SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Urfamycine 500 mg poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Urfamycine 750 mg poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Eén Urfamycine 500 mg flesje poeder voor oplossing voor injectie bevat 631 mg thiamfenicol glycinaat hydrochloride (equivalent met 500 mg thiamfenicol).
Eén Urfamycine 750 mg flesje poeder voor oplossing voor injectie bevat 946,8 mg thiamfenicol glycinaat hydrochloride (equivalent met 750 mg thiamfenicol).
Elk oplosmiddel voor ampul bevat:
Water voor injectie 5 ml
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Parenteraal toegediend Urfamycine wordt gebruikt voor behandeling van ernstige infecties veroorzaakt door gevoelige bacteriën, wanneer andere minder toxische antimicrobiële middelen onwerkzaam of tegenaangewezen zijn.
Urfamycine is aangewezen voor de behandeling van infecties veroorzaakt door thiamfenicol gevoelige micro-organismen (zie rubriek 5.1) bij volwassenen en kinderen ouder dan 6 maanden, met inbegrip van:
- Tyfus en systemische salmonellosen in geval van een antibiogram dat stammen aantoont die resistent zijn tegen fluorochinolones;
- respiratoire of oto-rino-laryngeale infecties (bij kiemen resistent tegen andere antibiotica);
- hepatobiliaire infecties zoals acute cholecystitis;
- meningitis veroorzaakt door Haemophilus influenzae (bij resistentie tegen andere antibiotica);
- infecties veroorzaakt door anaërobe kiemen, resistent tegen andere antibiotica;
- acute niet-gecompliceerde gonorrhoe (als tweede keuze);
- infecties met Rickettsia spp., als tweede keuze na de tetracyclines.
Bij elke formulatie en elke toedieningsweg moeten de officiële richtlijnen omtrent correct gebruik van antibacteriële middelen in acht genomen worden.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
a) Injecties
Volwassenen:
2 tot 3 flesjes Urfamycine 500 mg per dag of 2 flesjes Urfamycine 750 mg per dag, overeenstemmend met 1 tot 1,5 g thiamfenicol, intramusculair of intraveneus toegediend.
In bepaalde gevallen zoals tyfus en andere salmonellosen kan de dosis verhoogd worden tot 3 g per dag gedurende de eerste 7 dagen van de behandeling.
Oudere patiënten:
Een dosering van 2x daags 500 mg wordt aanbevolen.
Pediatrische patiënten:
25 mg/kg lichaamsgewicht per dag, intraveneus of intramusculair toegediend.
Indien nodig kan bij ernstige gevallen de dosis verhoogd worden tot 50 mg/kg per dag in de eerste 7 dagen van de behandeling.
Deze dagdosis moet worden gegeven in 3 tot 4 injecties gespreid over de dag, bvb. elke 6 tot 8 uur.
Voor zeer kleine kinderen is het aan te raden de dagdosis van 25 mg/kg per dag niet te overschrijden.
Urfamycine is gecontra-indiceerd bij pasgeborenen en zuigelingen jonger dan 6 maanden.
Patiënten met een verminderde nierfunctie:
*Volwassenen:
Creatinineklaring 20-50 ml/min: 500 mg, tweemaal per dag.
Creatinineklaring 5-19 ml/min: 500 mg, éénmaal per dag.
*Pediatrische patiënten:
Een onvolgroeide nierfunctie vraagt om een zekere mate van voorzichtigheid bij prematuren en voldragen pasgeborenen (dosering mag niet hoger zijn dan 25 mg/kg).
Patiënten met een verminderde leverfunctie:
Aangezien glucuronidering onbelangrijk is voor thiamfenicol, kan het ook gebruikt worden in geval van leverinsufficiëntie.
b) Lokaal (via instillatie)
- Endo-bronchiale instillatie: 1 tot 2 ml van de 5% of 10% oplossing bij elke toediening.
- Instillatie in de lichaamsholten (pleura, blaas, peritoneum): 500 mg tot 1 g oplossen in 10 ml (2 ampullen) solvent. Deze oplossing kan nadien verdund worden in functie van de klinische noodzaak.
Het is raadzaam om niet langer dan 10 dagen te behandelen (zie rubriek 4.4).
Wijze van toediening
Urfamycine 500 mg en Urfamycine 750 mg kunnen worden toegediend via systemische weg (intraveneus, intramusculair) en via topische weg (inhalatie, instillatie).
Formulaties voor systemisch gebruik
Voor intramusculaire injectie wordt de 10% oplossing via de 500 mg formulering aanbevolen, of de 15% oplossing via de 750 mg formulering.
Voor intraveneuze injectie wordt de 5% oplossing via de 500 mg formulering aanbevolen, of de 7,5% oplossing via de 750 mg formulering.
Voor instructies over reconstitutie van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
Formulaties voor gebruik via inhalatie of instillatie
Inhalatie via aërosol:
Voor toediening via inhalatie is een aërosoltoestel vereist. De vernevelaar dient ingesteld te worden om een maximum aan deeltjes met een diameter van 3-20 µm te produceren.
Eventueel kan er gebruik gemaakt worden van perslucht of van een compressor.
Glas of plastic materiaal geniet de voorkeur voor de verneveling.
Indien een vernevelaar met metaal of rubber onderdelen wordt gebruikt, moet er na gebruik met water gespoeld worden.
Kleine vernevelaars zoals bolverstuivers of met de hand bediende verstuivers dienen niet gebruikt te worden.
Instillatie:
De formulering voor topisch gebruik kan direct in de lichaamsholten en geopereerde lichaamsholten worden ingedruppeld.
Tracheale en bronchiale instillaties kunnen doorgevoerd worden via inbrengen van een sonde of kleine catheter in de trachea. De oplossing kan dan ingedruppeld worden via een spuit aangesloten op de sonde of catheter.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of chlooramfenicol of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Stoornissen in de hematopoiesis (bvb. bij reeds bestaande beenmergdepressie).
- Ernstig tekort aan glucose-6-fosfatase dehydrogenase.
- Ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring van 0 tot 10 ml/min).
- Anurie (dagelijkse urineproductie is minder dan 100 ml).
- Gelijktijdige behandeling met immunosuppressieve cytotoxische geneesmiddelen.
- Pasgeborenen en zuigelingen jonger dan 6 maanden.
4.8 Bijwerkingen
De belangrijkste bijwerkingen na systemische toediening van thiamfenicol omvatten beenmergdepressie die zich manifesteert met anemie, thrombocytopenie en leukopenie. Gastro-intestinale effecten zijn verantwoordelijk voor de meeste niet-hematologische bijwerkingen na oraal gebruik. De meest voorkomende gastro-intestinale effecten waren diarree, misselijkheid en braken.
In onderstaande tabel worden de bijwerkingen weergegeven per systeem orgaanklasse.
Binnen elke frequentiegroep worden de bijwerkingen gerangschikt volgens afnemende ernst. De frequentie van de bijwerkingen zijn als volgt gedefinieerd: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1.000, < 1/100); zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden (≤ 1/10.000), niet gekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Systeem orgaanklasse | Vaak | Soms | Niet gekend |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen |
|
| Anemie, thrombocytopenie, leukopenie |
Immuunsysteemaandoeningen |
|
| Anafylactische reactie, Jarisch-Herxheimer reactie (tijdens tyfus koorts) |
Zenuwstelselaandoeningen |
| Hoofdpijn, duizeligheid | Optische neuritis, perifere neuropathie (na langdurig gebruik) |
Maagdarmstelselaandoeningen | Nausea | Diarree | Braken |
Huid- en onderhuidaandoeningen |
|
| Rash, alopecie |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen |
|
| Pyrexie |
Hematologische veranderingen zoals anemie, thrombocytopenie en leukopenie zijn dosis gerelateerd en reversibel bij het stopzetten van de behandeling. Bij patiënten met nierinsufficiëntie werd alopecie gerapporteerd, die eventueel tot kaalheid leidde. Dit fenomeen is reversibel bij het stopzetten van de behandeling.
Pediatrische patiënten:
Uit klinische studies en post-marketing surveillance blijken er geen klinisch relevante verschillen te zijn in aard, frequentie, ernst en reversibiliteit van bijwerkingen tussen het veiligheidsprofiel van volwassenen en pediatrische populaties, of andere relevante leeftijdscategorieën.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Zambon N.V.
Avenue Bourgmestre E. Demunter 3
1090 Brussel
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Urfamycine 500 mg poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie: BE027824
Urfamcyine 750 mg poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie: BE027921
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
01/2026
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0093203 | URFAMYCINE FL INJ 3 X 750MG + AMP 6 | J01BA02 | € 10,67 | - | Ja | - | - |
| 0094086 | URFAMYCINE FL INJ 3 X 500 MG+SOLV 6 | J01BA02 | € 18,37 | - | Ja | € 4,28 | € 2,57 |