SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Kaletra 200 mg/50 mg filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke filmomhulde tablet bevat 200 mg lopinavir gecoformuleerd met 50 mg ritonavir als een farmacokinetische versterker.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tabletten
Rood, bedrukt met de code “AL” aan een zijde.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Kaletra is in combinatie met andere antiretrovirale middelen bestemd voor de behandeling van met het humaan immunodeficiëntievirus (hiv-1) geïnfecteerde volwassenen, adolescenten en kinderen boven de leeftijd van 2 jaar.
De keuze om met hiv-1 geïnfecteerde patiënten, die reeds ervaring hebben met proteaseremmers, met Kaletra te behandelen dient te worden gebaseerd op individuele virale resistentie-testen en de behandelingsgeschiedenis van patiënten (zie rubrieken 4.4 en 5.1).
4.2 Dosering en wijze van toediening
Kaletra moet worden voorgeschreven door artsen die ervaring hebben met de behandeling van hiv-infectie.
Kaletra tabletten moeten heel worden doorgeslikt zonder te kauwen, te breken of fijn te malen.
Dosering
Volwassenen en adolescenten
De standaard aanbevolen dosering Kaletra tabletten is 400/100 mg (twee 200/50 mg tabletten) tweemaal daags in te nemen met of zonder voedsel. Bij volwassen patiënten kan Kaletra, in gevallen waar eenmaal daagse dosering noodzakelijk wordt geacht voor de behandeling van de patiënt, worden toegediend als 800/200 mg (vier 200/50 mg tabletten) eenmaal daags met of zonder voedsel. Dit eenmaal daagse regime mag echter alleen worden toegepast bij volwassen patiënten met zeer weinig proteaseremmer (PI) geassocieerde mutaties (d.w.z. minder dan 3 PI-mutaties, in overeenstemming met klinische onderzoeksresultaten, zie rubriek 5.1 voor de volledige beschrijving van de populatie) en men moet hierbij rekening houden met het risico van een verminderde duurzaamheid van de virologische suppressie (zie rubriek 5.1) en een hoger risico op diarree (zie rubriek 4.8) in vergelijking met de aanbevolen standaard tweemaal daagse dosering. Er is een drank beschikbaar voor patiënten die moeite hebben met slikken. Raadpleeg de Samenvatting van de Productkenmerken van Kaletra drank voor doseringsinstructies.
Pediatrische patiënten (2 jaar en ouder)
Bij kinderen van 40 kg of zwaarder of bij kinderen met een lichaamsoppervlak (LO)* groter dan 1,4 m2 kunnen de volwassendoseringen van Kaletra tabletten (400/100 mg tweemaal daags) gebruikt worden. Voor kinderen die minder dan 40 kg wegen of die een LO tussen de 0,5 en 1,4 m2 hebben en tabletten kunnen slikken, raadpleeg de Samenvatting van de Productkenmerken van Kaletra 100 mg/25 mg tabletten. Voor kinderen die niet in staat zijn om tabletten te slikken, raadpleeg de Samenvatting van de Productkenmerken van Kaletra drank. Op basis van de gegevens die momenteel beschikbaar zijn, dient Kaletra niet eenmaal daags te worden toegediend aan pediatrische patiënten (zie rubriek 5.1).
* Het lichaamsoppervlak (LO) kan worden berekend met behulp van de volgende vergelijking:
LO (m2) = (Hoogte (cm) X Gewicht (kg) / 3600)
Kinderen jonger dan 2 jaar
De veiligheid en werkzaamheid van Kaletra in kinderen jonger dan 2 jaar zijn nog niet vastgesteld. De huidige beschikbare data wordt beschreven in rubriek 5.2 maar een aanbeveling over de dosering kan niet worden gedaan.
Gelijktijdige therapie: efavirenz of nevirapine
De volgende tabel bevat doseringsrichtlijnen voor Kaletra tabletten of drank, gebaseerd op het lichaamsoppervlak, wanneer deze gebruikt worden in combinatie met efavirenzornevirapine bij kinderen.
Richtlijnen voor dosering bij kinderen, | |
Lichaamsoppervlak (m2) | Aanbevolen lopinavir/ritonavir dosering (mg of ml) tweemaal daags*. |
0,5 tot < 0,8 | 200/50 mg tabletten |
0,8 tot < 1,2 | 300/75 mg tabletten |
1,2 tot < 1,4 | 400/100 mg tabletten |
1,4 | 6.5 ml drank** |
* Kaletra tabletten dienen niet te worden gekauwd, gebroken of fijngemalen.
** Zie de SmPC van Kaletra drank voor doseringsaanbevelingen.
De Kaletra 200/50 mg tabletten kunnen ook alleen of in combinatie met de Kaletra 100/25 mg tabletten worden gebruikt om de aanbevolen dosering te bereiken.
Verminderde leverfunctie
Bij hiv-geïnfecteerde patiënten met mild tot matig verminderde leverfunctie is een verhoging van ongeveer 30 % van de lopinavir blootstelling geobserveerd. Deze verhoging is waarschijnlijk niet klinisch relevant (zie rubriek 5.2). Er zijn geen data beschikbaar over het gebruik van Kaletra in patiënten met een ernstig verminderde leverfunctie. Kaletra mag niet worden voorgeschreven aan deze patiënten (zie rubriek 4.3).
Verminderde nierfunctie
Aangezien de renale klaring van lopinavir en ritonavir te verwaarlozen is, worden toegenomen plasmaconcentraties niet verwacht bij patiënten met verminderde nierfunctie. Omdat lopinavir en ritonavir in hoge mate aan eiwit gebonden zijn, is het onwaarschijnlijk dat ze significant worden verwijderd door middel van hemodialyse of peritoneaaldialyse.
Zwangerschap en postpartum
- Er is geen dosisaanpassing nodig voor het gebruik van lopinavir/ritonavir tijdens de zwangerschap en na de bevalling.
- Eenmaal daags lopinavir/ritonavir wordt niet aanbevolen bij zwangere vrouwen door het ontbreken van farmacokinetische en klinische data.
Wijze van toediening
Kaletra tabletten moeten oraal worden toegediend en moeten heel worden doorgeslikt zonder te kauwen, te breken of fijn te malen. Kaletra tabletten kunnen met of zonder voedsel worden ingenomen.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor (één van) de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen).
Ernstige leverinsufficiëntie.
Kaletra bevat lopinavir en ritonavir, die beide remmers zijn van de P450 isovorm CYP3A. Kaletra mag niet gelijktijdig worden toegediend met geneesmiddelen die sterk afhankelijk zijn van CYP3A voor de klaring en waarbij verhoogde plasmaconcentraties geassocieerd zijn met ernstige en/of levensbedreigende aandoeningen. Deze geneesmiddelen zijn onder andere:
Geneesmiddelenklasse | Geneesmiddelen binnen de klasse | Rationale |
Verhoogde spiegels van gelijktijdig toegediend geneesmiddel | ||
Alpha1-adrenoceptor antagonist | Alfuzosine | Verhoogde plasmaconcentraties van alfuzosine, wat kan leiden tot ernstige hypotensie. Gelijktijdige toediening van alfuzosine is gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.5). |
Anti-angineus | Ranolazine | Verhoogde plasmaconcentraties van ranolazine wat het risico op ernstige en/of levensbedreigende reacties kan verhogen (zie rubriek 4.5). |
Anti-aritmica | Amiodaron, dronedarone | Verhoogde plasmaconcentraties van amiodaron en dronedarone. Daardoor verhoogt het risico op aritmieën of andere ernstige bijwerkingen (zie rubriek 4.5). |
Antibiotica | Fusidinezuur | Verhoogde plasmaconcentraties van fusidinezuur. Gelijktijdige toediening met fusidinezuur is bij dermatologische infecties gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.5). |
Oncolytica | Neratinib | Verhoogde plasmaconcentraties van neratinib wat het risico op ernstige en/of levensbedreigende reacties kan verhogen (zie rubriek 4.5). |
| Venetoclax | Verhoogde plasmaconcentraties van venetoclax. Verhoogd risico op tumorlysissyndroom bij het starten van de behandeling en tijdens de dosisopbouwfase (zie rubriek 4.5). |
Anti-jicht | Colchicine | Verhoogde plasmaconcentraties van colchicine. Kans op ernstige en/of levensbedreigende reacties bij patiënten met een nier- en/of leverstoornis (zie rubrieken 4.4 en 4.5). |
Antihistaminica | Astemizol, terfenadine | Verhoogde plasmaconcentraties van astemizol en terfenadine. Daardoor verhoogt het risico op aritmieën door deze middelen (zie rubriek 4.5). |
Antipsychotica/ Neuroleptica | Lurasidon | Verhoogde plasmaconcentraties van lurasidon wat het risico op ernstige en/of levensbedreigende reacties kan verhogen (zie rubriek 4.5). |
Pimozide | Verhoogde plasmaconcentraties van pimozide. Daardoor verhoogt het risico op ernstige hematologische afwijkingen of andere ernstige bijwerkingen van dit middel (zie rubriek 4.5). | |
Quetiapine | Verhoogde plasmaconcentraties van quetiapine, welke kunnen leiden tot coma. Gelijktijdige toediening met quetiapine is gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.5). | |
Ergot-alkaloïden | Dihydroergotamine, ergonovine, ergotamine, methylergonovine | Verhoogde plasmaconcentraties van ergot-derivaten die leiden tot een acute ergot-intoxicatie, inclusief vaatspasme en ischemie (zie rubriek 4.5). |
Motiliteitsbevorderende middelen | Cisapride | Verhoogde plasmaconcentraties van cisapride. Daardoor verhoogt het risico op ernstige aritmieën door dit middel (zie rubriek 4.5). |
Hepatitis C-virus direct werkende antivirale middelen | Elbasvir/grazoprvir | Verhoogde kans op alanineamino transaminase (ALAT)-verhoging (zie rubriek 4.5). |
Lipide-modificerende middelen | ||
HMG Co-A Reductaseremmers | Lovastatine, simvastatine | Verhoogde plasmaconcentraties van lovastatine en simvastatine; daardoor verhoogt het risico op myopathie inclusief rabdomyolyse (zie rubriek 4.5). |
Microsomale transferproteïne (MTP)-remmer | Lomitapide | Verhoogde plasmaconcentraties van lomitapide (zie rubriek 4.5). |
Fosfodiesterase (PDE5) remmers | Avanafil | Verhoogde plasmaconcentraties van avanafil (zie rubrieken 4.4 en 4.5). |
| Sildenafil | Alleen gecontra-indiceerd indien gebruikt voor pulmonale arteriële hypertensie (PAH). Verhoogde plasmaconcentraties van sildenafil. Daardoor verhoogde mogelijkheid van met sildenafil geassocieerde bijwerkingen (waaronder hypotensie en syncope). Zie rubrieken 4.4 en 4.5 voor gelijktijdige toediening aan patiënten met erectiele disfunctie. |
Vardenafil | Verhoogde plasmaconcentraties van vardenafil (zie rubrieken 4.4 en 4.5). | |
Sedativa/hypnotica | Oraal midazolam, triazolam | Verhoogde plasmaconcentraties van oraal midazolam en triazolam. Daardoor verhoogt het risico op extreme sedatie en ademhalings-depressie door deze middelen. Zie rubriek 4.5 voor voorzorgen bij parenterale toediening van midazolam. |
Verlaagde spiegels van lopinavir/ritonavir | ||
Kruidengeneesmiddelen | Sint-Janskruid | Kruidenpreparaten die Sint-Janskruid (Hypericum perforatum) bevatten, vanwege een risico op verlaagde plasmaconcentraties en verminderd klinisch effect van lopinavir en ritonavir (zie rubriek 4.5). |
4.8 Bijwerkingen
a. Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De veiligheid van Kaletra is onderzocht in meer dan 2600 patiënten in fase II-IV klinische studies waarvan er meer dan 700 een dosis kregen van 800/200 mg (6 capsules of 4 tabletten) eenmaal daags. In sommige studies werd Kaletra, behalve met nucleoside reverse transcriptaseremmers (NRTI’s), ook gebruikt in combinatie met efavirenz of nevirapine.
De meest voorkomende bijwerkingen gerelateerd aan de behandeling met Kaletra tijdens klinische studies waren diarree, misselijkheid, braken, hypertriglyceridemie en hypercholesterolemie. Het risico op diarree kan groter zijn met eenmaal daagse dosering van Kaletra. Diarree, misselijkheid en braken kunnen voorkomen aan het begin van de behandeling terwijl hypertriglyceridemie en hypercholesterolemie later voor kunnen komen. Bij 7 % van de proefpersonen in fase II-IV studies leidden bijwerkingen tijdens de behandeling tot het vroegtijdig beëindigen van de studie.
Het is belangrijk op te merken dat gevallen van pancreatitis gerapporteerd zijn bij patiënten die Kaletra kregen, inclusief diegenen die hypertriglyceridemie ontwikkelden. Verder zijn er tijdens behandeling met Kaletra zeldzame gevallen van PR-intervalverlenging gerapporteerd (zie rubriek 4.4).
b. Getabelleerde lijst van bijwerkingen
Bijwerkingen uit klinische studies en postmarketingervaring bij volwassen en pediatrische patiënten:
De volgende meldingen zijn geïdentificeerd als bijwerkingen. De frequentiecategorie omvat alle gerapporteerde meldingen van matige tot ernstige intensiteit, onafhankelijk van de individuele causaliteitsbeoordeling. De bijwerkingen zijn per orgaansysteem vermeld. Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst: zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100 tot <1/10), soms (≥1/1.000 tot <1/100), zelden (1/10.000, <1/1.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Bijwerkingen bij volwassen patiënten in klinische studies en postmarketing
| ||
Systeem/orgaanklasse | Frequentie | Bijwerking |
Infecties en parasitaire aandoeningen | zeer vaak | Bovenste luchtweginfectie |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen | vaak | Anemie, leukopenie, neutropenie, lymfadenopathie |
Immuunsysteemaandoeningen | vaak | Overgevoeligheid waaronder urticaria en angio-oedeem |
Endocriene aandoeningen | soms | Hypogonadisme |
Voedings- en stofwisselingsstoornissen | vaak | Bloedglucose-aandoeningen waaronder diabetes mellitus, hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, gewichtsverlies, afgenomen eetlust |
Psychische stoornissen | vaak | Angst, |
Zenuwstelselaandoeningen | vaak | Hoofdpijn (waaronder migraine), neuropathie (waaronder perifere neuropathie), duizeligheid, slapeloosheid |
Oogaandoeningen | soms | Verslechtering van het gezichtsvermogen |
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen | soms | Tinnitus, vertigo |
Hartaandoeningen | soms | Atherosclerose zoals myocardinfarct, atrioventriculair blok, tricuspidalisklepinsufficiëntie |
Bloedvataandoeningen | vaak | Hypertensie |
Maagdarmstelselaandoeningen | zeer vaak | Diarree, misselijkheid |
Lever- en galaandoeningen | vaak | Hepatitis waaronder ASAT-, ALAT- en GGT‑toename |
Huid- en onderhuidaandoeningen | vaak | Uitslag waaronder maculo-papulaire uitslag, dermatitis/uitslag waaronder eczeem en seborroïsche dermatitis, nachtzweten, pruritus |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | vaak | Myalgie, pijn aan het skeletspierstelsel waaronder artralgie en rugpijn, spieraandoeningen zoals zwakte en spasmen |
Nier- en urinewegaandoeningen | soms | Verminderde creatinineklaring, nefritis, hematurie |
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | vaak | Erectiestoornis, menstruatiestoornissen - amenorroe, menorragie |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | vaak | Vermoeidheid waaronder asthenie |
1Zie rubriek 4.4: pancreatitis en lipideverhogingen
c. Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Cushingsyndroom is gerapporteerd bij patiënten die ritonavir en geïnhaleerd of intranasaal toegediende fluticasonpropionaat kregen; dit zou ook voor kunnen komen bij andere corticosteroïden die gemetaboliseerd worden via de P450 3A route, bijvoorbeeld budesonide (zie rubriek 4.4 en 4.5).
Toegenomen creatine fosfokinase (CPK), myalgie, myositis en zelden rabdomyolyse zijn gerapporteerd bij proteaseremmers, voornamelijk in combinatie met nucleoside reverse transcriptaseremmers.
Metabole parameters
Het gewicht en de serumlipiden- en bloedglucosespiegels kunnen toenemen tijdens antiretrovirale behandeling (zie rubriek 4.4).
Bij met hiv geïnfecteerde patiënten die op het moment dat de antiretrovirale combinatietherapie (CART) wordt gestart een ernstige immuundeficiëntie hebben, kan zich een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische infecties voordoen. Auto-immuunziekten (zoals de ziekte van Graves en auto-immuun hepatitis) zijn ook gerapporteerd. De gerapporteerde latentietijd is echter meer variabel en de ziekten kunnen zich vele maanden na initiatie van de behandeling voordoen (zie rubriek 4.4).
Er zijn gevallen van osteonecrose gemeld, vooral bij patiënten met algemeen erkende risicofactoren, voortgeschreden hiv‑infectie of langdurige blootstelling aan antiretrovirale combinatietherapie (CART). De frequentie hiervan is onbekend (zie rubriek 4.4).
d. Pediatrische patiënten
Bij kinderen van 2 jaar en ouder is het veiligheidsprofiel vergelijkbaar met dat van volwassenen (zie tabel in rubriek b).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem:
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
AbbVie Deutschland GmbH & Co. KG
Knollstrasse
67061 Ludwigshafen
Duitsland
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/01/172/004
EU/1/01/172/007
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
10/2025
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (https://www.ema.europa.eu).
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2270361 | KALETRA 200 MG/50 MG FILMOMH TABL 120 | J05AR10 | € 310,13 | - | Ja | € 2 | € 1 |