1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
NATRIBIC 84 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Het actief bestanddeel is natriumbicarbonaat.
1 ml oplossing bevat 84 mg natriumbicarbonaat.
Elke ampul van 5 ml bevat 0,42 g natriumbicarbonaat.
Elke injectieflacon van 100 ml bevat 8,40 g natriumbicarbonaat.
Ionensamenstelling in mEq/ml of mmol/ml | Na+ | HCO3 |
NATRIBIC 84mg/ml | 1 | 1 |
Hulpstof met bekend effect: natrium.
1 ml oplossing bevat 23 mg natrium.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Concentraat voor oplossing voor infusie (steriel concentraat).
Waterige, heldere, kleurloze oplossing en vrij van zichtbare deeltjes.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
- Metabole acidosen van diverse oorsprong.
- Hyperkaliëmie met acidose.
- Alkalinisering van de urine.
- Pediatrie: behandeling van symptomatische patiënten met een hyperkaliëmie, een hypermagnesemie, een overdosering door tricyclische antidepressiva, of een overdosering door andere agenten die de natriumpomp blokkeren; het kan overwogen worden bij patiënten met een langere hartstilstand of in een schoktoestand die gepaard gaat met een ernstige metabole acidose.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
8,4 gram natriumbicarbonaat levert ongeveer 100 millimol (100 mEq) bicarbonaat en 100 millimol (100 mEq) natrium op.
Acidose
Volwassenen
De dosering moet individueel bepaald worden volgens de volgende formule, nadat de bloed-pH vastgesteld werd:
Nodige hoeveelheid NaHCO3 8,4% (in ml) = Deficit aan base (in mol per liter) x 0,3 x Lichaamsgewicht (in kg).
N.B.: De factor 0,3 geeft de verhouding extracellulaire vloeistof (ECV) weer tegenover het totale lichaamsvocht.
De correctie van de metabole acidose moet geleidelijk aan gebeuren, waarbij de evolutie van de bloed-pH gevolgd moet worden.
Op basis van de ernst van de acidose, bedraagt de initiële dosering 2 tot 5 mEq/kg in 4 tot 8 uur.
Een totale correctie van de acidose in 24 uur is niet aangeraden. Dit zou in feite een alkalose kunnen maskeren.
Het is aan te bevelen met een intraveneuze infusie te beginnen die overeenstemt met de helft van de berekende dosis, en de behandeling daarna voort te zetten op basis van de evolutie van de bloed-pH.
Een CO2-gehalte van ongeveer 20 mEq/l na 24 uur is verenigbaar met een normale bloed-pH.
Bij een ernstige melkzuuracidose, gekoppeld aan een pH minder dan 6,8, bedraagt de aanbevolen dosering 400 mEq in 4 tot 6 uur, tot de pH de waarde van 7,2 bereikt.
Daarna moet de infusie stopgezet worden om een overdosering en een metabole alkalose te vermijden.
Een diabetische keto-acidose kan verbeterd worden door een rehydratatie van de patiënt, maar een toediening van natriumbicarbonaat is nodig als de bloed-pH lager is dan 7,2. Zodra de pH de waarde van 7,2 bereikt heeft, zal de doeltreffendheid van de insuline tot uiting komen en zal het niet langer nodig zijn de bicarbonaatbuffer toe te dienen, wat de terugkeer van een metabole alkalose door de metabolisering van de ketonlichamen vermijdt.
Bejaarde patiënten
De maximum dagelijkse dosis natriumbicarbonaat bij de patiënt ouder dan 60 jaar bedraagt 8 g.
Pediatrische patiënten
De posologische aanbevelingen voor pediatrie omvatten een initiële dosis van 1 mEq/kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 1 ml van 8,4% oplossing per kg lichaamsgewicht) per intraveneuze infusie. Om de osmostische overlast bij de pasgeborene te vermijden, kan men een tot de helft verdund oplossing gebruiken (0,5 mEq/ml of 4,2%).
De volgende dosissen worden berekend op basis van de waarden van de bloedgassen of zullen om de 10 minuten toegediend worden in het geval van een langere hartstilstand.
Bij de pasgeborenen en kinderen jonger dan 2 jaar, mag de dagelijkse dosis 8 mEq/kg niet overschrijden.
Een snelle toediening (10 ml/minuut) kan een hypernatriëmie, een vermindering van de cerebrospinale vloeistofdruk en een intracraniale bloeding veroorzaken.
Alkalinisering van de urine
De aanbevolen posologie bedraagt in dit geval 2 tot 5 mEq/kg lichaamsgewicht langs intraveneus gebruik over een periode van 4 tot 8 uur. Deze dosering is bij het kind dezelfde als bij een volwassene.
Wijze van toediening
Aangezien de 8,4% natriumbicarbonaat oplossingen hypertonisch zijn, moeten ze voor toediening verdund worden tot isotoniciteit (m.a.w. tot 1,5%) met water voor injecties, een fysiologische oplossing of een glucose 5% oplossing, of met andere standaard verenigbare elektrolytische oplossingen.
Een balans van het zuur-base-evenwicht moet op te maken voor en tijdens de hele duur van de behandeling.
Voor instructies over verdunning van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Metabole of respiratore alkalose.
- Hypernatriëmie.
- Hypokaliëmie.
- Hypocalciëmie.
- Hypochloriëmie.
- Hypoventilatie.
- Nierinsufficiëntie.
- Antecedenten van nierstenen.
- Hypertensie.
- Oedeem.
- Ademhalingsacidose.
- Algemene contra-indicaties met betrekking tot de intraveneuze infusie zoals:
- Hart decompensatie.
- Hersen- of longoedeem.
- Nierstoornissen (oligurie, anurie).
- Hyperhydratatie.
4.8 Bijwerkingen
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
De volgende metabole effecten werden gemeld bij de patiënten die met natriumbicarbonaat behandeld werden, in het bijzonder bij de patiënten die aan een nieraandoening lijden:
- Hypernatriëmie.
- Metabole alkalose met manifestaties die gepaard gaan met kortademigheid, spiereffecten (zoals zwakheid, hypertoniciteit, contracturen en tetanie, in het bijzonder in geval van hypocalciëmie) en mentale stoornissen (zoals agitatie, krampen en coma).
- Hyperosmolaliteit.
De behandeling van de hypernatriëmie en de hyperosmolaliteit bestaat vooral in een adequate correctie van het hydro-elektrolytisch evenwicht.
Het risico van elektrolytische overlast die een periferisch of pulmonair oedeem kan veroorzaken, heeft rechtstreeks te maken met de concentratie aan natriumbicarbonaat en de klinische toestand van de patiënt.
Een snelle of overdreven toediening van natriumbicarbonaat kan een tetanie veroorzaken ten gevolge van een vermindering van het geïoniseerd calcium en een hypokaliëmie (droge mond, grote dorst, onregelmatig hartritme, mentale stoornissen of stemmingswisselingen, krampen of spierpijnen, zwakke polsslag), doordat er terug kalium in de cellen komt.
Zenuwstelselaandoeningen
Met het natriumbicarbonaat kan zich een hersenoedeem voordoen, in het bijzonder bij patiënten met een diabetische acidoketose en er bestaat een risico van hersenbloeding, met name bij een snelle toediening bij kinderen jonger dan 2 jaar.
Hartaandoeningen
Daling van de arteriële druk en vermindering van het hartdebiet.
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Een hypercapnie werd gemeld bij de patiënten met kunstmatige beademing en die behandeld worden met natriumbicarbonaat.
Als fysiologische buffer vereist het natriumbicarbonaat immers een open systeem, zodat de CO2 die geproduceerd wordt bij de reactie met de H+ ionen naar de longen getransporteerd kan worden om daar vrijgegeven te worden. Als kunstmatige beademing ingezet wordt of als de patiënt de grens van de ademhalingsinspanning bereikt heeft, kan een infuus met natriumbicarbonaat een hypercapnie veroorzaken.
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
In geval van extravasatie, kan zich op de injectieplaats een weefselnecrose voordoen.
De toediening van hypertonische concentraties van natriumbicarbonaat kan de aders beschadigen en er werd een calcificatie van het aderweefsel gemeld ten gevolge van een intravasculaire toediening van calciumchloride of natriumbicarbonaat.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
Afdeling Vigilantie, Galileelaan 5/03 - 1210 Brussel.
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Laboratoires STEROP NV, Scheutlaan 46-50, 1070 Brussel, België.
8. NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
NATRIBIC 84mg/ml – ampul van 5 ml: BE095812
NATRIBIC 84mg/ml – injectieflacon van 100 ml: BE254956
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Goedkeuringsdatum van de tekst: 03/2022
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2117471 | NATRIBIC 84MG/ML SOL INJ 100 ML | B05XA02 | € 6,9 | € 3,9 | Ja | - | - |
| 2117463 | NATRIBIC 84MG/ML 5ML SOL INJ 100 | B05XA02 | - | € 98,9 | Ja | - | - |
| 2117497 | NATRIBIC 84MG/ML 5 ML SOL INJ 10 | B05XA02 | € 19,32 | - | Ja | - | - |