Samenvatting van de productkenmerken
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
SABRIL 500 mg filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke tablet bevat 500 mg vigabatrine.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet.
Witte tot gebroken witte, ovale, biconvexe tabletten met een breuklijn op de ene zijde en de vermelding “SABRIL” op de andere zijde.
De breuklijn is uitsluitend bestemd om het breken van de tablet te vergemakkelijken zodat de patiënt ze gemakkelijk kan inslikken. Ze is niet bestemd om de tablet in gelijke dosissen te verdelen.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Combinatietherapie met andere anti-epileptische geneesmiddelen voor patiënten met resistente, partiële epilepsie met of zonder secundaire gegeneraliseerde insulten bij wie alle andere gangbare geneesmiddelencombinaties onvoldoende zijn gebleken of niet goed werden verdragen.
monotherapie bij de behandeling van infantiele spasmen (Syndroom van West).
4.2 Dosering en wijze van toediening
Behandeling met Sabril mag alleen door een specialist in de epileptologie of (kinder)neurologie worden gestart. Herhalingsconsulten dienen plaats te vinden onder supervisie van een specialist in de epileptologie of (kinder)neurologie.
Dosering
Sabril is voor één- of tweemaal daagse orale toediening en mag vóór of na de maaltijd worden ingenomen.
Wanneer na een voldoende lange beginperiode de epilepsie onvoldoende controleerbaar blijkt, dient de behandeling met vigabatrine te worden stopgezet. De vigabatrine dosering dient dan geleidelijk te worden afgebouwd, onder strikt medisch toezicht. Een klinisch relevante verbetering wordt meestal gezien binnen de 2 tot 4 weken bij patiënten met infantiele spasmen, en binnen de 12 weken bij patiënten met refractaire complexe partiële convulsies.
Volwassenen:
Maximale werkzaamheid wordt gewoonlijk gezien bij doses van 2 tot 3 g/dag. De startdosis van 1 g per dag dient te worden toegevoegd aan het huidige anti-epileptisch geneesmiddelenregime van de patiënt.
Afhankelijk van het klinisch effect en hoe het geneesmiddel verdragen wordt, kan de dagelijkse dosis verhoogd worden met 0,5 g met intervallen van 1 week tussen de verhogingen. De hoogst aanbevolen dosis is 3 g per dag.
Er is geen direct verband tussen de plasmaconcentratie en de werkzaamheid. De werkingsduur van het geneesmiddel is meer afhankelijk van de snelheid van GABA transaminase resynthese dan van de plasmaconcentratie van het geneesmiddel (zie rubriek 5.1. en 5.2.).
Pediatrische patiënten:
Resistente partiële epilepsie
De aanbevolen startdosis bij neonaten, kinderen en adolescenten is 40 mg/kg/dag. Aanbevolen onderhoudsdoses zijn afhankelijk van het lichaamsgewicht:
Lichaamsgewicht: 10 tot 15 kg: 0,5 - 1 g/dag
15 tot 30 kg: 1 - 1,5 g/dag
30 tot 50 kg: 1,5 - 3 g/dag
>50 kg: 2 - 3 g/dag
De hoogste aanbevolen dosis in elke categorie mag niet overschreden worden.
Monotherapie voor infantiele spasmen (Syndroom van West).
De aanbevolen startdosis is 50 mg/kg/dag. Indien nodig kan er over een periode van één week worden getitreerd. Doses tot 150 mg/kg/dag werden goed verdragen.
Ouderen en patiënten met nierfunctiestoornissen:
Vigabatrine wordt door de nier geëlimineerd. Daarom is voorzichtigheid geboden bij gebruik door ouderen en in het bijzonder door patiënten met een creatinineklaring van minder dan 60 ml/min. Aanpassing van de dosering of de innamefrequentie dient hierbij te worden overwogen. Deze patiënten kunnen goed reageren op lagere onderhoudsdoses. De patiënten dienen regelmatig gecontroleerd te worden op bijwerkingen, zoals sufheid en verwardheid (zie rubriek 4.4.en 4.8.).
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Bij met vigabatrine behandelde patiënten zijn gezichtsvelddefecten, variërend van licht tot ernstig, frequent gerapporteerd. Bij ernstige gevallen kunnen de betrokkenen in het dagelijks functioneren belemmerd worden. De defecten treden meestal op na enkele maanden tot jaren na de start van de vigabatrine behandeling. Gegevens uit prevalentie-onderzoeken wijzen erop dat tot 1/3 van de patiënten die behandeld worden met vigabatrine, gezichtsvelddefecten krijgt (zie ook rubriek 4.4).
Tijdens gecontroleerde klinische onderzoeken kreeg ongeveer 50% van de patiënten bijwerkingen tijdens behandeling met vigabatrine. Meestal ging het bij volwassenen om bijwerkingen die betrekking hadden op het centraal zenuwstelsel, zoals sufheid, slaperigheid, moeheid en concentratieproblemen. Bij kinderen komen excitatieverschijnselen en opwinding het vaakst voor. Meestal komen deze bijwerkingen vaker voor in het begin van de behandeling en nemen ze gaandeweg af.
Zoals bij andere anti-epileptica ook het geval is, kan er tijdens het gebruik van vigabatrine bij sommige patiënten een toename in het aantal convulsies, waaronder ook status epilepticus, optreden. Met name patiënten die lijden aan myoclonische insulten zijn hier gevoelig voor. In zeldzame gevallen kan een myoclonus opnieuw optreden of een bestaande myoclonus verergeren.
Tabel met bijwerkingen
De bijwerkingen werden hieronder geklasseerd in functie van hun frequentie volgens de conventie:
(zeer vaak: 1/10; vaak: 1/100 tot < 1/10; soms: 1/1.000 tot < 1/100; zelden: 1/10.000 tot < 1/1.000; zeer zelden: < 1/10.000, niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
| Zeer vaak | Vaak | Soms | Zelden | Zeer zelden | Niet bekend |
Bloed- en lymfestelsel-aandoeningen |
| anaemia |
|
|
|
|
Psychische stoornissen* |
| agitatie, agressie, zenuwachtigheid, depressie, paranoïde reactie, insomnia | hypomanie, manie, psychotische stoornis | Zelfmoord-poging | hallucinatie |
|
Zenuwstelsel-aandoeningen | Somno-lentie | spraakstoornis, hoofdpijn, duizeligheid, paresthesieën, aandachtstoor-nissen en geheugenver-lies, mentale stoornissen (stoornissen in de gedachten-vorming), bevingen | Abnormale coordinatie (ataxie) | Encefalo-pathie** | optische neuritis | Er werden gevallen van afwijkingen op cerebrale MRI gerappor-teerd (Zie rubriek 4.4). |
Oog-aandoeningen | Gezichtsveld-defecten | wazig zicht, diplopie, |
| retina-afwijkingen (voorname-lijk perifeer) | opticus-atrofie | Verminder-de gezichts-scherpte |
Maagdarmstelsel-aandoeningen |
| nausea, braken, abdominale pijn |
|
|
|
|
Lever- en gal-aandoeningen |
|
|
|
| hepatitis |
|
Huid- en onderhuid-aandoeningen |
| alopecie | huiduitslag | Angio-edema, urticaria |
|
|
Skeletspierstelsel- en bindweefsel-aandoeningen | Gewrichtspijn |
|
|
|
|
|
Algemene aandoeningen en toedienings-plaats-stoornissen | Ver-moeid-heid | oedeem, |
|
|
|
|
Onderzoeken*** |
| Gewichts-toename |
|
|
|
|
* Er zijn psychiatrische stoornissen gemeld tijdens behandeling met vigabatrine. Dit gebeurde zowel bij patiënten met als zonder psychiatrische voorgeschiedenis. Het ging meestal om symptomen die omkeerbaar bleken wanneer de vigabatrine doses werden verlaagd of langzaam afgebouwd (zie ook rubriek 4.4). Depressie was een veel voorkomende reactie in klinische onderzoeken maar het bleek zelden nodig de vigabatrine therapie om deze reden te beëindigen.
** Kort na het starten van de behandeling met vigabatrine zijn in zeldzame gevallen encefalopatische symptomen, zoals duidelijke sedatie, stupor en verwardheid gepaard gaand met een niet-specifieke vertraging van het electro-encefalogramritme, waargenomen. Deze bijwerkingen bleken volledig omkeerbaar na reductie van de dosis of het staken van de vigabatrine therapie (zie rubriek 4.4).
*** De laboratoriumresultaten tonen aan dat vigabatrine geen niertoxiciteit veroorzaakt. Er werden dalingen van ALT en AST, die beschouwd werden als het gevolg van de inhibitie van deze aminotransferasen door vigabatrine, waargenomen.
Pediatrische patiënten
Psychische stoornissen
Zeer vaak: opwinding, agitatie
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten: www.fagg.be – Afdeling Vigilantie: Website: www.eenbijwerkingmelden.be – E-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Sanofi Belgium
Leonardo Da Vincilaan 19
1831 Diegem
Tel: 02/710.54.00
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN HANDEL BRENGEN
BE155337
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Goedkeuringsdatum: 08/2025
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0383026 | SABRIL COMP 50 X 500 MG | N03AG04 | € 45,84 | - | Ja | - | - |
| 0383034 | SABRIL COMP 100 X 500 MG | N03AG04 | € 59,04 | - | Ja | € 2 | € 1 |