Samenvatting van de Productkenmerken
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Rifadine 150 mg capsules, hard
Rifadine 300 mg capsules, hard
Rifadine 600 mg I.V. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor infusie
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Rifadine 150 mg capsules, hard
Elke capsule bevat 150 mg rifampicine als werkzaam bestanddeel.
Voor de volledige lijst van de hulpstoffen: zie rubriek 6.1.
Rifadine 300 mg capsules, hard
Elke capsule bevat 300 mg rifampicine als werkzaam bestanddeel.
Voor de volledige lijst van de hulpstoffen: zie rubriek 6.1.
Rifadine 600 mg I.V. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor infusie
Elke injectieflacon bevat 600 mg rifampicine als werkzaam bestanddeel.
Voor de volledige lijst van de hulpstoffen: zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Rifadine 150 mg capsules, hard
Capsule, hard
Rifadine 300 mg capsules, hard
Capsule, hard
Rifadine 600 mg I.V. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor infusie
Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor infusie
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Tuberculose
Rifampicine is aangewezen bij de behandeling van tuberculose, in al zijn vormen.
Het moet steeds gebruikt worden in combinatie met minstens één ander antituberculose-geneesmiddel.
Meestal bestaan de gebruikte combinaties uit: rifampicine en isoniazide; rifampicine, isoniazide en pyrazinamide (met of zonder streptomycine of ethambutol); rifampicine, isoniazide en ethambutol; rifampicine en ethambutol.
Infecties veroorzaakt door Mycobacterium avium complex (niet chromogene mycobacteriën van de groep III Runyon) en door M. kansasii
Rifampicine is bij deze infecties onder al hun mogelijke vormen aangewezen. Het moet gebruikt worden in associatie met andere antimycobacteriële geneesmiddelen.
Lepra
Rifampicine is aangewezen bij de behandeling van lepromateuze en dimorfe lepra, teneinde een omzetting teweeg te brengen van de infectieuze naar de niet-infectieuze toestand. Rifampicine moet samen met ten minste één ander anti-lepra geneesmiddel toegediend worden.
Andere infecties
Ernstige infecties veroorzaakt door micro-organismen gevoelig voor rifampicine zoals Staphylococcus aureus of S. epidermidis, tegenover meticilline resistente kiemen inbegrepen.
Infecties veroorzaakt door enterokokken.
Teneinde het ontwikkelen van resistente kiemen te vermijden, moet rifampicine toegediend worden samen met een ander antibacterieel geneesmiddel dat gelijkaardige antibacteriële eigenschappen heeft. Behandeling van ernstige infecties zoals endocarditis gebeurt normaal in het hospitaalmidden.
Profylaxe van meningokokkeninfecties
Rifampicine is aangewezen als profylactisch middel bij personen die in contact komen met personen met een meningokokkenmeningitis.
Rifampicine is niet aangewezen bij een behandeling van een meningokokkeninfectie omdat de mogelijkheid bestaat dat er snel resistente organismen optreden.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De behandeling moet stopgezet worden bij patiënten met ernstige huidreacties, hematologische reacties (zoals purpura of hemolytische anemie), reacties van het type immunologisch-allergisch griepaal syndroom, oligurie of manifeste tekens van een hepatocellulaire aantasting (zie rubriek 4.4).
Volwassenen
De dagelijkse aanbevolen dosis, in éénmaal in te nemen, bedraagt 10 mg/kg.
De gebruikelijke dagelijkse dosis bij patiënten die minder dan 50 kg wegen, bedraagt 450 mg en voor patiënten die 50 kg of meer wegen 600 mg.
Kinderen en zuigelingen
De aanbevolen dosis ligt tussen 10 en 20 mg/kg lichaamsgewicht, per dag, zonder dat een dosis van 600 mg/dag wordt overschreden.
Bij de behandeling van tuberculose moet rifampicine altijd toegediend worden samen met minstens één ander antituberculose geneesmiddel en bij de behandeling van lepra altijd minstens met één ander antilepra geneesmiddel.
De gebruikelijke dosis bedraagt 15 tot 20 mg/kg/dag, verdeeld over 2 toedieningen.
Men moet samen met rifampicine een ander antibacterieel geneesmiddel toedienen met gelijkaardige eigenschappen om het ontstaan van resistente stammen te vermijden.
Het is aanbevolen rifampicine 2 maal per dag gedurende 2 opeenvolgende dagen toe te dienen:
- volwassenen: 600 mg om de 12 uur gedurende 2 dagen;
- kinderen van 1 jaar of ouder: 10 mg/kg om de 12 uur gedurende 2 dagen;
- kinderen van 3 maanden tot 1 jaar: 5 mg/kg om de 12 uur gedurende 2 dagen.
Wijze van toediening
Rifampicine moet op een lege maag ingenomen worden, minstens 30 minuten vóór de maaltijd of 2 uur na de maaltijd.
Rifampicine voor infusie is enkel aangewezen wanneer, naar mening van de arts, orale behandeling onmogelijk is. Voor instructies over reconstitutie en verdunning van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
Het is aanbevolen de infusie toe te dienen over een periode van 2 tot 3 uur.
De bereidingen moeten worden gebruikt als volgt:
• Na reconstitutie in water voor injecties en daaropvolgende verdunning in glucose 5%: binnen de 8 uur
• Na reconstitutie in water voor injecties en daaropvolgende verdunning in NaCl 0,9%: binnen de 6 uur
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Rifampicine is tegenaangewezen bij gematigd of ernstig gestoorde leverfunctie, bij patiënten die vooraf reeds overgevoeligheid voor andere rifamycines vertoonden evenals in geval van porfyrie (zie rubriek 4.4).
Gelijktijdig gebruik van rifampicine en de combinatie saquinavir, ritonavir, Cabotegravir, fostemsavir en lenacapavir is tegenaan-gewezen (zie rubriek 4.5).
Gelijktijdige toediening met lurasidon (zie rubriek 4.5)
4.8 Bijwerkingen
De volgende frequentieverdeling volgens CIOMS wordt gebruikt, waar van toepassing: zeer vaak ≥ 10%; vaak ≥ 1 en < 10%; soms ≥ 0,1 en < 1%; zelden ≥ 0,01 en < 0,1%; zeer zelden < 0,01%, niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Tabel met bijwerkingen
Systeem/orgaanklassen | Zeer vaak | Vaak | Soms | Niet bekend |
Infecties en parasitaire aandoeningen |
|
|
| pseudomembranaire colitis, griep |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen |
| thrombocytopenie met of zonder purpura1 | leuko-penie | gedissemineerde intravasculaire coagulatie, eosinofilie, agranulocytose, hemolytische anemie4, vitamine K-afhankelijke coagulatiestoornissen |
Immuunsysteem-aandoeningen |
|
|
| anafylactische reactie4 |
Endocriene aandoeningen |
|
|
| bijnierinsufficiëntie bij patiënten met gecompromitteerde bijnierfunctie |
Voedings- en stofwisselingsstoornissen |
|
|
| verminderde eetlust |
Psychische stoornissen |
|
|
| psychotische stoornis |
Zenuwstelselaandoeningen |
| hoofdpijn, duizeligheid |
| hersenbloedingen en overlijdens bij het verderzetten of hervatten van de toediening van rifampicine na het verschijnen van purpura |
Oogaandoeningen |
|
|
| traanverkleuring |
Bloedvataandoeningen |
|
|
| shock4, rood aanlopen, vasculitis, bloeding |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen |
|
|
| dyspneu4, piepende ademhaling4, verkleurd sputum, interstitiële longziekte (inclusief pneumonitis) |
Maagdarmstelsel-aandoeningen |
| misselijkheid, braken | diarree | maagklachten, verkleuring van de tanden die permanent kan zijn |
Lever- en galaandoeningen |
|
|
| hepatitis, hyperbilirubinemie, cholestasis (zie rubriek 4.4: waarschuwingen) |
Huid- en onderhuidaandoeningen |
|
|
| erythema multiforme zoals Stevens-Johnsonsyndroom en toxische epidermale necrolyse, DRESS-syndroom2 (zie rubriek 4.4), huidreactie, pruritus, pruritische uitslag, urticaria, allergische dermatitis, pemfigoïd, zweetverkleuring, acute veralgemeende exanthemateuze pustulose (AGEP) |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen |
|
|
| spierzwakte, myopathie, botpijn |
Nier- en urinewegaandoeningen |
|
|
| acute nierschade3,4, chromaturie |
Zwangerschap, perinatale periode en puerperium |
|
|
| post-partumbloeding, foetale-maternale bloeding |
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen |
|
|
| menstruatieklachten |
Congenitale, familiale en genetische aandoeningen |
|
|
| porfyrie |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoor-nissen | pyrexie (koorts)4, rillingen4 | paradoxale geneesmiddelenreactie (herhaling of optreden van nieuwe symptomen van tuberculose, fysieke en radiologische symptomen bij een patiënt die eerder verbetering had laten zien met een geschikte antituberculose-behandeling, wordt een paradoxale reactie genoemd, die wordt gediagnosticeerd nadat een slechte therapietrouw van de patiënt, resistentie tegen geneesmiddelen, bijwerkingen van anti-tuberculose therapie, secundaire bacteriële/schimmel-infecties.)* |
| oedeem |
Onderzoeken |
| verhoogde bilirubine, verhoogde aspartaatamino-transferase, verhoogde alanineamino-transferase |
| verlaagde bloeddruk4, verhoogd creatinine in het bloed, verhoogde leverenzymen |
1 Meestal in geval van een intermitterende behandeling en meestal van immunologische oorsprong maar is omkeerbaar wanneer men de toediening van het geneesmiddel stopt van zodra purpura optreedt.
2 Geneesmiddelreactie met eosinofilie en systemische symptomen.
3 Gewoonlijk te wijten aan niertubulusnecrose of tubulo-interstitiële nefritis.
4 Reacties die meestal optreden bij intermitterende dosisschema’s en waarschijnlijk van immunologische oorsprong.
* Incidentie van paradoxale geneesmiddelenreactie: Een lagere frequentie is gerapporteerd als 9,2% (53/573) (gegevens tussen oktober 2007 en maart 2010) en een hogere frequentie is gerapporteerd als 25% (19/76) (gegevens tussen 2000 en 2010).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
België: Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten: www.fagg.be – Afdeling Vigilantie: Website: www.eenbijwerkingmelden.be – E-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Sanofi Belgium
Leonardo Da Vincilaan 19
1831 Diegem
Tel. : + 32 2 710 54 00
e-mail: info.belgium@sanofi.com
8. NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Rifadine 150 mg capsules, hard: BE069781
Rifadine 300 mg capsules, hard: BE070917
Rifadine 600 mg I.V. poeder en oplosmiddel voor oplossing voor infusie:
BE119314
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Datum van goedkeuring: 01/2026
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0075747 | RIFADINE CAPS 100 X 150 MG | J04AB02 | € 37,59 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 0075770 | RIFADINE CAPS 50 X 300 MG | J04AB02 | € 37,5 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 0881797 | RIFADINE AMP 1 X 600 MG + solv | J04AB02 | - | € 3,28 | Ja | - | - |