SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Omjjara 100 mg filmomhulde tabletten
Omjjara 150 mg filmomhulde tabletten
Omjjara 200 mg filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Omjjara 100 mg filmomhulde tabletten
Elke filmomhulde tablet bevat momelotinibdihydrochloridemonohydraat overeenkomend met 100 mg momelotinib.
Hulpstof met bekend effect
50,8 mg lactosemonohydraat per tablet.
Omjjara 150 mg filmomhulde tabletten
Elke filmomhulde tablet bevat momelotinibdihydrochloridemonohydraat overeenkomend met 150 mg momelotinib.
Hulpstof met bekend effect
76,1 mg lactosemonohydraat per tablet.
Omjjara 200 mg filmomhulde tabletten
Elke filmomhulde tablet bevat momelotinibdihydrochloridemonohydraat overeenkomend met 200 mg momelotinib.
Hulpstof met bekend effect
101,5 mg lactosemonohydraat per tablet.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet.
Omjjara 100 mg filmomhulde tabletten
Bruine, ronde tabletten met een diameter van circa 8,7 mm, voorzien van de volgende inscripties: een onderstreepte ‘M’ aan de ene zijde en ‘100’ aan de andere zijde.
Omjjara 150 mg filmomhulde tabletten
Bruine, driehoekige tabletten van circa 10,5 x 10,9 mm, voorzien van de volgende inscripties: een onderstreepte ‘M’ aan de ene zijde en ‘150’ aan de andere zijde.
Omjjara 200 mg filmomhulde tabletten
Bruine, capsulevormige tabletten van circa 7,3 x 15,4 mm, voorzien van de volgende inscripties: een onderstreepte ‘M’ aan de ene zijde en ‘200’ aan de andere zijde.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Omjjara is geïndiceerd voor de behandeling van ziektegerelateerde splenomegalie of symptomen bij volwassen patiënten met matig ernstige tot ernstige anemie die lijden aan primaire myelofibrose, myelofibrose na polycythaemia vera of myelofibrose na essentiële trombocytemie en die niet eerder met een Janus-kinase (JAK)-remmer behandeld zijn, of behandeld zijn met ruxolitinib.
4.2 Dosering en wijze van toediening
De behandeling moet worden gestart en gemonitord door artsen die ervaring hebben met de toepassing van geneesmiddelen tegen kanker.
Dosering
Omjjara mag niet worden gebruikt in combinatie met andere JAK-remmers.
De aanbevolen dosis is 200 mg eenmaal daags.
Voor aanvang van de behandeling, periodiek tijdens de behandeling en wanneer klinisch geïndiceerd moet een volledig bloedbeeld bepaald worden en leverfunctieonderzoek plaatsvinden (zie rubriek 4.4).
Dosisaanpassingen
Bij hematologische en niet-hematologische toxiciteiten moet dosisaanpassing overwogen worden (tabel 1).
Tabel 1: Dosisaanpassingen bij bijwerkingen
Hematologische toxiciteiten | ||
Trombocytopenie | Dosisaanpassinga | |
Aantal bloedplaatjes op baseline | Aantal bloedplaatjes | |
≥ 100 × 109/l | 20 × 109/l tot < 50 × 109/l | Verlaag de dagelijkse dosis met 50 mg ten opzichte van de laatste toegediende dosis |
< 20 × 109/l | Onderbreek de behandeling tot het aantal bloedplaatjes zich heeft hersteld tot 50 × 109/l | |
≥ 50 × 109/l tot < 100 × 109/l | < 20 × 109/l | Onderbreek de behandeling tot het aantal bloedplaatjes zich heeft hersteld tot 50 × 109/l |
< 50 × 109/l | < 20 × 109/l | Onderbreek de behandeling tot het aantal bloedplaatjes zich heeft hersteld tot de baseline |
Neutropenie | Dosisaanpassinga | |
ANC < 0,5 × 109/l | Onderbreek de behandeling totdat het ANC ≥ 0,75 × 109/l bedraagt | |
Niet-hematologische toxiciteiten | ||
Hepatotoxiciteit | Dosisaanpassinga | |
ALAT en/of ASAT > 5 × ULN (of > 5 × baseline, in geval van een afwijkende baseline) en/of totaal bilirubine > 2 × ULN (of > 2 × baseline, in geval van een afwijkende baseline) | Onderbreek de behandeling totdat ASAT en ALAT ≤ 2 × ULN of baseline bedragen en het totaal bilirubine ≤ 1,5 × ULN of baseline bedraagt | |
Andere niet-hematologische toxiciteit | Dosisaanpassinga | |
Graad 3 of hogerc | Onderbreek de behandeling tot de toxiciteit is afgenomen tot graad 1 of lager (of tot de baseline) | |
ANC = absoluut aantal neutrofielen (absolute neutrophil count); ALAT = alanineaminotransferase; ASAT = aspartaataminotransferase; ULN = bovengrens van normaal (upper limit of normal).
a Hervat de behandeling met of bouw op naar maximaal de aanvangsdosering, zoals klinisch aangewezen.
b Als voorheen een dosis van 100 mg werd gebruikt, kan de behandeling hervat worden met een dosis van 100 mg.
c Gradatie volgens de door het National Cancer Institute opgestelde Common Terminology Criteria for Adverse Events (CTCAE).
Bij patiënten die gebruik van 100 mg eenmaal daags niet kunnen verdragen, moet de behandeling met Omjjara gestaakt worden.
Duur van het gebruik
De behandeling kan voortgezet worden zolang uit beoordeling door de behandelend arts blijkt dat de voordelen van de behandeling voor de patiënt opwegen tegen de risico’s ervan.
Gemiste dosis
In geval van een gemiste dosis Omjjara moet de volgende geplande dosis de volgende dag worden ingenomen. Er mogen geen twee doses tegelijk ingenomen worden om de gemiste dosis in te halen.
Speciale populaties
Ouderen
Er is geen dosisaanpassing nodig voor patiënten van 65 jaar en ouder (zie rubriek 5.2).
Verminderde nierfunctie
Er is geen dosisaanpassing nodig voor patiënten met een verminderde nierfunctie (> 15 ml/min).
Omjjara is niet onderzocht bij patiënten met eindstadium nierfalen.
Verminderde leverfunctie
Er wordt geen dosisaanpassing aanbevolen voor patiënten met een licht of matig verminderde leverfunctie (zie rubriek 4.4). Bij patiënten met een ernstig verminderde leverfunctie (Child-Pugh-klasse C) is de aanbevolen aanvangsdosis Omjjara 150 mg eenmaal daags (zie rubriek 5.2).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Omjjara bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Omjjara is uitsluitend bestemd voor oraal gebruik en kan met of zonder een maaltijd worden ingenomen (zie rubriek 5.2).
4.3 Contra‑indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Zwangerschap en borstvoeding (zie rubriek 4.6).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De veiligheid van Omjjara, beoordeeld bij drie gerandomiseerde, actiefgecontroleerde multicenteronderzoeken bij volwassenen met myelofibrose (MOMENTUM, SIMPLIFY-1 en SIMPLIFY-2), wordt hieronder weergegeven (tabel 2). Onder de patiënten die in de gerandomiseerde behandelingsperiode van de klinische onderzoeken dagelijkse behandeling met Omjjara 200 mg ondergingen (n = 448), waren de meest voorkomende bijwerkingen diarree (23%), trombocytopenie (21%), nausea (17%), hoofdpijn (13%), duizeligheid (13%), vermoeidheid (12%), asthenie (11%), buikpijn (11%) en hoesten (10%).
De meest voorkomende bijwerking van ernstige intensiteit (≥ graad 3) was trombocytopenie (12%). De meest voorkomende bijwerking die tot stopzetting van Omjjara leidde, was trombocytopenie (2,5%). De meest voorkomende bijwerking die dosisverlaging en/of onderbreking van de behandeling noodzakelijk maakte, was trombocytopenie (7%).
Overzicht van bijwerkingen in tabelvorm
De onderstaande bijwerkingen zijn waargenomen onder de 448 patiënten die tijdens klinische onderzoeken gedurende een mediane periode van 24 weken werden blootgesteld aan Omjjara (zie rubriek 5.1). De bijwerkingen zijn weergegeven per systeem/orgaanklasse volgens gegevensbank MedDRA en per frequentie. Binnen elke frequentiegroep zijn de bijwerkingen vermeld op volgorde van afnemende ernst. De frequenties zijn als volgt gedefinieerd:
Zeer vaak: ≥ 1/10
Vaak: ≥ 1/100, < 1/10
Soms: ≥ 1/1.000, < 1/100
Zelden: ≥ 1/10.000, < 1/1.000
Tabel 2: Overzicht van bijwerkingen die gemeld zijn tijdens fase III-onderzoeken bij volwassenen met myelofibrose
Systeem/orgaanklasse | Bijwerking | Frequentiecategorie |
Infecties en parasitaire aandoeningen | Urineweginfectie, bovenste-luchtweginfectie, pneumonie, nasofaryngitis, COVID‑19, cystitis, bronchitis, orale herpes, sinusitis, herpes zoster, cellulitis, luchtweginfectie, sepsis, onderste-luchtweginfectie, orale candidiasis, huidinfectie, gastro-enteritis | Vaak |
COVID-19-pneumonie | Soms | |
Bloed‑ en lymfestelselaandoeningen | Trombocytopeniea | Zeer vaak |
Neutropenieb | Vaak | |
Voedings‑ en stofwisselingsstoornissen | Vitamine-B1-deficiëntie | Vaak |
Zenuwstelselaandoeningen | Duizeligheid, hoofdpijn | Zeer vaak |
Syncope, perifere neuropathiec, paresthesie | Vaak | |
Oogaandoeningen | Wazig zien | Vaak |
Evenwichtsorgaan‑ en ooraandoeningen | Vertigo | Vaak |
Bloedvataandoeningen | Hypotensie, hematoom, overmatig blozen | Vaak |
Ademhalingsstelsel‑, borstkas‑ en mediastinumaandoeningen | Hoesten | Zeer vaak |
Maagdarmstelselaandoeningen | Diarree, buikpijn, nausea | Zeer vaak |
Braken, constipatie | Vaak | |
Huid- en onderhuidaandoeningen | Rashd | Vaak |
Skeletspierstelsel‑ en bindweefselaandoeningen | Artralgie, pijn in extremiteit | Vaak |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Asthenie, vermoeidheid | Zeer vaak |
Pyrexie | Vaak | |
Onderzoeken | Alanineaminotransferase (ALAT) verhoogd, aspartaataminotransferase (ASAT) verhoogd | Vaak |
Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties | Kneuzing | Vaak |
a ‘Trombocytopenie’ omvat aantal bloedplaatjes verlaagd.
b ‘Neutropenie’ omvat aantal neutrofielen verlaagd.
c ‘Perifere neuropathie’ omvat perifere sensorische neuropathie, perifere motorische neuropathie, perifere neuropathie, perifere sensomotorische neuropathie, neuralgie en polyneuropathie.
d Rash omvat rash maculo-papulair, rash erythemateus, geneesmiddeleneruptie, rash folliculair, rash vlekkerig en pustuleuze rash.
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Infecties
Bij de drie gerandomiseerde klinische onderzoeken waren de meest voorkomende infecties urineweginfectie (6%), bovenste-luchtweginfectie (4,9%), pneumonie (3,6%), nasofaryngitis (2,9%), COVID-19 (2,7%), cystitis (2,7%), bronchitis (2,5%) en orale herpes (2,5%). Het merendeel van de infecties was licht of matig ernstig; de meest gemelde hevige infecties (≥ graad 3) waren pneumonie, sepsis, urineweginfectie, cellulitis, COVID‑19-pneumonie, COVID‑19, herpes zoster, cystitis en huidinfectie. Het aandeel patiënten dat vanwege een infectie met de behandeling stopte, was 2% (9/448). Bij 2,2% (10/448) van de patiënten werd een fatale infectie gemeld (COVID-19 en COVID-19-pneumonie werden hierbij het meest gemeld).
Trombocytopenie
Bij de drie gerandomiseerde klinische onderzoeken kreeg 21% (94/448) van de met Omjjara behandelde patiënten trombocytopenie; 12% (54/448) van de met Omjjara behandelde patiënten kreeg een ernstige mate van trombocytopenie (≥ graad 3). Het aandeel patiënten dat vanwege trombocytopenie met de behandeling stopte, was 2,5% (11/448).
Perifere neuropathie
Bij de drie gerandomiseerde klinische onderzoeken kreeg 8,7% (39/448) van de met Omjjara behandelde patiënten perifere neuropathie. Het merendeel van de gevallen betrof lichte of matig ernstige perifere neuropathie, maar in 1 van de 39 gevallen was sprake van een ernstige mate van perifere neuropathie (≥ graad 3). Het aandeel patiënten dat vanwege perifere neuropathie met de behandeling stopte, was 0,7% (3/448).
ALAT/ASAT verhoogd
Bij de drie gerandomiseerde klinische onderzoeken traden nieuw ontstane of verergerende ALAT‑ en ASAT-verhogingen (alle graden) op bij respectievelijk 20% (88/448) en 20% (90/448) van de met Omjjara behandelde patiënten; transaminaseverhogingen van graad 3 en graad 4 traden op bij respectievelijk 1,1% (5/448) en 0,2% (1/448) van de patiënten. Er is reversibel geneesmiddelgeïnduceerd leverletsel gemeld bij patiënten met myelofibrose die bij klinisch onderzoek met Omjjara werden behandeld.
Rash
Gevallen van rash (waaronder een geval van Toxische Epidermale Necrolyse [TEN]) waarvoor ziekenhuisopname nodig was, zijn gemeld in de fase na het in de handel brengen.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem:
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
GlaxoSmithKline Trading Services Limited
12 Riverwalk
Citywest Business Campus
Dublin 24
Ierland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Omjjara 100 mg tabletten
EU/1/23/1782/001
Omjjara 150 mg tabletten
EU/1/23/1782/002
Omjjara 200 mg tabletten
EU/1/23/1782/003
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
27/03/2025 (v2)
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau https://www.ema.europa.eu.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 4791711 | Omjjara 100 mg filmomhulde tabletten | - | € 3371,68 | Ja | - | - | |
| 4791737 | Omjjara 150 mg filmomhulde tabletten | - | € 3371,68 | Ja | - | - | |
| 4791745 | Omjjara 200 mg filmomhulde tabletten | - | € 3371,68 | Ja | - | - |