SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Finadyne Transdermal, 50 mg/ml pour-on oplossing voor runderen
4. FARMACOLOGISCHE IMMUNOLOGISCHE GEGEVENS
4.1 ATCvet-code: QM01AG90
4.2 Farmacodynamische eigenschappen
Het werkzame bestanddeel flunixine (als megluminezout) is een carbonzuur, niet-steroïdaal anti-ontstekingsgeneesmiddel (NSAID) met niet-narcotische analgetische en koortswerende activiteiten. Het vertoont een krachtige inhibitie van het cyclo-oxygenasesysteem (COX-1 en COX-2): COX converteert arachidonzuur naar instabiele cyclische endoperoxides, die geconverteerd worden naar prostaglandines, prostacycline en thromboxane. De inhibitie van de synthese van dergelijke componenten is verantwoordelijk voor de analgetische, koortswerende en ontstekingsremmende eigenschappen van flunixine meglumine.
In één studie werd Finadyne Transdermal onderzocht in 64 koeien met mastitis en werd de werkzaamheid met betrekking tot verminding van de rectale temperatuur vergeleken met een placebo, die in 66 koeien gebruikt werd. 6 uur na de behandeling vertoonde 95,3% van de koeien behandeld met Finadyne Transdermal een daling van de rectale temperatuur van meer dan 1,1°C, tegenover 34,9% in de placebogroep. Na 6 uur, nadat een antibioticabehandeling werd toegevoegd, was er geen verschil in de rectale temperatuur tussen de groepen.
4.3 Farmacokinetische eigenschappen
Na dermale toediening wordt flunixine matig geabsorbeerd doorheen de runderhuid (biodisponibiliteit ca 44%). In runderen (uitgezonderd kalveren) zijn de distributievolumes in het algemeen laag door de hoge mate (ca. 99%) aan plasmaproteïnebinding. De schijnbare plasma-eliminatie halfwaardetijd volgend op pour-on toediening is ca. 7,8 u. Het metabolisme van flunixine is eerder beperkt: het grootste deel van het geneesmiddel komt overeen met de ongewijzigde moederverbinding en de resterende metabolieten komen voort uit hydroxylatie. Bij runderen gebeurt eliminatie voornamelijk door galexcretie.
Na een pour-on behandeling werd snellere absorptie van flunixine waargenomen in warmere omgevingen vergeleken met koudere omgevingen. In warmere omgevingen (omgevingstemperaturen tussen 13°C en 30°C) was de Tmax ca 2 uur, terwijl die ca. 6u bedroeg in koudere omgevingen (omgevingstemperaturen tussen -3°C en +7°C).
Een anti-pyretisch effect werd aangetoond vanaf 4u na toediening van het product.
Milieukenmerken
Flunixine is giftig voor aas etende roofvogels, hoewel de verwachte blootstelling laag is en daardoor een laag risico geeft.









