1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Certican 0,25 mg tabletten
Certican 0,5 mg tabletten
Certican 0,75 mg tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Iedere tablet bevat 0,25 mg everolimus.
Hulpstoffen met bekend effect:
Lactose monohydraat 2 mg
Lactose anhydraat 51 mg
Iedere tablet bevat 0,5 mg everolimus.
Hulpstoffen met bekend effect:
Lactose monohydraat 4 mg
Lactose anhydraat 74 mg
Iedere tablet bevat 0,75 mg everolimus.
Hulpstoffen met bekend effect:
Lactose monohydraat 7 mg
Lactose anhydraat 112 mg
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tablet
De tabletten zijn wit tot geelachtig, gemarmerd, rond, plat met een schuine rand.
0,25 mg (diameter van 6 mm): met de inscriptie “C” op de ene zijde en “NVR” op de andere zijde.
0,5 mg (diameter van 7 mm): met de inscriptie “CH” op de ene zijde en “NVR” op de andere zijde.
0,75 mg (diameter van 8,5 mm): met de inscriptie “CL” op de ene zijde en “NVR” op de andere zijde.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Nier- en harttransplantatie
Certican is geïndiceerd voor de profylaxe van orgaanafstoting bij volwassen patiënten met laag tot matig immunologisch risico die een allogene nier- of harttransplantatie hebben ondergaan. Bij nier- en harttransplantatie moet Certican worden gebruikt in combinatie met ciclosporine micro-emulsie en corticosteroïden.
Levertransplantatie
Certican is geïndiceerd voor de profylaxe van orgaanafstoting bij volwassen patiënten die een levertransplantatie hebben ondergaan. Bij levertransplantatie moet Certican gebruikt worden in combinatie met tacrolimus en corticosteroïden.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Een behandeling met Certican mag uitsluitend worden gestart en voortgezet door artsen die ervaring hebben met immunosuppressieve therapie na orgaantransplantatie en die de mogelijkheid hebben tot controle van de concentratie van everolimus in volbloed.
Dosering
Volwassenen
Een initieel doseringsregime van 0,75 mg tweemaal per dag in combinatie met toediening van ciclosporine wordt aanbevolen voor de normale nier- en harttransplantatiepopulatie en dient zo snel mogelijk na de transplantatie toegediend te worden.
De dosis van 1,0 mg tweemaal per dag in combinatie met toediening van tacrolimus wordt aanbevolen voor de levertransplantatiepopulatie waarbij de initiële dosis ongeveer 4 weken na transplantatie wordt gegeven.
Bij patiënten die Certican innemen, kunnen dosisaanpassingen noodzakelijk zijn. Deze aanpassingen zijn gebaseerd op bereikte concentraties in het bloed, tolerantie, individuele respons, verandering in comedicatie en klinische toestand. Dosisaanpassingen kunnen worden doorgevoerd na intervallen van 4-5 dagen (zie Therapeutische controle van het geneesmiddel).
Speciale populaties
Zwarte patiënten
De incidentie van door biopsie bewezen acute transplantaatafstoting was significant hoger bij zwarte niertransplantatiepatiënten in vergelijking met niet-zwarte patiënten. Er is beperkte informatie waaruit blijkt dat zwarte patiënten een hogere dosis Certican nodig hebben om een vergelijkbare werkzaamheid te bereiken als niet-zwarte patiënten (zie rubriek 5.2). Momenteel zijn de gegevens betreffende doeltreffendheid en veiligheid te beperkt om specifieke aanbevelingen te doen voor het gebruik van everolimus bij zwarte patiënten.
Pediatrische patiënten
Certican mag niet worden gebruikt bij pediatrische nier- en levertransplantatiepatiënten. De veiligheid en werkzaamheid van Certican bij pediatrische harttransplantatiepatiënten zijn niet vastgesteld (zie rubriek 5.1).
Oudere patiënten (≥ 65 jaar)
De klinische ervaring bij patiënten > 65 jaar is beperkt. Hoewel de gegevens beperkt zijn, zijn er geen duidelijke verschillen in de farmacokinetiek van everolimus bij patiënten ≥ 65-70 jaar (zie rubriek 5.2).
Patiënten met nierinsufficiëntie
Aanpassing van de dosering is niet nodig (zie rubriek 5.2).
Patiënten met verstoorde leverfunctie
De dalconcentratie van everolimus in volbloed moet nauwlettend worden gecontroleerd bij patiënten met leverinsufficiëntie. Bij patiënten met milde leverinsufficiëntie (Child-Pugh classificatie A) moet de dosis worden gereduceerd tot ongeveer twee derde van de normale dosis. Voor patiënten met matige leverinsufficiëntie (Child-Pugh classificatie B) moet de dosis gereduceerd worden tot de helft van de normale dosis. Voor patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh classificatie C) moet de dosis gereduceerd worden tot een derde van de normale dosis. Verdere dosistitratie moet worden gebaseerd op therapeutische controle van de concentratie van het geneesmiddel in het bloed (zie rubriek 5.2). Dosisverlaging afgerond naar de dichtstbijzijnde tabletsterkte staan in de onderstaande tabel:
Tabel 1 : Certican dosis verlaging bij patiënten met verstoorde leverfunctie
| Normale leverfunctie | Milde leverinsufficiëntie (Child-Pugh A) | Matige leverinsufficiëntie (Child-Pugh B) | Ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh C) |
Nier- en harttransplantatie | 0,75 mg 2/dag | 0,5 mg 2/dag | 0,5 mg 2/dag | 0,25 mg 2/dag |
Lever transplantatie | 1 mg 2/dag | 0,75 mg 2/dag | 0,5 mg 2/dag | 0,5 mg 2/dag |
Therapeutische controle van het geneesmiddel
Het is aan te raden om voor het vaststellen van lage concentraties ciclosporine of tacrolimus een test met toereikende prestatiekenmerken te gebruiken.
Certican heeft een smalle therapeutische breedte waardoor mogelijk doseringsaanpassingen nodig zijn om de therapeutische respons te handhaven.
Routinematige therapeutische controle van de concentratie van everolimus in volbloed wordt aanbevolen. Op basis van blootstelling-doeltreffendheid en blootstelling-veiligheidsanalyses werd vastgesteld dat patiënten met een dalconcentratie van everolimus in volbloed van ≥ 3,0 ng/ml een lagere incidentie van door biopsie bewezen acute orgaanafstoting vertonen, zowel in nier-, hart- als levertransplantatie, vergeleken met patiënten bij wie de dalconcentratie lager was dan 3,0 ng/ml. De aanbevolen bovenste grenswaarde van het therapeutische bereik is 8 ng/ml. Blootstelling boven 12 ng/ml is niet onderzocht. Dit aanbevolen concentratiebereik voor everolimus is gebaseerd op chromatografische methoden.
Het is vooral belangrijk om everolimus bloedconcentraties te controleren bij patiënten met leverinsufficiëntie, indien sterke CYP3A4 inductoren of remmers gelijktijdig worden toegediend, wanneer van formulering wordt veranderd en/of indien de dosering van ciclosporine aanzienlijk is gereduceerd (zie rubriek 4.5). Everolimus concentraties kunnen iets lager zijn na toediening van de dispergeerbare tablet.
Idealiter moeten dosisaanpassingen van Certican worden gebaseerd op een dalconcentratie verkregen > 4-5 dagen na de vorige verandering van dosering. Er bestaat een interactie tussen ciclosporine en everolimus, en daardoor is het mogelijk dat de concentratie van everolimus daalt indien de ciclosporine blootstelling aanzienlijk wordt gereduceerd (nl. dalconcentratie < 50 ng/ml).
Patiënten met leverinsufficiëntie zouden best een dalconcentratie in het bovenste deel van het 3-8 ng/ml blootstellingsbereik hebben.
Na het starten van de behandeling of een aanpassing van de dosering moeten de plasmaconcentraties om de 4 tot 5 dagen worden gevolgd tot de dalconcentratie van everolimus bij 2 opeenvolgende bepalingen stabiel zijn gebleken. Dat is omdat het langer zal duren voor een evenwichtstoestand wordt bereikt gezien de langere halfwaardetijd bij patiënten met leverinsufficiëntie (zie rubrieken 4.4 en 5.2). Het aanpassen van de dosering moet gebeuren op geleide van een stabiele dalconcentratie van everolimus.
Ciclosporine dosisaanbeveling in niertransplantatie
Op lange termijn mag Certican niet samen met volledige doses ciclosporine worden gebruikt. Gereduceerde blootstelling aan ciclosporine bij met Certican behandelde niertransplantatiepatiënten verbetert de nierfunctie. Op basis van ervaring opgedaan in studie A2309, moet de vermindering van de ciclosporineblootstelling onmiddellijk na transplantatie worden gestart met de volgende aanbevolen dalconcentratiemarges in het bloed:
Tabel 2: Niertransplantatie: aanbevolen streefbereik voor ciclosporine dalconcentratie:
Streefbereik ciclosporine C0 (ng/ml) | Maand 1 | Maanden 2-3 | Maanden 4-5 | Maanden 6-12 |
Certican groepen | 100-200 | 75-150 | 50-100 | 25-50 |
(De gemeten C0 en C2 concentraties worden weergegeven in rubriek 5.1)
Alvorens over te gaan tot dosisverlaging van ciclosporine moet men er zeker van zijn dat “steady state” everolimus volbloed dalconcentraties gelijk zijn aan of groter zijn dan 3 ng/ml.
Er zijn beperkte gegevens met betrekking tot de dosering van Certican met ciclosporine dalconcentraties lager dan 50 ng/ml, of C2-concentraties lager dan 350 ng/ml, in de onderhoudsbehandeling. Indien de patiënt de verminderde blootstelling aan ciclosporine niet verdraagt, moet het voortgezet gebruik van Certican opnieuw worden overwogen.
Ciclosporine dosisaanbeveling in harttransplantatie
Bij hartpatiënten in onderhoudsbehandeling moet hun dosis ciclosporine worden gereduceerd, naarmate dit wordt verdragen, om de nierfunctie te verbeteren. Als de nierfunctie progressief verslechtert, of als de berekende creatinineklaring kleiner is dan 60 ml/min, moet het behandelingsschema worden aangepast. Voor harttransplantatiepatiënten mag de dosis ciclosporine worden gebaseerd op de dalconcentratiewaarden. Zie rubriek 5.1 voor ervaring met gereduceerde ciclosporinebloedwaarden.
Bij harttransplantatie zijn er beperkte gegevens betreffende de dosering van Certican met ciclosporine dalconcentraties van 50-100 ng/ml na 12 maanden.
Alvorens over te gaan tot dosisverlaging van ciclosporine moet men er zeker van zijn dat “steady state” everolimus volbloed dalconcentraties gelijk zijn aan of groter zijn dan 3 ng/ml.
Tacrolimus dosisaanbeveling in levertransplantatie
Bij levertransplantatiepatiënten zou de blootstelling aan tacrolimus gereduceerd moeten worden om de calcineurine-gerelateerde niertoxiciteit te minimaliseren. De dosering van tacrolimus moet ongeveer 3 weken na het starten van gelijktijdige toediening met Certican worden verlaagd op grond van de streefdalconcentraties (C0) van tacrolimus van 3-5 ng/ml. In een gecontroleerd klinisch onderzoek ging een volledige stopzetting van tacrolimus gepaard met een hoger risico op acute afstotingen.
Certican werd niet onderzocht met een volledige dosis tacrolimus in gecontroleerde klinische studies.
Wijze van toediening
Certican is uitsluitend voor oraal gebruik.
De dagelijkse dosis Certican dient steeds oraal te worden toegediend in twee afzonderlijke doses (tweemaal daags), consequent met of zonder voedsel (zie rubriek 5.2) en gelijktijdig met ciclosporine micro-emulsie of met tacrolimus (zie Therapeutische controle van het geneesmiddel).
Certican tabletten moeten in hun geheel met een glas water worden ingeslikt en mogen niet worden verkruimeld vóór gebruik.
4.3 Contra-indicaties
Certican is gecontra-indiceerd bij patiënten met bekende overgevoeligheid voor everolimus, sirolimus, of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.8 Bijwerkingen
a) Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De frequenties van bijwerkingen opgesomd in onderstaande tabel werden afgeleid uit de analyse van de 12-maandenincidenties van voorvallen gemeld in multicenter, gerandomiseerde, gecontroleerde studies waarbij Certican in combinatie met calcineurine-remmers (CNI) en corticosteroïden bij volwassen transplantatiepatiënten onderzocht werd. Alle studies, behalve 2 ervan (in niertransplantatie) omvatten niet-Certican, CNI-gebaseerde en standaardtherapie-armen. Certican gecombineerd met ciclosporine werd onderzocht in vijf studies bij nierttransplantaatontvangers met een totaal van 2497 patiënten en drie studies bij harttransplantaatontvangers met een totaal van 1531 patiënten (ITT-populaties, zie rubriek 5.1).
Certican gecombineerd met tacrolimus werd onderzocht in één studie bij 719 levertransplantatiepatiënten (IIT-populatie, zie rubriek 5.1).
De vaakst voorkomende bijwerkingen zijn: infecties, anemie, hyperlipidemie, ontwikkeling van diabetes mellitus, slapeloosheid, hoofdpijn, hypertensie, hoesten, constipatie, misselijkheid, perifeer oedeem, verstoorde wondheling (met inbegrip van pleurale en pericardiale effusie).
Het voorkomen van bijwerkingen kan afhankelijk zijn van het immunosuppressief regime (i.e. graad en duur). In de studies waarin Certican met ciclosporine gecombineerd werd, werd verhoogd serumcreatinine vaker geobserveerd bij patiënten die Certican kregen in combinatie met een volledige dosis ciclosporine voor micro-emulsie dan bij controlepatiënten. De algemene incidentie van bijwerkingen was lager met een gereduceerde dosis ciclosporine voor micro-emulsie (zie rubriek 5.1).
Het veiligheidsprofiel van Certican toegediend met een gereduceerde dosis ciclosporine was vergelijkbaar met dat beschreven in de 3 sleutelstudies waarin een volledige dosis ciclosporine werd toegediend, behalve dat de verhoging van serumcreatinine minder vaak voorkwam en dat de gemiddelde en mediane serumcreatininewaarden lager waren dan in de fase-III-studies.
b) Getabuleerde samenvatting van bijwerkingen
Tabel 4 bevat bijwerkingen die mogelijk of waarschijnlijk gerelateerd zijn aan Certican en die werden waargenomen in fase III klinische studies. Indien niet anders vermeld, werden deze aandoeningen met een verhoogde incidentie geïdentificeerd in de fase III studies waarin met Certican behandelde patiënten vergeleken werden met patiënten met een niet-Certican, standaardbehandeling of met dezelfde incidentie wanneer het voorval een gekende bijwerking is van de comparator natriummycofenolaat (MPA) in nier- en harttransplantatiestudies (zie rubriek 5.1). Behalve indien anders vermeld, is het bijwerkingprofiel relatief consistent doorheen alle transplantatie-indicaties. Het overzicht is samengesteld volgens de MedDRA standaardorgaanklassen.
Bijwerkingen worden vermeld volgens hun frequenties, gedefinieerd als: zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100 en <1/10), soms (≥1/1000 en <1/100), zelden (≥1/10000 en <1/1000), zeer zelden (<1/10000).
Tabel 4: Bijwerkingen mogelijk of waarschijnlijk gerelateerd aan Certican
Infecties en parasitaire aandoeningen | |
Zeer vaak | Infecties (virale, bacteriële en schimmelinfecties), infecties van de bovenste luchtwegen, infecties van de lage luchtwegen en de longen (met inbegrip van pneumonie)1, urineweginfecties² |
Vaak | Sepsis, wondinfectie |
Neoplasmata, benigne, maligne en niet-gespecificeerd (inclusief cysten en poliepen) | |
Vaak | Maligne of niet-gespecifieerde tumoren, maligne en niet-gespecifieerde huidneoplasmata |
Soms | Lymfoma’s/ post-transplantatie lymfoproliferatieve stoornissen (PTLD) |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen | |
Zeer vaak | Leukopenie, anemie/erytropenie, trombocytopenie1 |
Vaak | Pancytopenie, trombotische microangiopathie (met inbegrip van trombotische trombocytopenische purpura/ hemolytisch-uremisch syndroom) |
Endocriene aandoeningen | |
Soms | Hypogonadisme bij de man (testosteron verlaagd, FSH en LH verhoogd) |
Voedings- en stofwisselingsstoornissen | |
Zeer vaak | Hyperlipidemie (cholesterol en triglyceriden), ontwikkeling van diabetes mellitus, hypokaliëmie |
Psychische stoornissen | |
Zeer vaak | Slapeloosheid, angst |
Zenuwstelselaandoeningen | |
Zeer vaak | Hoofdpijn |
Hartaandoeningen | |
Zeer vaak | Pericardeffusie³ |
Vaak | Tachycardie |
Bloedvataandoeningen | |
Zeer vaak | Hypertensie, veneuze trombo-embolische voorvallen |
Vaak | Lymfocele4, epistaxis, niertransplantaat-trombose |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | |
Zeer vaak | Pleurale effusie1, hoesten1, dyspnee1 |
Soms | Interstitiële longaandoening5 |
Maagdarmstelselaandoeningen | |
Zeer vaak | Buikpijn, diarree, misselijkheid, braken |
Vaak | Pancreatitis, stomatitis / mondzweren, orofaryngale pijn |
Lever- en galaandoeningen | |
Soms | Niet-infectueuze hepatitis, geelzucht |
Huid- en onderhuidaandoeningen | |
Vaak | Angio-oedeem6, acne, huiduitslag (rash) |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | |
Vaak | Myalgie, artralgie |
Nier- en urinewegaandoeningen | |
Vaak | Proteïnurie², renale tubulusnecrose7 |
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | |
Vaak | Erectiestoornissen, menstruatiestoornis (inclusief amenorroe en menorragie). |
Soms | Eierstokcysten |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | |
Zeer vaak | Perifeer oedeem, pijn, verstoorde wondheling, pyrexie |
Vaak | Incisionele hernia |
Onderzoeken | |
Vaak | Abnormale leverenzymen8 |
1 Vaak bij nier- en levertransplantatie
2 Vaak bij hart- en levertransplantatie
3 Bij harttransplantatie
4 Bij nier- en harttransplantatie
5 De SMQ-gebaseerde opzoeking voor ILD toonde een frequentie voor ILD in de klinische studies. Deze brede opzoeking omvatte ook gevallen veroorzaakt door gerelateerde voorvallen, bv. door infecties. De hier aangegeven frequentiecategorie is afgeleid van de medische evaluatie van de gekende gevallen.
6 Voornamelijk bij patiënten die gelijktijdig ACE-remmers kregen
7 Bij niertransplantatie
8 AST, ALT, GGT verhoogd
c) Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Omdat preklinische toxiciteitsstudies hebben aangetoond dat everolimus de spermatogenese kan verminderen, moet rekening worden gehouden met mannelijke infertiliteit als potentieel risico van verlengde therapie met Certican. Er zijn literatuurmeldingen van omkeerbare azoöspermie en oligospermie bij patiënten behandeld met mTOR-inhibitoren.
In gecontroleerde klinische studies waarbij in het totaal 3256 patiënten Certican kregen in combinatie met andere immunosuppresiva en gedurende minstens 1 jaar werden opgevolgd, ontwikkelde in het totaal 3,1% maligniteiten, waarbij 1,0% huidmaligniteiten en 0,60% lymfomen of lymfoproliferatieve aandoeningen.
Gevallen van interstitiële longaandoening, waaronder intraparenchymale longontsteking (pneumonitis) en/of niet-infectueuze fibrose, soms fataal, is voorgekomen bij patiënten die rapamycine en derivaten kregen, waaronder Certican. Meestal verdwijnt deze toestand na het stoppen van Certican en/of de toevoeging van glucocorticoïden. Er zijn echter ook fatale gevallen voorgekomen.
d) Bijwerkingen uit spontane post-marketing meldingen
De volgende bijwerkingen werden afgeleid uit post-marketingervaring met Certican via spontane meldingen van gevallen en literatuurgevallen. Omdat deze reacties vrijwillig gemeld werden uit een populatie met onbekende grootte, is het niet mogelijk om de frequentie betrouwbaar te schatten. Daarom wordt ze gecategoriseerd als niet bekend. Bijwerkingen zijn gerangschikt volgens het MedDRA orgaanklassensysteem. Binnen elke orgaanklasse, zijn de bijwerkingen voorgesteld in volgorde van afnemende ernst.
Tabel 5: Bijwerkingen uit spontane meldingen en literatuur (frequentie niet bekend)
Voedings- en stofwisselingsstoornissen | |
IJzertekort | |
Bloedvataandoeningen | |
Niet bekend | Leukocytoclastische vasculitis, lymphoedeem |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | |
Niet bekend | Pulmonaire alveolaire proteïnose |
Huid- en onderhuidaandoeningen | |
Niet bekend | Erytroderma |
Pediatrische patiënten
De veiligheidsinformatie over het gebruik bij kinderen en adolescenten is gebaseerd op de gegevens van pediatrische niertransplantatiepatiënten na 36 maanden en pediatrische levertransplantatiepatiënten na 24 maanden (zie rubriek 5.1).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
E-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Novartis Pharma N.V.
Medialaan 40
B – 1800 Vilvoorde
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Certican 0,25 mg tabletten: BE266445
Certican 0,5 mg tabletten: BE266481
Certican 0,75 mg tabletten: BE266472
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Datum van goedkeuring : 01/2026
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2156255 | CERTICAN 0,25 MG COMP ENROB 60 X 0,25 MG | L04AA18 | € 70,08 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 2156271 | CERTICAN 0,50 MG COMP ENROB 60 X 0,50 MG | L04AA18 | € 129,81 | - | Ja | € 2 | € 1 |
| 2156289 | CERTICAN 0,75 MG COMP ENROB 60 X 0,75 MG | L04AA18 | € 189,22 | - | Ja | € 2 | € 1 |