1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
FSME-IMMUN 0,25 ml Junior, suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit.
Vaccin tegen tekenmeningo-encefalitis (volledig virus, geïnactiveerd).
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Eén dosis (0,25 ml) bevat:
Tekenmeningo-encefalitisvirus1,2 (Neudörflstam) 1,2 microgram
1 geadsorbeerd aan aluminiumhydroxide, gehydrateerd (0,17 milligram Al3+)
2 geproduceerd in kippenembryofibroblastcellen (CEF-cellen)
Hulpstof(fen) met bekend effect:
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit.
Na schudden is het vaccin een vaalwitte, opaalachtige suspensie.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
FSME-IMMUN 0,25 ml Junior is geïndiceerd voor de actieve (profylactische) immunisatie tegen tekenmeningo-encefalitis (TBE) bij kinderen van 1 tot 15 jaar.
FSME-IMMUN 0,25 ml Junior moet worden toegediend volgens officiële aanbevelingen voor de noodzaak, en de timing, van vaccinatie tegen TBE.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Primovaccinatieprogramma
Voor alle kinderen vanaf 1 tot 15 jaar geldt hetzelfde primovaccinatieprogramma dat bestaat uit drie doses FSME-IMMUN 0,25 ml Junior.
De eerste en tweede dosis dienen te worden gegeven met een tussentijd van 1 tot 3 maanden.
Als het noodzakelijk is een snelle immuunrespons te bereiken, mag de tweede dosis ook twee weken na de eerste dosis worden gegeven. Na de eerste twee doses is naar verwachting voldoende bescherming verworven voor het huidige tekenseizoen (zie rubriek 5.1).
De derde dosis moet worden gegeven 5 tot 12 maanden na de tweede vaccinatie. Na de derde dosis zal de patiënt naar verwachting ten minste 3 jaar beschermd zijn.
Om immuniteit te bereiken vóór het begin van de seizoensgebonden activiteit van de teken (in de lente) moeten de eerste en tweede dosis bij voorkeur worden gegeven in de wintermaanden. Het vaccinatieprogramma wordt idealiter met de derde vaccinatie beëindigd in hetzelfde tekenseizoen of minstens vóór het begin van het volgende tekenseizoen.
Basisimmunisatie | Dosis | Conventioneel programma | Snel immunisatieprogramma |
1ste dosis | 0,25 ml | Verkozen datum | Verkozen datum |
2de dosis | 0,25 ml | 1 tot 3 maanden na de 1ste vaccinatie | 14 dagen na de 1ste vaccinatie |
3de dosis | 0,25 ml | 5 tot 12 maanden na de 2de vaccinatie | 5 tot 12 maanden na de 2de vaccinatie |
Boosterdoses
De eerste boosterdosis moet drie jaar na de derde dosis worden toegediend (zie rubriek 5.1.).
De volgende boosterdoses moeten worden toegediend om de vijf jaar na de laatste boosterdosis.
Boosterdosis | Dosis | Programma |
1ste booster | 0,25 ml | 3 jaar na de 3de vaccinatie |
Volgende boosterdoses | 0,25 ml | om de 5 jaar |
Onderbroken programma
Als het interval tussen de doses (primair vaccinatieprogramma en boosterdoses) wordt verlengd, is de patiënt mogelijk onvoldoende beschermd tegen infectie (zie rubriek 5.1). In het geval van een onderbroken vaccinatieprogramma van ten minste twee vroegere vaccinaties is een enkelvoudige inhaaldosis echter voldoende om het vaccinatieprogramma voort te zetten (zie rubriek 5.1).
Er zijn geen gegevens beschikbaar over inhaaldoses bij kinderen jonger dan 6 jaar (zie rubriek 5.1).
Kinderen met een verzwakt immuunsysteem (inclusief zij die behandeld worden met immuunsuppressiva)
Er bestaan geen specifieke klinische gegevens waarop aanbevelingen voor dosering kunnen worden gebaseerd. Bepaling van de concentratie aan antistoffen vier weken na de tweede dosis en toediening van een bijkomende dosis kunnen echter worden overwogen als er op dat moment geen aanwijzingen van seroconversie zijn. Hetzelfde geldt voor een van de volgende doses.
Wijze van toediening
Het vaccin moet via intramusculaire injectie worden toegediend in de bovenarm (deltaspier).
Bij kinderen met een leeftijd van maximaal 18 maanden, of afhankelijk van de ontwikkeling en voedingstoestand van het kind, wordt het vaccin toegediend in de dijspier (brede laterale dijspier).
Uitsluitend in uitzonderlijke gevallen (bij patiënten met een bloedingsstoornis of bij patiënten die profylactische anticoagulatie krijgen) mag het vaccin subcutaan worden toegediend (zie rubrieken 4.4 en 4.8).
Voorzichtigheid is geboden om te voorkomen dat het vaccin per ongeluk via intravasculaire weg toegediend wordt (zie rubriek 4.4.).
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel, één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen, of productieresidu’s (formaldehyde, neomycine, gentamicine, protaminesulfaat). Kruisallergieën met andere aminoglycosiden dan neomycine en gentamicine moeten worden overwogen.
Ernstige overgevoeligheid voor ei- en kippenproteïnen (anafylactische reactie na orale inname van eiproteïnen) kan ernstige allergische reacties veroorzaken bij gesensibiliseerde mensen (zie ook rubriek 4.4).
De vaccinatie tegen TBE moet worden uitgesteld als de patiënt een matige of ernstige acute ziekte heeft (met of zonder koorts).
4.8 Bijwerkingen
De berekende frequenties zijn gebaseerd op een samengevoegde analyse van bijwerkingen gemeld na de 1ste vaccinatie (3088 patiënten) in 8 klinische studies met FSME-IMMUN 0,25 ml (1,2 µg) Junior bij patiënten van 1-15 jaar oud. De frequentie van systemische bijwerkingen waargenomen na de 2de en 3de vaccinatie was lager dan na de 1ste vaccinatie. De frequentie van toedieningsplaatsreacties waargenomen na de eerste, tweede en derde vaccinatie was vergelijkbaar.
De volgende andere bijwerkingen in deze rubriek zijn gerangschikt volgens de aanbevolen frequentieconventie:
Bijwerkingen in klinische onderzoeken
Systeem/orgaan-klasse | Frequentie | |||
| Zeer vaak | Vaak | Soms | Zelden |
Bloed- en lymfstelsel-aandoeningen |
|
| Lymfadenopathie |
|
Voedings- en stofwisselings-stoornissen |
| Verminderde eetlust |
|
|
Psychische stoornissen |
| Rusteloosheid1 Slaapstoornissen |
|
|
Zenuwstelsel-aandoeningen |
| Hoofdpijn |
| Sensorische afwijkingen Duizeligheid |
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen |
|
|
| Vertigo |
Maag-darmstelsel-aandoeningen |
| Misselijkheid Braken | Abdominale pijn | Diarree |
Huid- en onderhuid-aandoeningen |
|
|
| Urticaria |
Skeletspierstelsel- en bindweefsel-aandoeningen |
| Myalgie | Artralgie |
|
Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissen | Reacties op de injectieplaats2, bijv. injectieplaatspijn | Pyrexie3 Vermoeidheid Malaise4
| Koude rillingen | Injectieplaatspruritus |
De frequentie wordt geschat op basis van gegevens van kinderen in de leeftijd van 1-5 jaar.
2 Een patiënt kan meer dan 1 voorval ervaren.
3 Koorts trad vaker op bij jongere dan bij oudere kinderen (d.w.z. respectievelijk zeer vaak en vaak). De incidentie van koorts na de tweede en derde vaccinatie is doorgaans lager dan na de eerste vaccinatie.
4 De frequentie wordt geschat op basis van gegevens van kinderen van 6-15 jaar.
De koorts werd rectaal opgenomen bij kinderen tot ten minste 3 jaar oud en oraal bij kinderen van 3 jaar en ouder. De analyse omvat koorts die tijdelijk in verband werd gebracht met vaccinatie, onafhankelijk van het feit of er een causaal verband bestond.
Koorts is afhankelijk van de leeftijd en neemt af met het aantal vaccinaties.
In een veiligheidsstudie en dosisbepalingsstudies waren de percentages van koorts waargenomen na de eerste vaccinatie als volgt:
1 tot 2 jaar oud (n = 262): lichte koorts (38-39°C) bij 27,9%; matige koorts (39,1-40,0°C) bij 3,4%; geen met ernstige koorts (> 40°C).
3 tot 15 jaar oud (n = 2519): lichte koorts bij 6,8%; matige koorts bij 0,6%; geen met ernstige koorts (> 40°C).
De percentages van koorts gemeld na de tweede vaccinatie waren doorgaans lager dan de gemelde percentages na de eerste vaccinatie: 15,6% (41/263) bij kinderen van 1 tot 2 jaar oud en 1,9% (49/2522) bij kinderen van 3 tot 15 jaar oud.
Bijwerkingen na het in de handel brengen
De volgende aanvullende bijwerkingen zijn gemeld in de periode nadat het geneesmiddel in de handel was gebracht.
Systeem/orgaanklasse | Frequentie* |
| Zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000) |
Immuunsysteemaandoeningen | Anaphylactische reactie, overgevoeligheid |
Zenuwstelselaandoeningen | Encefalitis, convulsie (inclusief koortsstuip), meningisme, polyneuropathie, motorische disfunctie (hemiparese/hemiplegie aangezichtsparese, paralyse/parese, neuritis), Guillain-Barré-syndroom |
Oogaandoeningen | Vissustoornissen, fotofobie, pijn aan het oog |
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen | Tinnitus |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Dyspneu |
Huid- en onderhuidaandoeningen | Rash (erythemateus, maculopapuleus, vesiculair), erytheem, pruritus, hyperhidrose |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Nekpijn, skeletspierstijfheid (inclusief stijfheid van de nek), pijn in extremiteiten |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Loopstoornis, influenza-achtige ziekte, asthenie, oedeem |
* De bovenste limiet van het 95% betrouwbaarheidsinterval voor de frequentie van de voorvallen is berekend met 3/n, waarbij n staat voor het aantal patiënten in alle klinische onderzoeken met FSME-IMMUN 0,25 ml Junior. De berekende frequentie “zelden” vertegenwoordigt dus de theoretische maximale frequentie voor deze voorvallen.
In een kleine vergelijkende studie naar de immuunrespons na intramusculaire en subcutane toediening van FSME-IMMUN bij gezonde volwassenen, leidde de subcutane toedieningsweg tot een hoger lokaal reactogeniciteitsprofiel, met name bij vrouwen. Er zijn geen gegevens beschikbaar voor kinderen.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, www.fagg.be, Afdeling Vigilantie, website: www.eenbijwerkingmelden.be; e-mail: adr@fagg-afmps.be.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Pfizer NV, Pleinlaan 17, 1050 Brussel, België
8. NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
FSME-IMMUN 0,25 ml Junior (voorgevulde spuit zonder bevestigde naald): BE276841
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
10/2024
BEL 24J02
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3308285 | FSME IMMUN 0,25ML JUNIOR SUSP INJ VOORGEV.SPUIT 1 | J07BA01 | € 39,17 | - | Ja | - | - |