BIJLAGE I
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Betaferon 250 microgram/ml, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Recombinant interferon bèta-1b* 250 microgram (8,0 miljoen IE) per ml na reconstitutie.
Betaferon bevat 300 microgram (9,6 miljoen IE) recombinant interferon bèta-1b per injectieflacon.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
geproduceerd met behulp van een genetisch gemodificeerde stam van Escherichia coli.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie.
Steriel wit tot gebroken wit poeder.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Betaferon is geïndiceerd voor de behandeling van
- patiënten met een eenmalig demyeliniserend voorval met een actief ontstekingsproces dat ernstig genoeg is om behandeling met intraveneuze corticosteroïden te verantwoorden, als alternatieve diagnoses zijn uitgesloten, en als is vastgesteld dat deze patiënten een hoog risico hebben om klinisch definitieve multipele sclerose te ontwikkelen (zie rubriek 5.1).
- patiënten met relapsing-remitting multipele sclerose en twee of meer recidieven gedurende de laatste twee jaar.
- patiënten met secundair progressieve multipele sclerose bij wie de ziekte aantoonbaar actief is, dat wil zeggen recidiveert.
4.2 Dosering en wijze van toediening
De behandeling met Betaferon dient te worden geïnitieerd onder toezicht van een arts die met de behandeling van de ziekte vertrouwd is.
Dosering
Volwassenen
De aanbevolen dosis Betaferon bedraagt 250 microgram (8,0 miljoen IE), die in 1 ml van de gereconstitueerde oplossing zit (zie rubriek 6.6), en die om de dag subcutaan moet worden ingespoten.
Pediatrische patiënten
Er zijn geen formele klinische studies of farmacokinetische studies uitgevoerd bij kinderen of adolescenten. Beperkte gepubliceerde gegevens suggereren echter dat het veiligheidsprofiel bij adolescenten tussen 12 en 16 jaar die om de dag subcutaan Betaferon 8,0 miljoen IE kregen toegediend lijkt op het profiel dat bij volwassenen is waargenomen. Er is geen informatie over het gebruik van Betaferon bij kinderen jonger dan 12 jaar. Betaferon dient daarom niet bij deze populatie te worden gebruikt.
In het algemeen wordt bij aanvang van de behandeling dosistitratie aanbevolen.
Gestart dient te worden met 62,5 microgram (0,25 ml) subcutaan om de dag, langzaam verhoogd naar een dosis van 250 microgram (1,0 ml) om de dag (zie tabel A). De titratieperiode kan worden aangepast indien een significante ongewenste reactie optreedt. Voor een adequate werkzaamheid, dient een dosis van 250 microgram (1,0 ml) om de dag te worden bereikt.
Een titratieverpakking bestaande uit vier driestuksverpakkingen is beschikbaar voor de titratieperiode en de aanvankelijke behandeling van de patiënt met Betaferon. Deze verpakking dekt de behoefte van de patiënt voor de eerste 12 injecties. De driestuksverpakkingen worden geaccentueerd door verschillende kleuren (zie rubriek 6.5).
Tabel A: Schema voor dosistitratie*
behandeldag | dosis | volume | ||
1, 3, 5 | 62,5 | microgram | 0,25 | ml |
7, 9, 11 | 125 | microgram | 0,5 | ml |
13, 15, 17 | 187,5 | microgram | 0,75 | ml |
19, 21, 23 e.v. | 250 | microgram | 1,0 | ml |
* De titratieperiode kan worden aangepast, als een significante ongewenste reactie optreedt.
De optimale dosis is nog niet volledig opgehelderd.
Momenteel is het niet bekend hoe lang de patiënt behandeld moet worden. Uit gecontroleerd klinisch onderzoek zijn over maximaal 5 jaar follow-up-gegevens afkomstig over patiënten met relapsing-remitting MS en over maximaal 3 jaar over patiënten met secundair progressieve MS. Voor relapsing-remitting MS, is effectiviteit voor de eerste twee jaar aangetoond. De beschikbare gegevens voor de extra 3 jaar wijzen op een aanhoudende werkzaamheid van de behandeling met Betaferon gedurende de gehele periode.
Voor patiënten met een eenmalig klinisch voorval wijzend op multipele sclerose, was de progressie naar klinisch definitieve multipele sclerose significant vertraagd gedurende een periode van vijf jaar.
De behandeling wordt niet aanbevolen bij patiënten met relapsing-remitting multipele sclerose bij wie zich minder dan 2 recidieven in de voorafgaande 2 jaar hebben voorgedaan of bij patiënten met secundair progressieve multipele sclerose bij wie de ziekte in de voorgaande 2 jaar niet actief geweest is.
Indien de patiënt niet reageert, b.v. als er gedurende 6 maanden een constante progressie op de ‘expanded disability status scale’ (EDSS) optreedt, of behandeling met ten minste 3 ACTH- of corticosteroïdkuren gedurende een periode van één jaar noodzakelijk is ondanks de Betaferon-therapie, dient de behandeling met Betaferon te worden gestaakt.
Wijze van toediening
Voor subcutane injectie.
Voor instructies over reconstitutie van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
4.3 Contra-indicaties
- Patiënten met een voorgeschiedenis van overgevoeligheid voor een natuurlijk of recombinant interferon bèta humane albumine of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Patiënten met een ernstige depressie en/of zelfmoordgedachten (zie rubrieken 4.4 en 4.8).
- Patiënten met gedecompenseerde leverziekte (zie rubrieken 4.4, 4.5 en 4.8).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Bij aanvang van de behandeling zijn bijwerkingen gebruikelijk maar in het algemeen nemen ze af bij verdere behandeling. De meest frequent waargenomen bijwerkingen zijn een griepachtig symptoomcomplex (koorts, rillingen, gewrichtspijn, malaise, transpireren, hoofdpijn of spierpijn), wat voornamelijk het gevolg is van de farmacologische werking van het geneesmiddel, en reacties op de injectieplaats. Reacties op de injectieplaats traden frequent op na toediening van Betaferon. Roodheid, zwelling, verkleuring, ontsteking, pijn, overgevoeligheid, infectie, necrose en niet-specifieke bijwerkingen werden significant in verband gebracht met behandeling met 250 microgram (8,0 miljoen IE) Betaferon.
De meest ernstige bijwerkingen die zijn gemeld, zijn onder andere trombotische microangiopathie (TMA) en hemolytische anemie (HA).
In het algemeen wordt in het begin van de behandeling dosistitratie geadviseerd om de tolerantie voor Betaferon te verhogen (zie rubriek 4.2). Griepachtige symptomen kunnen ook worden verminderd door de toediening van niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen. De incidentie van injectieplaatsreacties kan verlaagd worden door het gebruik van een autoinjector.
Tabel met bijwerkingen
De volgende lijst bijwerkingen is gebaseerd op meldingen uit klinische studies en uit de postmarketing surveillance (zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000)) van Betaferon gebruik.
De meest toepasselijke MedDRA term wordt gebruikt om een bepaalde reactie te beschrijven en zijn synoniemen en verwante aandoeningen.
Tabel 1: Bijwerkingen gebaseerd op rapporten van klinische onderzoeken en geïdentificeerd tijdens postmarketingsurveillance (frequenties – waar bekend – berekend op basis van gepoolde klinische studiedata)
Systeem/ | Zeer vaak | Vaak | Soms | Zelden | Frequentie |
Bloed- en lymfestelsel- | Lymfo-cytenaan-taldaling | Lymfadenopathie, Anemie | Trombocytopenie | Trombotische microangiopathied waaronder trombotische trombocyto-penische purpura/ hemolytisch uremisch syndroomb | Hemolytische anemiea, d |
Immuunsysteem- |
|
|
| Anafylactische reacties | Capillaire-lek-syndroom bij reeds bestaande monoklonale gammopathiea |
Endocriene |
| Hypothyreoïdie |
| Hyperthyreoïdie, |
|
Voedings- en stofwisselings-stoornissen |
| Gewichtstoename, | Verhoogde bloedtriglyceriden | Anorexiea |
|
Psychische stoornissen |
| Verwardheid | Zelfmoordpoging (zie ook rubriek 4.4), |
| Depressie, |
Zenuwstelsel-aandoeningen | Hoofdpijn, |
| Convulsie |
| Duizeligheid |
Hartaandoeningen |
| Tachycardie |
| Cardiomyopathiea | Palpitatie |
Bloedvataandoe-ningen |
| Hypertensie |
|
| Vasodilatatie |
Ademhalings- |
| Dyspnoe |
| Bronchospasmea | Pulmonale arteriële hypertensiec |
Maagdarmstelsel-aandoeningen | Buikpijn |
|
| Pancreatitis | Misselijkheid, |
Lever- en galaandoeningen | Alanine amino-transferase verhoogd (ALAT > 5 maal basislijn)e | Aspartaat aminotransferase stijging (ASAT > 5 maal basislijn)e, | Verhoogd gamma-glutamyltransfe-rase, | Leverbeschadi-ging, |
|
Huid- en onderhuid-aandoeningen | Uitslag, | Urticaria, | Huidverkleuring |
|
|
Skeletspierstelsel- | Myalgie, |
| |
| Drug-induced lupus erythematosus |
Nier- en urineweg-aandoeningen | Aandrang |
| Nefrotisch syndroom, |
|
|
Voortplantings-stelsel- en borstaandoeningen |
| Menorragie, |
|
| Menstruatie-stoornissen |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissen | Reactie injectie-plaats (diverse typenf), | Necrose injectieplaats, |
|
| Transpireren |
a Bijwerkingen alleen afkomstig van postmarketing. | |||||
Pulmonale arteriële hypertensie
Met interferon-bèta bevattende producten zijn gevallen van pulmonale arteriële hypertensie (PAH) gemeld. De voorvallen werden op verscheidene tijdstippen gemeld, waaronder tot enkele jaren na aanvang van de behandeling met interferon bèta.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via
België
Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Afdeling Vigilantie
Postbus 97
1000 Brussel Madou
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg.be
Luxembourg
Centre Régional de Pharmacovigilance de Nancy ou Division de la pharmacie et des médicaments de la Direction de la santé
Site internet : www.guichet.lu/pharmacovigilance
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Bayer AG
51368 Leverkusen
Duitsland
8. NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/95/003/005
EU/1/95/003/006
EU/1/95/003/007
EU/1/95/003/008
EU/1/95/003/009
EU/1/95/003/010
EU/1/95/003/011
EU/1/95/003/012
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
11/2023
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.
BIJLAGE II
- FABRIKANT VAN DE BIOLOGISCH WERKZAME STOF EN FABRIKANT verantwoordelijk voor vrijgifte
- VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN GEBRUIK
- ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE HOUDER VAN DE HANDELSVERGUNNING MOETEN WORDEN NAGEKOMEN
- VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT EEN VEILIG EN DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL
A. FABRIKANT VAN DE BIOLOGISCH WERKZAME STOF EN FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE
Naam en adres van de fabrikanten van de biologisch werkzame stof
Boehringer Ingelheim RCV GmbH & Co KG
Dr.-Boehringer-Gasse 5-11
A-1121 Wenen
Oostenrijk
Naam en adres van de fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte
Bayer AG
Müllerstraße 178
13353 Berlijn
Duitsland
B. VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN GEBRUIK
Aan beperkt medisch voorschrift onderworpen geneesmiddel (zie bijlage I: Samenvatting van de productkenmerken, rubriek 4.2).
C. ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE HOUDER VAN DE HANDELSVERGUNNING MOETEN WORDEN NAGEKOMEN
- Periodieke veiligheidsverslagen
De vereisten voor de indiening van periodieke veiligheidsverslagen worden vermeld in de lijst met Europese referentiedata (EURD-lijst), waarin voorzien wordt in artikel 107c, onder punt 7 van Richtlijn 2001/83/EG en eventuele hieropvolgende aanpassingen gepubliceerd op het Europese webportaal voor geneesmiddelen.
D. VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT EEN VEILIG EN DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL
- Risk Management Plan (RMP)
De vergunninghouder voert de verplichte onderzoeken en maatregelen uit ten behoeve van de geneesmiddelenbewaking, zoals uitgewerkt in het overeengekomen RMP en weergegeven in module 1.8.2 van de handelsvergunning, en in eventuele daaropvolgende overeengekomen RMP-aanpassingen.
Een aanpassing van het RMP wordt ingediend:
- op verzoek van het Europees Geneesmiddelenbureau;
- steeds wanneer het risicomanagementsysteem gewijzigd wordt, met name als gevolg van het beschikbaar komen van nieuwe informatie die kan leiden tot een belangrijke wijziging van de bestaande verhouding tussen de voordelen en risico’s of nadat een belangrijke mijlpaal (voor geneesmiddelenbewaking of voor beperking van de risico’s tot een minimum) is bereikt.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1507854 | BETAFERON 15 VIALS+15 SER PRE REMP | L03AB08 | € 759,23 | - | Ja | - | - |
| 2446789 | BETAFERON 250 MCG/ML 15X1 FL PDR INJ+SOLV SP VOORG | L03AB08 | € 608,08 | - | Ja | € 12,8 | € 8,5 |