1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
PREZISTA 75 mg filmomhulde tabletten
PREZISTA 150 mg filmomhulde tabletten
PREZISTA 600 mg filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
PREZISTA 75 mg filmomhulde tabletten
Elke filmomhulde tablet bevat 75 mg darunavir (als ethanolaat).
PREZISTA 150 mg filmomhulde tabletten
Elke filmomhulde tablet bevat 150 mg darunavir (als ethanolaat).
PREZISTA 600 mg filmomhulde tabletten
Elke filmomhulde tablet bevat 600 mg darunavir (als ethanolaat).
Hulpstof met bekend effect: Elke tablet bevat maximaal 2,750 mg oranjegeel S (E110)
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
PREZISTA 75 mg filmomhulde tabletten
Filmomhulde tablet.
Witte, capsulevormige tablet van 9,2 mm lang, waarop ‘75’ aan de ene kant en ‘TMC’ aan de andere kant werd ingebracht.
PREZISTA 150 mg filmomhulde tabletten
Filmomhulde tablet.
Witte, ovale tablet van 13,7 mm lang, waarop ‘150’ aan de ene kant en ‘TMC’ aan de andere kant werd ingebracht.
PREZISTA 600 mg filmomhulde tabletten
Filmomhulde tablet.
Oranje ovale tablet van 21,1 mm lang, waarop ‘600MG’ aan de ene kant en ‘TMC’ aan de andere kant werd ingebracht.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
PREZISTA, samen toegediend met een lage dosis ritonavir, is, in combinatie met andere antiretrovirale geneesmiddelen, aangewezen voor de behandeling van patiënten geïnfecteerd met het humaan immunodeficiëntievirus‑1 (hiv‑1) (zie rubriek 4.2).
PREZISTA 75 mg, 150 mg en 600 mg tabletten kunnen worden gebruikt om de juiste doseringsschema’s op te stellen (zie rubriek 4.2):
- voor de behandeling van hiv‑1‑infectie bij antiretroviraal (ART) voorbehandelde volwassen patiënten, inclusief sterk voorbehandelde patiënten;
- voor de behandeling van hiv‑1‑infectie bij pediatrische patiënten vanaf 3 jaar en met een lichaamsgewicht van ten minste 15 kg.
Bij de beslissing om behandeling met PREZISTA, samen met een lage dosis ritonavir, te starten, zou men zorgvuldig rekening dienen te houden met de eerdere behandelingen van de betreffende patiënt en de resistentieprofielen die met de diverse middelen zijn geassocieerd. Indien beschikbaar, zou het gebruik van PREZISTA geleid dienen te worden door genotypische of fenotypische tests alsmede de medische voorgeschiedenis (zie rubrieken 4.2, 4.4 en 5.1).
4.2 Dosering en wijze van toediening
De therapie moet worden ingesteld door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg met ervaring in de behandeling van hiv‑infecties. Nadat de behandeling met PREZISTA is ingesteld, dienen patiënten het advies te krijgen de dosis of toedieningsvorm niet te veranderen noch met de behandeling te stoppen zonder overleg met hun beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg.
Dosering
PREZISTA moet altijd oraal worden toegediend met een lage dosis ritonavir als versterker van de farmacokinetiek en in combinatie met andere antiretrovirale geneesmiddelen. De Samenvatting van de Productkenmerken van ritonavir moet daarom worden geraadpleegd voordat een therapie met PREZISTA wordt ingesteld.
PREZISTA is ook beschikbaar als een suspensie voor oraal gebruik voor gebruik bij patiënten die niet in staat zijn PREZISTA tabletten in te slikken (zie de Samenvatting van de Productkenmerken van PREZISTA suspensie voor oraal gebruik).
ART‑voorbehandelde volwassen patiënten
Het aanbevolen doseringsschema voor PREZISTA is 600 mg tweemaal daags, in te nemen samen met 100 mg ritonavir tweemaal daags met voedsel. PREZISTA 75 mg, 150 mg en 600 mg tabletten kunnen worden gebruikt om een schema van tweemaal daags 600 mg op te stellen.
Het gebruik van 75 mg en 150 mg tabletten om de aanbevolen dosis te bereiken, is aangewezen als er een mogelijkheid bestaat van overgevoeligheid voor specifieke kleurstoffen of als er problemen zijn met het doorslikken van de 600 mg tabletten.
ART‑naïeve volwassen patiënten
Voor dosisaanbevelingen bij ART‑naïeve patiënten, zie de Samenvatting van de Productkenmerken voor PREZISTA 400 mg en 800 mg tabletten.
ART‑naïeve pediatrische patiënten (3 tot 17 jaar en met een lichaamsgewicht van ten minste 15 kg)
De dosering van PREZISTA en ritonavir bij pediatrische patiënten op basis van het lichaamsgewicht is weergegeven in de onderstaande tabel.
Aanbevolen dosis voor therapienaïeve pediatrische patiënten (3 tot 17 jaar) voor PREZISTA tabletten en ritonavira | |
Lichaamsgewicht (kg) | Dosis (eenmaal daags met voedsel) |
≥ 15 kg tot < 30 kg | 600 mg PREZISTA/100 mg ritonavir eenmaal daags |
≥ 30 kg tot < 40 kg | 675 mg PREZISTA/100 mg ritonavir eenmaal daags |
40 kg | 800 mg PREZISTA/100 mg ritonavir eenmaal daags |
a ritonavir 80 mg/ml drank | |
ART‑voorbehandelde pediatrische patiënten (3 tot 17 jaar en met een lichaamsgewicht van ten minste 15 kg)
Gewoonlijk wordt aanbevolen PREZISTA tweemaal daags in te nemen, samen met ritonavir en met voedsel.
Bij patiënten die eerder zijn blootgesteld aan antiretrovirale geneesmiddelen, maar die geen darunavir‑resistentie geassocieerde mutaties (DRV‑RAMs)* hebben en die in het plasma < 100.000 kopieën hiv‑1‑RNA per ml en ≥ 100 x 106 CD4+‑cellen/l hebben, kan een doseringsschema met eenmaaldaagse inname van PREZISTA, ingenomen samen met ritonavir en met voedsel, worden gebruikt.
* DRV‑RAM’s: V11I, V32I, L33F, I47V, I50V, I54M, I54L, T74P, L76V, I84V en L89V
De dosering van PREZISTA en ritonavir bij pediatrische patiënten op basis van het lichaamsgewicht is weergegeven in de onderstaande tabel. De aanbevolen dosis PREZISTA samen met een lage dosis ritonavir mag de aanbevolen dosis voor volwassenen (600/100 mg tweemaal daags of 800/100 mg eenmaal daags) niet overschrijden.
Aanbevolen dosis voor voorbehandelde pediatrische patiënten (3 tot 17 jaar) voor PREZISTA tabletten en ritonavira | ||
Lichaamsgewicht (kg) | Dosis (eenmaal daags met voedsel) | Dosis (tweemaal daags met voedsel) |
≥ 15 kg tot < 30 kg | 600 mg PREZISTA/100 mg ritonavir eenmaal daags | 375 mg PREZISTA/50 mg ritonavir tweemaal daags |
≥ 30 kg tot < 40 kg | 675 mg PREZISTA/100 mg ritonavir eenmaal daags | 450 mg PREZISTA/60 mg ritonavir tweemaal daags |
≥ 40 kg | 800 mg PREZISTA/100 mg ritonavir eenmaal daags | 600 mg PREZISTA/100 mg ritonavir tweemaal daags |
a ritonavir 80 mg/ml drank | ||
Voor ART‑voorbehandelde pediatrische patiënten wordt aanbevolen te testen op het hiv‑genotype. Wanneer het testen op het hiv‑genotype echter niet mogelijk is, wordt bij hiv‑proteaseremmer-naïeve patiënten het doseringsschema met eenmaaldaagse inname van PREZISTA/ritonavir aanbevolen en bij hiv‑proteaseremmer‑voorbehandelde patiënten het doseringsschema met tweemaaldaagse inname.
Het gebruik van uitsluitend 75 mg en 150 mg tabletten of de 100 mg/ml suspensie voor oraal gebruik om tot de aanbevolen dosis van PREZISTA te komen, kan aangewezen zijn wanneer de mogelijkheid bestaat van overgevoeligheid voor specifieke kleurstoffen.
Advies over gemiste doses
Als het vergeten van een dosis PREZISTA en/of ritonavir wordt opgemerkt binnen 6 uur na het normale tijdstip van inname, moet de patiënt de voorgeschreven dosis PREZISTA met ritonavir zo snel mogelijk met voedsel innemen. Als de vergeten dosis later dan 6 uur na het normale tijdstip van inname wordt opgemerkt, moet de gemiste dosis niet meer worden ingenomen en moet de patiënt verder het normale doseringsschema blijven volgen.
Deze richtlijn is gebaseerd op de halfwaardetijd van 15 uur van darunavir in aanwezigheid van ritonavir en het aanbevolen dosisinterval van ongeveer 12 uur.
Als een patiënt binnen 4 uur na het innemen van het geneesmiddel braakt, dient zo snel mogelijk een nieuwe dosis PREZISTA met ritonavir met voedsel te worden ingenomen. Als een patiënt meer dan 4 uur na het innemen van het geneesmiddel braakt, hoeft de patiënt geen nieuwe dosis PREZISTA met ritonavir in te nemen tot het volgende normaal geplande tijdstip van inname.
Speciale populaties
Oudere personen
Er zijn slechts beperkte gegevens bij deze populatie beschikbaar en daarom is voorzichtigheid geboden bij gebruik van PREZISTA in deze leeftijdsgroep (zie rubrieken 4.4 en 5.2).
Leverinsufficiëntie
Darunavir wordt gemetaboliseerd door de lever. Er is geen aanpassing van de dosis vereist bij patiënten met lichte (Child‑Pugh klasse A) of matige (Child‑Pugh klasse B) leverinsufficiëntie, maar PREZISTA moet bij deze patiënten met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt. Er zijn geen farmacokinetische gegevens beschikbaar bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie. Ernstige leverinsufficiëntie kan leiden tot een verhoogde blootstelling aan darunavir en een verslechtering van het veiligheidsprofiel van darunavir. Daarom mag PREZISTA niet gebruikt worden bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (Child‑Pugh klasse C) (zie rubrieken 4.3, 4.4 en 5.2).
Nierinsufficiëntie
Er is geen dosisaanpassing vereist bij patiënten met nierinsufficiëntie (zie rubrieken 4.4 en 5.2).
Pediatrische patiënten
PREZISTA/ritonavir mag niet worden gebruikt bij kinderen met een lichaamsgewicht van minder dan 15 kg omdat de dosis in deze populatie niet werd vastgesteld bij een voldoende aantal patiënten (zie rubriek 5.1). PREZISTA/ritonavir mag niet worden gebruikt bij kinderen jonger dan 3 jaar wegens bezorgdheden rond de veiligheid (zie rubrieken 4.4 en 5.3).
Het doseringsschema voor PREZISTA en ritonavir op basis van het lichaamsgewicht staat vermeld in de bovenstaande tabellen.
Zwangerschap en postpartum
Tijdens de zwangerschap en postpartum is er geen dosisaanpassing van darunavir/ritonavir vereist. PREZISTA/ritonavir mag tijdens de zwangerschap alleen worden gebruikt als de mogelijke voordelen opwegen tegen de mogelijke risico’s (zie rubrieken 4.4, 4.6 en 5.2).
Wijze van toediening
Patiënten dienen de instructie te krijgen PREZISTA in te nemen met een lage dosis ritonavir binnen 30 minuten na een maaltijd. Het soort voedsel heeft geen invloed op de blootstelling aan darunavir (zie rubrieken 4.4, 4.5 en 5.2).
4.3 Contra‑indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (Child‑Pugh klasse C).
Gelijktijdig gebruik van sterke CYP3A-inducerende middelen zoals rifampicine met PREZISTA, gecombineerd met laag gedoseerd ritonavir (zie rubriek 4.5).
Gelijktijdige toediening met het combinatieproduct lopinavir/ritonavir (zie rubriek 4.5).
Gelijktijdige toediening met plantaardige preparaten die sint‑janskruid (Hypericum perforatum) bevatten (zie rubriek 4.5).
Gelijktijdige toediening van PREZISTA met een lage dosis ritonavir en werkzame stoffen die voor hun klaring sterk afhankelijk zijn van CYP3A en waarvan verhoogde plasmaconcentraties geassocieerd zijn met ernstige en/of levensbedreigende situaties. Deze werkzame stoffen zijn onder andere:
- alfuzosine
- amiodaron, bepridil, dronedaron, ivabradine, kinidine, ranolazine
- astemizol, terfenadine
- colchicine indien gebruikt bij patiënten met nier‑ en/of leverinsufficiëntie (zie rubriek 4.5)
- ergotalkaloïden (bv. dihydro‑ergotamine, ergometrine, ergotamine, methylergonovine)
- elbasvir/grazoprevir
- cisapride
- dapoxetine
- domperidon
- naloxegol
- lurasidon, pimozide, quetiapine, sertindol (zie rubriek 4.5)
- triazolam, midazolam oraal toegediend (voor voorzichtigheid met betrekking tot parenteraal toegediend midazolam, zie rubriek 4.5)
- sildenafil indien gebruikt voor de behandeling van pulmonale arteriële hypertensie, avanafil
- simvastatine, lovastatine en lomitapide (zie rubriek 4.5)
- ticagrelor (zie rubriek 4.5).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Tijdens het klinische ontwikkelingsprogramma (met N=2613 voorbehandelde personen die begonnen met een behandeling met PREZISTA/ritonavir 600/100 mg tweemaal daags), had 51,3% van de deelnemers minstens één bijwerking. De gemiddelde duur van de totale behandeling was 95,3 weken. De meest voorkomende bijwerkingen die in klinische studies werden gemeld en die spontaan werden gemeld, zijn diarree, nausea, rash, hoofdpijn en braken. De meest voorkomende ernstige bijwerkingen zijn acuut nierfalen, myocardinfarct, immuunreconstitutie‑ontstekingssyndroom, trombocytopenie, osteonecrose, diarree, hepatitis en pyrexie.
In de analyse na 96 weken was het veiligheidsprofiel van PREZISTA/ritonavir 800/100 mg eenmaal daags bij therapienaïeve personen vergelijkbaar met dat waargenomen met PREZISTA/ritonavir 600/100 mg tweemaal daags bij personen die al eerder waren behandeld, met uitzondering van nausea, hetgeen bij therapienaïeve personen vaker werd waargenomen. Dit betrof voornamelijk nausea met milde intensiteit. In de analyse na 192 weken van de therapienaïeve personen die gedurende gemiddeld 162,5 weken werden behandeld met PREZISTA/ritonavir 800/100 mg eenmaal daags, werden geen nieuwe bevindingen vastgesteld op het gebied van de veiligheid.
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
Bijwerkingen zijn aangegeven per systeem/orgaanklasse en frequentiecategorie. Binnen elke frequentiecategorie zijn de bijwerkingen aangegeven in afnemende orde van ernst. De frequentiecategorieën zijn gedefinieerd als volgt: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100 tot < 1/10), soms (≥ 1/1.000 tot < 1/100), zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Bijwerkingen waargenomen met darunavir/ritonavir in klinische studies en post‑marketing
Systeem/orgaanklasse volgens MedDRA | Bijwerking | |
Infecties en parasitaire aandoeningen | ||
soms | herpes simplex | |
Bloed‑ en lymfestelselaandoeningen | ||
soms | trombocytopenie, neutropenie, anemie, leukopenie | |
zelden | verhoogd aantal eosinofielen | |
Immuunsysteemaandoeningen | ||
soms | immuunreconstitutie‑ontstekingssyndroom, overgevoeligheid (voor het geneesmiddel) | |
Endocriene aandoeningen | ||
soms | hypothyreoïdie, verhoogd serum‑thyroïd‑stimulerend hormoon | |
Voedings‑ en stofwisselingsstoornissen | ||
vaak | diabetes mellitus, hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, hyperlipidemie | |
soms | jicht, anorexie, verminderde eetlust, gewichtsafname, gewichtstoename, hyperglykemie, insulineresistentie, verlaagd high density lipoproteïne, verhoogde eetlust, polydipsie, verhoogd serumlactaatdehydrogenase | |
Psychische stoornissen | ||
vaak | slapeloosheid | |
soms | depressie, desoriëntatie, angst, slaapstoornis, abnormale dromen, nachtmerrie, verminderd libido | |
zelden | verwardheid, veranderde stemming, rusteloosheid | |
Zenuwstelselaandoeningen | ||
vaak | hoofdpijn, perifere neuropathie, duizeligheid | |
soms | lethargie, paresthesie, hypo‑esthesie, dysgeusie, aandachtsstoornis, verminderd geheugen, somnolentie | |
zelden | syncope, convulsie, ageusie, slaapfaseritmestoornis | |
Oogaandoeningen | ||
soms | hyperemie van de conjunctiva, droog oog | |
zelden | visuele stoornis | |
Evenwichtsorgaan‑ en ooraandoeningen | ||
soms | vertigo | |
Hartaandoeningen | ||
soms | myocardinfarct, angina pectoris, QT‑verlenging op elektrocardiogram, tachycardie | |
zelden | acuut myocardinfarct, sinusbradycardie, hartkloppingen | |
Bloedvataandoeningen | ||
soms | hypertensie, blozen | |
Ademhalingsstelsel‑, borstkas‑ en mediastinumaandoeningen | ||
soms | dyspneu, hoesten, epistaxis, irritatie van de keel | |
zelden | rinorroe | |
Maagdarmstelselaandoeningen | ||
zeer vaak | diarree | |
vaak | braken, nausea, buikpijn, gestegen serumamylase, dyspepsie, opgezette buik, flatulentie | |
soms | pancreatitis, gastritis, gastro‑oesofageale refluxziekte, afteuze stomatitis, kokhalzen, droge mond, abdominaal ongemak, obstipatie, toegenomen lipase, oprispingen, orale dysesthesie | |
zelden | stomatitis, hematemese, cheilitis, droge lip, beslagen tong | |
Lever‑ en galaandoeningen | ||
vaak | gestegen alanine‑aminotransferase | |
soms | hepatitis, cytolytische hepatitis, hepatische steatose, hepatomegalie, gestegen transaminase, gestegen aspartaataminotransferase, gestegen serumbilirubine, gestegen serum‑alkalische fosfatase, gestegen gamma‑glutamyltransferase | |
Huid‑ en onderhuidaandoeningen | ||
vaak | rash (waaronder maculaire, maculopapulaire, papulaire en erythemateuze en jeukende uitslag), pruritus | |
soms | angio‑oedeem, gegeneraliseerde rash, allergische dermatitis, netelroos, eczeem, erytheem, hyperhidrosis, nachtelijk zweten, alopecia, acne, droge huid, nagelpigmentatie | |
zelden | DRESS, stevens‑johnsonsyndroom, erythema multiforme, dermatitis, seborroïsche dermatitis, huidletsel, xeroderma | |
niet bekend | toxische epidermale necrolyse, acuut gegeneraliseerd pustuleus exantheem | |
Skeletspierstelsel‑ en bindweefselaandoeningen | ||
soms | myalgie, osteonecrose, spierspasmen, spierzwakte, artralgie, pijn in extremiteit, osteoporose, gestegen serumcreatinefosfokinase | |
zelden | musculoskeletale stijfheid, artritis, gewrichtsstijfheid | |
Nier‑ en urinewegaandoeningen | ||
soms | acuut nierfalen, nierfalen, nefrolithiase, toegenomen creatininemie, proteïnurie, bilirubinurie, dysurie, nocturie, pollakisurie | |
zelden | verminderde renale creatinineklaring | |
zelden | kristal-nefropathie§ | |
Voortplantingsstelsel‑ en borstaandoeningen | ||
soms | erectiele disfunctie, gynecomastie | |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | ||
vaak | asthenie, vermoeidheid | |
soms | koorts, pijn op de borst, perifeer oedeem, malaise, zich warm voelen, prikkelbaarheid, pijn | |
zelden | koude rillingen, vreemd gevoel, xerosis | |
§ Bijwerking waargenomen in de post‑marketingsetting. Op basis van de guideline on Summary of Product Characteristics (Revision 2, September 2009), werd de frequentie van deze bijwerking in de post‑marketingsetting vastgesteld met gebruik van de ‘Regel van 3’. | ||
Beschrijving van enkele specifieke bijwerkingen
Rash
Rash was in klinische studies meestal licht tot matig, trad vaak op binnen de eerste vier behandelweken en verdween bij voortzetting van de inname. Bij ernstige huidreactie, zie de waarschuwing in rubriek 4.4.
Tijdens het klinische ontwikkelingsprogramma van raltegravir bij voorbehandelde patiënten werd rash, ongeacht de oorzaak, vaker gezien bij behandelingen met PREZISTA/ritonavir + raltegravir in vergelijking met die met PREZISTA/ritonavir zonder raltegravir of raltegravir zonder PREZISTA/ritonavir. Rash door de onderzoeker beoordeeld als geneesmiddelgerelateerd, kwam in vergelijkbare mate voor. Het aantal voor blootstelling gecorrigeerde gevallen van rash (alle oorzaken) was respectievelijk 10,9, 4,2 en 3,8 per 100 patiëntjaren; voor geneesmiddelgerelateerde rash was dit respectievelijk 2,4, 1,1 en 2,3 per 100 patiëntjaren. De in klinische studies waargenomen rash was mild tot matig ernstig en leidde niet tot beëindiging van de behandeling (zie rubriek 4.4).
Metabole parameters
Het gewicht en de serumlipiden- en bloedglucosespiegels kunnen toenemen tijdens antiretrovirale behandeling (zie rubriek 4.4).
Afwijkingen in het bewegingsapparaat
Een toename van CPK, myalgie, myositis en, in zeldzame gevallen, rabdomyolyse, zijn gemeld bij gebruik van proteaseremmers, vooral in combinatie met NRTI’s.
Gevallen van osteonecrose zijn gemeld, vooral bij patiënten met algemeen bekende risicofactoren, een gevorderde hiv‑ziekte of langdurige blootstelling aan een antiretrovirale combinatietherapie (ARCT). De frequentie hiervan is niet bekend (zie rubriek 4.4).
Immuunreconstitutie‑ontstekingssyndroom
Bij hiv‑patiënten met ernstige immuundeficiëntie kan bij de start van de antiretrovirale combinatietherapie (ARCT) een ontstekingsreactie optreden tegen asymptomatische of residuele opportunistische infecties. Auto‑immuunziekten (zoals de ziekte van Graves en auto‑immuunhepatitis) zijn ook gerapporteerd; de gerapporteerde tijd tot het begin van de ziekte is echter variabeler en deze bijwerkingen kunnen vele maanden na het starten van de behandeling optreden (zie rubriek 4.4).
Bloedingen bij hemofiliepatiënten
Er zijn meldingen geweest van toegenomen spontane bloeding bij hemofiliepatiënten die antiretrovirale proteaseremmers kregen (zie rubriek 4.4).
Pediatrische patiënten
De beoordeling van de veiligheid bij pediatrische patiënten is gebaseerd op de 48‑weken‑analyse van veiligheidsgegevens uit drie Fase II‑studies. De volgende patiëntenpopulaties werden geëvalueerd (zie rubriek 5.1):
- 80 ART‑voorbehandelde, hiv‑1‑geïnfecteerde pediatrische patiënten van 6 tot 17 jaar met een lichaamsgewicht van ten minste 20 kg die PREZISTA tabletten kregen toegediend samen met een lage dosis ritonavir tweemaal daags in combinatie met andere antiretrovirale middelen.
- 21 ART‑voorbehandelde, hiv‑1‑geïnfecteerde pediatrische patiënten in de leeftijd van 3 tot < 6 jaar en met een lichaamsgewicht van 10 kg tot < 20 kg (16 deelnemers van 15 kg tot < 20 kg) die PREZISTA suspensie voor oraal gebruik kregen toegediend met een lage dosis ritonavir tweemaal daags in combinatie met andere antiretrovirale middelen.
- 12 ART‑naïeve hiv‑1‑geïnfecteerde pediatrische patiënten van 12 tot 17 jaar en met een lichaamsgewicht van ten minste 40 kg die PREZISTA tabletten kregen toegediend samen met een lage dosis ritonavir eenmaal daags in combinatie met andere antiretrovirale middelen (zie rubriek 5.1).
In het algemeen was het veiligheidsprofiel bij deze pediatrische patiënten vergelijkbaar met het veiligheidsprofiel waargenomen bij de volwassen populatie.
Andere bijzondere populaties
Patiënten die eveneens geïnfecteerd zijn met het hepatitis B‑ en/of het hepatitis C‑virus
Van de 1.968 voorbehandelde patiënten die PREZISTA samen toegediend kregen met ritonavir (600/100 mg tweemaal daags), hadden 236 patiënten tevens een hepatitis B‑ of C‑ infectie. Patiënten met dergelijke co‑infecties hadden zowel bij het begin van het onderzoek als na het starten met de medicatie een grotere kans op verhoogde spiegels van levertransaminase dan patiënten zonder chronische virale hepatitis (zie rubriek 4.4).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, Afdeling Vigilantie
Postbus 97
1000 BRUSSEL Madou
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg.be
Nederland
Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb
Website: www.lareb.nl
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Janssen‑Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B‑2340 Beerse
België
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
PREZISTA 75 mg filmomhulde tabletten
EU/1/06/380/005
PREZISTA 150 mg filmomhulde tabletten
EU/1/06/380/004
PREZISTA 600 mg filmomhulde tabletten
EU/1/06/380/002
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
10/11/2022
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2597243 | PREZISTA 600 MG COMP 60 X 600 MG | J05AE10 | € 272,58 | - | Ja | € 2 | € 1 |