SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
OZURDEX 700 microgram intravitreaal implantaat in applicator
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Eén implantaat bevat 700 microgram dexamethason.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Intravitreaal implantaat in applicator.
Wegwerpbaar injectie-instrument met een staafvormig implantaat dat niet zichtbaar is. Het implantaat heeft een diameter van ongeveer 0,46 mm en een lengte van 6 mm.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
OZURDEX is geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met:
- visusstoornis door diabetisch macula-oedeem (DME) die pseudofaak zijn of worden geacht onvoldoende respons te vertonen op niet-corticosteroïdentherapie, of daarvoor niet in aanmerking komen
- macula-oedeem na Branch Retinal Vein Occlusion (BRVO) of na Central Retinal Vein Occlusion (CRVO) (zie rubriek 5.1)
- ontsteking van het posterieure segment van het oog die zich presenteert als niet-infectieuze uveïtis.
4.2 Dosering en wijze van toediening
OZURDEX moet worden toegediend door een gekwalificeerd oogarts met ervaring in de toediening van intravitreale injecties.
Dosering
De aanbevolen dosis is één implantaat OZURDEX, intravitreaal toe te dienen in het aangetaste oog. Gelijktijdige toediening in beide ogen wordt niet aanbevolen (zie rubriek 4.4).
DME
Bij patiënten die werden behandeld met OZURDEX, een initiële respons vertoonden en volgens de arts voordeel kunnen hebben van opnieuw behandelen zonder dat daaraan significante risico’s zijn verbonden, moet opnieuw behandelen worden overwogen.
Er kan na ongeveer 6 maanden opnieuw worden behandeld als de patiënt last krijgt van verminderd zicht en/of een toename van de retinadikte, secundair aan terugkerend of verergerend diabetisch macula-oedeem.
Er is momenteel geen ervaring over de werkzaamheid of veiligheid van herhaalde toediening bij DME met meer dan 7 implantaten.
RVO en uveïtis
Herhalingsdoses moeten worden overwogen als een patiënt reageert op de behandeling, gevolgd door een verlies in visus en volgens de arts voordeel kan hebben van opnieuw behandelen zonder dat daaraan significante risico’s zijn verbonden (zie rubriek 5.1).
Patiënten bij wie het zicht blijvend verbetert, mogen niet opnieuw worden behandeld. Patiënten bij wie het zicht verslechtert zonder dat dit wordt vertraagd door OZURDEX, mogen niet opnieuw worden behandeld.
Er is slechts beperkte informatie beschikbaar aangaande intervallen bij herhaalde dosering van minder dan 6 maanden (zie rubriek 5.1).
Voor informatie over actuele veiligheidservaring met herhaalde toediening van meer dan 2 implantaten bij niet-infectieuze uveïtis in het posterieure segment en Retinal Vein Occlusion, zie rubriek 4.8.
Patiënten dienen na de injectie te worden gecontroleerd om snel te kunnen ingrijpen als er een infectie of verhoogde intraoculaire druk ontstaat (zie rubriek 4.4).
Speciale populaties
Ouderen (≥ 65 jaar)
Voor oudere patiënten is geen aanpassing van de dosis nodig.
Nierfunctiestoornissen
OZURDEX is niet onderzocht bij patiënten met nierfunctiestoornissen, maar voor deze populatie zijn geen speciale overwegingen nodig.
Leverfunctiestoornissen
OZURDEX is niet onderzocht bij patiënten met leverfunctiestoornissen, maar voor deze populatie zijn geen speciale overwegingen nodig.
Pediatrische patiënten
Er is geen relevante toepassing van OZURDEX bij pediatrische patiënten voor:
- diabetisch macula-oedeem;
- macula-oedeem na BRVO (Branch Retinal Vein Occlusion) of na CRVO (Central Retinal Vein Occlusion).
De veiligheid en werkzaamheid van OZURDEX bij uveïtis bij pediatrische patiënten zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
OZURDEX is een intravitreaal implantaat in applicator voor eenmalig gebruik, uitsluitend bestemd voor intravitreaal gebruik.
Elke applicator kan uitsluitend worden gebruikt voor de behandeling van één oog.
De intravitreale injectieprocedure dient te worden uitgevoerd onder gecontroleerde aseptische omstandigheden, inclusief het gebruik van steriele handschoenen, een steriele afdekdoek en een steriel ooglidspeculum (of soortgelijk).
De patiënt moet worden geïnstrueerd om gedurende 3 dagen voor en na elke injectie dagelijks zelf breedspectrum-antimicrobiële druppels toe te dienen. Voorafgaand aan de injectie dient de perioculaire huid, het ooglid en het oculaire oppervlak te worden gedesinfecteerd (bijvoorbeeld met druppels povidonjodiumoplossing 5% op de conjunctiva zoals werd gedaan in de klinische onderzoeken voor de goedkeuring van OZURDEX) en er dient adequate lokale anesthesie te worden toegepast. Verwijder de folieverpakking uit het doosje en controleer dit op beschadigingen (zie rubriek 6.6). Open de folieverpakking vervolgens op een steriele plaats en plaats de applicator voorzichtig op een steriele schaal. Na opening van de folieverpakking moet de applicator direct worden gebruikt.
Voer een gedetailleerde visuele inspectie van de applicator uit en controleer daarbij of de toedieningsknop niet is ingedrukt en of de veiligheidslip op zijn plaats zit. Verwijder voorzichtig de plastic veiligheidsdop en vermijd contact met de naaldpunt. Controleer de naaldpunt vóór gebruik op beschadigingen: de implantaatretentieplug kan soms zichtbaar zijn in de afgeschuinde kant en mag niet worden verwijderd. Houd de applicator met één hand vast en trek de veiligheidslip recht van de applicator af. Verdraai of buig de lip niet.
Houd de afgeschuinde kant van de naald weg van de sclera en voer de naald ongeveer 1 mm op in de sclera. Richt vervolgens op het midden van het oog in de glasvochtholte holte tot de huls tegen de conjunctiva aanligt. Druk langzaam op de toedieningsknop tot u een klik hoort en/of voelt. Voordat de applicator uit het oog wordt teruggetrokken, moet u controleren of de toedieningsknop wel volledig is ingedrukt en op gelijke hoogte met het oppervlak van de applicator is vergrendeld. Verwijder de naald in dezelfde richting als waarin deze in de glasvochtholte is ingebracht.
Zie rubriek 6.6 voor instructies over het injecteren van het intravitreale implantaat.
Controleer onmiddellijk na het injecteren van OZURDEX door middel van indirecte oftalmoscopie in het geïnjecteerde kwadrant of de implantatie geslaagd is. Visualisatie is in het merendeel van de gevallen mogelijk. In gevallen waarin het implantaat niet kan worden gevisualiseerd, kunt u met een steriel wattenstaafje lichte druk uitoefenen op de injectieplaats om het implantaat in beeld te brengen.
Na de intravitreale injectie moet de behandeling van de patiënt met breedspectrum-antimicrobiële druppels worden voortgezet.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Een actieve of vermoede oculaire of perioculaire infectie, met inbegrip van de meeste virale aandoeningen van de cornea en conjunctiva, inclusief actieve epitheliale herpes simplex keratitis (dendritische keratitis), vaccinia, varicella, mycobacteriële infecties en schimmelaandoeningen.
- Vergevorderd glaucoom dat niet afdoende kan worden gereguleerd met uitsluitend geneesmiddelen.
- Afake ogen met gescheurd achterste lenskapsel.
- Ogen met een intraoculaire lens in de voorste oogkamer, iris of transscleraal gefixeerde intraoculaire lens en gescheurd achterste lenskapsel.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De bijwerkingen die het meest worden gemeld na behandeling met OZURDEX zijn bijwerkingen die vaak worden waargenomen bij oogheelkundige steroïdbehandelingen of intravitreale injecties (resp. verhoogde IOD, cataractvorming en conjunctivale of vitreale bloeding).
Minder vaak gemeld, maar wel ernstiger, zijn bijwerkingen als endoftalmitis, necrotiserende retinitis, loslating van de retina en scheur in de retina.
Met uitzondering van hoofdpijn en migraine zijn er geen systemische bijwerkingen geïdentificeerd bij gebruik van OZURDEX.
Tabel met lijst van bijwerkingen
De bijwerkingen die worden beschouwd als verband houdend met de OZURDEX-behandeling uit de klinische fase III-studies (DME, BRVO/CRVO en uveïtis) en spontane meldingen worden vermeld overeenkomstig de MedDRA-systeem/orgaanclassificatie in de tabel hieronder, op basis van de volgende conventie:
Zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1.000, < 1/100); zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000). Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
Tabel 1 Bijwerkingen
Systeem/orgaanklasse | Frequentie | Bijwerking |
Zenuwstelselaandoeningen | Vaak | Hoofdpijn |
| Soms | Migraine |
Oogaandoeningen | Zeer vaak | Verhoogde intraoculaire druk**, cataract**, conjunctivale bloeding* |
| Vaak | Oculaire hypertensie, subcapsulair cataract, glasvochtbloeding**, verminderde gezichtsscherpte*, aantasting/stoornis van het gezichtsvermogen, glasvochtloslating*, deeltjes in glasvocht*, troebel glasvocht*, blefaritis, oogpijn*, fotopsie*, conjunctivaal oedeem*, conjunctivale hyperemie* |
| Soms | Necrotiserende retinitis, endoftalmitis*, glaucoom, loslating van de retina*, scheur in de retina*, hypotonie van het oog*, ontsteking van de voorste oogkamer*, cellen/lichtflitsen in de voorste oogkamer*, abnormaal gevoel in het oog*, pruritus van het ooglid, sclerale hyperemie* |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissen | Soms | Dislocatie van het implantaat* (migratie van implantaat) met of zonder cornea-oedeem/corneadecompensatie (zie ook rubriek 4.4), complicatie bij plaatsing van het implantaat, met letsel aan het oogweefsel als gevolg* (onjuiste plaatsing van implantaat) |
* wijst op bijwerkingen die in verband worden gebracht met de intravitreale injectieprocedure (de frequentie van deze bijwerkingen staat in verhouding tot het aantal behandelingen).
** in een 24 maanden durend observationeel onderzoek in de praktijk tijdens de behandeling van macula-oedeem na RVO en niet-infectieuze uveïtis in het posterieure segment van het oog werden deze bijwerkingen vaker gemeld bij patiënten die >2 injecties kregen dan bij patiënten die ≤2 injecties kregen: cataractvorming (24,7% vs. 17,7%), cataractprogressie (32,0% vs. 13,1%), glasvochtbloeding (6,0% vs. 2,0%) en verhoogde IOD (24,0% vs. 16,6%).
Omschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Diabetisch macula-oedeem
De klinische veiligheid van OZURDEX bij patiënten met diabetisch macula-oedeem is beoordeeld in twee gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase III-onderzoeken. In beide onderzoeken werden in totaal 347 patiënten gerandomiseerd naar toediening van OZURDEX en 350 naar toediening van placebo.
Tijdens de gehele onderzoeksperiode waren de meest frequent gemelde bijwerkingen in het studie-oog van patiënten die OZURDEX kregen, cataract en verhoogde IOD (zie hieronder).
In het 3 jaar durende klinisch onderzoek naar DME had 87% van de patiënten met een eigen lens in het studie-oog dat werd behandeld met OZURDEX op baseline in enige mate last van vertroebeling van de lens/beginnend cataract. De incidentie van alle waargenomen vormen van cataract (d.w.z. corticaal, diabetisch, nucleair, subcapsulair en lenticulair cataract en cataract) bedroeg over 3 jaar onderzoek 68% bij patiënten met een eigen lens in het studie-oog die OZURDEX kregen. 59% van de patiënten met een eigen lens in het studie-oog moest vóór het laatste bezoek een cataractoperatie ondergaan, waarvan het grootste deel plaatsvond in het 2e en 3e onderzoeksjaar.
De gemiddelde IOD in het studie-oog was op baseline in beide behandelingsgroepen gelijk (15,3 mmHg). De gemiddelde IOD-verhoging ten opzichte van baseline was niet hoger dan 3,2 mmHg bij alle bezoeken in de OZURDEX-groep, waarbij de gemiddelde IOD het hoogst was bij het bezoek 1,5 maand na de injectie en 6 maanden na elke injectie weer ongeveer terug was op de baselinewaarde. IOD-verhoging na OZURDEX-behandeling kwam niet vaker voor en was niet hoger bij herhaalde injectie van OZURDEX.
28% van de patiënten die OZURDEX kregen, had bij een of meer bezoeken tijdens het onderzoek een IOD-verhoging van ≥ 10 mmHg ten opzichte van baseline. Op baseline had 3% van de patiënten IOD-verlagende geneesmiddelen nodig. In totaal had 42% van de patiënten op enig moment tijdens het onderzoek van 3 jaar IOD-verlagende geneesmiddelen in het studie-oog nodig, waarbij de meerderheid van deze patiënten meer dan één geneesmiddel nodig had. De piek van het gebruik (33%) viel tijdens de eerste 12 maanden en bleef van jaar tot jaar vergelijkbaar.
In totaal 4 patiënten (1%) die OZURDEX kregen, moesten procedures ondergaan in het studie-oog voor behandeling van verhoogde IOD. 1 patiënt die OZURDEX kreeg moest een trabeculectomie ondergaan om door steroïde geïnduceerde IOD-verhoging onder controle te brengen, 1 patiënt moest een trabeculectomie ondergaan vanwege fibrine dat in de voorste oogkamer de uitstroom van kamerwater blokkeerde en zo de IOD verhoogde, 1 patiënt onderging een iridotomie vanwege nauwehoekglaucoom, en 1 patiënt onderging een iridectomie vanwege een cataractoperatie. Verwijdering van het implantaat door vitrectomie om de IOD onder controle te brengen, was bij geen van de patiënten nodig.
BRVO/CRVO
De klinische veiligheid van OZURDEX bij patiënten met macula-oedeem na Central of Branch Retinal Vein Occlusion is beoordeeld in twee gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase III-onderzoeken. In totaal werden 427 patiënten gerandomiseerd voor toediening van OZURDEX en 426 voor toediening van placebo in de twee fase III-onderzoeken. In totaal hebben 401 patiënten (94%), gerandomiseerd voor en behandeld met OZURDEX, de initiële behandelperiode (tot dag 180) voltooid.
In totaal 47,3% van de patiënten heeft minimaal één bijwerking ervaren. De meest frequent gemelde bijwerkingen bij patiënten die werden behandeld met OZURDEX waren verhoogde intraoculaire druk (24,0%) en conjunctivale bloeding (14,7%).
Het bijwerkingenprofiel voor BRVO-patiënten was gelijk aan dat van CRVO-patiënten, hoewel de totale incidentie van bijwerkingen hoger was voor de subgroep patiënten met CRVO.
De verhoogde intraoculaire druk (IOD) met OZURDEX bereikte een piek op dag 60 en daalde weer tot uitgangsniveau op dag 180. Stijgingen van de IOD hoefden niet behandeld te worden of werden behandeld met een tijdelijk gebruik van lokale IOD-verlagende geneesmiddelen. Tijdens de initiële behandelperiode moest 0,7% (3/421) van de patiënten die OZURDEX hadden gekregen, behandeld worden door middel van laserprocedures of chirurgische procedures voor de verhoogde IOD in het studie-oog, vergeleken met 0,2% (1/423) van de patiënten met placebo.
Het bijwerkingenprofiel van 341 patiënten die werden geanalyseerd na een tweede injectie met OZURDEX was gelijk aan het profiel na de eerste injectie. In totaal 54% van de patiënten heeft minimaal één bijwerking ervaren. De incidentie van verhoogde IOD (24,9%) was gelijk aan de incidentie na de eerste injectie en keerde evenzo terug naar baseline op open-label dag 180. De totale incidentie van cataract was hoger na 1 jaar, vergeleken met de eerste 6 maanden.
Uveïtis
De klinische veiligheid van OZURDEX voor patiënten met ontsteking van het posterieure segment van het oog die zich presenteert als een niet-infectieuze uveïtis, is onderzocht in een enkelvoudig, multicenter, geblindeerd, gerandomiseerd onderzoek.
In totaal werden 77 patiënten gerandomiseerd voor toediening van OZURDEX en 76 voor toediening van placebo. In totaal voltooiden 73 patiënten (95%), gerandomiseerd en behandeld met OZURDEX, het 26 weken durende onderzoek.
De meest frequent gemelde bijwerkingen in het studie-oog van patiënten die OZURDEX kregen, waren conjunctivale bloeding (30,3%), verhoogde intraoculaire druk (25,0%) en cataract (11,8%).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem.
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
AbbVie Deutschland GmbH & Co. KG
Knollstrasse
67061 Ludwigshafen
Duitsland
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/10/638/001
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
04/2026
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau https://www.ema.europa.eu.
PRIJZEN
| CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2787505 | OZURDEX 700MCG INTRAVITREAAL IMPL APPLICAT 1 GUTT | S01BA01 | - | € 988,96 | Ja | - | - |




