
Dehydrobenzperidol is gecontra-indiceerd bij patiënten met:
• Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen;
• Overgevoeligheid voor butyrofenonen;
• bekend of vermoed verlengd QT-interval (QTc van > 450 msec bij vrouwen en > 440 msec bij mannen). Dit omvat patiënten met congenitaal lange QT-intervallen, een familiegeschiedenis van congenitale QT-prolongatie en patiënten die concomitent behandeld zijn met medicinale producten met een bekend risico op torsades de pointes door QT-prolongatie (zie rubriek 4.5);
• Hypokaliëmie of hypomagnesiëmie:
• Bradycardie (< 55 slagen per minuut)
• Bestaande gelijktijdige behandeling die tot bradycardie kan leiden;
• Feochromocytoom;
• Comateuze toestand;
• Ziekte van Parkinson;
• Ernstige depressie.
• Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen;
• Overgevoeligheid voor butyrofenonen;
• bekend of vermoed verlengd QT-interval (QTc van > 450 msec bij vrouwen en > 440 msec bij mannen). Dit omvat patiënten met congenitaal lange QT-intervallen, een familiegeschiedenis van congenitale QT-prolongatie en patiënten die concomitent behandeld zijn met medicinale producten met een bekend risico op torsades de pointes door QT-prolongatie (zie rubriek 4.5);
• Hypokaliëmie of hypomagnesiëmie:
• Bradycardie (< 55 slagen per minuut)
• Bestaande gelijktijdige behandeling die tot bradycardie kan leiden;
• Feochromocytoom;
• Comateuze toestand;
• Ziekte van Parkinson;
• Ernstige depressie.
4.8 Bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerkingen gedurende de klinische ervaring zijn slaperigheid en sedatie. Minder vaak zijn hypotensie, hartritmestoornissen, maligne neuroleptica syndroom (NMS) en mogelijke symptomen van NMS met bewegingsstoornissen zoals dyskinesie, met angst of agitatie geconstateerd.
Mogelijke symptomen van NMS werden soms waargenomen d.w.z. temperatuursveranderingen, stijfheid en koorts. Ook zijn mentale veranderingen met verwardheid, agitatie en bewustzijnsveranderingen waargenomen. Autonome instabiliteit kan zich uiten als tachycardie, veranderingen in de bloeddruk, profuus zweten/speekselafscheiding en tremoren. In extreme gevallen kan NMS leiden tot coma of nier- en/of gal-leverproblemen.
Tijdens langdurige blootstelling bij een psychiatrische indicatie zijn geïsoleerde gevallen van amenorroe, gynaecomastie, galactorroe, hyperprolactinemie, oligomenorroe waargenomen en neonatale drug ontwenningsverschijnselen.
Enkele gevallen van veneuze trombo-embolie, waaronder ook gevallen van longembolie en diepe veneuze trombose, werden gemeld na het gebruik van antipsychotica – Frequentie onbekend.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Afdeling Vigiliantie
EUROSTATION II
Victor Hortaplein, 40/40
B-1060 Brussel
Website: www.fagg.be
e-mail: adversedrugreactions@fagg-afmps.be
| Systeem/orgaanklassen | Vaak ≥1/100, <1/10 | Soms ≥1/1000, <1/100 | Zelden ≥>1/10.000, <1/1000 | Zeer zelden <1/10.000 | Onbekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) |
| Bloed- en lymfestelselaandoeningen | Bloeddyscrasie | ||||
| Immuunsysteemaandoeningen | Anafylactische reacties; Angioneurotisch oedeem; Hypersensiviteit | ||||
| Voedings- en stofwisselingsstoornissen | Syndroom van inadequate secretie van antidiuretisch hormoon (SIADH) | ||||
| Psychische stoornissen | Angst; Rusteloosheid/ Akathisie; | Verwarring; Agitatie | Dysforie | Hallucinaties | |
| Zenuwstelselaandoeningen | Slaperigheid | Dystonie; Oculogyre crisis | Extrapiramidale stoornissen; Convulsies; Tremor | Epileptische aanvallen; Parkinson; | |
| Hartaandoeningen | Tachycardie; Duizeligheid | Hartritme stoornissen incl. ventriculaire aritmieën | Hartstilstand; Torsade de pointes; Verlengd QT interval | ||
| Bloedvataandoeningen | Hypotensie | Syncope | |||
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Bronchospasmen; Laryngospasmen | ||||
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Huiduitslag | ||||
| Algemene aandoeningen en toedieningplaats stoornissen | Maligne neuroleptica syndroom (NMS ) | Plotselinge dood |
Mogelijke symptomen van NMS werden soms waargenomen d.w.z. temperatuursveranderingen, stijfheid en koorts. Ook zijn mentale veranderingen met verwardheid, agitatie en bewustzijnsveranderingen waargenomen. Autonome instabiliteit kan zich uiten als tachycardie, veranderingen in de bloeddruk, profuus zweten/speekselafscheiding en tremoren. In extreme gevallen kan NMS leiden tot coma of nier- en/of gal-leverproblemen.
Tijdens langdurige blootstelling bij een psychiatrische indicatie zijn geïsoleerde gevallen van amenorroe, gynaecomastie, galactorroe, hyperprolactinemie, oligomenorroe waargenomen en neonatale drug ontwenningsverschijnselen.
Enkele gevallen van veneuze trombo-embolie, waaronder ook gevallen van longembolie en diepe veneuze trombose, werden gemeld na het gebruik van antipsychotica – Frequentie onbekend.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Afdeling Vigiliantie
EUROSTATION II
Victor Hortaplein, 40/40
B-1060 Brussel
Website: www.fagg.be
e-mail: adversedrugreactions@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Kyowa Kirin Ltd.
Galabank Business Park
Galashiels
TD1 1QH
Verenigd Koninkrijk
Galabank Business Park
Galashiels
TD1 1QH
Verenigd Koninkrijk
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE401624
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Datum van goedkeuring: 05/2016
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2989044 | DEHYDROBENZPERIDOL 1,25MG/2,5 ML IV AMP 10 | N05AD08 | € 49,42 | € 37 | Ja | - | - |