SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
DOSTINEX 0,5 mg tabletten
Cabergoline
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Het werkzame bestanddeel van DOSTINEX is cabergoline. Elke tablet bevat 0,5 mg cabergoline.
Hulpstof met bekend effect : lactose (elke tablet bevat 75,9 mg lactose; zie rubriek 4.4).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tabletten.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Preventie/onderdrukking van de fysiologische lactatie
DOSTINEX is aangewezen ter preventie van de fysiologische lactatie juist na bevalling en ter onderdrukking van een al ingestelde lactatie:
1) Na de bevalling, wanneer de moeder verkiest geen borstvoeding te geven of wanneer borstvoeding tegenaangewezen is om medische redenen die verband houden met de moeder of met de pasgeborene.
2) Na doodgeboorte of abortus.
DOSTINEX onderdrukt lactogenese door afremming van de prolactinesecretie. In gecontroleerde klinische studies werd de doeltreffendheid van DOSTINEX, toegediend gedurende de 1ste dag post-partum met een dosis van 1 mg, aangetoond in het remmen van de melksecretie, de stuwingsmastitis en de pijn. Bij slechts 4,4 % van de vrouwen werden symptomen van een rebound effect (over het algemeen van lichte aard) in de loop van de derde week na de bevalling waargenomen.
De onderdrukking van een al ingestelde lactatie en het verzachten van de stuwingsmastitis en de pijn worden bereikt door toediening van 1 mg DOSTINEX verdeeld over 4 doses gedurende 2 dagen.
In dit geval zijn de symptomen van een "rebound" effect na 10 dagen zeldzaam (ongeveer 2 % van de gevallen).
Behandeling van hyperprolactinemia (zie rubrieken 4.3 en 4.4: langetermijnbehandeling)
DOSTINEX is aangewezen voor de behandeling van stoornissen die gepaard gaan met hyperprolactinemia, zoals amenorroe, oligomenorroe, anovulatie en galactorroe.
DOSTINEX is aangewezen bij patiënten met hypofyse-adenomata gepaard gaande met prolactinesecretie (micro- en macroprolactinomata), idiopathische hyperprolactinemie, of het lege sellasyndroom gepaard gaande met hyperprolactinemie, de onderliggende basispathologieën die bovenvermelde klinische tekens teweegbrengen.
In de meeste gevallen, normaliseert DOSTINEX tijdens een chronische behandeling de plasma-prolactinespiegels met doses tussen 1 en 2 mg per week bij patiënten met hyperprolactinemie; DOSTINEX herstelt regelmatige cycli bij eerder amenorreische vrouwen; het herstelt ovulatie bij vrouwen met luteale insufficiëntie; het doet galactorroe verdwijnen in de gevallen waar dit symptoom voor de behandeling aanwezig was. Een reductie van de omvang van de tumor werd bij vrouwelijke of mannelijke patiënten met micro- of macroprolactinoma waargenomen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
De maximale dosis moet tot 3 mg/dag worden beperkt.
Om de digestieve tolerantie te verbeteren, zal DOSTINEX bij voorkeur bij de maaltijd toegediend worden.
De bijwerkingen houden over het algemeen verband met de dosis. Bij patiënten gekend voor hun intolerantie aan dopaminerge geneesmiddelen, kunnen de bijwerkingen beperkt worden door de therapie te starten met een lage dosering (bijv. 0,25 mg éénmaal per week) en vervolgens de dosis progressief te verhogen tot het optimaal therapeutisch effect bereikt is. In geval van persisterende of ernstige bijwerkingen kunnen door een tijdelijke verlaging van de dosis, gevolgd door een progressieve verhoging (bijv. in stappen van 0,25 mg per week om de twee weken) de bijwerkingen verminderen.
Preventie/onderdrukking van de fysiologische lactatie
Voor de preventie van de lactatie, dient DOSTINEX toegediend te worden gedurende de eerste dag post-partum. De aanbevolen therapeutische dosis bedraagt 1 mg (2 tabletten) DOSTINEX, langs orale weg, bij voorkeur tijdens de eerste maaltijd na de bevalling.
Voor de onderdrukking van een al ingestelde lactatie, is de aanbevolen therapeutische dosering 0,25 mg (een halve tablet) om de 12 uur gedurende 2 dagen (totale dosis van 1 mg).
Behandeling van hyperprolactinemie (zie rubrieken 4.3 en 4.4: langetermijnbehandeling)
De aanbevolen aanvangsdosis van DOSTINEX bedraagt 0,5 mg per week in één of twee (een halve tablet van 0,5 mg) doses per week (bijv. op maandag en donderdag). De wekelijkse dosis dient progressief opgevoerd te worden, bij voorkeur door het toevoegen van 0,5 mg per week met tussenpozen van één maand, tot een optimaal therapeutisch resultaat verkregen wordt. De gebruikelijke therapeutische dosering bedraagt 1 mg per week en schommelt tussen 0,25 mg en 2 mg per week. Bij patiënten met hyperprolactinemie werden dosissen tot 4,5 mg per week aangewend.
De wekelijkse dosis kan in één enkele toediening gegeven worden, of verdeeld worden over twee of meer doses per week, afhankelijk van de tolerantie van de patiënt. De tolerantie van doses van meer dan 1 mg toegediend in één enkele wekelijkse inname werd slechts bij een klein aantal patiënten bestudeerd. In geval de wekelijkse dosis meer dan 1 mg bedraagt, is het daarom aangeraden de wekelijkse dosis over meerdere toedieningen te spreiden.
Bij elke dosisverhoging dient een evaluatie plaats te vinden, teneinde de laagst mogelijke therapeutische dosis te bepalen. Het verdient aanbeveling maandelijks de serumprolactinespiegel te bepalen aangezien een normalisatie van de serumprolactinespiegel doorgaans binnen de twee tot vier weken na het bereiken van een afdoende therapeutische dosering verkregen wordt.
Na stopzetting van de behandeling met DOSTINEX keert de hyperprolactinemie gewoonlijk terug. Niettemin werd bij bepaalde patiënten een aanhoudende onderdrukking van de prolactinespiegel gedurende verschillende maanden waargenomen. Bij de meeste vrouwen blijft een ovulatiecyclus bestaan tot minstens 6 maanden na stopzetting van de behandeling met DOSTINEX.
Gebruik bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie:
De toediening van lagere doses dient te worden overwogen bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (zie rubriek 4.4: Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik: leverinsufficiëntie).
Pediatrische patiënten:
De tolerantie en de werkzaamheid van DOSTINEX werden niet bevestigd bij jongeren onder 16 jaar.
Gebruik bij ouderen:
Aangezien de indicaties, is de ervaring met DOSTINEX bij ouderen zeer beperkt. De beschikbare gegevens wijzen op geen bijzonder risico.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor cabergoline of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen of voor één van de moederkorenalkaloïden.
Antecedenten van pulmonaire, pericardiale en retroperitoneale fibrotische aandoeningen (zie rubriek 4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik: Fibrose en hartklepaandoening en mogelijk daarmee verband houdende klinische verschijnselen).
Voor langdurige behandeling: bewijs van cardiale valvulopathie als vastgesteld door middel
van echocardiografie voorafgaand aan de behandeling (zie rubriek 4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik: Fibrose en hartklepaandoening en mogelijk daarmee verband houdende klinische verschijnselen).
4.8 Bijwerkingen
De volgende bijwerkingen werden waargenomen en gemeld tijdens de behandeling met cabergoline met de volgende frequenties: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
MedDRA | Frequentie | Bijwerkingen |
Hartaandoeningen | Zeer vaak | Hartklepaandoening (waaronder regurgitatie) en daarmee verband houdende aandoeningen (pericarditis en pericardiale effusie) |
Soms | Palpitaties | |
Niet bekend | Angina pectoris | |
Ademhalingstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Soms | Dyspnee, pleurale effusie, fibrose (waaronder longfibrose), epistaxis |
Zeer zelden | Pleurale fibrose | |
Niet bekend | Ademhalingsstoornis, kortademigheid , pleuritis, pijn in de borstkas | |
Immuunsysteemaandoeningen | Soms | Overgevoeligheidsreactie |
Zenuwstelselaandoeningen | Zeer vaak | Hoofdpijn *, duizeligheid/vertigo * |
Vaak | Slaperigheid | |
Soms | Voorbijgaande hemianopsie, syncope, paresthesie | |
Niet bekend | Plotseling in slaap vallen, beven | |
Oogaandoeningen | Niet bekend | Slecht zicht |
Psychische stoornissen | Vaak | Depressie |
Soms | Verhoging van libido | |
Niet bekend | Agressiviteit, waanzin, hyperseksualiteit, pathologisch spelgedrag, psychotische stoornis, hallucinaties | |
Bloedvataandoeningen | Vaak | Bij chronisch behandelde patiënten heeft cabergoline over het algemeen een hypotensief effect; orthostatische hypotensie, warmteopwellingen** |
Soms | Digitale vasospasmus, flauwvallen | |
Maagdarmstelselaandoeningen | Zeer vaak | Misselijkheid*, dyspepsie, gastritis, buikpijn* |
Vaak | Constipatie, braken ** | |
Zelden | Epigastralgie | |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Zeer vaak | Asthenie***, vermoeidheid |
Soms | Oedeem, perifeer oedeem | |
Lever- en galaandoeningen | Niet bekend | Abnormale leverfunctie |
Huid- en onderhuidaandoeningen | Soms | Rash, alopecie |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Soms | Beenkrampen |
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | Vaak | Pijn in de borsten |
Onderzoeken | Vaak | Asymptomatische bloeddrukverlaging (≥ 20 mm/Hg systolisch en ≥ 10 mm/Hg diastolisch) |
Soms | Verlaagde hemoglobinewaarden werden opgemerkt bij vrouwen met amenorroe in de loop van de eerste maanden na herneming van de menstruatie | |
Niet bekend | Verhoging van de creatininefosfokinase in het bloed, abnormale resultaten van de leverfunctietesten |
*Zeer vaak bij patiënten die behandeld worden voor hyperprolactinemie; Vaak bij patiënten die behandeld worden voor inhibitie/suppressie van de lactatie
** Vaak bij patiënten die behandeld worden voor hyperprolactinemie; Soms bij patiënten die behandeld worden voor inhibitie/suppressie van de lactatie
*** Zeer vaak bij patiënten die behandeld worden voor hyperprolactinemie; Soms bij patiënten die behandeld worden voor inhibitie/suppressie van de lactatie
Impulsbeheersingsstoornissen:
Pathologisch spelgedrag, verhoging van het libido, hyperseksualiteit, compulsieve uitgaven of aankopen, eetbuistoornis en boulimie kunnen worden opgemerkt bij patiënten die met dopamineagonisten, met inbegrip van DOSTINEX, behandeld werden (zie rubriek “Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik”).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten - afdeling Vigilantie, Postbus 97, B-1000 Brussel Madou. Website: www.fagg.be; e-mail: adversedrugreactions@fagg-afmps.be.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Pfizer N.V., Pleinlaan 17, 1050 Brussel, België
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE159817
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
03/2020
BEL 20C04
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1023050 | DOSTINEX COMP 2 X 0,5 MG | G02CB03 | € 29,5 | - | Ja | - | - |