1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Gardasil 9 suspensie voor injectie.
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit.
9-valent humaan papillomavirusvaccin (recombinant, geadsorbeerd).
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
1 dosis (0,5 ml) bevat circa:
Humaan papillomavirus1 type 6-L1-eiwit2,3 30 microgram
Humaan papillomavirus1 type 11-L1-eiwit2,3 40 microgram
Humaan papillomavirus1 type 16-L1-eiwit2,3 60 microgram
Humaan papillomavirus1 type 18-L1-eiwit2,3 40 microgram
Humaan papillomavirus1 type 31-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 33-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 45-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 52-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 58-L1-eiwit2,3 20 microgram
1 Humaan papillomavirus = HPV.
2 L1-eiwit in de vorm van virusachtige deeltjes, geproduceerd in gistcellen (Saccharomyces cerevisiae CANADE 3C-5 (stam 1895)) door recombinant-DNA-technologie.
3 Geadsorbeerd op amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaatadjuvans (0,5 milligram Al).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie.
Heldere vloeistof met een witte neerslag.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Gardasil 9 is geïndiceerd voor actieve immunisatie van personen vanaf een leeftijd van 9 jaar tegen de volgende door HPV veroorzaakte aandoeningen:
- premaligne laesies en carcinomen van de cervix, vulva, vagina en anus veroorzaakt door HPV-typen waartegen dit vaccin werkzaam is.
- genitale wratten (condylomata acuminata) veroorzaakt door specifieke HPV-typen.
Zie rubriek 4.4 en 5.1 voor belangrijke informatie over de gegevens die deze indicaties ondersteunen.
Het gebruik van Gardasil 9 dient in overeenstemming te zijn met de officiële aanbevelingen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Personen van 9 tot en met 14 jaar op het moment van de eerste injectie
Gardasil 9 kan worden toegediend volgens een schema van 2 doses (0, 6 - 12 maanden) (zie rubriek 5.1). De tweede dosis moet tussen 5 en 13 maanden na de eerste dosis worden toegediend. Als de tweede vaccindosis eerder dan 5 maanden na de eerste dosis wordt toegediend, moet altijd een derde dosis worden toegediend.
Gardasil 9 kan ook worden toegediend volgens een schema van 3 doses (0, 2 en 6 maanden). De tweede dosis dient ten minste één maand na de eerste dosis te worden toegediend en de derde dosis dient ten minste 3 maanden na de tweede dosis te worden toegediend. De drie doses dienen allemaal binnen een periode van 1 jaar te worden gegeven.
Personen van 15 jaar en ouder op het moment van de eerste injectie
Gardasil 9 dient te worden toegediend volgens een schema van 3 doses (0, 2 en 6 maanden).
De tweede dosis dient ten minste één maand na de eerste dosis te worden toegediend en de derde dosis dient ten minste 3 maanden na de tweede dosis te worden toegediend. De drie doses dienen allemaal binnen een periode van 1 jaar te worden gegeven.
Het gebruik van Gardasil 9 moet in overeenstemming zijn met de officiële aanbevelingen.
Het wordt aanbevolen om bij personen die een eerste dosis Gardasil 9 krijgen, de vaccinatiereeks ook af te maken met Gardasil 9 (zie rubriek 4.4).
De behoefte aan een boosterdosis is niet vastgesteld.
Er zijn voor Gardasil 9 geen onderzoeken met een vaccinatiereeks met verschillende HPV-vaccins (uitwisselbaarheidsonderzoeken) verricht.
Personen die in het verleden gevaccineerd zijn met een reeks bestaande uit 3 doses van een quadrivalent vaccin tegen de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 (Gardasil), verder aangeduid als ‘qHPV-vaccin’, kunnen gevaccineerd worden met 3 doses Gardasil 9 (zie rubriek 5.1). Het qHPV-vaccin was in sommige landen ook bekend als Silgard.
Pediatrische patiënten (kinderen < 9 jaar)
De veiligheid en werkzaamheid van Gardasil 9 bij kinderen jonger dan 9 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar (zie rubriek 5.1).
Wijze van toediening
Het vaccin dient door middel van een intramusculaire injectie te worden toegediend. Bij voorkeur wordt het toegediend ter hoogte van de musculus deltoideus in de bovenarm of in het hogere anterolaterale gebied van de dij.
Gardasil 9 mag niet intravasculair, subcutaan of intradermaal worden geïnjecteerd. Het vaccin mag niet in dezelfde spuit met een ander vaccin of oplossing worden gemengd.
Voor instructies over het hanteren van het vaccin voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Personen die in het verleden na toediening van Gardasil 9 of Gardasil/Silgard last hebben gekregen van overgevoeligheid, mogen Gardasil 9 niet krijgen.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
In 7 klinische onderzoeken kregen personen Gardasil 9 toegediend op de dag van opname in het onderzoek en circa 2 en 6 maanden daarna. Gedurende 14 dagen na elke injectie met Gardasil 9 werd met behulp van een vaccinatierapportagekaart (VRK) de veiligheid geëvalueerd. In totaal kregen 15.776 personen Gardasil 9 (10.495 personen van 16 tot en met 26 jaar en 5281 adolescenten van 9 tot en met 15 jaar op het moment van de opname in het onderzoek). Er waren weinig personen (0,1 %) die hun deelname aan het onderzoek vanwege ongewenste ervaringen stopzetten.
In een van deze klinische onderzoeken met 1053 gezonde adolescenten van 11 tot en met 15 jaar bleek dat bij gelijktijdige toediening van de eerste dosis Gardasil 9 en een gecombineerd boostervaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest [acellulair, component] en poliomyelitis [geïnactiveerd] vaker melding werd gemaakt van reacties op de injectieplaats (zwelling, erytheem), hoofdpijn en pyrexie. De waargenomen verschillen waren < 10 %, en bij de meeste personen werden de bijwerkingen aangeduid als licht tot matig van intensiteit (zie rubriek 4.5).
In een klinisch onderzoek waaraan 640 personen van 27 tot en met 45 jaar en 570 personen van 16 tot en met 26 jaar deelnamen die Gardasil 9 kregen, was het veiligheidsprofiel van Gardasil 9 vergelijkbaar bij de twee leeftijdsgroepen.
De bijwerkingen die bij gebruik van Gardasil 9 het vaakst werden waargenomen, waren bijwerkingen op de injectieplaats (bij 84,8 % van de gevaccineerde personen binnen 5 dagen na een vaccinatiebezoek) en hoofdpijn (bij 13,2 % van de gevaccineerde personen binnen 15 dagen na een vaccinatiebezoek). Deze bijwerkingen waren doorgaans licht of matig van intensiteit.
Samenvatting van de bijwerkingen in tabelvorm
Voor de frequentieaanduiding van de bijwerkingen is de volgende conventie gebruikt:
- Zeer vaak (≥ 1/10)
- Vaak (≥ 1/100, < 1/10)
- Soms (≥ 1/1000, < 1/100)
- Zelden (≥ 1/10.000, < 1/1000)
- Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
Klinische onderzoeken
Tabel 1 laat bijwerkingen zien die minstens mogelijk verband hielden met de vaccinatie en die bij personen die Gardasil 9 kregen werden waargenomen met een frequentie van minstens 1,0 % in 7 klinische onderzoeken (PN 001, 002, 003, 005, 006, 007 en 009, N = 15.776 personen) (zie rubriek 5.1 voor een beschrijving van de klinische onderzoeken).
Postmarketingervaring
Tabel 1 bevat ook bijwerkingen die spontaan zijn gemeld tijdens het postmarketinggebruik van Gardasil 9 wereldwijd. De frequenties van deze bijwerkingen zijn geschat op basis van relevante klinische onderzoeken.
Tabel 1: Bijwerkingen na toediening van Gardasil 9 in klinische onderzoeken en bijwerkingen uit postmarketinggegevens
Systeem/orgaanklasse | Frequentie | Bijwerkingen |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen | Soms | Lymfadenopathie* |
Immuunsysteemaandoeningen | Zelden | Overgevoeligheid* |
Niet bekend | Anafylactische reacties* | |
Zenuwstelselaandoeningen | Zeer vaak | Hoofdpijn |
Vaak | Duizeligheid | |
Soms | Syncope die soms gepaard gaat met tonisch-klonische bewegingen* | |
Maag-darmstelselaandoeningen | Vaak | Misselijkheid |
Soms | Braken* | |
Huid- en onderhuidaandoeningen | Soms | Urticaria* |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Soms | Artralgie*, myalgie* |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Zeer vaak | Op de injectieplaats: pijn, zwelling, erytheem |
Vaak | Pyrexie, vermoeidheid, | |
Soms | Asthenie*, rillingen*, malaise*, knobbeltje op de injectieplaats* |
*Bijwerkingen gemeld tijdens postmarketinggebruik van Gardasil 9. De frequentie is geschat op basis van relevante klinische onderzoeken. Voor bijwerkingen die niet zijn waargenomen in klinische onderzoeken is de frequentie aangegeven als ‘Niet bekend’.
qHPV-vaccin
Tabel 2 bevat bijwerkingen die na de goedkeuring van het qHPV-vaccin spontaan werden gemeld na het gebruik van dat vaccin. De postmarketingveiligheidsbevindingen met het qHPV-vaccin zijn relevant voor Gardasil 9, aangezien de vaccins L1-HPV-eiwitten van 4 HPV-typen gemeenschappelijk hebben.
Omdat deze bijwerkingen vrijwillig gerapporteerd werden en betrekking hebben op een populatie van onduidelijke grootte, is het niet mogelijk om een betrouwbare schatting van de frequentie van deze bijwerkingen te maken of om voor alle bijwerkingen een causaal verband met blootstelling aan het vaccin vast te stellen.
Tabel 2: Bijwerkingen gemeld tijdens postmarketingervaring met het qHPV-vaccin
Systeem/orgaanklasse | Frequentie | Bijwerkingen |
Infecties en parasitaire aandoeningen | Niet bekend | Cellulitis op de injectieplaats |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen | Niet bekend | Idiopathische trombocytopenische purpura |
Immuunsysteemaandoeningen | Niet bekend | Anafylactoïde reacties, bronchospasme |
Zenuwstelselaandoeningen | Niet bekend | Acute gedissemineerde encefalomyelitis, syndroom van Guillain-Barré |
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem: voor België: Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, www.fagg.be - Afdeling Vigilantie: Website: www.eenbijwerkingmelden.be, e-mail: adr@fagg-afmps.be.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/15/1007/001
EU/1/15/1007/002
EU/1/15/1007/003
EU/1/15/1007/004
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
10/2025
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau: https://www.ema.europa.eu.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3402799 | GARDASIL 9 SUSP INJ VOORGEV.SPUIT 1 X 0,5ML+2 NLD | J07BM03 | € 132,81 | - | Ja | € 12,8 | € 8,5 |