SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Genta-Kel 5%, 50 mg/ml, oplossing voor injectie voor kalveren
4. FARMACOLOGISCHE GEGEVENS
4.2 Farmacodynamische eigenschappen
Gentamicine veroorzaakt een stoornis van de transcriptie ter hoogte van de 30 S-subunit van de ribosomen en inhibeert alzo de bacteriële proteïnesynthese.
Het bezit een dosisgebonden, snelle bactericide werking tegenover gevoelige kiemen.
Gentamicine is actief tegen vele grampositieve en gramnegatieve bacteriën. Streptococcen, anaerobe bacteriën, mycoplasmas en spirochaeten zijn over het algemeen weinig gevoelig of resistent.
Chromosomale resistentie ontwikkelt zich traag en trapsgewijs. Kruisresistentie onder de aminoglycosiden is slechts partieel: resistentie tegenover neomycine, kanamycine of streptomycine impliceert niet altijd gentamicineresistentie. De op plasmiden overdraagbare resistentie tegenover aminoglycosiden is van groter belang. Er dient gewaarschuwd dat bij E. coli wat resistentie kan aangetroffen worden.
4.3 Farmacokinetische eigenschappen
Het diergeneesmiddel wordt na i.m. toediening aan kalveren zeer vlug geresorbeerd, waarbij maximale plasmaconcentraties doorgaans binnen de 30 minuten bereikt worden. De gemiddelde farmacokinetische parameters na i.m. toediening (dosis: 3 mg/kg LG) zijn: Cmax= 6,43 ± 1,50 μg/ml, Tmax= 0,10 ± 0,05 uur en T1/2el= 6,82 ± 2,69 uur.
Gentamicine wordt in geringe mate (± 20 %) aan de plasmaproteïnen gebonden. Het verdeelt zich hoofdzakelijk over het extracellulaire compartiment (Vdss= 0,2-0,4 L/kg). De concentraties in het interstitiële vocht bedragen ongeveer één derde tot de helft van de plasmaconcentraties. De concentraties in de nieren en de urine zijn vele malen hoger dan in het plasma. De penetratie van gentamicine in het cerebrospinale vocht en de melk is gering. Gentamicine passeert de placentabarrière. Bij herhaalde toedieningen hoopt gentamicine zich op in de nieren en het binnenoor (nefro- en ototoxiciteit).
Gentamicine wordt praktisch niet gemetaboliseerd en wordt hoofdzakelijk in onveranderde vorm via de nieren (glomerulaire filtratie) uitgescheiden. De galexcretie is minimaal.