1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Serdolect 4 mg en 16 mg filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke 4 mg tablet bevat: sertindol 4 mg
Elke 16 mg tablet bevat: sertindol 16 mg
Hulpstoffen met bekend effect:
Elke 4 mg filmomhulde tablet bevat 57,74 mg lactose.
Elke 16 mg filmomhulde tablet bevat 90,32 mg lactose.
Zie rubriek 4.4.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
Elke 16 mg tablet bevat: sertindol 16 mg
Hulpstoffen met bekend effect:
Elke 4 mg filmomhulde tablet bevat 57,74 mg lactose.
Elke 16 mg filmomhulde tablet bevat 90,32 mg lactose.
Zie rubriek 4.4.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tabletten
Beschrijving van de tabletten:
4 mg: Ovale, gele, biconvexe filmomhulde tabletten, aan één kant gemarkeerd met “S4”
16 mg: Ovale, donkerroze, biconvexe filmomhulde tabletten, aan één kant gemarkeerd met “S16”
Beschrijving van de tabletten:
4 mg: Ovale, gele, biconvexe filmomhulde tabletten, aan één kant gemarkeerd met “S4”
16 mg: Ovale, donkerroze, biconvexe filmomhulde tabletten, aan één kant gemarkeerd met “S16”
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Sertindol is geïndiceerd voor de behandeling van schizofrenie.
Uit cardiovasculaire veiligheidsoverwegingen, dient het gebruik van sertindol beperkt te blijven tot die patiënten van wie gebleken is dat ze ten minste één ander antipsychoticum niet kunnen verdragen.
Sertindol dient niet te worden gebruikt om in noodsituaties symptomen bij patiënten met acute stoornissen snel te verlichten.
Uit cardiovasculaire veiligheidsoverwegingen, dient het gebruik van sertindol beperkt te blijven tot die patiënten van wie gebleken is dat ze ten minste één ander antipsychoticum niet kunnen verdragen.
Sertindol dient niet te worden gebruikt om in noodsituaties symptomen bij patiënten met acute stoornissen snel te verlichten.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Sertindol wordt eenmaal daags oraal toegediend tijdens of buiten de maaltijd. Indien sedatie gewenst is kan een benzodiazepine worden bijgegeven.
Titratie
Bij alle patiënten dient te worden begonnen met sertindol 4 mg per dag. De dosering dient te worden verhoogd in stappen van 4 mg om de 4-5 dagen totdat de optimale onderhoudsdosering van 12-20 mg per dag bereikt wordt. Door het α1-blokkerend effect van sertindol kan gedurende de instelperiode orthostatische hypotensie optreden. Een startdosering van 8 mg of een snelle verhoging van de dosering geeft een aanzienlijk verhoogde kans op orthostatische hypotensie.
Onderhoudsbehandeling
De dosering kan, afhankelijk van de individuele repons, worden verhoogd tot 20 mg/dag. Alleen in uitzonderlijke gevallen moet een maximum dosering van 24 mg overwogen worden, aangezien tijdens klinische studies niet consistent een verhoogde effectiviteit is aangetoond bij doseringen hoger dan 20 mg en QT-verlenging bij de hogere doseringen kan toenemen.
De bloeddruk van de patiënt dient gecontroleerd te worden gedurende de instelperiode en in de beginfase van de onderhoudsbehandeling.
Ouderen
Hoewel een farmacokinetische studie geen verschillen heeft aangetoond tussen jonge en oudere proefpersonen, zijn slechts beperkte klinische gegevens beschikbaar voor patiënten ouder dan 65 jaar. Behandeling dient alleen gestart te worden na zorgvuldig cardiovasculair onderzoek. Een langzamere titratie en lagere onderhoudsdoseringen kan aanbevolen zijn bij oudere patiënten (zie rubriek 4.4).
Pediatrische patiënten
| Let op: ECG monitoring is vereist vóór en tijdens de behandeling met sertindol; zie rubriek 4.4. Klinische studies hebben aangetoond dat sertindol het QT-interval meer verlengt dan sommige andere antipsychotica. Daarom moet sertindol slechts gebruikt worden bij patiënten van wie gebleken is dat ze ten minste één ander antipsychoticum niet kunnen verdragen. Voorschrijvende artsen dienen de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen volledig op te volgen: zie rubriek 4.3 en 4.4. |
Titratie
Bij alle patiënten dient te worden begonnen met sertindol 4 mg per dag. De dosering dient te worden verhoogd in stappen van 4 mg om de 4-5 dagen totdat de optimale onderhoudsdosering van 12-20 mg per dag bereikt wordt. Door het α1-blokkerend effect van sertindol kan gedurende de instelperiode orthostatische hypotensie optreden. Een startdosering van 8 mg of een snelle verhoging van de dosering geeft een aanzienlijk verhoogde kans op orthostatische hypotensie.
Onderhoudsbehandeling
De dosering kan, afhankelijk van de individuele repons, worden verhoogd tot 20 mg/dag. Alleen in uitzonderlijke gevallen moet een maximum dosering van 24 mg overwogen worden, aangezien tijdens klinische studies niet consistent een verhoogde effectiviteit is aangetoond bij doseringen hoger dan 20 mg en QT-verlenging bij de hogere doseringen kan toenemen.
De bloeddruk van de patiënt dient gecontroleerd te worden gedurende de instelperiode en in de beginfase van de onderhoudsbehandeling.
Ouderen
Hoewel een farmacokinetische studie geen verschillen heeft aangetoond tussen jonge en oudere proefpersonen, zijn slechts beperkte klinische gegevens beschikbaar voor patiënten ouder dan 65 jaar. Behandeling dient alleen gestart te worden na zorgvuldig cardiovasculair onderzoek. Een langzamere titratie en lagere onderhoudsdoseringen kan aanbevolen zijn bij oudere patiënten (zie rubriek 4.4).
Pediatrische patiënten
Het gebruik van Serdolect bij kinderen en adolescenten wordt niet aanbevolen wegens het ontbreken van gegevens over de veiligheid en werkzaamheid.
Verminderde nierfunctie
Sertindol kan in de normale dosering worden toegediend bij patiënten met een verminderde nierfunctie (zie rubriek 4.3). De farmacokinetiek van sertindol wordt niet beïnvloed door hemodialyse.
Verminderde leverfunctie
Bij patiënten met een lichte/matige leverfunctiestoornis dient langzamer getitreerd te worden en een lagere onderhoudsdosering gegeven te worden.
Opnieuw starten met sertindol bij patiënten die gestopt zijn met de behandeling
Wanneer opnieuw gestart wordt bij patiënten die korter dan een week geen sertindol ingenomen hebben, is het niet nodig opnieuw te titreren en kan onmiddellijk hun laatst voorgeschreven onderhoudsdosering gegeven worden. Wanneer het interval langer is, dient het aanbevolen titratieschema gevolgd te worden. Alvorens sertindol opnieuw te titreren dient een ECG gemaakt te worden.
Overschakelen van een ander antipsychoticum op sertindol
De behandeling met sertindol kan gestart worden volgens het aanbevolen titratieschema op hetzelfde moment dat de andere orale antipsychotica worden gestaakt. Bij patiënten op depot-antipsychotica wordt met sertindol gestart ter vervanging van de volgende depot-injectie.
Verminderde nierfunctie
Sertindol kan in de normale dosering worden toegediend bij patiënten met een verminderde nierfunctie (zie rubriek 4.3). De farmacokinetiek van sertindol wordt niet beïnvloed door hemodialyse.
Verminderde leverfunctie
Bij patiënten met een lichte/matige leverfunctiestoornis dient langzamer getitreerd te worden en een lagere onderhoudsdosering gegeven te worden.
Opnieuw starten met sertindol bij patiënten die gestopt zijn met de behandeling
Wanneer opnieuw gestart wordt bij patiënten die korter dan een week geen sertindol ingenomen hebben, is het niet nodig opnieuw te titreren en kan onmiddellijk hun laatst voorgeschreven onderhoudsdosering gegeven worden. Wanneer het interval langer is, dient het aanbevolen titratieschema gevolgd te worden. Alvorens sertindol opnieuw te titreren dient een ECG gemaakt te worden.
Overschakelen van een ander antipsychoticum op sertindol
De behandeling met sertindol kan gestart worden volgens het aanbevolen titratieschema op hetzelfde moment dat de andere orale antipsychotica worden gestaakt. Bij patiënten op depot-antipsychotica wordt met sertindol gestart ter vervanging van de volgende depot-injectie.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor sertindol of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen).
Sertindol is gecontraïndiceerd bij patiënten bekend met een ongecorrigeerde hypokaliëmie of met een ongecorrigeerde hypomagnesiëmie.
Sertindol is gecontraïndiceerd bij patiënten die bekend zijn met een klinisch significante hartaandoening, congestief hartfalen, cardiale hypertrofie, aritmie of bradycardie (< 50 slagen per minuut).
Daarnaast dient sertindol niet gestart te worden bij patiënten met een congenitaal lange QT-interval syndroom of een positieve familieanamnese hiervoor, of bij patiënten bekend met een verlengd QT-interval (QTc > 450 msec bij mannen en > 470 msec bij vrouwen).
Sertindol is gecontraïndiceerd bij patiënten die behandeld worden met geneesmiddelen, waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen. Relevante geneesmiddelklassen zijn:
• klasse Ia en klasse III anti-aritmica (bijvoorbeeld kinidine, amiodaron, sotalol en dofetilide)
• sommige antipsychotica (bijvoorbeeld thioridazine)
• sommige macroliden (bijvoorbeeld erythromycine)
• sommige antihistaminica (bijvoorbeeld terfenadine en astemizol)
• sommige chinolonen (bijvoorbeeld gatifloxacine en moxifloxacine)
Bovenstaande lijst is niet volledig en andere afzonderlijke geneesmiddelen, waarvan bekend is dat ze het QT-interval significant verlengen (bijvoorbeeld cisapride en lithium), zijn eveneens gecontraïndiceerd.
Gelijktijdige toediening van sertindol is gecontraïndiceerd bij geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze de cytochroom P450 3A enzymen (zie rubriek 4.5) in belangrijke mate remmen. Relevante klassen zijn ondermeer:
• systemische toediening van ‘azol’ antimycotica (bijvoorbeeld ketoconazol en itraconazol)
• sommige macrolide antibiotica (bijvoorbeeld erythromycine en clarithromycine)
• HIV protease remmers (bijvoorbeeld indinavir)
• sommige calciumantagonisten (bijvoorbeeld diltiazem en verapamil)
Bovenstaande lijst is niet volledig en andere afzonderlijke geneesmiddelen, waarvan bekend is dat ze de CYP3A enzymen in belangrijke mate remmen (bijvoorbeeld cimetidine) zijn ook gecontraïndiceerd.
Sertindol is gecontraïndiceerd bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis.
Sertindol is gecontraïndiceerd bij patiënten bekend met een ongecorrigeerde hypokaliëmie of met een ongecorrigeerde hypomagnesiëmie.
Sertindol is gecontraïndiceerd bij patiënten die bekend zijn met een klinisch significante hartaandoening, congestief hartfalen, cardiale hypertrofie, aritmie of bradycardie (< 50 slagen per minuut).
Daarnaast dient sertindol niet gestart te worden bij patiënten met een congenitaal lange QT-interval syndroom of een positieve familieanamnese hiervoor, of bij patiënten bekend met een verlengd QT-interval (QTc > 450 msec bij mannen en > 470 msec bij vrouwen).
Sertindol is gecontraïndiceerd bij patiënten die behandeld worden met geneesmiddelen, waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen. Relevante geneesmiddelklassen zijn:
• klasse Ia en klasse III anti-aritmica (bijvoorbeeld kinidine, amiodaron, sotalol en dofetilide)
• sommige antipsychotica (bijvoorbeeld thioridazine)
• sommige macroliden (bijvoorbeeld erythromycine)
• sommige antihistaminica (bijvoorbeeld terfenadine en astemizol)
• sommige chinolonen (bijvoorbeeld gatifloxacine en moxifloxacine)
Bovenstaande lijst is niet volledig en andere afzonderlijke geneesmiddelen, waarvan bekend is dat ze het QT-interval significant verlengen (bijvoorbeeld cisapride en lithium), zijn eveneens gecontraïndiceerd.
Gelijktijdige toediening van sertindol is gecontraïndiceerd bij geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze de cytochroom P450 3A enzymen (zie rubriek 4.5) in belangrijke mate remmen. Relevante klassen zijn ondermeer:
• systemische toediening van ‘azol’ antimycotica (bijvoorbeeld ketoconazol en itraconazol)
• sommige macrolide antibiotica (bijvoorbeeld erythromycine en clarithromycine)
• HIV protease remmers (bijvoorbeeld indinavir)
• sommige calciumantagonisten (bijvoorbeeld diltiazem en verapamil)
Bovenstaande lijst is niet volledig en andere afzonderlijke geneesmiddelen, waarvan bekend is dat ze de CYP3A enzymen in belangrijke mate remmen (bijvoorbeeld cimetidine) zijn ook gecontraïndiceerd.
Sertindol is gecontraïndiceerd bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis.
4.8 Bijwerkingen
In klinische studies traden, bij gebruik van sertindol, de volgende bijwerkingen op met een incidentie groter dan 1% en met een significant verschil ten opzichte van placebo (in volgorde van afnemende frequentie): rhinitis/neusverstopping, abnormale ejaculatie (verminderd ejaculatoir volume), duizeligheid, droge mond, orthostatische hypotensie, gewichtstoename, perifeer oedeem, dyspnoea, paraesthesie en verlenging van het QT-interval (zie rubriek 4.4).
Extrapyramidale symptomen (EPS)
Het percentage patiënten dat extrapyramidale symptomen rapporteerde in de groep die met sertindol werd behandeld, was gelijk aan het percentage in de groep patiënten die placebo kregen. Bovendien was er in placebo-gecontroleerde studies geen verschil in behoefte aan anti-EPS medicatie tussen patiënten die met sertindol werden behandeld en patiënten behandeld met placebo.
Sommige van de bijwerkingen, zoals bijvoorbeeld orthostatische hypotensie, zullen bij aanvang van de behandeling ontstaan en na verloop van tijd weer verdwijnen.
De tabel hieronder beschrijft de bijwerkingen geclassificeerd naar orgaansysteem en frequentie:
Zeer vaak (≥ 1/10); Vaak (≥ 1/100 <1/10); Soms (≥ 1/1.000 <1/100); Zelden (≥1/10.000 <1/1.000); Zeer zelden (<1/10.000); Niet bekend (kan niet worden geschat op basis van de beschikbare data)
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
Voor België:
Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Afdeling Vigilantie
Extrapyramidale symptomen (EPS)
Het percentage patiënten dat extrapyramidale symptomen rapporteerde in de groep die met sertindol werd behandeld, was gelijk aan het percentage in de groep patiënten die placebo kregen. Bovendien was er in placebo-gecontroleerde studies geen verschil in behoefte aan anti-EPS medicatie tussen patiënten die met sertindol werden behandeld en patiënten behandeld met placebo.
Sommige van de bijwerkingen, zoals bijvoorbeeld orthostatische hypotensie, zullen bij aanvang van de behandeling ontstaan en na verloop van tijd weer verdwijnen.
De tabel hieronder beschrijft de bijwerkingen geclassificeerd naar orgaansysteem en frequentie:
Zeer vaak (≥ 1/10); Vaak (≥ 1/100 <1/10); Soms (≥ 1/1.000 <1/100); Zelden (≥1/10.000 <1/1.000); Zeer zelden (<1/10.000); Niet bekend (kan niet worden geschat op basis van de beschikbare data)
| Systeem/orgaanklassen | Frequentie | Bijwerking |
| Endocriene aandoeningen | Soms | Hyperprolactinemie |
| Voedings- en stofwisselingsstoornissen | Vaak | Gewicht verhoogd |
| Soms | Hyperglykemie | |
| Zenuwstelselaandoeningen | Vaak | Duizeligheid, paraesthesie |
| Soms | Syncope, convulsie, bewegingsstoornis (in het bijzonder tardieve dyskinesie, zie rubriek 4.4) | |
| Zelden | Gevallen van Neuroleptisch Maligne Syndroom (NMS) zijn gerapporteerd, geassocieerd met sertindol (zie rubriek 4.4) | |
| Hartaandoeningen | Vaak | Perifeer oedeem Verlengd QT-interval (zie rubriek 4.4) |
| Soms | Torsade de Pointes (zie rubriek 4.4) | |
| Bloedvataandoeningen | Vaak | Orthostatische hypotensie (zie rubriek 4.4) |
| Niet bekend | Er zijn bij het gebruik van antipsychotica gevallen van veneuze trombo-embolie gemeld, waaronder gevallen van longembolie en diepe veneuze trombose | |
| Ademhalingsstelsel-, borstkast- en mediastinumaandoeningen | Zeer vaak | Rhinitis / neusverstopping |
| Vaak | Dyspnoea | |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Vaak | Droge mond |
| Zwangerschap, perinatale periode en puerperium | Niet bekend | Neonataal onttrekkingssyndroom (zie rubriek 4.6) |
| Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | Vaak | Ejaculatiestoornis Erectiele disfunctie |
| Soms | Galactorroe | |
| Onderzoeken | Vaak | Rode bloedcellen urine positief, witte bloedcellen urine positief |
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
Voor België:
Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Afdeling Vigilantie
| Galileelaan 5/03 B-1210 Brussel | Postbus 97 B-1000 Brussel Madou |
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
H. Lundbeck A/S
Ottiliavej 9
2500 Valby
Denemarken
Ottiliavej 9
2500 Valby
Denemarken
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Serdolect 4 mg: BE184231 (blister), BE434375 (HDPE container)
Serdolect 16 mg BE184265 (blister), BE434393 (HDPE container)
Serdolect 16 mg BE184265 (blister), BE434393 (HDPE container)
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Datum van goedkeuring van de tekst: 04/2021
Datum van herziening van de tekst: 03/2021
Datum van herziening van de tekst: 03/2021
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1278746 | SERDOLECT TABL 28X16MG | N05AE03 | € 92,04 | - | Ja | € 12,8 | € 8,5 |
| 1278761 | SERDOLECT TABL 30X 4MG | N05AE03 | € 30,57 | - | Ja | € 7,85 | € 4,67 |